Foxtrot

De Israëlische filmmaker Samuel Maoz beroert mensen. Al zeker in zijn geboorteland, waar velen hem zien als een nestbevuiler. Acht jaar na zijn debuut Lebanon levert de ex-militair met FOXTROT opnieuw een omstreden maar (in Venetië) bekroonde film af. Een intieme tragedie in drie bedrijven over de absurditeit en de traumatische impact van oorlog.

Net zoals Ari Folman (Waltz with Bashir) en Yariv Mozer (My First War) is Samuel Maoz een voormalig militair die deelnam aan de eerste Libanese oorlog in 1982 en vele jaren later de filmcamera opnam om te vechten tegen oorlogsdemonen. Zijn in Venetië bekroond fictiedebuut, de antiheroïsche oorlogsfilm Lebanon, is autobiografisch en refereert aan die oorlog.

In Lebanon plaatst Maoz zijn camera in een tank met vier beginnende dienstplichtigen die worden belaagd door vijandige Syrische troepen en tot gruwelijke vergeldingsacties worden gedwongen door hun falangistische bondgenoten. De emotionele impact daarvan blijkt wanneer de tank – een cocon die het gezichtsveld van de soldaten limiteert – zich vastrijdt in een zonnebloemenveld. Onzekerheid, angst, chaotisch gedrag, radeloosheid en een onvermogen om het grotere beeld te zien creëren verwarring die uiteindelijk leidt tot een bloedbad.

Maoz’ recentste, het gestileerde drieluik FOXTROT, is geen oorlogsfilm. Toch laten de trauma’s van de oorlog opnieuw hun sporen na. Samen met de mythe van de Israëlische natie en de erfenis van de Holocaust drukken ze hun stempel op de Israëlische samenleving en haar burgers. Ook al groeit er een kloof tussen generaties, waardoor de perceptie en het aanvoelen van de historische wonde verandert.

Het idee voor FOXTROT ontstond toen Maoz door zijn eigen schuld haast zijn dochter verloor. De twee hadden een ruzie omdat ze zich overslapen had. Vervolgens stuurde hij haar niet met de taxi, maar met de bus naar school. Een half uur later hoorde Maoz op de radio een nieuwsflash over een bomaanslag op de lijn die zijn dochter moest nemen. Daarbij zouden heel wat doden te betreuren zijn. Toen zijn dochter haar telefoon niet opnam, doorstond Maoz doodsangsten. “Dat was het ergste uur van mijn leven,” bekende Maoz aan De Filmkrant, “erger dan de hele oorlog in Libanon. Na een uur kwam ze thuis: ze had die bus nét gemist. Ze had hem zien staan op het busstation, ze had nog gerend en gezwaaid, maar de buschauffeur was niet zo aardig geweest om te stoppen.”

Wat Maoz inspireerde tot FOXTROT was niet het incident, maar zijn eigen reactie: “Mijn eerste gedachte was dat ik deze straf verdiende, dat dit een onvermijdelijk deel van mijn lot was.” De ontredderende cocktail van angst, woede en schuldgevoelens fascineerde zodanig dat Maoz wel iets zag in een film opgebouwd als een Griekse tragedie, “met zo’n typisch Griekse held die zijn eigen straf creëert, een held die zich onbewust is van de uitkomst van zijn daden. Elk deel van FOXTROT is anders: de scènes in het appartement van de ouders zijn scherp, kil, symmetrisch, verstikkend; die bij het checkpoint zijn bedwelmend, hypnotiserend. De film zweeft daar iets boven de grond, als de wereld van een dromerige artiest. En het slotstuk is ontroerend.”

Zowel Lebanon als FOXTROT legt Israëlische wonden bloot. Toch is er een verschil tussen beide. “Lebanon ging over trauma, FOXTROT over posttrauma”, stelt Maoz in NRC. “Lebanon was een persoonlijke uiting van iemand die als 20-jarig kind zonder enige ervaring met geweld opeens mensen moest doodschieten.” Een ander onderscheid is dat FOXTROT gaat over het tragische karakter van de ‘Israëlische situatie’, over rouwende ouders van gevallen frontsoldaten, over het arbitraire karakter van de dood in Israël, over de kloof tussen de tweede en derde post-Shoahgeneratie en de prijs die de Palestijnse bevolking betaalt. Die Palestijnen zijn immers de eerste slachtoffers van vernederingen (een koppel wordt tot tranen bewogen door de controle van soldaten) en van een drama (een vergissing leidt tot paniek en een dodelijke reflex).

Met FOXTROT onderzoekt Maoz de kloof tussen wat we onder controle hebben en wat daaraan ontsnapt. Die cerebrale insteek leidde tot de drie-aktstructuur met een openingsdeel dat choqueert, een tweede deel dat intrigeert en een slotluik dat emotioneel raakt. “De eerste akte is die van vader Michael,” stelt Maoz, “hard, koel, grafisch en symmetrisch. De derde akte is die van zijn vrouw Dafna. Eenvoudiger en warmer. Daartussenin zit de akte van hun zoon Jonathan, de artistieke ziel die zweeft tussen realiteit en verbeelding. De film is een filosofische puzzel die draait rond het concept van noodlot, maar een verhaal vertelt dat verankerd is in de werkelijkheid.”

FOXTROT opent met een klop op een appartementsdeur, de vraag “Mrs Feldman?” en een vrouw die flauwvalt. We bevinden ons in Tel-Aviv en de aankloppende militairen komen het slechte nieuws brengen dat zoon Jonathan, een soldaat aan de slag in een afgelegen grenspost, om het leven is gekomen. Maoz neemt de tijd om te observeren hoe moeder, vader, oom en zus reageren. Hoe ze lijden, het uitschreeuwen of met medicijnen verdoofd worden. Het lijkt een rauw realistische episode, maar bizarre momenten (zoals het glas water dat Michael exact om het uur moet drinken of zijn extreem theatrale woede-uitbarstingen) wijzen op het allegorische karakter van deze akte. De met bloed bespatte muren vol foto’s en affiches zorgen voor een surrealistische touch.

Het is een voorbode voor een absurde plottwist: Jonathan blijkt niet dood, maar door de overheid verward met een naamgenoot. Akte twee dompelt ons helemaal onder in het absurde en symbolische. Jonge soldaten die leven in een alsmaar schuiner en dieper in de drassige grond zinkende container, laten in hun grenspost kamelen passeren, maar trachten mensen strikt te behandelen. De eenzame grenswachter Jonathan bewerkt hen met licht, met zijn tekenpen en met zijn fantasie.

Angst en een militaire reflex leiden toch tot een fatale blunder waarbij Palestijnse burgers het leven laten. Een affaire die letterlijk (een bulldozer ‘begraaft’ de auto met inzittenden) toegedekt wordt. Maar het lot (of is het karma?) slaat toe, met als sleutelfiguren een kameel en Michael, die bij de militaire overheid de terugkeer van zijn zoon eist. De tragedie zorgt in de derde akte voor rouw en loutering. Voor schuld en boete.

De titel FOXTROT – naam van een dans waarbij dansers steeds opnieuw eindigen op hetzelfde vertrekpunt, welke variatie ze ook kiezen – is uiteraard symbolisch en met zijn nadrukkelijk theatrale aanpak onderstreept Maoz dat. Michael zegt het met zoveel woorden in de derde akte. De foxtrot duikt echter al vroeger op, wanneer Michael zijn hoogbejaarde en dementerende moeder gaat vertellen dat haar kleinzoon dood is.

Wanneer hij haar – versuft van het verdriet – zoekt, stapt hij per ongeluk een zaaltje binnen waar ouderen danspasjes oefenen. Het is de foxtrot. De banale vrolijkheid en bevreemdende details (zoals de hond die schoppen krijgt van Michael en het gestructureerde begrafenisritueel dat legerverantwoordelijken willen opdringen) geven aan dat er iets vreemds aan de hand is. Een perfecte overgang naar de soldaten die de grensbareel openen voor een voorbij slenterende kameel.

Maoz maakt een weloverwogen en sterk gestructureerde film, maar wel een over de absurditeit van het bestaan. Niet toevallig keert ook in de vormgeving de chaos steeds weer terug: op de muren hangen schilderijen met kriskras door elkaar lopende lijnen, op de vloer vormen tegels een Escherachtig patroon van blokken. Een (rechte) lijn is er niet, noch in het leven, noch in de film. De cirkelbeweging van de dans keert terug in de filmstructuur met een beweging die gaat van bittere afschuw naar donkere humor en terug. Van revolte (woede over hoe het zo is gelopen) naar berusting (machteloos tegenover de werking van het noodlot) en terug.

Cruciaal is dat een grap nooit zomaar een grap is bij Maoz. Zo is er het verhaal van Michael, die als tiener de familiebijbel (een erfstuk dat Auschwitz overleefde) ruilde voor een Playboy, wat hem jaren van trauma en schuld opleverde. “Foxtrot gaat over de tweede en derde generatie Holocaust-overlevers, die aan dat trauma hun eigen oorlogstrauma’s hebben toegevoegd,” aldus Maoz, “een eindeloos traumatische situatie. Maar een oude bijbel die van generatie op generatie is doorgegeven als Holocaust-gedenkstuk inruilen voor een Playboy lijkt me positief en gezond. Dat betekent: kiezen voor het leven.”

FOXTROT kreeg in eigen land bergen kritiek. Links verweet Maoz geen partij te kiezen. “Ik ben geen vlaggendrager”, repliceert hij. “Ik maak films.” Voor de Israëlische minister van Cultuur Miri Regev was de film “anti-Israëlische propaganda”. Daarbij moet vooral de scène het ontgelden waarin grenswachters een bloedbad laten volgen door een cover-up.

De cineast verdedigt zich door te zeggen dat het een symbolische scène is die vooral kritiek levert op het feit dat problemen in Israël systematisch toegedekt worden: “Een realistische film over zo’n roadblock interesseert me niet. Mijn cinema is überhaupt niet naturalistisch. Het is een ervaringscinema, die probeert door te dringen tot de ziel van de personages.”

Dat FOXTROT omstreden is, stoort Samuel Maoz niet. Integendeel, hij “wil dat mensen zich erover opwinden. Dat we beginnen te praten, want bij ons wordt alles altijd doodgezwegen”. De controverse resulteerde in een boxofficehit én in verhitte discussies. Die discussies waren nodig, want “elke samenleving zou ernaar moeten streven zichzelf te verbeteren. En de snelste weg naar verbetering is openstaan voor kritiek. Iemand zei ooit: ‘Onze fouten zijn de mislukkingen van onze kinderen.’ Als ik kritiek heb op de plek waar ik leef, dan is dat omdat ik me zorgen maak. Omdat ik die wereld wil beschermen. Dan is dat uit liefde.”

FILM: **** / geen extra’s

Meer dvd- en blu-raybesprekingen vind je terug in de rubriek 'Huisbios' in ons maandblad, te koop in deze verkooppunten of te verkrijgen met een abonnement.

Geschreven door IVO DE KOCK

Foxtrot

Regisseur: 
Scenario: 
Genre: 
Productiejaar: 
2017
Distributeur: 
September Film

Media: 

onomatopee