Godzilla

Het enorme dinosaurusachtige monster Godzilla verscheen voor het eerst op het grote scherm in de Toho-film 'Godzilla', waar hij een allegorie was voor de vernietiging die Amerikaanse kernbommen in Hiroshima en Nagasaki aanrichtten. Sindsdien verscheen de allesvernietigende reus in talloze Japanse films, waarin hij ofwel een even monsterachtige vijand verslaat, ofwel de mensheid redt van een of andere ramp. De Godzilla-films geven al vijf decennia een beeld van het politieke klimaat in Japan. Enkele zijn aangepast voor een Westers publiek en terwijl de populariteit groeide, groeide ook Godzilla, van zijn originele vijftig meter tot meer dan honderd meter groot, om te compenseren voor de grotere wolkenkrabbers in Japan. In 1998 waagde Independence Day-filmer Roland Emmerich zich aan een volledig Amerikaanse versie die sterk van het origineel afweek en die misnoegde Japanners ‘Zilla’ doopten. De kritiek was veelal negatief en Emmerich liet de plannen voor een trilogie varen. Nu is het aan Gareth Monsters Edwards om te tonen dat Hollywood met de Japanse franchise om kan springen.

Naar goede Godzillagewoonte inspireerde David Callaham (The Expendables) zich voor het verhaal op ware gebeurtenissen. Een kerncentrale in Japan (een niet zo subtiele verwijzing naar de ramp in Fukushima) wordt verwoest door onverklaarbare aardbevingen, onder andere de vrouw van wetenschapper Joe Brody komt om het leven. Vijftien jaar later aanvaardt Brody nog steeds niet dat de beving een anomalie was, zoals een samenzweringstheoreticus onderzoekt hij de quarantainezone en de vreemde seismografische metingen van de noodlottige dag. Wanneer zijn zoon Ford, die hem van zijn obsessie af wil helpen, hem vergezelt naar de vroegere locatie van de kernreactor, ontdekken ze de moeder van alle doofpotoperaties: een enorm vliegend monster dat zich voedt met radioactiviteit staat op het punt uit zijn ei te komen. Wanneer het wezen de hele wereld bedreigt, kan enkel de hulp van Godzilla baten.

In de originele Toho-films staat Godzilla steeds symbool voor de Amerikaanse vernietigingskracht, in Edwards’ versie staan de monsters vooral voor de kracht van de natuur. Beelden van panikerende burgers en de ravage verwijzen naar overstromingen, tsunami’s, aardbevingen, noem maar op. Het is dan ook niet toevallig dat een groot deel van de film zich afspeelt in Japan en Hawaii, waar aardbevingen en vulkaanuitbarstingen vaak voorkomen. Wetenschappers noemen Godzilla een soort god, een brenger van evenwicht. Hij vernietigt ook bruggen, gebouwen en straten, maar is niet louter destructief: uit de puinhoop die hij aanricht kan altijd iets nieuws groeien. Het dodental loopt waarschijnlijk in de duizendtallen (de mensen die onvermijdelijk met de flatgebouwen tegen de vlakte gaan zijn nooit zichtbaar), maar dat is een noodzakelijk kwaad: het monster dat Godzilla bevecht, moet vernietigd worden voor het goed van de wereld. In een poging de monsters in één klap weg te vagen, doet het Amerikaanse leger een beroep op een atoombom, zowel een vette knipoog naar de eerste Godzilla, als een teken van de menselijke (lees: Amerikaanse) vernielzucht.

Edwards’ GODZILLA is op de hoogtepunten zeer indrukwekkend. Het spectaculaire ontwerp van het monster is vrij trouw aan het origineel, met een kleine ronde kop, een rechtopstaande postuur en enorme, zware poten, in tegenstelling tot de Emmerich-versie, die meer aan een T-rex uit Jurassic Park doet denken. Jammer genoeg kiest Edwards er vaak voor niet het monstergevecht, maar een militair die met een parachute landt of een bezorgde wetenschapper in beeld te brengen. Godzilla komt in zijn eigen film amper in beeld. De plot is bovendien allesbehalve complex en de 3D-effecten voegen weinig toe aan de ervaring, het CGI-monstergevecht is absoluut de grootste aantrekkingskracht van de film, veel diepgang valt er niet in te zoeken.

Geschreven door WOUTER SPILLEBEEN

Godzilla

14/05/2014
Regisseur: 
Productiejaar: 
2014
Distributeur: 
Warner

Media: 

Trailer: 

VY6cNDAvCgw

onomatopee