Faust

Eindelijk is het zover. Faust, de vrije Goethe-interpretatie van maestro Aleksandr ‘Russian Ark’ Sokourov, de Gouden Leeuw van Venetië 2011, krijgt een officiële release in de Belgische bioscoop. Sokourov komt begin september zelf zijn film voorstellen in de Bozar.

Grote literatuur heeft altijd getracht een antwoord op onze ultieme levensvragen te vinden. Wie ben ik? Welke zin hebben lijden en dood? Bestaat God? Shakespeares Hamlet (1602), de Mona Lisa van de literatuur, en Goethes tweedelige Faust (1808 – ‘31), de Bijbel van de Duitse literatuur, voeren protagonisten op, archetypen van de zoekende westerse mens. De ene een jonge prins, de andere een oude prof op zoek naar de eeuwige jeugd. Zowel Hamlet als Faust zijn intellectuelen die aan de universiteit van Wittenberg hebben gestudeerd. Twee teruggetrokken eenzaten die erg marginaal leven; de ene omdat er iets ‘rotten in the state of Denmark’ is, de andere omdat hij in het occulte zijn heil wil zoeken. Ze praten vooral met zichzelf; hun monologen zijn wereldberoemd geworden en dankzij die alleenspraken leren we hun intiemste verlangens kennen. Er een einde aan maken is er een van.

In ‘to be or not to be’ verwoordt Hamlet magistraal het credo van de zelfmoordenaar en Fausts suïcidale plannen worden op het nippertje door de klokken van het paasfeest verijdeld. Beiden storten ook een jonge onschuldige maagd in haar ongeluk; de mooie Ophelia en het naïeve Gretchen, schoolvoorbeelden van de tragische heldin, worden gek en sterven uit liefdesverdriet. Hamlet en Faust zijn daarbij erg geïnteresseerd in het bovennatuurlijke. Hamlet vreest dat de geest van zijn vermoorde vader wel eens een kwade demon zou kunnen zijn die hem aanspoort wraak te nemen op de moordenaar, zijn oom Claudius. Vandaar zijn constante aarzeling om zijn oom te doden. Hamlet “thinks too much”. Hij is een twijfelaar, geen dadenmens.


“Im Anfang war die Tat!” 


Faust daarentegen vreest het occulte niet. Hij is een man van de daad die we het evangelie van Johannes horen vertalen als ‘In den beginne was de daad’ met als verantwoording: “Er staat geschreven: In den beginne was het woord; zó'n waarde kan ik niet voor 't woord bepalen, Ik moet het anders hier vertalen, … Ik zie het thans. Op eenmaal weet ik raad. En schrijf ik gerust: In den beginne was de daad!” Actie is de creatieve kracht van het universum, volgens Faust. Daarom roept hij zelf de duivel op. Zijn motieven formuleert hij de eerste keer dat we hem ontmoeten in zijn studeerkamer. “Nu heb ik dan filosofie, rechten en artsenij, en ach! Helaas ook nog theologie, terdege beoefend, nacht en dag. Daar sta ik nu, ik arme dwaas! Zo wijs als in´t begin helaas; … Geen hond wil zo nog langer leven! Daarom heb ´k mij aan de magie gegeven.” Via magische spreuken roept Faust de duivel Mephistofeles op die van poedel verandert in een reizende student. “Ik ben een deel van die kracht die steeds het boze wil... Ik ben de geest die eeuwig ondermijnt. En dat terecht! Want alles wat ontstaat, verdient dat het te gronde gaat.” Ze sluiten een pact dat met Fausts bloed wordt ondertekend.
Met dat nihilistische cynisme trekken Faust en Mephistofeles door de wereld op reis. Als het alter ego van Faust kan Mephistofeles hooghartige commentaar leveren op allerlei situaties. “Met deze drank in je lijf zie je weldra een Helena in ieder wijf”, voorspelt hij nadat hij Faust naar de keuken van een heks heeft gebracht, die hem in een jongeman verandert. Met Helena van Troje zal hij pas later trouwen; eerst valt hij voor de charmes van het volksmeisje Gretchen. Ook zij wordt verliefd en drukt haar gevoelens onwezenlijk mooi uit in haar spinnewiellied: “Meine Ruh' ist hin, Mein Herz ist schwer, Ich finde sie nimmer, Und nimmermehr.” In een tweegevecht met Faust sterft Gretchens broer Valentin en als Gretchen van Faust zwanger blijkt, doodt ze, uit angst verstoten te worden, haar kind. Ze belandt in de gevangenis, belijdt aan God haar schuld en sterft. “O wär’ ich nie geboren!”, roept Faust totaal ontredderd uit.

“Verweile doch, du bist so schön”

Wat Faust niet te weten komt in Goethes magistrale magnum opus is dat God zelf in de proloog de duivel heeft toegestaan Faust te verleiden tot een overeenkomst, met het rotsvaste vertrouwen dat het goede in Faust zal zegevieren. De voorwaarde die Faust aan zijn eigen pact verbindt, zal hem uiteindelijk toch redden van de eeuwige verdoemenis: “Als ik tot het ogenblik zeggen kan: blijf nog, je bent zo wondermooi! dan mag je mij in de boeien slaan, dan ben ik voortaan graag je prooi!” Het tweede deel van Faust speelt zich af aan het hof van de keizer waar Faust rijk is geworden door Mephistofeles’ uitvinding van het papiergeld. Tijdens een van de vele hoffeesten wordt hem de mooie Helena voorgetoverd.

Zijn assistent Wagner heeft ondertussen Fausts plaats aan de universiteit ingenomen. Daar heeft hij een kunstmatige mens gefabriceerd, Homunculus genaamd. Deze proefbuisbaby avant la lettre wijst Faust de weg naar het Griekse dodenrijk Hades, waar hij zijn schone Helena vindt. Uit hun liefde wordt Euphorion, de poëzie, geboren. Euphorion sterft jong en Helena keert met haar dode zoon terug naar het dodenrijk. Faust raakt voor de tweede keer zowel zijn kind als zijn geliefde kwijt. Als de duivel dan zijn ziel komt opeisen, wordt Faust toch nog gered. De liefde heeft overwonnen en de duivel heeft uiteindelijk zijn weddenschap verloren. “Wanneer je niet dwaalt, kom je niet tot verstand” en wie tijdens zijn leven als ‘Streber’ volhardt, mag op genade rekenen.

“Het eeuwig-vrouwelijke is wat ons leidt”, is de finale conclusie van dit monumentale epische gedicht, waaraan Goethe zestig jaar werkte. Het is dan ook een mijlpaal van de westerse literatuur, net zoals Dantes Divina Commedia (1315). Goethe was een creatieve duizendpoot, maar drong tijdens zijn leven nooit aan op een theaterenscenering van zijn stuk met 38 settings en 20 uur speeltijd. Toch blijft Faust het meest opgevoerde toneelstuk met als meest recente de ambitieuze acht uur durende opvoering in het Duits op het festival van Avignon, in regie van Nicolas Stemann. Hetzelfde geldt voor Hamlet. “To book or not to book a year in advance” in Londens Wyndham’s Theatre was de hamvraag om Jude Law “To be or not to be”  te zien debiteren in… een sneeuwstorm.

De almacht van de verbeelding

In het ‘Voorspel op het Toneel’, dat Faust voorafgaat, zegt de theaterdirecteur dat je op toneel vooral je verbeelding moet gebruiken. Hemel, aarde en hel worden verbeeld op dit ‘engen Bretterhaus’, dit beperkte plankenhuis. Net zoals de slag van Agincourt  in Shakespeares Wooden O! Dat de Russische filmregisseur Aleksandr Sokourov een rijke filmische en poëtische verbeelding heeft, bewijst zijn omvangrijke oeuvre. FAUST, zijn 15de film heeft hij dan ook met de nodige dichterlijke vrijheid aangepakt. Goethes beroemde verzen, gesproken en in voice over, worden dikwijls in een andere context geplaatst; van goddelijke genade is er geen sprake.

Bij Sokourov geen God in de hemel die gelooft in het goede in Faust. Wel een hemel met een rondvliegende spiegel die 137 minuten lang een gitzwart, pessimistisch beeld van het leven op aarde reflecteert. Met als openingsbeeld een beeldvullende penis van een opengesneden lijk waarin Faust en zijn assistent Wagner tevergeefs op zoek zijn naar de ziel. Faust is hier, net zoals zijn vader, een straatarme arts die honger lijdt en zelfs de doodgravers niet kan betalen, laat staan een verjongingskuur. Om geld te lenen moet hij dus terecht bij Mephistofeles, hier Mauricius geheten, een woekeraar, een ‘userer’, zoals Shakespeares Shylock.

Het kwade bij Sokourov wordt dus (terecht!) met geld en kapitalisme geassocieerd. O ironie dat het net Poetin was die Sokourovs film het ontbrekende budget bezorgde. Mauricius is dus geen student, maar een grotesk misvormde pandjesbaas met een penis als staart. Hij vergrijpt zich aan heiligenbeelden, kakt in de kerk en verbastert Goethes beroemdste vers tot “Verweile doch, das ist nicht schön” terwijl hij op het einde door Faust gestenigd wordt. Mijlenver staat deze doodenge en sinistere Mephistofelesversie van de showmasterversie die onlangs in een toneelopvoering zijn publiek vroeg: “Wollt ihr den totalen Spaß?”

In Sokourovs FAUST zitten we in een Hieronymus-Boschlandschap waar het kwade heerst en lelijkheid troef is, met als summum de Homunculus, de übermensch door Wagner geschapen uit een mengsel van asperges, de plant leontodon en de lever van ‘n hyena. Dat monsterlijke gedrocht spat uiteen voor de ogen van Gretchen. Een groter contrast met de hevig uitgelichte grootopname van Gretchen die haar spinnewiellied citeert en samen met de verliefde Faust het meer induikt, is ondenkbaar. Ontroerende, poëtische scènes die afwisselen met een duistere queeste door de onderbuik van de maatschappij en de krochten van de menselijke geest, gefilmd in een cinematografische stijl duidelijk beïnvloed door de Vlaamse en de Nederlandse schilderkunst. Pure cinema geprojecteerd in het (vierkante 1.33) stille filmformaat.

Sokourov ziet zijn FAUST als de filosofische afsluiter van zijn vierluik over corrumperende macht: Moloch (1999), Taurus (2001) en The Sun (2005), respectievelijk zijn filminterpretatie van Hitler, Lenin en de Japanse keizer Hirohito. Juryvoorzitter Darren Aronofsky verdedigde de Gouden Leeuw voor FAUST in Venetië 2011 als volgt: “Er zijn films die je doen huilen, lachen, nadenken. En er zijn films die je raken en je leven voor altijd veranderen. FAUST is zo’n film.” En wat zou Hamlet gezegd hebben over Sokourovs film? “Er is meer tussen hemel en aarde dan waar je in jouw filosofie van dromen kunt!” Faust zou het korter en bondiger gehouden hebben: “Welch Schauspiel! Aber ach! Ein Schauspiel nur!”

*Alle geciteerde verzen verwijzen naar Goethe Faust, Deutscher Klassiker Verlag, 1994, ISBN 3-618-68001-5.

Geschreven door KAREL DEBURCHGRAVE

Faust

18/09/2013
Regisseur: 
Productiejaar: 
2011
Distributeur: 
Brunbro

Media: 

Trailer: 

G4zLlLfYGmU

onomatopee