Eisenstein in Guanajuato

Peter Greenaway, de extravagante, al jarenlang in Nederland residerende Britse filmer én erudiete dandy lijkt zich van bij het begin van zijn carrière graag bezig te houden – om niet te zeggen te meten – met de grootste kunstenaars die het westelijk halfrond ooit heeft voortgebracht: Dante Alighieri (A TV Dante, 1990), Shakespeare (Prospero’s Books, 1991) en Rembrandt (Nightwatching, 2007) naast de eigen incarnatie van de fictieve verzamelaar Tulse Luper in zijn grootschalige mediaproject.

Behalve zijn Fellini-hommage 8½ Women (1998) heeft hij nu opnieuw een filmicoon aan de lijst van inspiratiebronnen toegevoegd, de Sovjet-Russische grootmeester Sergej Eisenstein. Dat is op zijn minst een eigenaardige keuze voor iemand die al decennialang met de grootste stelligheid verkondigde dat de cinema dood en begraven was. De jongste jaren voegt hij daar evenwel fijntjes “Long live the cinema!” aan toe, en dat bewijst hij nu. Want laten we het maar meteen verklappen, hij heeft de irritante, betweterige en pedante ballast uit veel van zijn vorige films hier grotendeels achterwege gelaten, zodat de overdaad aan informatie (historisch), beelden (split screen) en verwijzingen (wiskunde, esthetica) nu veel meer gesmaakt kunnen worden. Wat overigens niet betekent dat Greenaway met zijn exuberantie en provocaties nu meteen het grote publiek zal bereiken. De man intrigeert en provoceert.

Het handelsmerk van Greenaway blijft ook in deze nieuwste film dat hij met een minimum aan verhaal en een maximum aan beeldlagen en referenties de kijker weet te overdonderen. Halverwege het visuele spektakelstuk verandert de toon. Wanneer Eisenstein in 1931 naar Mexico afreist is hij op het toppunt van zijn roem. Zijn baanbrekende socialistische meesterwerken Staking, Pantserkruiser Potjomkin en Oktober maakten van hem een veelgevraagd artiest, in de Sovjet-Unie als persoonlijke protegé van Jozef Stalin, in Europa en ver daarbuiten. Na het mislukken van een filmproject in Hollywood trok hij in 1931 verder door naar Guanajuato voor de opnames van een niet-politieke gedramatiseerde documentaire Que viva Mexico.

De financiële afspraken met de Amerikaanse communisten, schrijver Upton Sinclair op kop, waren alles behalve waterdicht. Ook in de Sovjet-Unie vertrouwde Jozef Stalin de lange afwezigheid van zijn beschermeling niet echt. In deze context worden Eisenstein en zijn naaste medewerkers coregisseur Gregori Alexandrov en cameraman Eduard Tissé geconfronteerd met een onbekende cultuur die doordrongen is van lichamelijkheid en waar de notie van de dood nooit veraf is. Eros en thanatos. De excentriekeling Eisenstein, knap vertolkt door de jonge Finse acteur Elmer Bäck met wilde haardos, geeft zich over aan de seksuele uitspattingen van zijn Mexicaanse privégids Palomino Cañedo. Niets is toeval bij Greenaway. Hij verbeeldt de doortocht van Eisenstein in deze exotische omgeving als een psychedelische trip.

De expliciet getoonde seksscène is het scharniermoment, precies halfweg, gefilmd als een soort van rituele overgang waarin de hybris, de grootheidswaanzin plaatsmaakt voor een kwetsbare menselijkheid, tederheid zelfs, een attribuut dat intussen al lang niet meer in het vocabularium van Greenaway leek thuis te horen. En intussen blijft de beeldtaal als vanouds even rijk gelaagd, weelderig en verbluffend. De minimalistische muziek van Michael Nyman heeft hier geen plaats meer. Het is een andere Eisenstein die naar de Sovjetunie wordt teruggeroepen, zoals het een andere Greenaway is die we hier te zien krijgen.

Geschreven door HUGO BERNAERS

Eisenstein in Guanajuato

08/07/2015
Regisseur: 
Productiejaar: 
2015
Distributeur: 
September Film

Media: 

onomatopee