Elvis & Nixon

De op 21 december 1970 genomen iconische foto van rock-'n-roll-legende Elvis Presley en president Richard Nixon, handjes schuddend in het Witte Huis, inspireerde de Amerikaanse onafhankelijke cineaste Liza Johnson ('Return') tot een interessante mislukking, de komedie ELVIS & NIXON.

Liza Johnson houdt van originele invalshoeken: in Return (2011) is het een vrouwelijke militair die aanpassingsmoeilijkheden krijgt bij haar terugkeer uit oorlogsgebied en in de Alice Munroe-adaptatie Hateship Loveship (2013) tracht een tiener de relatie tussen haar nanny en haar (ex-verslaafde) vader te stimuleren. Het is dan ook niet zo verrassend dat zij deze vreemde episode tracht om te toveren tot een langspeelfilm.

De ontmoeting in december 1970 tussen jeugdidool Elvis Presley en de door de Amerikaanse jeugd uitgespuwde Richard Nixon (omwille van de Vietnamoorlog en de mensenrechten) bleef generaties Amerikanen fascineren. Vooral omdat er amper feiten over bekend raakten en de betrokkenen er weinig over loslieten. De knipoog naar het Watergate-afluisterschandaal in de neonaffiche van ELVIS & NIXON – “On December 21st, 1970, two of America's greatest recording artists met for the first time” – geeft aan dat Johnson een komedie voor ogen heeft en dat is verrassend. Drama en ernst leken gezien de bewogen sociaal-politieke context eerder aangewezen en ook al bevat de ontmoeting ironische elementen, geknipt materiaal voor een politieke satire is ze niet.

Het verhaal van de ontmoeting tussen Presley (Michael Shannon) en Nixon (Kevin Spacey, ondertussen in het echte leven ook uitgegroeid tot een uitgespuwde slechterik) begint met de zanger die op een dieptepunt in zijn carrière een zes pagina’s lange brief schrijft naar de president. Daarin vraagt hij een officiële undercoverpositie, een badge als 'Federal Agent-at-Large' voor de Bureau of Narcotics and Dangerous Drugs, om met zijn contacten in de muziekindustrie te helpen bij de strijd tegen drugs. De conservatieve artiest schaart zich wat graag achter de Republikeinse president, die op dat moment onder vuur ligt van jongeren, hippies en Black Panthers, door Presley samengebracht onder de noemer 'anti-Amerikaans'.

De McCarthy-heksenjacht (met een actieve bijdrage aan de blacklisting door Nixon) lijkt niet veraf, maar Johnson legt de link niet. Ze wijst, met dank aan inzichten achteraf, wel op de ironie van het feit dat Presley zelf verslaafd was (vooral aan medicatie) en dus eigenlijk een kruistocht tegen zichzelf wil opstarten. Dat de zanger dacht dat de badge hem zou toelaten probleemloos rond te reizen met drugs en wapens blijft onvermeld. Veel meer aandacht gaat naar hoe Presley plots op de stoep van het Witte Huis staat en hoe zijn jeugdvriend Jerry Shilling (Alex Pettyfer) tracht zijn vrijheid (zijn leven eigenlijk) terug te winnen. Het levert een aangrijpende scène op wanneer de superster zich optuigt (met juwelen, riem, zwarte cape, zonnebril én pistolen) en aan Jerry bekent dat het imago de mens Presley heeft vernietigd (of alleszins onderdrukt). “Ik ben een ding geworden, een object zoals een fles Coca Cola”, klinkt het. Sterk.

Helaas zijn er ook tal van flauwe grappen, zoals de echte Presley die imitatoren ontmoet of geheime agenten als toekomstige collega's behandelt. Johnson focust tijdens de ontmoeting van deze larger-than-lifefiguren vooral op gimmicks, tics en details die sterk het karikaturale aspect van The King of Rock-'n-Roll en Tricky Dicky in de verf zetten.

Wat het gesprek zelf tussen de twee betreft laat Johnson zien dat het ondanks aanvankelijke moeilijkheden wel klikt tussen hen. Dat wordt geïllustreerd in de scène waarin Presley een wapen schenkt aan de president (de veiligheidsdiensten zijn in alle staten door dat pistool) en door enkele punten van overeenstemming. Maar dat blijven losse flodders in 'grappige dialogen', terwijl uit de documenten van Nixons assistent Egil Kroch blijkt dat daar toch een paranoïde politieke visie achter schuilt: “Presley indicated that he thought the Beatles had been a real force for anti-American spirit ... The president nodded in agreement ... then indicated that those who use drugs are also in the vanguard of anti-American protest. Violence, drug usage, dissent, all seem to merge in generally the same group of young people.” En ook: “Presley also mentioned that he is studying Communist brainwashing and the drug culture for over ten years.

De politieke onderstroom ontbreekt hier echter, wat primeert is de 'vreemde vogels onder elkaar'-sfeer. Nixons assistenten Egil Kroch en Dwight Chapin worden weggezet als strikte bureaucraten die eigenlijk klungelende boefjes blijken te zijn. Een naschrift maakt duidelijk dat ze behoorden tot het team 'loodgieters' betrokken bij respectievelijk de inbraak bij de psychiater van Daniel Ellsberg en bij de Watergate-affaire. Johnson steekt zo enigszins de draak met hun hypocrisie, maar legt nergens de link naar de politieke onrust van die periode en de genadeloze repressie (waarbij in Ohio vier studenten om het leven kwamen).

Het probleem van de film is dan ook niet zozeer misplaatste humor of een gebrek aan ernst, maar het ontbreken van context en tijdsgeest, waardoor het verhaal geen grip krijgt op het verleden en de personages memorabilia blijven. Dat is jammer, want deze ontmoeting had een interessant licht kunnen werpen op een tijdsgewricht en een samenleving. De film blijft een bizar buitenbeentje in tijden van comics en blockbusters. Wat ELVIS & NIXON het statuut van interessante mislukking oplevert.

FILM: ** / geen extra's

Wekelijks kiest filmcriticus Ivo De Kock een interessante dvd-release waarop hij uitgebreid en vanuit een nieuwe invalshoek zijn licht laat schijnen, met oog voor de extra's bij de dvd-uitgave. Meer besprekingen van dvd's en blu-rays vind je terug in de rubriek 'Huisbios' in ons maandelijkse tijdschrift.

Geschreven door IVO DE KOCK

Elvis & Nixon

Regisseur: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2016
Distributeur: 
September Film

Media: 

onomatopee