Exodus: Gods and Kings

Het goede onthaal van EXODUS bracht me in de filmzaal. Want gewoonlijk ga ik niet naar religieus getinte films. Mijn verwachtingen had ik wel veilig tot een lachwekkend peil verlaagd. Zo kon ik genieten van een flinke dosis entertainment vol spetterende 3D-effecten.

In Amerika woedt er een regelrechte discussie omdat de verlossers in EXODUS uitsluitend blank zijn, maar dat verrast echt niet meer bij een Hollywooddrama. De film moet het hebben van de dramatische effecten, en dat ontspant. Toch heeft de film alles of toch heel veel te danken aan de schitterende muziek van Alberto Iglesias.

Wat is de bedoeling van deze film? De held, Mozes (Christian Bale), is een ingoede man die het opneemt voor alleman. Hij is zelfs beter dan God. Heel humanistisch. Bravo. Je moet vooral in jezelf geloven, zoals Bale dat Mozes in de mond legt. Zo voedt hij toch zijn zoontje Gershon op, ietwat tegen de zin van diens moeder. Dat kun je zelfs Bijbels verklaren door te zeggen: het was maar een oudtestamentische God en wij mensen zijn mensen van alle tijden. Dat klopt. Maar godsbeelden én mensbeelden veranderen. De ontmoeting van Mozes met zijn vrouw Sefora gaat wat vlug. Maar lee je het Bijbelverhaal erop na dan gaat het nog sneller (Ex 2,15-22: hier is de film oertrouw aan het verhaal)!

Was het Ridley Scott om een broederstrijd te doen (tussen Ramses en Mozes)? Dat zou kunnen. Genoeg elementen om dat te staven. Niet in het minst wanneer nog voor de eindgeneriek begint oplicht: de film is opgedragen aan Ridleys broer Tony. Vooral de twee zwaarden die beide halfbroers van hun vader kregen spelen een sleutelrol. Wat vooral bijblijft zijn de dialogen tussen Mozes en God. Het is een originele vondst om God voor te stellen als kind. Een pluspunt, waarschijnlijk het enige. Allicht het meest controversiële ook. Want God wordt in het Bijbelse verhaal niet voorgesteld. Slechts Gods stem is te horen. Hier kiest de filmregisseur ervoor om God voor te stellen en onmiddellijk begeeft hij zich op glad ijs. Toch komt hij er goed mee weg. God is niet de oude man met de witte baard, maar een speels kind dat in dialoog treedt. Hier krijgen we een bijzonder interessante interpretatie voorgeschoteld over de ontmoeting van de mens met God. En dat gaat ver boven de primaire vertelling uit. Hoe spreken wij met God?

De roepingsscène van Mozes is onvergetelijk (Ex 3,14). Heel mooi: “Wie ben jij?” Waarop God: “Wie ben jij eigenlijk?” Daar gaat het om. Schitterend hoe verlamd Mozes wordt voorgesteld bij deze verrassende ontmoeting. Is het een droom, een hallucinatie? Net zoals het Bijbelverhaal blijven verscheidene interpretaties mogelijk. En dat is allicht de waarde van de film. Zo wordt in beeld gebracht: de (schijnbare) afwezigheid van God wanneer wij God nodig hebben. Het niet-manipuleerbare van God (noch van de mens, trouwens). Het herkennen van God in de ander (zijn zoontje) en tussen de anderen (het volk). De onmacht die Mozes voelt bij zijn onmogelijke missie. En zijn falen. In feite is de film één lange interpretatie van de naam Israel, die Ramses begrijpt als “hij die vecht met God” en Mozes veelbetekenend verbetert als “hij die worstelt met God.” De film is inderdaad een weergave van een gevallen held (elk van ons) die met God worstelt.

Het enige dat in dat geheel niet strookt met de Bijbel en met ons huidige godsbeeld is het feit dat het Bijbelse godsbeeld evolueert. Wanneer je God begint voor te stellen als kind dan leg je Hem dingen in de mond die wraakzuchtig kunnen klinken. Op dat moment lijkt de mens Mozes beter dan de gemene oudtestamentische God. Wat niet strookt met mijn postmoderne gevoeligheid is het totaal ontbreken van de “achteruitkijkspiegel-God”: de God die je pas herkent als je terugkijkt (Ex 33,23). “Ja, God was hier en ik wist het niet!” (Gn 28,16) Niet een God die alles op voorhand uitstippelt, en “je moet maar toekijken” (hoe Ik het Egyptisch volk plaag en plaag en plaag), maar een God die de mens vrij laat. Niet een God die voorwaarden stelt (die behoort nog tot een verkeerd godsbeeld), maar een God van beloften (heel Bijbels en actueel op de koop toe). Zelfs na de lange weg, als ze voor de zee staan, moet het volk nog geloven en vertrouwen in de belofte, want de zee is niet helemaal opgedroogd en sputtert flink tegen. Ze moeten hun angsten overmeesteren en zich door die zee worstelen, naar het beloofde land.

Blij verrast was ik dat zowel de zee als de plagen zo realistisch en natuurlijk voorgesteld waren, zodat een postmoderne blik niet met een deus ex machina zit opgescheept. Wij houden niet zo van het onverklaarbare. Juister is het om het bovennatuurlijke, het goddelijke, te zien werken doorheen het natuurlijke, het verklaarbare, het menselijke. Daar gaat de film ook over.

Geschreven door BERT DAELEMANS

Exodus: Gods and Kings

17/12/2014
Regisseur: 
Productiejaar: 
2014
Distributeur: 
Fox

Media: 

onomatopee