Hollywood aan de Schelde

De sociale erfenis van Robbe De Hert (1942-2020) blijft duren. Dat raakte wat ondergesneeuwd door de lawine lofzangen bij het overlijden van de tijdens zijn leven vaak uitgespuwde Antwerpse cineast. Zijn liefde, nee, passie voor cinema stond wel in de spotlight. Ook met dank aan zijn mooie testamentdocumentaire HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE.

Lang, lang geleden, toen Filmmagie nog Film & Televisie heette, stonden er in de gangen die het tijdschrift en documentatiecentrum Docip deelden heel even enkele calico’s – met de hand op grote panelen geschilderde filmaffiches – die de bioscopen sierden van het samen met het Rexconcern ter ziele gegane ‘Antwerpen Kinemastad’. Robbe De Hert kon daar met zijn aanstekelijk enthousiasme uren over vertellen telkens als hij passeerde. Net als over de in de vergetelheid gesukkelde Belgische affichekunst, nu enkel nog naar waarde geschat in verzamelaarskringen.

Daarom zijn we best tevreden met de affiche van HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE, nu ook de cover van de dvd. Oké, misschien was het leuker geweest om de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal er Alien-gewijs uit het hoofd van De Hert zelf te zien opduiken in plaats van uit dat van een ernstige Jan Verheyen, maar ergens past het bij de bescheidenheid waarmee de Robbe zichzelf ‘plaatst’ in deze nochtans ultrapersoonlijke zoektocht naar het leven en lijden van de Vlaamse film. En ‘de Jan’ zorgt met enkele kleurrijk aangedikte anekdotes ook voor de vrolijke noot in de documentaire, wat Vlaanderens productiefste filmmaker recht geeft op dit plekje.

Bloed, zweet en tranen

Enkele dagen voor zijn dood schonk Robbe De Hert de filmspoelen, scenario’s, correspondentie en documentatie die hij had opgestapeld aan Universiteit Antwerpen om alles te laten ontsluiten via een Fugitive Cinema Archief. Het beeldarchief omvat zo’n 230 filmspoelen, waartussen het onderzoeksteam onder leiding van professor Gertjan Willems parels hoopt te ontdekken, die uiteindelijk in het depot van de Brusselse CINEMATEK bewaard zullen worden. Dat is goed nieuws en illustreert andermaal dat De Herts verzamelwoede verbonden was met een verlangen de geschiedenis van de Vlaamse film te blijven vastleggen en reconstrueren.

Het reilen en zeilen van de filmwereld zette De Hert reeds in het begin van zijn carrière aan om naar de pen te grijpen. Stukken geschreven in een uitbarsting van energie verschenen in filmtijdschriften zoals Andere Sinema en Film & Televisie, ook al belanden ze steevast na de deadline op de redacties en was er nog wat werk aan. Later volgden boeken, Drinkend hert bij zonsondergang en Het drinkend hert in het nauw, maar De Hert begon meer en meer met de camera getuigenissen vast te leggen. Dat leidde in 2001 tot Hollywood aan de Schelde, een televisieserie voor de Antwerpse regionale televisiezender ATV die achteraf gebundeld werd in een documentaire.

Toen de video van die documentaire werd voorgesteld in de Antwerpse cinema Cartoon’s, schrokken de verantwoordelijken zich een hoedje toen De Hert zei dat er materiaal voor nog tien reeksen was. Voorzichtig stelden ze dat de ondertitel ‘deel 1’ nog geen zekerheid inhield voor een vervolg. Maar De Hert benadrukte heftig dat heel wat beeldmateriaal verloren dreigde te gaan. En dat hij niet kon wachten om een aantal belangrijke, ondertussen stokoude getuigen te vereeuwigen. Maar, zo gaf hij ons achteraf toe: “Wanneer die oude gasten beginnen te liegen, vind je geen mensen meer die dat tegenspreken, schat.” Nadat er in 2004 nog een ‘deel 2’ kwam, leek de ultieme Hollywood aan de Schelde een onrealiseerbare droom te blijven. Tot crowdfunding, een beperkte overheidssubsidie, actieve supporters en gedreven medewerkers (met een cruciale rol voor assistent Joke Sluydts) er anders over beslisten en de documentaire in 2018 kon worden afgewerkt en voorgesteld. Het heeft meer dan twee decennia bloed, zweet en tranen gekost.

Vlaamse filmgeschiedenis in beeld

HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE is een uniek document over de geschiedenis van de Vlaamse film én een uitstekende, onderhoudende documentaire geworden. Waar de versie van 2001 nog ietwat chaotisch oogde, “alsof men te veel verhalen tegelijkertijd wil vertellen” schreven we in Film & Televisie, is de versie van 2018 beter gestructureerd, met meer diepgang ook en een nauwere aansluiting bij de actualiteit. Zo versterken filmmakers Adil El Arbi en Bilall Fallah het Hollywoodluik van dit project en zorgen ze ervoor dat de ‘allochtone’ film ook aan bod komt. Terwijl er, voorzichtig, van aan de Schelde naar Brussel en Wallonië wordt gekeken, met dank aan Marc Didden (Brussels by Night) en Jaco Van Dormael (Toto le héros).

Er is wel tijd verstreken. Verwijzend naar de interviews spreekt de hoestekst over “lang overleden groten als Hugo Claus, Bobbejaan Schoepen en André Delvaux” en zijn Erik Van Looy en Jan Verheyen ondertussen “gevestigde waarden”. Het vergroot de historische waarde van HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE en het is dan ook fijn dat de volledige interviews met Jan Decleir, Frank Van Passel, Albert Bert en Hugo Claus als bonus bij deze dvd zitten. Bert belicht de ontstaansgeschiedenis van Kinepolis. Gevraagd naar hoe aangewezen het is een VAF-intendant voor een kortere periode aan te stellen én te laten verkiezen antwoordt Van Passel met de gevleugelde woorden: “Ik denk dat er in de sector geen plaats is voor democratie.”

De interviews van HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE zijn onderhoudend en bevatten naast heldere inzichten ook geestige anekdotes. Dat alles wordt geïllustreerd met leuke filmclips, die legendarische momenten zoals de potgronddialoog uit Alles moet weg (1996) of de shoot-out met Ledda in De Zaak Alzheimer (2003) duiden. Er is vooral ook hard en geïnspireerd gewerkt aan de montage en dat levert sterke overgangen op. Zo wordt bij de verhalen over bioscoopuitbating tijdens de Tweede Wereldoorlog gesneden naar scènes in filmzalen en projectieruimtes uit Gaston’s War en Een vrouw tussen hond en wolf. Terwijl de Amerikaanse avonturen van Verheyen, Van Looy, Van Groeningen, Roskam en Deruddere knipogend afgesloten worden met de zin “Ik zou graag eens naar Amerika gaan” uit Hugo Claus’ De vijanden (1968, met Robbe De Hert). Krachtig is ook de quote van Claus “wanneer men vraagt welke films ik gemaakt heb, weiger ik dat onding te vermelden” gevolgd door een veelzeggend dialoogfragment uit De leeuw van Vlaanderen (1985): “De vrijheid krijg je niet geschonken. Je moet er voor vechten. De vrijheid gaat in bloed gedrenkt.”

Opmerkelijk is de relatief zalvende toon van HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE. Er vallen kritische woorden over de filmcommissie en het VAF, maar waar De Hert bij andere gelegenheden scherp uithaalde naar commerçanten, dilettanten en producenten vinden er hier geen afrekeningen plaats. Hoogstens wordt er wat gelachen met ondertussen zelf in de vergetelheid gesukkelde BV’s die niet weten wie Charel Janssens (het prototype van de Antwerpse komische acteur) is. Het leukste daarbij is Robbes reactie “Hoe wette gaai da?” wanneer Koen De Bouw wel op de hoogte blijkt. Er had trouwens best wat meer Robbe in de documentaire gemogen, want met zijn persoonlijkheid maakt hij steevast indruk. Wanneer Gaston Berghmans erop wijst dat Robbe niet bij de première van Zware jongens was (“jij zat in het café aan de overkant”) repliceert de filmmaker: “Maar een première is ook een begrafenis, he.” Gaston schuddebolt: “Ongelooflijk.” Op Robbe kon je kwaad zijn, maar niet blijven.

Antwerpen en de Amerikaanse parking

Na een sappige anekdote van Hilde Van Mieghem, die op school gekapitteld werd omdat ze zoals Willeke van Ammelrooy wou zijn (“Natuurlijk wou ik zo’n vrouw worden”), start voice-overleverancier Michael Pas de ‘Fugitive in Exile’-productie: “Robbe De Hert, die al een halve eeuw deel uitmaakt van de Vlaamse film, verzamelde zo’n tweehonderd uur interviews, fragmenten en citaten met verhalen over slagen en falen. Dit is het verhaal van film in Vlaanderen, van Hollywood. Verteld volgens het recept van Robbe zelf, met roddels en anekdotes.” We missen daarbij het tragische verhaal van de ultrabegaafde, maar aan zijn lot overgelaten verhalenverteller Jef Cassiers, dat De Hert in 2001 nog bracht maar in 2018 wegens totaal vergeten links laat liggen.

Edith Kiel is er echter wel bij en introduceert meteen een begrip dat zal terugkeren: publieksfilm. “Je moet je publiek kennen”, zegt de cineast van onder meer De Witte (1934) en Hoe zotter hoe liever (1960, met Jef Cassiers). “Wij hebben niet veel elite. Het land is klein, voor dat je daar een film kunt amortiseren dat is … Dan moet je iets maken wat een publiek bevalt. Begin hier niet met een probleemfilm, dat hebben ze niet graag. Ze lachen hier het liefst. Lachen is trouwens gezond.” De Witte, de nog altijd meest bekeken Vlaamse film ooit, biedt een bruggetje naar de voorzichtige poging een Antwerpse filmindustrie op te starten tijdens het interbellum. Die schets wordt gevolgd door wat de Duitse bezetting betekende voor de filmbeleving: verhalen van rebellie (Duitse journaals die met een verkeerde snelheid werden geridiculiseerd), schuldige pleziertjes (Claus die speurde naar het houten been van Zarah Leander) en verlies (de verwoesting van Ciné Rex door een V2-bom).

Hollywood komt frontaal in beeld wanneer verteld wordt hoe Amerikaanse filmmaatschappijen ons land net na de oorlog overspoelden met films en zo de basis legden voor een jarenlange hegemonie. Een economisch gegeven met culturele implicaties, want de Amerikaanse film zou lang model staan voor de Vlaamse film. Ook gingen jonge filmmakers dromen van Amerikaanse uitstapjes. “De Amerikanen beschouwden België als een aanhangsel van de Verenigde Staten, waar men de film uittestte voordat men hem uitbracht in andere landen”, aldus filmjournalist en festivaldirecteur Dimitri Balachoff. Dat had gevolgen: “De Belgische exploitanten waren niet geïnteresseerd in Belgische film. Ze waren geïnteresseerd in geld verdienen met Franse en Amerikaanse films.”

Fugitive in filmland

Ondanks de algemene desinteresse waren er schuchtere pogingen om auteursfilms te maken, op eigen benen (Meeuwen sterven in de haven, 1955) of dankzij televisie (De man die zijn haar kort liet knippen, 1966). Tot de filmcommissie in 1965 werd opgericht, kon film immers niet op steun rekenen. En omdat De Hert ook dan zijn twijfels bleef hebben, werd in 1966 onder het motto ‘samen sterk’ het collectief Fugitive Cinema met onder andere Guido Henderickx, Patrick Le Bon, Louis Célis, Paul De Vree en broer Jos De Hert opgericht. Een weerspiegeling van de heersende geest van contestatie en van De Herts verlangen om Vlaamse film een sociale dimensie te geven.

Hoezeer Fugitive tegen de stroom in roeide, maakt Luc Pien (Vergeten straat, 1999) briljant duidelijk: “Welke scenario’s moet je maken voor mensen tussen 15 en 25 jaar? Daar moeten drie dingen in zitten. Destroy property, defy authority and take people’s clothes off.” Terwijl Fugitive het omgekeerde deed: “Mensen bijna boonsiaans een geweten schoppen. Maar Boon heeft ook gezegd: dan heb je er 99 een geweten geschopt, en dan schiet er één over en die wordt dan wel president. En als je tegen die zijn schenen schopt …”

Hollywood aan de Schelde

Via een vraag-en-antwoordspel met Robbe in zijn Camera Sutra of de bleekgezichten (1973) en De bom (1969) geeft HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE aan dat een botsing met the powers that be onvermijdbaar was: “Heb je angst? Nu niet. Gehad? Nee, ik heb gewetensproblemen. Het enige wat ik belangrijk vind, is gelijk hebben. Gelijk krijgen is niet het belangrijkste, maar gelijk hebben. En ik twijfel aan gelijk hebben.” Ook andere filmmakers als Roland Verhavert en Jan Verheyen getuigen dat de toenmalige filmcommissie neerkeek op publieksfilm, maar ook geen benul had van artistieke cinema. Verheyen formuleert het hilarisch, zoals alleen hij dit kan: “Je moest dan met je klak in je handen naar een ingemaakte kast in de Koloniënstraat, waar speciaal uit Bokrijk aangevoerd zand lag waar je je eerst in moest wentelen voor je binnen mocht om met bijna tastbaar dedain onthaald te worden omdat je het plan had opgevat om een film te maken. En als daar niet de naam Hugo Claus op stond, dan kon je wel een paar banken achteruit en als je het woord ‘publieksfilm’ in de mond nam, dan moest je onmiddellijk je mond gaan spoelen met bruine zeep.”

Volwassen Vlaamse film

Met het VAF en het streven naar een combinatie van publieks- en arthousefilms verbeterden de zaken, getuigen filmmakers. Hits als De Zaak Alzheimer, Loft (2008) en Dossier K (2009) brachten bijna twee decennia na megahit Daens (1992) de Vlaamse filmindustrie tot volwassenheid. Daarbij is er ook plaats voor een Fien Troch (Home) en Patrice Toye (Rosie). Maar dat ging dan weer ten koste van de oudere generatie filmmakers in het algemeen en HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE-regisseur Robbe De Hert in het bijzonder. “Het filmfonds is mede bewerkstelligd door een generatie cineasten die zichzelf daar eigenlijk een beetje mee uitgewist heeft”, aldus Frank Van Passel. “Zolang je er niet in slaagt om die oudere generaties op hun manier verhalen te laten vertellen, heb je geen filmindustrie.”

De zaak Alzheimer

Zijn volwassenwording dankt de Vlaamse film volgens HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE aan economische ingrepen (VAF, Tax Shelter) en aan de voortrekkersrol van enkele films, zoals De Herts De witte van Sichem (1980), volgens Erik Van Looy “een onderhoudende en spannende film die over iets gaat”. Net als Blueberry Hill (1989) is het “een film die rekening houdt met wat een publiek verlangt, maar vanuit het hart wordt gemaakt. En tegelijk ook van alles vertelt over de wereld.” Ook Zaman (1983) sloot daarbij aan. “Met een politiefilm kon je heel veel vertellen en tegelijkertijd ook een beetje de commerciële toer opgaan”, stelt regisseur Patrick Lebon.

Het succes van de Vlaamse film werd een fenomeen, creëerde een hype en deed ook Waalse cineasten opkijken. “Wij zijn jaloers op de prijzen die Franstalige films winnen, maar de Franstalige regisseurs zijn jaloers op ons publiek”, zegt Van Looy. “De films die zij maken, daar komt echt heel weinig volk naar kijken. Terwijl er bij ons soms films zijn die 700.000 of 800.000 kijkers halen.”

Female gaze in Vlaanderen

De Vlaamse filmwereld was lang louter een mannenwereld en dat ontgaat HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE niet. Het begint met een verwijzing naar de onderwaardering van Edith Kiel. Gevolgd door opmerkingen van actrice Sara De Roo dat Dominique Derudderes Crazy Love (1987) “een mannenfilm is” en dat kleine vrouwenfilms zoals Swoonie (2011) gemakkelijk onder de radar verdwijnen. “Film is toch een mannenbastion,” benadrukt actrice Viviane De Muynck (Vele Hemels, 2017), “telkens wanneer vrouwen zo’n bijzondere film maken als Façades (2017, Nathalie Basteyns & Kaat Beels) dan denk je: wat zijn wij gezegend met zoveel talent.” Al onderstreept De Roo: “Er zijn toch meer vrouwen die films maken dan twintig jaar geleden, niet waar mijnheer de Hert.”

Rosie

Sleutelfilm bij deze evolutie is Rosie (1998). Achteraf alom gewaardeerd, maar Patrice Toye moest jaren zwoegen om haar debuut gerealiseerd te krijgen: “Het is hier vechten, vechten, vechten en ontmoedigend. Het deed deugd dat mensen dit, op heel veel plekken in de wereld, begrepen en aanvoelden.” Volgens Dorothée van den Berghe “maakte Toye die film uit een soort baldadigheid. Ze dacht daar niet bij na. Ze wou die film maken en hééft hem gemaakt. Dat soort jongeheldengevoel”.

Het gaf Van den Berghe “moed om ook een film te maken”: Meisje (2002), een portret met een heel persoonlijke “ondraaglijke lichtheid van het bestaan, waarbij zwaardere thema’s luchtig behandeld worden. Ik hou van films waar beeld en geluid gebruikt worden als materie en niet alleen het verhaal verder doen denderen. Bij vrouwelijke films merk je vaak dat ze wat meanderen. Daar hou ik van.” Zo belicht De Hert ook de female gaze in zijn testamentdocumentaire. HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE draait rond liefde voor film en is gedrenkt in nostalgie, maar het blijft urgente cinema. Vintage Robbe De Hert.

FILM: **** / EXTRA’S: *** (interviews Jan Decleir, Frank Van Passel, Albert Bert & Hugo Claus)

HOLLYWOOD AAN DE SCHELDE is nog tot 25 september te bekijken op VRT.NU. Lumière Antwerpen toont de documentaire op 12, 14, 17 en 20 september.

Geschreven door IVO DE KOCK

Hollywood aan de Schelde

Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2018
Distributeur: 
Dalton Distribution

Media: 

onomatopee