The Front Page

Billy Wilder wordt vooral herinnerd voor zijn werk uit de jaren 50, van ‘Sunset Boulevard’ tot ‘Some Like it Hot’, maar de Oostenrijks-Amerikaanse cineast draaide tijdens de seventies enkele miskende meesterwerken: het melancholische ‘Avanti!’, het tragische ‘Fedora’ én de bitterzoete komedie THE FRONT PAGE.

“Ik maak geen cinema maar films”, vertelde de immer bescheiden Billy Wilder (1906-2002) aan Cameron Crowe in Conversations with Wilder. In dat interviewboek is de regisseur van Ace in the Hole kritisch voor de andere film waarin hij journalistiek fileert, THE FRONT PAGE uit 1974. Alhoewel hij de versies van Lewis Milestone (The Front Page, 1931) en Howard Hawks (His Girl Friday, 1940) fel overschat vindt, toont hij zich erg zelfkritisch over zijn remake: “Pauline Kael had gelijk toen ze op onvolkomenheden wees.”

Té kritisch vinden we. Crowe spreekt terecht over “an authentic and top-notch period comedy set in the newspaper business”, eerlijker dan het nostalgische The Sting (George Roy Hill), dat het jaar voor Wilders film wél een hit werd. “Met Robert Redford en Paul Newman in de rollen van Jack Lemmon en Walter Matthau zou THE FRONT PAGE niet zo grappig geweest zijn,” benadrukt Wilder fijntjes, verwijzend naar de mix van humor en menselijkheid die zijn favoriete duo zo perfect creëerde.

De journalistieke roots van Wilder

Geprikkeld door het commerciële fiasco van Avanti! (1972) en de kritiek dat hij zijn bijtende kritiek had ingeruild voor sentimentalisme, aanvaardde Wilder een zeldzame keer een opdrachtfilm. Enkel The Seven Year Itch (1955) en The Spirit of St. Louis (1957) waren geen persoonlijke projecten. Producent Paul Monash stelde hem een derde versie voor van een door Ben Hecht en Charles MacArthur geschreven toneelstuk (Ted Kotcheff zorgde in 1988 met Scoop voor een vierde versie). Al is er een link met Wilder zelf: hij was in Wenen een tijdje actief als journalist. “Misschien aanvaardde ik het project wel omdat het mij veertig jaar terugbracht in de tijd, toen reporters nog glamourfiguren waren”, lezen we in een boekje bij de blu-rayeditie van Rimini.

Toch is er geen greintje nostalgie te bespeuren in THE FRONT PAGE. De journalisten zijn erfgenamen van de cynische arrivist die in Ace in the Hole (1951) voor niets terugschrikt om ‘zijn verhaal’ te creëren. Journalist Hildy Johnson (Lemmon) wil zijn job in Chicago wel inruilen voor een rustig huwelijksleven elders, maar verschilt in de grond niet veel van zijn hoofdredacteur Walter Burns (Matthau), een mooiprater die tot alles bereid is om een sensationeel verhaal te brengen en zijn beste reporter te behouden.

De ten onrechte ter dood veroordeelde Williams die ontsnapt en een prostituee met gouden hart die de onschuldige wil beschermen, zijn enkel figuranten in het steekspel tussen het journaille dat de executie komt verslaan. De narcistische en pokerende krantenmannen in de perszaal zijn geen idealistische bewakers van de democratie, maar spiegelbeelden van een corrupte en genadeloze samenleving. Niet toevallig zorgt enkel een prostituee voor menselijkheid en heroïsme.

Komedie met ernstige thema’s

THE FRONT PAGE is een screwball comedy, een zedenkomedie die naast de traditionele ingrediënten (relatieproblematiek, bedrog, spetterende dialogen) ook een flinke portie tragiek en kritiek bevat. Humor en ernst gaan samen. Twee thema’s duiken op: de schrik voor het communisme en angst voor homoseksualiteit. Wilder knipoogt daarbij naar freudiaanse psychoanalyse. Een gekke psychiater ligt aan de basis van de ontsnapping van Williams omdat hij hem een pistool van de sheriff bezorgt. Williams neemt de benen niet zonder het libido van de psychiater te hebben beschadigd en het imago van de sheriff om zeep te hebben geholpen. Vlucht, achtervolging, paniek: de chaos is volledig. Verslaggever Hildy verbergt de bloedende Williams in een bureau-met-rolluik, maar die poging is even gedoemd als de betrachting van de politie om een vrijlatingsbevel te verdoezelen. Het verborgene komt altijd naar boven om de rust te verstoren.

Wilder brengt ook de Red Scare, de anticommunistische paranoia die Amerika in haar greep hield, aan de oppervlakte. Williams is een gauchist die een oproep om twee ter dood veroordeelde anarchisten te bevrijden in fortunie cookies smokkelt en tevens een vakbond voor prostituees tracht op te zetten. Hij is de zondebok, de “bolsjewistische tijger”, voor een corrupte burgemeester die politiek gewin ziet in zijn executie en hij inspireert Hildy tot de krantentitel ‘Rhapsody in Red’ (een verwijzing naar componist George Gershwin). Opmerkelijk is dat Wilder niet zozeer focust op blacklisting, die vooral Hollywood trof, maar aangeeft dat de angst voor communisme al dateert van kort na de Russische Revolutie van 1917 en verbonden was met schrik voor sterke vakbondswerking.

In een als extra toegevoegd gesprek praten journalisten Mathieu Macheret en Frédéric Mercier uitgebreid over een ander ernstig thema van THE FRONT PAGE: homoseksualiteit. Dat onderwerp kwam reeds terloops aan bod in Some Like it Hot (1959) en werd nadrukkelijk uitgewerkt in The Private Life of Sherlock Holmes (1970). Wilder maakt van Roy Bensinger (David Wayne), in de theatertekst van Hecht en MacArthur vooral een perfectionistisch journalist, een homoseksueel die onbewogen blijft bij de homofobe flauwigheden van zijn collega’s. Voor Wilder was dit personage een middel om het homoseksuele aspect van de liefde-haatrelatie tussen Hildy en Walter te belichten. Uitgesproken wordt het nooit, maar gebaren en blikken zeggen genoeg. Walter is een bullebak, maar zijn hand op de rug van een in trance schrijvende Hildy en zijn blik naar de vergeten verloofde zetten de band tussen beide mannen in de verf. Uiteindelijk zal een huwelijksgeschenk dat er geen is (een uurwerk dat Hildy niet had mogen aannemen) hun relatie consolideren.

Veranderende tijden

In het jaar van Chinatown, The Godfather II en Towering Inferno ging THE FRONT PAGE haast ongemerkt voorbij. Dat kwam hard aan bij Wilder, die het beperkte commerciële succes zag als een persoonlijke afwijzing. “De tijd van de Ernst Lubitsch-komedies is voorbij”, klonk het bitter. “Die stijl hield ik heel mijn carrière aan en ik heb THE FRONT PAGE dan ook zo elegant mogelijk trachten te maken. Maar het publiek wil nu Clint Eastwood zien zwaaien met een wapen dat groter is dan 140 penissen. Vriendelijkheid en geestigheid bevallen niet langer.” Het gevoel het einde van een tijdperk te beleven zou Wilder in Fedora (1978) verbinden met tragiek, voor hij afscheid nam met het melancholische Buddy Buddy (1981). Opnieuw een remake (van L’emmerdeur uit 1973), zij het een minder geïnspireerde dan THE FRONT PAGE. Maar goed, nobody’s perfect.

FILM: **** / EXTRA’S: **** (interviews Jack Lemmon & Walter Matthau, gesprek Mathieu Macheret & Frédéric Mercier, boekje)

Geschreven door IVO DE KOCK

The Front Page

Regisseur: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
1974
Distributeur: 
Rimini Editions

Media: 

onomatopee