At Eternity's Gate

Een schilder die een film maakt over een schilder. Of beter: een hedendaagse kunstenaar die een film maakt over een monument uit de kunstgeschiedenis. En het werkt: Julian Schnabel, de man die schoonheid zoekt in het subversieve, verklaart zijn liefde aan Vincent van Gogh zonder platgetreden paden te bewandelen.

Kunsthistorici zijn het er in grote mate over eens: de enorme bedragen die Van Goghs schilderijen opbrengen, hebben veel te maken met een collectief schuldgevoel. Net geen 40 miljoen dollar voor een schilderij met daarop 15 zonnebloemen in een vaas: in 1987 een recordbedrag, dat de naam Van Gogh tot in iedere huiskamer bracht. Daarvoor was hij voor het grote publiek – volgens een imago dat ondertussen flink is bijgesteld – vooral de rare kwibus die in een vlaag van waanzin zijn eigen oor afgesneden had. En die later zelfmoord pleegde door een kogel in zijn buik te schieten, waarna hij op bed een sigaretje ging zitten roken terwijl hij stervende was. Het ultieme verhaal van het getormenteerde en miskende genie. En dus ook dankbaar materiaal voor filmmakers, die met hun medium, dat verhalend en artistiek is, hun eerbetoon aan de schilder konden verpakken in uitzinnige visioenen vol romantische overdrijvingen en psychologische projecties. Vincente Minnelli en Kirk Douglas zetten de overdreven zwartgallige toon met Lust for Life in 1956, later zouden onder meer Akira Kurosawa (Dreams uit 1990, met Martin Scorsese in de rol van Van Gogh) en Robert Altman (Vincent & Theo, 1990) hun visie op de Nederlandse schilder op de wereld loslaten.

Pathetiek, een overdaad aan aandacht en biografische overinterpretatie, redenen genoeg voor schilder Julian Schnabel om géén film over Van Gogh te maken. Maar hij bezit wel de nodige bevoegdheid om zich over hem uit te spreken. Als schilder is Schnabel een niet-onbelangrijke vroege beoefenaar van het neo-expressionisme. Hij liet zich bij een nieuw publiek opmerken toen hij zelf films begon te maken, aanvankelijk over collega’s. Zowel zijn portret van het fenomeen Basquiat als zijn politiek getinte pamflet Before Night Falls (2000) over de homoseksuele Cubaanse dichter Reinaldo Arenas oogstten lof en respect. Met Le scaphandre et le papillon (2007) nam hij afstand van de artistieke portretten en ontpopte hij zich tot een meesterlijk en voldragen filmmaker. Le scaphandre vertelt het authentieke verhaal van Elle-redacteur Jean-Dominique Bauby, die na een zwaar herseninfarct totaal verlamd een boek schreef door met zijn linkeroog letters te dicteren. Een soort verhaal dat filmmakers uitdaagt en dat tot alles kan leiden: van weekendfilmsentiment tot diep doorwrocht drama. In handen van Julian Schnabel werd het een manifest voor doorzettingsvermogen en de hulp die het genieten van schoonheid daarbij kan bieden. Zijn feilloze gevoel voor timing, menselijk inzicht en esthetische visie op de wereld leverden hem vier Oscarnominaties en bijna zeventig prijzen in het internationale festivalcircuit op. Schnabel leek eender welk onderwerp te kunnen aanpakken en analyseren, zijn persoonlijke stijl zou altijd voelbaar blijven in de uitwerking ervan. Een zoveelste film over en visie op het fenomeen Vincent van Gogh behoorde niet tot de uitdagingen die hij zocht.

Tot het respect voor de schilder Van Gogh het overnam. Het feit dat alles al gezegd en weerlegd was over de 19de-eeuwse Nederlander, werd de reden om hem net wel tot onderwerp van een nieuwe film te maken. Er was namelijk nog geen enkel portret door een schilder over hem gemaakt. Van Goghs beroemdheid is uiteraard niet alleen een gevolg van de smeuïge verhalen. Hij was zijn tijd vooruit en legde de basis voor het expressionisme, een stroming waarvan de beoefenaars hem mateloos bewonderden. Vooral de manier waarop hij het licht vatte, met een techniek en benadering die verder gingen dan bij de realisten of impressionisten, zou tot vandaag immens invloedrijk blijken. Het belang van Van Goghs schilderwerk hoef je aan een neo-expressionist als Schnabel niet uit te leggen. Dus zou de filmmaker zijn onderwerp benaderen vanuit zijn metier, niet als commentator of biograaf.

Hij was zich bewust van de uitdagingen die dat meebracht. Omdat Schnabel vooral geïnteresseerd is in de manier waarop Van Gogh het licht vastlegde tijdens zijn laatste jaren in de Provence, zou hij automatisch tegen dat oor en de zelfmoord aanlopen. Tegelijk is Schnabel voldoende cineast en autonoom kunstenaar om niet te proberen zijn film er te laten uitzien alsof die door Van Gogh zelf gedraaid had kunnen zijn. Hij zou ver blijven van een voorspelbare fantasie als Loving Vincent (2017), een langspeelfilm die helemaal in olieverf geschilderd werd in de stijl van Van Goghs eigen schilderijen. Of wat te denken van Love is the Devil (1999) waarin John Maybury probeert om de getormenteerde geest van Francis Bacon te begrijpen door te filmen alsof je in zijn schilderijen zit? Schnabel zou vooral trouw blijven aan zichzelf, een eerbetoon aan zijn grote inspiratiebron brengen en tegelijk op zoek gaan naar de psychologie die achter een intuïtief en getalenteerd schilder schuilgaat. En zo komt het dat we het afsnijden van het oor niet te zien krijgen, maar wel de situatie die meteen daarop volgt: Vincent aan het bureau van zijn psycholoog, die geïntrigeerd probeert te begrijpen wat de man voor hem bezield heeft. Van Gogh was hoe dan ook een enigma voor het Zuid-Franse platteland, waar vreemdelingen per definitie als indringers beschouwd worden. Met een schilderende eenzaat, die onherkenbare interpretaties van hun geliefde landschap borstelt, wisten ze al helemaal geen blijf. In die scène voel je dat de dokter heen en weer geslingerd wordt tussen een oprechte bezorgdheid voor zijn patiënt en zijn eigen achtergrond als plaatselijke inwoner die zo’n rare snuiter eigenlijk liever kwijt dan rijk is. Het is mooi hoe Schnabel dat soort subtiliteiten over de omstandigheden weet in te bouwen, zonder de focus op zijn hoofdpersoon los te laten.

Die hoofdpersoon wordt dan ook vertolkt door Willem Dafoe. Persoonlijk vind ik Dafoe nog altijd op zijn best als hij op een subtiele wijze diepgang mag leggen in een rol die vooral om présence vraagt. Zijn personage in The Florida Project (2017) vroeg weinig van hem, maar net dat gaf hem de kans om een extra, onzichtbare maar voelbare laag in te bouwen. Als we even verder terug in de tijd gaan, zien we dat hij in To Live and Die in L.A. (1985) iets gelijkaardigs deed. Zijn oplichter moest vooral berekende koelheid uitstralen, maar in handen van Dafoe werd Eric Masters een gesofisticeerd personage met drijfveren die veel persoonlijker waren dan puur winstbejag. Dan sluit Dafoes opdracht in at eternity’s gate dichter aan bij zijn rol als Christus in The Last Temptation of Christ (1988), een film die opgehangen wordt aan de complexiteit van een onsterfelijk personage, waarbij iedereen gespannen afwacht hoe de acteur diens gedrag gaat interpreteren. Dafoe legt alles wat hij heeft in zijn rol als Van Gogh, tot de meest onwaarschijnlijke paradoxen toe: hij is kwetsbaar en halsstarrig, intuïtief en filosofisch, gevoelig en bikkelhard. Dat hij de 60 gepasseerd is, terwijl Van Gogh op zijn 37ste stierf, stoort geenszins, maar is op zich meer een gimmick dan een onderbouwde keuze van de regisseur.

Aldus schrijden we van tableau naar tableau in een evenwichtige film over een onevenwichtig personage. Schnabel zet het licht en de decors naar zijn hand, wisselt abstracte sfeerbeelden af met diepgravende dialogen en biografische verwijzingen. Nu en dan loopt hij een beetje vast in (de afwezigheid van) zijn scenario. Van Gogh beschouwt zichzelf als een groot schilder die snakt naar erkenning. Waarom springt hij of zijn broer dan niet kordaat op een lovende recensie van een vooraanstaand criticus in Parijs? Als je daar geen antwoord op formuleert, laat je de anekdote beter achterwege. Dat maakt AT ETERNITY'S GATE net iets minder coherent dan Schnabels vorige films. Niettemin is dit een eerlijk en uiterst genietbaar eerbetoon van een eigenzinnig regisseur aan de man die ruim honderd jaar geleden de fundamenten legde voor zijn eigen kunst.

Vertoningen: cinenews.be. Meer reviews vind je maandelijks in print, te bestellen via info@filmmagie.be, te koop bij een van de verkooppunten of maandelijks in je bus met een abonnement.

Geschreven door MIK TORFS

At Eternity's Gate

10/04/2019
Regisseur: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
The Searchers

Media: 

onomatopee