En guerre

In 1968 stootte de Meirevolutie door tot op het podium van het festival van Cannes. Vijftig jaar later mobiliseert de Franse cineast Stéphane Brizé de arbeiders ten oorlog met de Cannespremière van EN GUERRE!

Ondanks de looninspanning van de werknemers en een recordwinst van het bedrijf, beslist het management van Perrin Industrie toch om de site te sluiten. Eerdere overeenkomsten en sociale beloften worden niet langer gerespecteerd. Geleid door hun woordvoerder Laurent Amédéo (Vincent Lindon), verwerpen de 1100 werknemers deze brutale beslissing. Ze bundelen hun energie om hun baan te redden. EN GUERRE, een fabriek in het verweer voor werk en aanzien!

Cineast Stéphane Brizé zet de lijn van het sociaal realistische La loi du marché (2015) verder. Met EN GUERRE maakt hij het proces op van een langdurige fabrieksstaking in een hedendaags klimaat van globalisering, delokalisatie, flexibilisering en digitalisering van de economie. Zit de tijdsgeest tegen voor zulke sociale actie? Dateert arbeiderssolidariteit uit een vervlogen periode? Of is de vrijemarktideologie zo dolgedraaid dat tegenactie meer dan nodig en onvermijdelijk is? Doet de overheid wel genoeg om de bedrijfsleiding ook sociale regels op te leggen? Of drukt ze gewoon mee de neoliberale agenda door?

Casus
Het verhaal van de staking in het autotoeleveringsbedrijf Perrin in het Franse Agen, dochterbedrijf van de Duitse groep Dimke, is fictief. Het klinkt weliswaar echt, omdat het elementen uit zovele recente grote stakingsacties bundelt. De situatie van de stakers uit de film is verwant met die van het personeel van wasdrogerproducent Whirlpool. In 2017 legde men er het werk neer, omdat de productie naar Polen werd verplaatst. Ook de staking bij Air France in 2015, waarbij woedende werknemers twee directeurs het overhemd van hun lijf scheurden, en de gijzeling van enkele managers bij de met sluiting bedreigde bandenproducent Goodyear in Amiens in 2014, resoneren na in EN GUERRE. Andere gebeurtenissen uit de film herinneren dan weer aan de grimmige fabrieksbezetting van het metaalbedrijf Meister in het Luikse Sprimont in 2010. De Duitse moederfirma stuurde toen agenten van een bewakingsfirma om de geblokkeerde afgewerkte producten te recupereren. Ook de pogingen uit 2013 van drie Duitse ingenieurs van ArcelorMittal om ’s nachts de machines te ontmantelen van de door de stakers stilgelegde staalfabriek TLB in het Luikse Chertal inspireerden cineast Brizé en zijn coscenarioschrijver Olivier Gorce tot hun veelgelaagde filmpamflet. Net zoals de zelfdoding van de ploegbaas van de TLB-site, die eigenaar Vigneron Lakshmi Mittal rechtstreeks verantwoordelijk stelde voor zijn ontmoediging en verlies aan eigenwaarde. Aan de hand van deze elementen uit verschillende recente casussen maakt EN GUERRE de balans op van de impact van een stakingsactie op de sociale verhoudingen binnen de geglobaliseerde economie.

Kroniek
Filmbehendig ontrafelt Brizé het economische mechanisme van het stakingsverloop. In een roerig tempo volgen de fasen van het stakingsproces elkaar op. Eerst zijn er de schok en de verontwaardiging en wordt het werk spontaan neergelegd. Stakers versperren de toegang. De bal ligt in het kamp van de directie, die beweert dat de beslissing niet door haar, maar door het Duitse moederbedrijf is genomen. Tevergeefs wachten de stakers op een positief signaal uit Duitsland. Dan volgen de eerste juridische stappen om met behulp van een advocate arbeidsrecht de schending van de sociale overeenkomst van 2 jaar eerder aan te klagen. Toen was immers met de bedrijfstop een overeenkomst onderhandeld over looninspanning in ruil voor blijvende werkgelegenheid. Geleidelijk verscherpen de acties en groeit de woede omdat de moedermaatschappij via delokalisatie nog meer geld wil verdienen ondanks de gedane financiële offers van het personeel. Puur winstbejag, stellen de arbeiders en hun syndicaal afgevaardigden via de megafoon. Om verdere ontsporing van de gemoederen tegen te gaan, stelt de overheid een sociaal bemiddelaar aan. Er wordt mondjesmaat beloofd met de Duitse directie te onderhandelen. Efficiënt verlopen zulke transnationale gesprekken echter niet. Iedereen blijft bij zijn positie. Tegelijkertijd probeert het bedrijf om de stakingsposten en de versperring te breken om de niet-stakers te laten werken, waarop zich een ideologisch discours ontspint over mogelijke beperking van het stakingsrecht. Voor de vakbondsafgevaardigden is het tijd om de puntjes op de i te zetten en respect te eisen voor de cao’s en de door het bedrijf aangegane engagementen. Toch worden de barsten in de solidariteit tussen de stakers voelbaar. Zal men verder staken tot de finish of de ontslagregeling aanvaarden? Het patronaat trekt aan één zeil, de werknemers niet, moet syndicalist Laurent Amédéo tot zijn grote ergernis vaststellen. De hoop op een overnemer voor de getroffen fabriek weet de gemoederen even te sussen totdat ook deze piste spaak loopt, omdat de Duitse groep het eigendomsrecht inroept om het overnamebod te verwerpen. Liever wil het moederbedrijf geen concurrent op de site zien opduiken. Met alle rampzalige gevolgen van dien voor de loontrekkenden. Brizés standpunt is duidelijk: in zulke neoliberale context hebben de werknemers uiteindelijk weinig kans om te winnen. Ze kunnen het bedrijf geld laten verliezen door de stocks te blokkeren en het imago te besmeuren, maar uiteindelijk stellen de beschikbare wetgevende middelen hen niet in staat om de sluiting te voorkomen.

Sociale realiteitszin
Brizés filmaanpak is veel complexer dan de televisiejournalen waarnaar hij in zijn documentaire aanpak vaak verwijst. Met een camera die nerveus beweegt tussen close-up en groepsopname kijkt hij doorheen de vermeende objectiviteit van de tv-reportages. EN GUERRE ontwart de sociale of neoliberale mechanismen die achter de schermen spelen. De chaotische klanken van de score van Bertrand Blessing vertalen bijzonder expressief de grimmige sfeer van woede en amok in de fabriek en aan de overlegtafel. Deze onderhandelingen van een twintigtal mensen rond de tafel filmt Brizé heel dynamisch met drie camera’s. Zo confronteert hij de verschillende standpunten met elkaar. Aan de ene kant zit de fabrieksleiding die het sociaal protest criminaliseert. Aan de overkant verdedigen de syndicaal afgevaardigden hun morele gelijk. Hun confrontatie vormt de aanleiding voor vinnige ideologische discussies over knelthema’s zoals het stakingsrecht en het eigendomsrecht. Kan het stakingsrecht wel onbeperkt uitgeoefend worden? Moet het arbeidsrecht niet flexibeler? Hoe kan men de rechten van de niet-stakers beschermen? Dit vraagt het establishment zich af. Vanuit de werknemers borrelen financiële, maar ook juridische en sociaalpsychologische argumenten op aan de onderhandelingstafel. Kan een onderneming zomaar de deuren sluiten, als er andere opties zijn? De rol van de bemiddelaar illustreert dan weer de onmacht van de politiek. Niet de politici maar de multinationals hebben de macht. Ze moeten in het dominante neoliberale klimaat geen rekenschap afleggen over hun daden. EN GUERRE haalt ook het burgerlijk discours onderuit van de Duitse CEO, via moederszijde van Franse komaf. Eerst probeert hij de werknemers te paaien met zijn half-Franse roots. Hij heeft een villa in de Camargue en beweert van Frankrijk te houden, maar een toegeving aan de Franse stakers kan er niet van af. Toch ridiculiseert Brizé niemand. Hij vermijdt elke vorm van simplisme of karikaturalisering in de uitbeelding van de sociale tegenstelling.



In zijn filmverhaal waakt de cineast over een goed evenwicht tussen individuele reflecties en collectieve motieven. Zowel in de levenswijze van de personages als in hun arbeidssituatie ademt EN GUERRE pure sociale realiteitszin uit. De film werd opgenomen in de fabriek van Métal Aquitaine in Fumel in het departement Lot-et-Garonne. In tegenstelling tot eerder aangeschreven bedrijven in het oosten van Frankrijk, mochten de arbeiders hier wel figureren in de film. Toeval is dit niet: de site van Métal Aquitaine wordt zelf met sluiting bedreigd. Het personeel kon zich vlot vinden in de sociale visie van de film. Het samenspel tussen acteur Vincent Lindon en de talrijke figuranten is dan ook een van de sterke troeven van deze sociale kroniek. Met veel cohesie mengt Lindons realistische acteerstijl zich met die van de echte arbeiders en syndicalisten, gestuwd door hun ervaring met zulke sociale wantoestanden. Na drie zwijgzame rollen bij Brizé (Mademoiselle Chambon, 2009/Quelques heures de printemps, 2012/La loi du marché, 2015) vertolkt Lindon dit keer een radicaal personage, dat luid reageert op het onrecht en weerstand biedt. Een man, die heen en weer getrokken wordt tussen hoop en ontmoediging, woede en bemiddeling, amok en geduld, eerbied en verraad, arbeid en kapitaal.

Vertoningen: cinenews.beMeer reviews vind je maandelijks in print, te bestellen via info@filmmagie.be, te koop bij een van de verkooppunten of maandelijks in uw bus met een abonnement.

 

Geschreven door DIRK MICHIELS

En guerre

23/05/2018
Regisseur: 
Productiejaar: 
2018
Distributeur: 
O'Brother Distribution

Media: