Gerard-Jan Claes & Olivia Rochette over GRANDS TRAVAUX

Documentairemakers Gerard-Jan Claes en Olivia Rochette leven en werken in Brussel. Zelden was een zin van dertien in een dozijn, zoals die veel voorkomen in artiestenbiografieën, zo treffend. Hun nieuwe documentaire GRANDS TRAVAUX is namelijk precies dat: leven en werken in Brussel. Zowel voor beide filmmakers als voor de leerlingen van de beroepsschool Anneessens-Funck met wie ze samenwerkten. Na een première op het Kunstenfestivaldesarts vorig jaar is GRANDS TRAVAUX nu te zien op verschillende vertoningsplekken in Vlaanderen, en op het International Film Festival Rotterdam.

Eerder besteedden Claes en Rochette al aandacht aan de leefwereld van jongeren en de manier waarop die wordt verbeeld. In 2010 studeerden ze af aan KASK – School of Arts in Gent met Because We Are Visual, een audiovisueel essay dat de uiteenlopende, exuberante gemoedsstemmingen van jonge YouTube’ers samenbalt. Uit de meanderende montage van online videodagboeken spreekt zowel de onbekommerde vrijheid als de benauwde beklemming van jongeren die openhartig en ongedwongen uiting geven aan hun verdriet, dromen, baldadigheid en vreugde. De personages van Because We Are Visual beseffen wel degelijk dat ze flirten met de grenzen tussen privé en openbaar, maar verwelkomen net de anonieme publieke ruimte van het internet. Ze bestaan immers in beelden.

Hun afstudeerfilm leverde Claes en Rochette een Wildcard op van het Vlaams Audiovisueel Fonds, wat hen de mogelijkheid bood GRANDS TRAVAUX aan te vatten. Eerst maakten ze nog hun debuutfilm Rain (2012) in opdracht van Rosas, het dansgezelschap van Anne Teresa De Keersmaeker waarvoor ze sinds hun studies audiovisueel werk verzorgen. De documentaire Rain richt de blik op de heropvoering van De Keersmaekers gelijknamige choreografie in het Ballet de l’Opéra national de Paris. Vanuit het voorbereidende werk van de dansers kijkt de film naar de wrijving tussen klassiek ballet en hedendaagse dans achter de coulissen van de Opéra. De persoonlijke betrokkenheid van Anne Teresa De Keersmaeker, die het repetitieproces vaak van op een afstand volgt, breekt door via registraties van telefoongesprekken met haar naaste medewerkers. Opnieuw is het de filmische ruimte die een ontmoeting gestalte geeft.

In 2013 richtten Rochette en Claes samen met docent en documentairemaker Elias Grootaers het productie- en distributieplatform Zéro de conduite op. Daarmee organiseren ze filmprogramma’s in de Beursschouwburg, waar Rochette en Claes van 2013 tot 2016 geassocieerde artiesten waren. In 2013 waren ze ook medeoprichters van Sabzian, een online platform dat met haar agenda en beschouwingen rond cinema een levendige cinefiele cultuur wil bevorderen. Deze initiatieven dragen bij tot een discursieve ruimte waarin films en reflecties over films elkaar aansporen om de verhouding van cinema tot het leven voortdurend te her-denken.

Vanuit het spel van lezen en schrijven, tonen en kijken, filmen en gefilmd worden kwam ook hun nieuwste film GRANDS TRAVAUX tot stand. Op hun eigen zoektocht naar vormen vinden de filmmakers de zoektocht van de jongens op Anneessens-Funck naar een woning, werk, een toekomst... Claes en Rochette maakten een film met medewerking van de leerlingen Ahmadou Barry, Mamadou Diallo, Achmed Xussein en Mohamed Abdi. Ze ontmoetten elkaar in een spel met vormen, in een film.

Jullie film speelt zich grotendeels af in de beroepsschool Anneessens-Funck in hartje Brussel. Over zowel de school als de stad bestaan heel wat uiteenlopende opvattingen. Waar begon GRANDS TRAVAUX voor jullie?

GERARD-JAN CLAES: We dachten al heel vroeg aan de titel GRANDS TRAVAUX. Vervolgens hebben we daar verschillende associaties aan vastgehaakt, al zijn die niet allemaal even expliciet in de uiteindelijke film beland. Veel van deze invalshoeken zagen we samenkomen in Anneessens-Funck, de school waar GRANDS TRAVAUX zich voornamelijk afspeelt. In de eerste plaats verwijst de titel naar de ingrijpende werken die Brussel in de jaren vijftig en zestig tot een bouwput maakten. Daarbij hoort ook het contrast tussen de bouwplannen die een stad vanuit een vogelperspectief vormgeven en wat die dan concreet als publieke ruimte opleveren. Deze ingrepen zijn het symbool geworden voor bepaalde grootstedelijke problemen die Brussel tot op heden kenmerken.

Zoals Rudi Laermans aangeeft in zijn boek Ruimten van cultuur [2001], hebben die naoorlogse ‘grote werken’ een stedenbouwkundige catastrofe ingeluid die tot op vandaag doorweegt in de Brusselse politieke lethargie. Brussel is een erg verbrokkelde stad geworden. Dat zie je nu nog dagelijks bevestigd. Ik ben opgegroeid in Brussel en heb de stad altijd zo ervaren: in een staat van voortdurende afbraak en opbouw. Het is een stad die haar vorm zoekt, die het moeilijk heeft zich een beeld toe te eigenen.

OLIVIA ROCHETTE: Er bestaat een mooie RTBF-reportage uit 1966 die spreekt over de impact van deze werken en reeds pleit voor een modernisme met een humaan gezicht. In het begin van de reportage staat de journalist te midden van wat een ruïne lijkt en beschrijft hij de toenmalige werkzaamheden. Toen al was Brussel een stad waar opbouw en afbraak ongestoord konden plaatsvinden, zonder dat men oog had voor de gevolgen. Daardoor leeft Brussel in een permanente staat van verandering. Die ongrijpbare veelvormigheid trekt ons erg aan als filmmakers.

Toch vormt niet het Brussel van de stadsontwikkelaars de kern van jullie film, maar wel de ruimtes van de jongens en dan vooral hun school.

O. ROCHETTE: We vonden de link tussen het werk van de jongens op school en de werkzaamheden in Brussel erg mooi. Zowat alles in de film draait rond werk. Dit basisconcept kan op vele manieren gelezen worden. De ‘travaux’ uit de titel slaat onder andere op de beroepsopleiding die de jongeren volgen. Ze krijgen de opdracht een aantal ‘kleine werken’ uit te voeren. Zo moeten ze de elektrische installatie van een slaapkamer of badkamer installeren, een videofoon plaatsen of het schakelschema voor een nieuwe woning tekenen. Daarnaast krijgen ze sollicitatietraining die hen voorbereidt op de arbeidsmarkt. De school is dus een plek waar zij aan hun toekomst werken, volgens een opgelegd plan, net zoals de ‘grands travaux’ als doel hadden een toekomstig Brussel vorm te geven. Voor ons gaat GRANDS TRAVAUX dus over hoe deze jongens in Brussel hun leven proberen in te richten.

G-J. CLAES: Arbeid is noodzakelijk om te overleven en allesbepalend voor hoe je deze wereld ervaart. Tegelijkertijd is het een structurele verplichting die helpt onze kapitalistische samenleving draaiende te houden. In die optiek bevat arbeid ook een nutteloze component. Zo voel je dat de werken in Brussel vooral dienden om de opkomende Belgische welvaartstaat te dienen. Wat er gedaan werd maakte niet uit, zolang er maar gewerkt werd. Ten slotte verwijst ‘travaux’ in de titel niet alleen naar Brussel en naar de dagelijkse handelingen van de jongeren, maar ook naar het onontkoombaar structurerende element van film. Voor ons is film steeds een constructie. De bouwstenen moeten in elkaar passen, anders zakt de hele film in elkaar en mist hij beweging of spanning. Daarbij is de zoektocht naar een manier van werken voor deze film heel bepalend geweest.

GRANDS TRAVAUX was dus ook voor jullie een zoektocht naar hoe jullie werk eruit kan zien.

G-J. CLAES: Op veel vlakken voelt GRANDS TRAVAUX aan als een eerste film. We zijn in 2010 afgestudeerd met Because We Are Visual. Het materiaal van deze film was afkomstig van YouTube. We hoefden onze kamer dus niet uit. Die bron was onuitputtelijk en we moesten de vorm van de film louter zoeken in de montage.

O. ROCHETTE: Vervolgens maakten we Rain, een opdrachtfilm voor Rosas waarbij zowel het kader waarin we werkten als de verhouding tegenover de mensen die we filmden contractueel vastgelegd was. In zekere zin was Rain meer gesloten dan Because We Are Visual. De Opéra national in Parijs krijgt voortdurend filmploegen over de vloer en bakent af waar en wat er gefilmd mag worden. De balletdansers die we volgden terwijl ze een choreografie van Anne Teresa De Keersmaeker inoefenden, zijn het gewoon om gefilmd te worden. Bovendien lag het op voorhand vast dat we een film moesten maken van de audities tot aan de première, al waren we binnen dat erg strikte kader heel vrij. Bij GRANDS TRAVAUX was er daarentegen geen kader, alles lag open.

GRANDS TRAVAUX voelde als een volgende stap, zowel op vormelijk als op praktisch niveau. Eenmaal we de keuze hadden gemaakt om op Anneessens-Funck een film te draaien, hebben we even moeten zoeken naar het juiste spoor. Toen we voor het eerst kwamen filmen op Anneessens-Funck, waren de reacties van de leerlingen vaak scherp. Ze vroegen ons terecht waarom we net die school hadden gekozen en wat we precies kwamen doen. Aanvankelijk konden we deze vragen moeilijk beantwoorden.

Veel van jullie scènes hebben een klassieke kwaliteit, bijvoorbeeld met de mediumshots die de personages op borsthoogte in beeld brengen.

G-J. CLAES: Door die klassieke découpage kwamen we na verloop van tijd uit bij een vorm van ‘simulatie’. Korte scènes werden opnieuw opgevoerd voor de camera, om zo bijvoorbeeld tot het shot-tegenshot te komen waarin twee jongens discussiëren over FC Barcelona en Real Madrid. Het shot-tegenshot is een van de oervormen van de cinema en heeft voor mij iets van een volwassen vorm. De jongens net daarin plaatsen, levert een mooi spel op. Veel van de dagelijkse handelingen op school hadden ook al dat simulatie- of spelaspect in zich. We zagen dat bij de sollicitatietraining in de klas, tijdens hun spreekbeurten en ook in hun praktijkoefeningen. Elke leerling heeft een klein houten hok waarin hij moet werken en oefeningen moet maken. Die houten hokken groeiden uit tot decors waarin de jongens zichzelf speelden.

O. ROCHETTE: Zonder dat we het hen ooit hebben moeten uitleggen, als we dat al zouden kunnen, snapten Barry, Mamadou, Achmed en Abdi heel erg goed waarnaar we op zoek waren. Naarmate de opnames vorderden, leken zowel zij als wij beter te begrijpen welke toon en welk ritme goed werkten. De ontmoeting met deze specifieke jongens heeft de film in beweging gezet. Ze hadden echt iets bijzonders en waren heel open. Dat had ook met hun leeftijd te maken. Bij oudere leerlingen verliep het iets stroever.

G-J. CLAES: GRANDS TRAVAUX speelt met een bepaalde mise-en-scène, maar het vertrekpunt blijft, denk ik, steeds observatie. We proberen geen vorm te vinden die door een idee gedicteerd wordt, maar vertrekken steeds van bestaande mensen en plekken. Het blijft voor ons dus altijd documentaire cinema. Vaak wordt het onderscheid tussen documentaire en fictie als redundant beschouwd. Zo zei de Nederlandse documentairemaker Johan van der Keuken ooit: “Licht op een scherm is altijd fictie.” Maar voor ons is er toch nog steeds een verschil en blijft er in documentaire cinema een andere spanning aanwezig. Van der Keuken was zich daar zelf ook van bewust. Het einde van Herman Slobbe [1966], de tweede film die hij maakte over blinde kinderen, legt die spanning bloot. Als hij de jongen Slobbe achterlaat, zegt Van der Keuken in de voice-over: “Alles in een film is een vorm. Herman is een vorm. Tot kijk, aardige vorm.” Die verhouding tussen werkelijkheid en vorm is onlosmakelijk verbonden met documentaire cinema. Fictiecinema, die niet met deze spanning speelt, heeft voor ons een heel andere inzet.

Op 17 februari wordt GRANDS TRAVAUX via DocPoppies vertoond op verschillende plekken in Vlaanderen. Voor meer vertoningen zie deze agenda.

Geschreven door BJORN GABRIELS

Gerard-Jan Claes & Olivia Rochette over GRANDS TRAVAUX

17/01/2017
Genre: 
Productiejaar: 
2016

Media: 

onomatopee