Grâce à Dieu

Frans filmmaker François Ozon draait steevast literair verankerde universele, tijdloze fictiefilms over vrouwen. Genre ‘8 Femmes’, ‘Angel’ en ‘Frantz’. Een uitzondering, GRÂCE À DIEU, het op ware feiten gebaseerde verhaal van drie slachtoffers van een pedofiele priester die jarenlang strijd leverden om het misbruik aan de kaak te stellen.

Het was François Ozon nog nooit overkomen. Toen GRÂCE À DIEU eind februari 2019 uitkwam in Frankrijk moest de Franse filmmaker meer tijd doorbrengen met advocaten en in rechtszalen dan met journalisten tijdens junkets. De processen tegen de van pedofilie beschuldigde priester Bernard Preynat en zijn overste, aartsbisschop Philippe Barbarin, waren in volle afwikkeling en een film over het schandaal en de omerta binnen de kerk was niet erg welkom. Maar Ozon wist een vertoningsverbod te voorkomen door te benadrukken dat zijn film “niets uitvindt of zegt dat al niet gekend is door het publiek”.

Met een volledig alleen en na lange research (met pedofilieslachtoffers van de vereniging La Parole Libérée) geschreven scenario gebaseerd op waargebeurde feiten, brak GRÂCE À DIEU ook met het oeuvre van een cineast die eerder gespecialiseerd was in teamwork, fictieverhalen en literaire adaptaties (Ruth Rendell, Maurice Rostland, Joyce Carol Oates ...). Al blijft Ozon ook Ozon: naast de feiten gaat zijn aandacht vooral uit naar wat er in de geest van mensen leeft. Van religieuzen die zich bewust zijn van ongeoorloofde drang, van hun oversten die het misbruik afdoen als een gewone zonde, van ouders die weigeren het beschadigend gedrag te zien en van slachtoffers die worstelen met de impact van het gebeuren.

Ozon verrast bovendien door niet het verhaal van één persoon te volgen maar GRÂCE À DIEU op te delen in drie grote hoofdstukken die elk een ander misbruikslachtoffer als hoofdpersonage hebben. Telkens past de regisseur zijn ritme, toon en stijl aan aan de specificiteit van de individuen. We starten met de bourgeois familie van Alexandre (Melvil Poupaud) die vrij onbewogen blijft bij de opborrelende herinneringen van het misbruik en de machinaties van de kerkelijke overheid om het schandaal in de doofpot te steken. Heel wat pijnlijker en chaotischer verloopt het bij François (Denis Ménochet) die alle feiten verdrongen heeft, tot de klacht van Alexandre voor een uitbarsting van frustratie en woede zorgt. Emmanuel (Swan Artaud) is dan weer een (door de wonden die hij opliep tijdens zijn jeugd) beschadigd man die in collectieve actie een middel ziet om zichzelf opnieuw op te bouwen.

GRÂCE À DIEU slaagt er op virtuoze wijze in om de complexiteit van het gebeuren en de verschillende manieren waarop slachtoffers, familieleden en daders ermee omgaan te tonen. Net als de schuldgevoelens bij de slachtoffers en het onbegrip bij zowel de daders (de beul erkent zijn daden met een bedrieglijke onschuld) als de kerkelijke overheid (de uitspraak “la majorité des faits, grâce à Dieu, sont prescrits”, “de meeste feiten zijn, godzijdank, verjaard”, leidde tot de filmtitel). Maar ook het aanstekelijk werken van de actie komt aan bod. De grote verdienste van François Ozon is dat hij pathos en vals sentiment weet te vermijden en brutaliteit weert uit zijn aanklacht.

Het resultaat is een vrij zachte film die daarom niet minder indruk maakt. Integendeel. Wanneer het 'normale' bestaan van Alexandre vernietigd wordt bij het zien van een actuele foto waarop père Bernard Preynat omringd wordt door kinderen, brengt dat niet enkel de protagonist uit evenwicht. Ook wij beseffen als toeschouwer dat er veel pijn toegedekt wordt. Dat woorden van kinderen niet geloofd worden, herinneringen blijven nazinderen en schaamte groeit tot het toegedekte ondraaglijke leed op een dag voor een explosie zorgt.

“Ik wou al lang een film maken over de emoties van mannen”, vertelt Ozon in Les Inrockuptibles. “Ik heb veel films geregisseerd over vrouwen, vaak sterke vrouwen, en ik wou al lang een film draaien die bijna 'Huit Hommes' is en toont hoe mannen hun gevoelens uitdrukken. Heel karikaturaal worden mannen in films geassocieerd met actie en vrouwen met emotie. Ik wou mannelijke fragiliteit tonen. Mannen die wenen ...” Toen hij eerder toevallig op getuigenissen van seksueel misbruik stootte, werd Ozon vooral getroffen door het verhaal van Alexandre, een bourgeois die binnen de instellingen het misbruik trachtte aan te pakken.

“Omdat de betrokkenen die ik sprak mijn fictiewerk kenden, dachten ze aan een film zoals Spotlight, een dramatisering van hun innerlijke wonden, maar ik dacht aanvankelijk zelf aan een documentaire”, zegt Ozon in Le Monde. Hoe meer hij sprak met slachtoffers, hoe meer Ozon hen begon te zien als “heroïsche figuren in het echte leven” en fictie een goede insteek leek. Hij besloot wel het standpunt van de betrokkenen nooit te verlaten, niet te vervallen in een 'objectieve' themafilm. “Ik blijf een Fassbinderiaans cineast”, bekent Ozon.

Vandaar dat GRÂCE À DIEU ook gaat over ‘collectieve intelligentie’. Ozon springt bewust van de enige protagonist naar de andere. “Ik hou van de overgang van de ene getuigenis naar de andere”, stelt hij. “Het gaat over trois solitudes, drie eenzame mannen die misbruikt werden tijdens hun jeugd en die denken alleen te staan met hun herinnering en trauma. Ze ontdekken dan dat er nog een andere, en nog een andere, steeds meer slachtoffers opduiken. Uit de samenvoeging van al die eenzaamheden ontstaat een collectief.”

Ozon vond deze politieke dimensie mooi om te tonen: “Mooi met iets melancholisch, want ze ontmoeten elkaar niet, komen niet samen omdat ze vrienden zijn, maar omdat ze iets gemeenschappelijk beleefden. Er zijn spanningen en meningsverschillen, zoals in elke politieke beweging, en het besef groeit dat ze niet dezelfde visie delen.” Maar de solidariteit is enorm onder de slachtoffers.

Door de gevoeligheid van het onderwerp was het niet evident om de film gemaakt te krijgen. Financiering vinden bleek moeilijk: “Het onderwerp is niet commercieel is. Mensen die me gewoonlijk volgen, bleven nu weg. Ik kreeg het gevoel dat wanneer GRÂCE À DIEU de eerste film van een beginnend filmmaker en een kleine productiefirma zou zijn geweest, hij nooit gedraaid was.”

Toch past GRÂCE À DIEU perfect in de tijdsgeest. “Toen ik de film opnam dacht ik geen moment aan het #MeToo fenomeen,” benadrukt Ozon, “maar tijdens de debatten na de filmpremières sprak iedereen over de 'bevrijding van het woord', de empowerment van slachtoffers. Des te beter. Maar praten levert ook schade op. Bij naasten, in families, bij kinderen, bij ouders. Want het haalt hun universum door elkaar en doet sterke schuldgevoelens opborrelen.”

Ook wie meewerkte aan GRÂCE À DIEU liep schade op: “De drie mannen waarop de hoofdpersonages gebaseerd zijn, werden bedreigd. De kerk en katholieke kranten beschouwden hen als mensen die in de soep spuwden, als nestbevuilers en lastposten. Ze hebben er tijd over gedaan om te aanvaarden en te schrijven dat ze eigenlijk waarschuwende stemmen waren.”

FILM: **** / geen extra's

Themastukken en meer besprekingen van films op dvd, VoD en blu-ray, vind je in de rubriek 'Huisbios' in het tijdschrift Filmmagie.

Geschreven door IVO DE KOCK

Grâce à Dieu

Regisseur: 
Scenario: 
Genre: 
Productiejaar: 
2018
Distributeur: 
September Film.

Media: 

onomatopee