Het vijfde seizoen

Zoals de jarenlange traditie en de plaatselijke gebruiken – drie reusachtige poppen worden in een stoet meegedragen - het voorschrijven maakt het hele dorp, een boerengemeenschap in het rustieke Condroz, zich op het einde van de winter op om – figuurlijk – koning winter uit het land te verdrijven, weg te jagen. Maar dat lukt geenszins. En wat meer is: de lente komt niet in het land.

Geen zaadje dat nog wil ontkiemen, geen koe die nog melk wil geven. En bijen geven ook al niet thuis. En de mensen in dit verhaal? Zij zijn vergeten wat liefde is. En verdraagzaamheid. Is een en ander louter een incident? Heeft de natuur een adempauze genomen? Of is er meer aan de hand? Veel meer? Neemt de natuur wraak op de mens die denkt ongestraft de natuur te kunnen en te mogen exploiteren? Tart de mens de goden? Of is er sprake van een regelrechte natuurramp? Hoe dan ook beide filmmakers tekenen voor een schrikbeeld dat niet eens zo utopisch, zo veraf lijkt. Over de statische beelden – het is alsof de wereld is blijven stilstaan, de wereld zichzelf heeft stil gezet - hangt een grauwe, bijna mistige sluier. Alsof ook de zon zich van het dorp en van de mensheid heeft afgekeerd.

De witte vogelbekmaskers die de pest destijds aankondigden symboliseren hoe ernstig de situatie ter plekke wel is. Ze zitten terloops in het filmverhaal ingebed maar toeval is het niet natuurlijk. Dan maar een schuldige voor dat alles zoeken. Want zo zijn wij, mensen, nu eenmaal. Waar hebben we dat nog gehoord? Het zondebokmechanisme doet ook nu zijn werk. Ook nu ligt ie zomaar voor het grijpen. Zo komt “men” terecht bij Pol, een buitenstaander, letterlijk een outsider, een dorpsfilosoof, die samen met zijn mindervalide zoon in een caravan aan de rand van het dorp woont. Het ligt zo voor de hand. Pol vervult de rol van dorpsgek, van middeleeuwse heks perfect. En hij weet het. Maar Brosens & Woodworth zijn filmmakers met het hart op de goede plaats. Ook bij hen straalt aan het einde een streepje hoop…

In een profetische proloog poogt een man aan een tafel tevergeefs een haan tot kraaien aan te zetten. Het dier is blijkbaar het kraaien verleerd. Het is de running gag door HET VIJFDE SEIZOEN van Peter Brosens & Jessica Woodworth, al valt er met deze insteek eigenlijk helemaal niet te lachen. Met HET VIJFDE SEIZOEN zetten Brosens & Woodworth met de nodige poëzie en niet zonder humor een punt achter hun trilogie die ook Khadak en Altiplano omvatte en waarin zij al eerder de problematische band tussen mens en natuur hadden aangekaart. De seizoenen gaan voorbij maar een volgende lente komt er dus niet (meer) aan.

HET VIJFDE SEIZOEN – geselecteerd voor de competitie van het voorbije Filmfestival van Venetië, een eer die een Vlaamse film al vreselijk lang niet meer was te beurt gevallen (sinds Het Afscheid van Roland Verhavert in de jaren 60?) - is vooral een waardig slotakkoord achter een even intens als integer drieluik dat van Mongolië (Azië) via Peru (Latijns-Amerika) naar België (West-Europa) reisde. Dankzij drie heerlijke intercontinentale, en dus universele vertellingen. Het duo Brosens & Woodworth is thuisgekomen, in hun biotoop, in hun habitat met een visionaire ecologische parabel waar niemand ongevoelig voor kan blijven.

Geschreven door FREDDY SARTOR

Het vijfde seizoen

23/01/2013
Genre: 
Productiejaar: 
2012
Distributeur: 
Imagine

Media: 

Trailer: 

BcZrntvxGAM

onomatopee