Go Tell the Spartans

Na de propagandafilm ‘The Green Berets’ (1968, John Wayne) kwam de Vietnamoorlog lang enkel aan bod in documentaires (‘Hearts and Minds’, ‘Winter Soldier’). Tot in 1978 Michael Cimino’s Oscarsucces ‘The Deer Hunter’ de weg opende voor ‘Apocalypse Now’, ‘Platoon’ en vele andere. Met dank aan enkele ondertussen in de vergetelheid geraakte releases van datzelfde jaar: ‘Coming Home’, ‘The Boys in Company C’ en ‘Go Tell the Spartans’.

De films van Hal Ashby en Sidney Furie hebben ondertussen een cultstatus verworven, maar GO TELL THE SPARTANS met Burt Lancaster is onbekend en ondergewaardeerd gebleven. Mede door het feit dat filmmaker Ted Post de reputatie van tv-regisseur (Gunsmoke, Rawhide, Peyton Place, Columbo) en Eastwood-huurling (Hang ’Em High, Magnum Force) nooit van zich heeft kunnen afschudden. Ook al maakte hij naast enkele vreemde en fascinerende films (The Baby, The Harrad Experiment) met GO TELL THE SPARTANS de eerste Vietnamfilm die overduidelijk een anti-oorlogsfilm was. Het is dan ook lovenswaardig dat Rimini Editions dit vergeten oorlogsdrama van onder het stof haalt en in puik gerestaureerde versie op blu-ray uitbrengt.

GO TELL THE SPARTANS is een verfilming van Incident at Muc Wa van Daniel Ford. Deze oorlogscorrespondent trok in mei 1964 naar Vietnam om aan de zijde van de soldaten op het terrein de oorlog te ervaren (“ik wou de Ernie Pyle van 1964 zijn, maar toen wist ik nog niet dat die correspondent uit de Tweede Wereldoorlog gesneuveld was tijdens een tocht door de jungle”). Op een ogenblik dat de meeste journalisten verslag leverden vanuit veilige hoofdkwartieren en dan ook vooral als spreekbuis van het Amerikaanse leger fungeerden. Ford koos voor een onderdompelingsjournalistiek die nog minder gecontroleerd was dan het huidige ‘embedded journalism’.

Tijdens een operatie in Tan Hua van de Green Berets, die burgers moesten evacueren en beschermen tegen de Vietcong, merkte Ford dat vluchtelingen en communisten, vriend en vijand, moeilijk te onderscheiden waren. En dat het Amerikaanse leger absoluut geen benul had van de geografie en het gevaar, van de spookdorpen en de uit het niets opduikende belagers. Tijdens Fords Vietnamtrip waren er enkel ‘adviseurs’ actief in Vietnam, maar bij zijn terugkeer naar de VS escaleerde de oorlog naar een grootschalig conflict waarbij 550.000 Amerikaanse soldaten werden ingezet.

Het inspireerde Ford tot een fictieroman die aangeeft waarom de Amerikanen afstevenen op een mislukking en in een krachtige scène voorspelt wat er in de realiteit te gebeuren stond. Het boek en de film sluiten af met de evacuatie van Amerikanen met helikopters terwijl hun Zuid-Vietnamese bondgenoten met vrouw en kinderen achterblijven. Net zoals in 1975, toen bij de evacuatie met helikopters van de Amerikaanse ambassade tijdens de val van Saigon duizenden ‘bondgenoten’ in de tuinen van het gebouw zouden achterblijven. In GO TELL THE SPARTANS voelen enkele protagonisten de Amerikaanse schaamte en blijven ze achter bij de mensen die ze geacht werden te beschermen. Een suïcidale actie die de hopeloosheid en de waanzin van de onderneming weerspiegelt.

Daniel Ford situeerde het gebeuren in het verzonnen Muc Wa “omdat Amerikanen uit de regio Boston, zoals president Kennedy, ‘war’ als ‘wah’ uitspreken en ik de Vietnamoorlog wou omschrijven als een ‘muck war’, een strontoorlog.” Toch viseerde Ford niet zozeer de oorlog: “Ik was vooral anti-leger [en] tegen de beslissing om het leger naar Vietnam te sturen, dat heeft vele levens gekost.” Fords boek werd doodgezwegen, verkocht op beperkte schaal en scenarist Wendell Hayes die de rechten kocht dweilde jarenlang vruchteloos langs Hollywoodstudio’s met het project.

Tot regisseur Ted Post en zijn vriend, de geëngageerde acteur Burt Lancaster (die met Robert Aldrichs Ulzana’s Raid reeds een Vietnamallegorie had gemaakt), surfend op het enthousiasme veroorzaakt door  Coppola’s voornemen om een Vietnamfilm te maken, de kleine onafhankelijke productiemaatschappij Mar Vista Productions wisten te overtuigen. In ruil blikte Post het Chuck Norris-vehikel Good Guys Wear Black in. De filmmakers beschikten over een beperkt budget (de financiers waren dokters, advocaten en immobiliënmakelaars) en kregen geen hulp van het leger, dat vond dat de soldaten te zeer als “ontspoorde losers werden voorgesteld en de visie op de aanwezigheid van het Amerikaanse leger in Vietnam niet realistisch was”. Lees: de aanpak was te kritisch.

De film werd daardoor minder spectaculair, maar behield zijn authenticiteit en zijn bijtende kracht. Vooral de door Lancaster vertolkte majoor Asa Barker blijft een weinig sympathieke antiheld. Iemand die door seksueel wangedrag een glazen plafond zag opduiken in zijn militaire carrière. Iemand ook die bijtend stelt: “Deze oorlog? Een con job die nergens toe leidt, een vicieuze cirkel.” Of ook: “Ben je zeker dat we niet in een gekkenhuis zitten? Soms denk ik dat we in een verdomd gekkenhuis zijn beland.” Terwijl een soldaat tegen een gewonde Vietcong zegt: “I’m going home, Charlie ... if they’ll let me.” Net nadat hij het ontklede lijk van Barker (knipoog naar het lot van Custer na de Slag van Little Big Horn) heeft gezien. Vlak daarna verschijnt de indicatie ‘1964’ in beeld. Waardoor de kijker weet dat de Amerikaanse soldaten niet naar huis zullen mogen gaan. Er komen nog soldaten – en doden – aan.

Terwijl veel Vietnamfilms focussen op de impact van de oorlog op terugkerende soldaten en op de Amerikaanse samenleving, richt GO TELL THE SPARTANS zich op de oorlog zelf. Op de brutale realiteit van de oorlog en de futiliteit van het gebeuren. Scenarist Wendel Mayes introduceert tragiek en fataliteit door een titel die verwijst naar de heroïsche ‘last stand’ van de Spartanen bij de Slag om Thermopylae. In het begin van de film ontdekken de soldaten die een garnizoen moeten oprichten in Muc Wa een oud Frans kerkhof met de graven van 302 gesneuvelden en het opschrift ‘Étrangers, dites aux Spartans que nous demeurons ici par obéissance à leur lois.’

Via de allegorie introduceren de filmmakers fataliteit, maar ook de boodschap dat de mens moet leren uit het verleden (Franse kolonisten als voorlopers van Amerikaanse imperialisten) om fouten in de toekomst te vermijden. De even absurde als onmogelijke missie die volgt is niet het onderwerp van de film, maar een middel om drama te genereren en personages te portretteren. Opvallend daarbij is hoe getraumatiseerd en beschadigd de Amerikaanse personages zijn (zelfmoord wordt niet uit de weg gegaan, er is een soldaat-junkie) en hoe complex de Vietnamese personages blijven.

Met zijn ambigue personages, zijn ontluisterende benadering van oorlogsactie en zijn kritische visie op het leger en de Vietnamoorlog sluit GO TELL THE SPARTANS perfect aan bij de politiek getinte, paranoïde jarenzeventigthrillers (The Parallax View, Three Days of the Condor) en horrorcinema (Dawn of the Dead, The Hills Have Eyes, The Texas Chainsaw Massacre, It’s Alive). Het is rauwe en intense cinema en een film die het verdient om herontdekt te worden. Niet toevallig namen Franse cinefielen hierbij het voortouw. Een vertoning tijdens het Lumière Festival in Lyon in 2010 zorgde voor rehabilitatie, deze blu-ray is een volgende stap in het herwaarderingsproces. Daar kunnen we enkel maar blij om zijn.

FILM: *** / EXTRAS: ** (boekje)

Meer dvd-besprekingen en dvd-themastukken vind je in ons maandelijkse filmmagazine, te bestellen met een mailtje naar info@filmmagie.be, te koop bij een van de verkooppunten, of maandelijks in uw bus via een abonnement.

Geschreven door IVO DE KOCK

Go Tell the Spartans

Regisseur: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
1978
Distributeur: 
Rimini Editions

Media: 

onomatopee