Geen Big Ben: Britse film na Brexit

Toen acteur Ralph Fiennes ruim een jaar geleden in Sevilla de oeuvreprijs van de European Film Academy in ontvangst nam, betreurde hij in zijn toespraak het “pijnlijke en deprimerende” niveau van het Brexit-discours. “I am a strong remainer”, positioneerde hij zich. “Ik geloof dat het belangrijk is om de barrières weg te nemen om tot een dynamische handel en een culturele dialoog te komen.”

Met Sunshine (1999), In Bruges (2008), The Reader (2008), Coriolanus (2011), The Grand Budapest Hotel (2014) en A Bigger Splash (2015) filmde Fiennes vaak op het Europese continent. Ten tijde van de erkenning voor zijn carrière was hij net terug uit Servië en Frankrijk, waar hij The White Crow (2018) opnam, zijn biopic over danser-choreograaf Rudolf Noerejev. Hij wees erop hoe het transport van het filmmateriaal over de grenzen en de reisdocumenten van de crew met de vele verschillende nationaliteiten na de Brexit een complexe, tijdrovende onderneming zal worden als het vrije verkeer van personen en goederen aan banden gelegd wordt. Elke extra drempel is er een te veel. Was een vertrek uit de EU überhaupt wel verstandig?

Leavers & remainers

De Brexit hangt als een donderwolk boven de filmindustrie. Met zijn speech verwoordde Fiennes het standpunt van vele stakeholders uit de sector. "Vaak weet je niet hoe belangrijk zaken zijn tot je op het punt staat ze te verliezen”, beaamde ook Carol Comley, hoofd Filmbeleid van het British Film Institute, aan Radio France Internationale. Pro-remain-uitspraken voerden onbetwist de boventoon in de eerste reacties op het referendum. Dacht de audiovisuele sector met de televisiefilm Brexit: The Uncivil War (Toby Haynes, 2019) het tij alsnog te kunnen keren? In volle Brexit-onrust kaartte de film de desinformatie en de manipulatie via de sociale media aan door campagneleider Dominic Cummings, vertolkt door Benedict Cumberbatch. “We wilden de film zo vlug mogelijk uitbrengen,” getuigde regisseur Haynes, “omdat een snelle release de gang van zaken zou kunnen beïnvloeden. Vervroegde verkiezingen of een nieuw referendum, de film verliest zijn relevantie niet.” Ondanks de sterke munitie, de goede timing en de hoge kijkcijfers kon de film het leave-kamp de mond niet snoeren. Tegenover de pushmarketing en de schreeuwgelederen op de sociale media van de Brexiteers had niemand verweer. Cummings is intussen de speciale adviseur van premier Johnson in de Brexit-deal.

Chariots of Fire

Het zou echter fout zijn de sector in zijn geheel bij de remainers onder te delen. De Brexit-leuze “Take back control” streelde ook de ijdelheid van vele filmproducenten. Ze wezen erop dat de Britse filmindustrie al in 1995 uit Eurimages gestapt was, het internationale coproductiefonds van de Raad van Europa. Zonder negatief effect op de Britse filmproductie, zo luidde het. David Puttnam, producent van geciviliseerde Britse klassiekers zoals Chariots of Fire (1981) en The Mission (1986) en hoofd van de Britse Film Distributors’ Association, staat niet uitgesproken afwijzend tegenover het Rule Britannia-discours (of illusie?) van premier Johnson. “Een verhoogde investering in de productie en distributie van films met een kenmerkende Britse stempel zou kunnen helpen om de nationale rebranding op gang te trekken”, vindt hij in een gesprek met Screen International.

Ook in de kringen die zaken doen met Hollywood zitten heel wat Brexiteers. Sinds toenmalig premier Gordon Brown in 2006 de taxshelter invoerde, werden de Britse studio’s van Pinewood en Shepperton in de Londense rand de thuisbasis voor Amerikaanse franchises zoals Star Wars en de Marvel-films. In Londen een blockbuster draaien is zoveel goedkoper dan filmen in de VS. Met een zakencijfer van 8 miljard pond is het rekensommetje van het leave-kamp vlug gemaakt. Daarmee vergeleken zijn de Europese filmsubsidies een peulschil. Bovendien speculeert men er stiekem op dat de pond na de Brexit in waarde zou dalen, waardoor de deal voor Hollywood nog aantrekkelijker wordt. Follow the money!

Rimpelloze scheiding of ruptuur?

“We schatten in dat de Brexit geen grote impact zal hebben op de meesten van ons”, klinkt het overheersende Hollywoodstandpunt uit de mond van Paul Hanson, producent van onder meer het De Niro-vehikel Dirty Grandpa uit 2016. Al is niet iedereen gediend van zulke neoliberale logica. De impact van Brexit wordt zwaar onderschat, oordelen vele Britse producenten. Vrije markt en Europese culturele uitwisseling hebben een positief effect op de talentscouting. Door uitsluitend naar Hollywood te staren, vergeten de Brexit-kringen maar al te vaak dat Cannes-ontdekking Andrea Arnold (juryprijs voor Fish Tank in 2009) en recente Oscarwinnaars zoals Steve McQueen en Tom Hooper ooit hun eerste kansen kregen via het Media-Europe Creative-programma van de EU.

Iain Canning, die zowel McQueens Hunger (2008), Shame (2011) en Widows (2018) als Hoopers The King’s Speech (2010) produceerde, is resoluut in een gesprek met The Hollywood Reporter: “De kleinere eerste of tweede projecten van een cineast worden meestal gedraaid met subsidies van Europa. Die zullen na de Brexit moeilijker te maken zijn, wat tragisch is. Als ik geen uitvoerend producent van Hunger was geweest, zou ik nooit de huidige creatieve samenwerking met Oscar-winnaar Steve McQueen hebben.” Eenzelfde ongerustheid klinkt er bij Sixteen Films, de producent van Ken Loach. Voor de Gouden Palm-winnaar I, Daniel Blake (2016) kregen ze 100.000 pond Europese subsidie. De totale EU-financiering van het laatste decennium (cijfers 2007-2017) aan de mediasector in het Verenigd Koninkrijk wordt geraamd op 300 miljoen pond, hoofdzakelijk besteed aan sociaal of cultureel relevante projecten. "De Brexit gaat onvermijdelijk mijn werk ruïneren”, verzucht producent Rebecca O’Brien in Le Monde. “We zijn erg afhankelijk van onze relaties met Europa. Al onze films van de laatste 20 of 25 jaar waren coproducties met Europa. Brexit betekent dat toegang en uitwisseling veel moeilijker worden. We zullen het wiel opnieuw moeten uitvinden.”

Peterloo

Bij de première van Peterloo (2019) beaamde cineast Mike Leigh in The Irish Times: “Brexit was a terrible manipulation of people and their needs. It’s a disaster.” Leigh en Loach vrezen allebei dat de Brexit ook een negatief effect zal hebben op de afzet van hun films. Die worden momenteel over de hele unie vertoond in de bioscopen van het Europa Cinemas-netwerk, gesubsidieerd door de EU. Na de Brexit wordt hun positie kwetsbaarder dan ooit, want hun sociale films zijn niet opgewassen tegen de Hollywooddruk. Ook Claude-Eric Poiroux, algemeen directeur van Europa Cinemas, was verbaasd over de uitslag van het referendum. Toen Europa Cinemas in 1992 werd gelanceerd, maakten slechts zes Britse bioscopen in drie steden deel uit van het netwerk. Momenteel zijn er 53 bioscopen in 40 Britse steden bij betrokken. "Het Verenigd Koninkrijk is voor ons een zeer belangrijk land", zei Poiroux aan Screen Daily. “20 procent van de programmatie van Europa Cinemas in 2015 waren Britse films.” En toen kwam de Brexit …

Anglofobie

De vraag of de Britse film zich moet richten op Europa of op Hollywood is een oud zeer. Alle Europese initiatieven ten spijt koesteren Britse filmkringen graag hun geprivilegieerde Atlantische relatie met Hollywood. Niet de oceaan maar het Kanaal lijkt voor hen de natuurlijke grens. Typerend voor deze houding was de afwezigheid van The Favourite- cineast Yorgos Lanthimos en actrice Olivia Colman op het gala van de European Film Awards afgelopen december in Berlijn, waar ze de belangrijkste Europese filmprijzen wonnen. Wie maalt er in het Verenigd Koninkrijk nog om een Europese prijs als je al de Golden Globe en de Oscar gewonnen hebt?

Een groeiend koor van Europese landen heeft het intussen gehad met dit Britse dedain. Hun verwachting dat ze via de Britse samenwerkingsakkoorden binnen de EU ook makkelijker toegang tot de Amerikaanse markt zouden krijgen, is grotendeels onvervuld gebleven. Britten delen hun connecties in Hollywood niet graag met het vasteland. De Londense producent Jeremy Thomas, die Europese cineasten zoals Bernardo Bertolucci (The Last Emperor, 1987), Matteo Garrone (Dogman, 2018) en Jerzy Skolimowski (Essential Killing, 2010) met Engelstalige films Hollywood binnenloodst, blijft een uitzondering. Thomas vindt de Brexit een nachtmerrie. "Film is een bedrijf zonder grenzen”, zegt hij in The Guardian. “Vanaf het begin van mijn veertigjarige carrière heb ik de wereld als één plek beschouwd om via vrij verkeer van personen en goederen een mix van talenten en uitrusting te verkrijgen.”

Na de eerste schok van het referendum staken de oude irritaties en het gevoel van anglofobie weer de kop op bij producenten van het continent. Het zijn de Britten die wegwillen uit de EU en we kunnen gerust zonder hen, klinkt het van Warschau tot Parijs. “Er is al een tegenreflex op het continent”, merkt ook Thomas op. "Je voelt een zekere kilte. Ze willen niet langer naast je zitten op etentjes."

Brexit: wat nu?
De nakende Brexit heeft al voor beroering gezorgd in het medialandschap. Om te blijven uitzenden in de EU ruilden mediaconglomeraten TBS en NBC-Universal hun Britse uitzendlicentie voor een Duitse. Ook de BBC zocht een bijkomende vestigingsplaats in de EU. Uiteindelijk werd dit Amsterdam. Het aanvankelijke plan dat de oud-kolonie Ierland de moeder van alle Europese tv-stations zou herbergen, ervaarden de Brexiteers als een smet op het Britse blazoen.

Wordt het dan alleen kommer en kwel voor de Britse onafhankelijke producenten na de Brexit? Het referendum heeft geleerd dat een set goede normen en mondelinge beloften alleen niet voldoende is om de sector te beschermen. Om te vermijden dat de Britse regering poker speelt met de filmbelangen, stelde het gezaghebbende British Film Institute een blauwdruk op met vragen en eisen van de stakeholders. Eigenlijk komt het erop neer dat de filmsector stelselmatig uitzonderingen voor zichzelf bedingt om de oude toestand te bewaren. Het behoud van de Europese subsidies is daar een van. Juridisch niet onmogelijk, want artikel 8 uit de statuten van Creative Europe stipuleert dat ook niet-EU-lidstaten kunnen deelnemen aan het programma. Onder meer IJsland, Noorwegen en de Balkanstaten maken al gebruik van deze clausule.

45 Years

Ook ijvert de sector voor een ‘culturele’ vrijstelling van de douanecontrole op personen- en goederenverkeer, zodat filmcrews en hun materiaal nog vrij kunnen bewegen op het vasteland gedurende de opnameperiode. Met zijn talrijke internationale stagiairs in de Londense filmstudio’s en de Britse filmopleidingen sluit de sector zich ook aan bij de vraag van universiteiten om de Erasmus-uitwisseling te consolideren, zoals ook Turkije, IJsland, Noorwegen en Servië doen zonder EU-lid te zijn. Wat de coproducties met Europa betreft wordt overwogen om de oude afspraken binnen Eurimages weer af te stoffen. Dat kan in theorie probleemloos, omdat het Verenigd Koninkrijk sowieso lid van de Raad van Europa blijft.

Voor al deze voorstellen is het wachten op witte rook van Johnson en co. Na de feitelijke Brexit op 31 januari zal nog veel en lang onderhandeld moeten worden tijdens het overgangsjaar 2020. Want hoe overtuig je de Brexiteers ervan dat uitwisseling van talent – van regisseur, acteur, cameraman tot producent – de nationale industrie kan versterken? De overheid zelf stimuleert de sector om bilaterale akkoorden af te sluiten. Aan de bestaande overeenkomsten raakt de Brexit niet. Daar vallen vooral de deals met Franse producenten onder, een reddingsboei voor Loachs Sixteen Films en Leighs Thin Man Productions, waarvan de films een vaste waarde zijn in de Franse bioscopen.

Johnson stelt dat nieuwe individuele Britse deals de filmindustrie een groter deel van de koek kunnen opleveren dan in de samenwerkingsakkoorden met de EU het geval was. Zo mikt hij in nostalgische British Empire-stijl op een bevoorrechte samenwerking tussen het VK en de boomende filmindustrieën van India en China. Bij de producenten van klassieke Britse epen klinkt dat als muziek in de oren. Britse glorie, dát wel, maar niet meteen het type film waar Loach en Leigh naar streven.

Verlies aan diversiteit
Ondanks Johnsons beloftes en de vooruitzichten van een zekere continuering blijft de filmsector sceptisch, omwille van de mentaliteitswijziging die de Brexit met zich meebrengt. Het wordt nooit meer als voorheen, klinkt het alom. Vooral de roep naar monocultuur, die de Brexit impliceert, wordt als een economische beperking en een cultureel gevaar gezien. Het werkingskader verengt. Een Engelstalige film coproduceren zoals Claire Denis’ High Life (2018) met een Franse regisseur, zou nog net kunnen, maar wat met de categorie Cold War (2018), met een Poolse cast en regisseur en zonder een letter Engels?

Het verlies aan diversiteit zal de filmsector zuur opbreken in alle gelederen, van productie over distributie tot filmwerking toe. “De EU-financiering heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van een uiteenlopende filmcultuur in het VK”, vindt Mark Cosgrove in Screendaily. Hij is conservator van Watershed in Bristol, het oudste mediacentrum in Engeland, met door de EU gesponsorde tentoonstellingen en retrospectieven over onder meer cultuurerfgoed, Latijns-Amerikaanse cinema en Afrikaanse film. “Volgens mij zal de Brexit vooral effect hebben op de circulatie van mensen, ideeën en films. Daar ben ik meer bezorgd over dan over het maken van films”, vult Bertrand Faivre aan in een gesprek met Radio France Internationale. De producent van Andrew Haighs 45 Years (2016) en Lean on Pete (2017) en Jessica Hausners recente Little Joe (2019) is duidelijk bevreesd voor minder diversiteit. In datzelfde gesprek vat producent Gabrielle Tana (Stephen Frears’ Philomena uit 2013) het grote euvel en de nieuwe uitdaging voor de Britse film samen: “Mijn grote bezorgdheid is xenofobie. Dat Brexit grenzen creëert waar die niet zouden mogen zijn. We zouden in gemeenschap moeten kunnen samenwerken." 2020 belooft nog een enerverend Brexitjaar te worden!

Beeld bovenaan: Brexit: The Uncivil War

Geschreven door DIRK MICHIELS

Geen Big Ben: Britse film na Brexit

Media: 

onomatopee