Ere-Oscar voor Lina Wertmüller

Afgelopen weekend werd de Italiaanse regisseur Lina Wertmüller, bekend om haar witte brilmontuur en lange filmtitels, in de bloemetjes gezet in Hollywood. Net als Geena Davis, David Lynch en Wes Studi ontving ze een Ere-Oscar. We blikken terug op een carrière vol passie en sociale fresco’s.

Op haar 84ste gooide Lina Wertmüller (°1928) zich voor de Italiaanse staatstelevisie RAI nog op een kort 4K-experiment, de deels geacteerde documentaire Roma, Napoli, Venezia ... in un crescendo rossiniano (2014), een reis in die steden verteld door de operacomponist Giacchino Rossini. Op minzame wijze evoceert de cineast opnieuw verborgen passies en liefdes, haar voorkeursthema’s. In de Belgische bioscoop zijn van haar 23 films hoofdzakelijk die uit de jaren 70 – haar hoogtepunten – uitgebracht.

Wertmüllers carrière was niet zo tumultueus als haar films of die van Federico Fellini, voor wie ze regieassistent was bij La dolce vita (1960) en (1962). Ze werd in Rome geboren als Arcangela Felice Assunta Wertmüller von Elgg Spanol von Braucich, telg van een advocatenfamilie met verre wortels in de Zwitserse aristocratie. Op school startte een levenslange vriendschap met de latere theater- en filmactrice Flora Carabella, toekomstige echtgenote van Marcello Mastroianni. Zij was van grote invloed op de artistieke loopbaan van Lina. Als achttienjarige schreef Wertmüller zich in voor de Romeinse theateracademie Sharoff. Haar eerste opdracht was die van animator en regisseur van een Romeins poppenkastgezelschap. Na een paar jaar begon ze te werken voor destijds belangrijke theaterregisseurs, tot ze in 1958 koos voor de televisieomroep RAI en daar de eerste regisseur werd van het jarenlange variétésucces Canzonissima. Het grote Italiaanse publiek leerde haar kennen door de muzikale tv-serie Il giornalino di Gian Burrasca (1964), met de jonge popzangeres Rita Pavone als de ontembare deugniet Gian. In eenzelfde deugnietrol werd Pavone ook de protagonist van Wertmüllers film Rita la zanzara (1966) en de sequel Non stuzzicate la zanzara (1967).

© Augusto De Luca, 1987

Enkele jaren eerder was ze als filmregisseur gedebuteerd met I basilischi (1963). Die schets van Zuid-Italiaanse jongeren zonder doel of ambities was een remake van Fellini’s I vitelloni van tien jaar eerder en won prijzen op de festivals van Locarno en Londen. Met de episodefilm Questa volta parliamo di uomini (1965) leverde ze haar bijdrage aan de ‘klassieke’ sociale commedia all’italiana, die hier de bekrompenheid van de Italiaanse man viseert. Onder het pseudoniem Nathan Whitch (waarachter zich ook coregisseur Piero Cristofani verborg) realiseerde ze in 1968 de spaghettiwestern Il mio corpo per un poker. Daarin verbindt ze voor het eerst een sterke vrouw aan een risicovolle liefde.

Lange filmtitels, blijvende banden met acteurs

Voor de twee zanzara-films werkte Wertmüller met de jonge, discrete theater- en tv-acteur Giancarlo Giannini. Er groeide een samenwerking tussen hen beiden in de jaren 70 internationale faam opleverde. Samen zetten ze ook een productiemaatschappij op, Liberty Films, die echter maar enkele van hun gemeenschappelijke films produceerde. Hun wereldwijde bekendheid begon met Mimì metallurgico ferito nell'onore (1972), een maffiaverhaal waarin titelfiguur Mimi verwikkeld raakt in diverse al dan niet oprechte liefdesaffaires. De film haalde de hoofdcompetitie op het festival van Cannes, waardoor ook Giannini’s tegenspeler Mariangela Melato bekendheid verwierf. Zij vertolkte ook een rol in Wertmüllers volgende onweerstaanbare tragikomedie Film d’amore e d’anarchia. Ovvero "Stamattina alle 10 in via dei Fiori nella nota casa di tolleranza..." (1973), over een poging om de Italiaanse dictator Mussolini te vermoorden. Die haalde opnieuw de Palm d’Or-competitie en bezorgde Giannini de prijs van de Beste Acteur. Het trio Wertmüller, Giannini en Melato werkte nog eens samen voor het evengoed onstuimige Travolti da un insolito destino nell'azzurro mare d'agosto (1974), waarin naast de ontembare passie tussen twee schipbreukelingen ook de sociale klassentegenstellingen een woordje meepraten. Bij ons kwam de film met twee jaar vertraging uit.

Datzelfde lot was Pasqualino Settebelezze (1975) beschoren, opnieuw neergezet tijdens het Mussolinitijdperk. Giannini speelt een Napolitaanse rokkenjager die sterk houdt aan zijn reputatie en daardoor in de problemen komt. Langs allerlei oorlogstrauma’s regeert bij hem één drang: overleven. De film sloeg aan bij het Amerikaanse publiek en werd genomineerd voor vier Oscars (die voor Beste Buitenlandse Film, Beste Acteur, Beste Scenario en – een primeur voor een vrouw – Beste Film) en een Golden Globe (Buitenlandse Film). Nanni Moretti bekritiseerde Pasqualino Settebelezze echter als overgewaardeerd in zijn debuutfilm Io sono anarchico (1976), maar dat verhinderde niet dat de gerestaureerde versie werd vertoond als een van de Cannes Classics 2019.

Giancarlo Giannini, Lina Wertmüller en Mariangela Melato op de set van Travolti da un insolito destino nell'azzurro mare d'agosto (1974)

Wertmüller castte Mariangela Melato nog een vierde keer, voor Notte d'estate con profilo greco, occhi a mandorla e odore di basilico (1986), een bittere komedie die verwees naar de toenmalige losgeldontvoeringen in Sardinië. Met Giannini werkte ze nog twee keer samen. In La fine del mondo nel nostro solito letto in una notte piena di pioggia (1978), een uiteindelijk venijnig relatieconflict gevoed door sociale, culturele en politieke tegenstellingen, kreeg hij Candice Bergen als tegenspeelster. De laatste deelname van Giannini aan een Wertmüllerproductie was in Un fatto di sangue nel comune di Siculiana fra due uomini per causa di una vedova. Si sospettano moventi politici. Amore-Morte-Shimmy. Lugano belle. Tarantelle. Tarallucci e vino (1978), in het Guinness Book of Records opgenomen als langste filmtitel aller tijden en meestal uitgebracht onder de eerste zin. Deze liefdesintrige speelt zich af in Siciliaanse maffiakringen tijdens de jaren 20 en kreeg bij ons geen bioscooprelease, ondanks de steracteurs Marcello Mastroianni en Sofia Loren. La Loren trad nog aan in Wertmüllers Sabato, domenica e lunedì (1990), een televisieadaptatie van het gelijknamige theaterstuk dat de Napolitaanse auteur en acteur Eduardo De Filippo schreef over een gastronomische jaloezie in een huishouden. Ook in de laatste speelfilm van Wertmüller, Peperoni ripieni e pesci in faccia (2004), nam Loren de hoofdrol op zich. Dit nostalgische familiedrama werd echter een flop.

Passie en pantoffelhelden

Die laatste speelfilm betekende niet het einde van haar creatieve parcours: Wertmülller blijft actief als schrijver-regisseur voor theater en radio, scenarist en romanauteur. Ze publiceerde ook een autobiografie. Daarin schreef ze onder meer over haar echtgenoot Enrico Job (1934-2008), de Italiaanse kostuum- en decorontwerper die bijna al haar films aankleedde en met wie ze in 1968 trouwde.

Door haar lange carrière met lange filmtitels lopen enkele rode draden. Liefde en/of passie zijn vaak de drijfveren van de verdere gebeurtenissen, komisch tot grotesk en sarcastisch geënsceneerd met een (links)politieke achtergrond. Haar meeste films spelen zich af in Zuid-Italië of hebben Zuid-Italiaanse mannen als hoofdfiguren, meestal pantoffelhelden die het afleggen tegen hun vrouwelijke tegenspelers. Wertmüller drukt immers een duidelijke feministische stempel op haar films, waarbij ze het mannelijk geslacht in z’n hemd zet maar niet vernedert. Ze toont wel begrip voor de recente MeToo-golf, maar haar focus ligt elders: in de jaren 70 en 80 voelde ze vooral de sociale ondergeschiktheid van de vrouw, niet de seksuele uitbuiting (die in Italië een verschijnsel werd in de jaren 90 van Berlusconi).

In juli dit jaar ontving ze in de Italiaanse senaat de Prijs ‘Italiaans genie en excellentie in de wereld’. Afgelopen weekend was ze in Hollywood om de Ere-Oscar te ontvangen (ze stelde voor de prijs voortaan Anna te noemen) en geëerd te worden met een ster op de Walk of Fame. Maar ze kon niet wachten weer in Rome te zijn voor een theaterregie.

Beeld: portret bovenaan © John Mathew Smith, 2000

Geschreven door MARCEL MEEUS

Ere-Oscar voor Lina Wertmüller

Media: 

onomatopee