Hail, Caesar!

Nog voor mei '68 maakte cineast Jean-Luc Godard met Masculin Féminin een film voor “Les enfants de Marx et de Coca-Cola”. Het satirische filmessay over een door Amerika gefascineerde rebelse jeugd was tegelijk ook een zelfportret van de generatie van de nouvelle vague. Na twee ernstige films, True Grit en Inside Llewyn Davis, pakken Joel en Ethan Coen opnieuw uit met een absurde komedie in de lijn van O Brother, Where Art Thou?, Intolerable Cruelty en Burn After Reading. Maar HAIL, CAESAR! laat George Clooney niet alleen toe zijn collectie 'Amerikaanse idioten' uit te breiden met de dwaze Hollywoodster Baird Whitlock, het is vooral ook een heel persoonlijke satirische speurtocht naar de roots van de broers Coen. Daarbij komen de makers van Fargo, The Big Lebowski en No Country for Old Men uit bij het Amerika van de fifties in het algemeen en de droomfabriek in het bijzonder. Als 'kinderen van Hollywood en Coca-Cola' focussen ze gretig op de mythologie die zowel hun jeugd als hun filmcarrière tekende.

HAIL, CAESAR! vertelt het verhaal van een heel lange werkdag van Eddie Mannix, een 'fixer' van een belangrijke Hollywoodstudio die begin jaren vijftig overal moet bijspringen, en start (na een setbeeld van Christus aan het kruis) in de biechtstoel. Mannix worstelt als vrome katholiek met schuldgevoelens over zijn rookgedrag, maar verbergt zonder verpinken de morele misstappen en dwaasheden van de filmsterren voor de sensatiejournalisten Thora en Thessaly. Terwijl een vertegenwoordiger van de wapenindustrie aan zijn mouw trekt met een 'serieuze job', moet Mannix de Hollywoodmeubelen redden wanneer de domme superster Baird Whitlock tijdens de opnames van een bijbels epos door communistische scenaristen wordt ontvoerd.

Je hoeft maar naar Blood Simple, Barton Fink, The Hudsucker Proxy en The Ladykillers te kijken om te beseffen hoezeer het werk van de Coens verstrengeld is met de filmgeschiedenis. Altijd weer gaan hun films ook over het maken van films en is er die verankering in klassieke genres. Ditmaal is het referentiepunt (niet voor het eerst) screwball comedy-specialist Preston Sturges. De absurde (soms donkere, dan weer dwaze) humor zorgt voor hilarische scènes tijdens filmopnames (cowboyacteur Hobie Doyle die acteerlessen krijgt van een wanhopig wordende filmmaker Laurence Laurentz), tijdens screenings (het bordje 'Divine presence to be shot'), bij de montage (kettingroken en lange sjaals dragen blijkt gevaarlijk) en bij besprekingen (de religieuze adviseurs van het bijbelse epos gaan vooral met elkaar in de clinch). Om maar te zwijgen van de ontvoeringszaak waarbij groepsdiscussies en een duikboot de realiteit nog vreemder dan de Hollywoodfictie maken.

De Coens schuwen de religieuze symboliek niet en wijzen op de leap of faith die de kijker moet maken om watermusicals, westerns, melodrama's en dansfilms te 'geloven'. Hun kijk op de fiftiescinema die hun jeugd kleurde is tegelijk cynisch en liefdevol, waarbij ze balanceren op de dunne lijn tussen parodie en hommage. Het besef van de absurditeit van de grandeur verbonden met Hollywood is evident, maar het geloof in de kracht van cinema is dat ook. Niet toevallig groeit de uit de handen van zijn communistische ontvoerders bevrijde Whitlock boven zichzelf uit wanneer hij als Romeinse soldaat een socialistische boodschap kan brengen.

Door de dubbele bodems van genrefilms uit te vergroten wijzen de Coens op de moeilijke relatie die Hollywood heeft met (homo)seksualiteit. Jammer genoeg trivialiseren ze in één beweging het muilkorven van kritische stemmen tijdens de tragische blacklisting-periode. Al is HAIL, CAESAR! de leukste geloofsbelijdenis die je je kan bedenken.

Geschreven door IVO DE KOCK

Hail, Caesar!

17/02/2016
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2015
Distributeur: 
Sony

Media: