If Beale Street Could Talk

“‘If Beale Street Could Talk’ is a moving, painful story. It is so vividly human and so obviously based upon reality, that it strikes us as timeless”, schreef Joyce Carol Oates voor The New York Times in 1974, toen de roman van James Baldwin (1924-1987) uitkwam. De boekrecensie had evengoed vandaag over Barry Jenkins’ ambitieuze filmadaptatie kunnen worden geschreven.

Tish en Fonny, gespeeld door de twee nieuwkomers KiKi Layne en Stephan James, zijn jong en verliefd. Zij is zwanger; hij wordt aangehouden nadat een Puerto Ricaanse vrouw hem onjuist identificeert als haar verkrachter. Van meet af aan word je als toeschouwer ondergedompeld in de intense hartstocht. De krachtige gevoelens die Tish en Fonny voor elkaar koesteren, stuwen het verhaal vooruit. In de openingsscène paradeert het koppel in zondagskledij en bij elkaar passende kleuren door het Harlem van de jaren 70. Door een haast rooskleurige lens lijkt de New Yorkse wijk helemaal opgepoetst, meer een sprookjesachtige filmset dan een ruige achterbuurt, alsof de gentrificatieprojecten voor het hedendaagse Harlem al hebben plaatsgevonden. Die vormelijke vrijheden veroorlooft Jenkins zich bewust in de adaptatie van Baldwins boek, waarin de lelijkheid en de donkere onderbuik van de wijk meer naar boven komt. Jenkins keuzes dienen echter de opzet van het boek: de belangrijke rol die black love en solidariteit in de zwarte gemeenschap spelen in de strijd tegen de verdrukkingen van een inherent racistische samenleving.

Deze opzet komt misschien nog het duidelijkst tot uiting in de cinematografie van James Laxton. Hij studeerde met Jenkins en werkt met hem samen sinds diens eerste film Medicine for Melancholy (2008), waarmee de jonge filmmaker ook de rechten voor IF BEALE STREET COULD TALK kon strikken bij de beheerders van Baldwins oeuvre. In de drie films die ze samen maakten, houden Jenkins en Laxton met strakke, frontale shots steeds even halt op het open gelaat van hun hoofdpersonages: ze kijken elkaar en de kijker recht in de ogen. Hun filmische handelsmerk krijgt des te meer gewicht wanneer de woorden van Tish’ zus nazinderen: “Unbow your head, sister.” Tish hoeft zich niet te schamen, noch voor haar zwangerschap (Fonny werd gearresteerd vooraleer ze konden trouwen), noch voor haar huidskleur.

Eenzelfde ode aan het zwartzijn is merkbaar in de manier waarop Jenkins de lichtinval op de huid van de personages verzorgt: hoge contrasten, subtiele schaduwen en rijkelijk gevarieerde huidtinten. De warme gloed is soms sensueel, dan weer gezellig, maar altijd teder: Jenkins’ werk staat met overtuiging in het teken van #blackgirlmagic en #blackboyjoy. Zo verspeelt IF BEALE STREET COULD TALK ook geen tijd aan de beweegredenen van de racistische politieman, noch wordt de advocaat van het gezin afgeschilderd als witte held. Representatie wordt op een heel ander niveau getild en de stereotiepe aanpak in film en televisie, door James Baldwin onder andere aangekaart in zijn filmkritische essay The Devil Finds Work, verdwijnt hier voorgoed in de achteruitkijkspiegel. Na Moonlight bouwt Jenkins’ vrijgevochten esthetiek gestaag verder aan de aflossing van wat tijdens de jaren 90 de new wave of black cinema genoemd werd en voornamelijk vertegenwoordigd werd door films als Spike Lee’s Do the Right Thing en John Singletons Boyz n the Hood.

Tijdloos, niet genderloos

Het lichtspel werkt ook de retrosfeer van de jaren 70 in de hand. Al staan daar vooral het kleurenpalet en de meticuleuze garderobekeuzes voor garant. Wie die historische setting over het hoofd wil zien – de dynamiek van onrecht die de film bezielt, is dan ook zeer actueel – wordt door de ouderwetse rollenpatronen van het jonge koppel meteen herinnerd aan een vorig tijdperk: terwijl de vrouwen de tafel ruimen, verzuchten de mannen over hun financiële verantwoordelijkheden.

De sterke vrouwen uit Baldwins roman worden nochtans gevierd. Het verhaal wordt verteld vanuit Tish’ perspectief. Regina King (Ray, Southland), die Tish’ moeder speelt, belichaamt moederlijke liefde en verzet hemel en aarde om Fonny’s vrijspraak te verkrijgen. Ondanks de heroïsche karaktertrekken die Baldwin en Jenkins hen verlenen, worden de vrouwelijke personages van hun onafhankelijkheid beroofd. Fonny is immers de kern waarrond alles draait. Die ingenestelde misogynie lijkt de notie van het onrecht echter te versterken. Allen zijn slachtoffer van de situatie. Ze delen hetzelfde lotgeval en hun strijdpunten zijn onlosmakelijk en intrinsiek verbonden.

Vooraleer ze de Puerto Ricaanse vrouw opzoekt die haar schoonzoon vals beschuldigt, zien we Kings personage voor de spiegel twijfelen tussen een pruik en haar natuurlijke haar. De scène huwt meesterlijk de ideeën black love en self-love. Zoals Audre Lorde het in 1988 uitdrukte: Caring for myself is not self-indulgence, it is self-preservation, and that is an act of political warfare.” Zo is deze scène een knipoog naar verschillende generaties zwarte vrouwen die, zwichtend onder het gewicht van de meervoudige onderdrukkingen, ook nog eens het juk van racistische schoonheidsidealen van zich moeten afschudden om een vorm van eigenliefde te kunnen vrijwaren en ten strijde te trekken.

Terwijl Tish kookt, zit Fonny aan de keukentafel met zijn vriend Daniel (Brian Tyree Henry, bekend van Widows en de serie Atlanta). De twee mannen, voor wie de herhaalde verdrukkingen te veel worden, zoeken troost bij elkaar en kunnen, moeizaam maar openhartig, heel even alles kwijt. ‘‘I need to find a way to get out of the country”, zegt Fonny in een ademloze grief die eraan herinnert dat ook James Baldwin, op vlucht voor het racisme in de Verenigde Staten, Harlem inruilde voor Parijs. Daniels onheilspellende antwoord, “White man has got to be the devil”, vat zijn ervaring in de gevangenis samen en benadrukt de beproeving die Fonny te wachten staat. Jenkins’ tedere, liefdevolle blik is, net zoals in Moonlight, helend. ‘Blue in Green’ speelt op de achtergrond, de verzuchtingen van de mannen versmelten met de pijn van Miles Davis. De cello’s die filmcomponist Nicholas Britell toevoegde aan de jazzsoundtrack om de verliefdheid van het koppel te beklemtonen, zorgen hier voor koude rillingen. De pijn, het verdriet en de onmacht zijn nog net dragelijk dankzij de luchtige elementen die de intense scène binnensijpelen. Zo wordt er gegrapt dat het land verlaten moeilijk is als Tish niet dringend leert zwemmen. Datzelfde ritme, waarin leed dragelijk gemaakt wordt dankzij occasionele en perfect getimede humoristische uitlaten, houdt Jenkins’ aan door de hele film. Onchronologisch roept de voice-over korte herinneringen op en rijgt Tish’ jonge stem archiefbeelden aan elkaar waarop zwarte mannen gearresteerd worden in de straten van Harlem. Zacht ondergedompeld in de leefwereld van het koppel wiegen we heen en weer, tussen euforische vreugde en ondraaglijke onmacht.

Het Harlem van Baldwin bestaat niet meer, net zoals ook het Parijs uit diens andere roman, Giovanni’s Room, is verdwenen. Dat neemt niet weg dat de onderdrukkingen die aan de basis liggen van Baldwins strijdvaardige romans nog steeds welig tieren. Jenkins herneemt dan ook diens woorden in de begingeneriek: “Every black person born in America was born on Beale Street.” Daarin schuilt zowel de essentie als de urgentie van de film. Stadsdramaturg aan de KVS Tunde Adefioye kaart het zo aan in zijn stappenplan om de kunstensector te dekoloniseren: “Laat je witte instellingen bezetten door mensen van kleur. Laat Baldwins stem via Jenkins’ lens onze filmzalen bezetten. Bij het neerploffen in de filmstoel wordt van ons verwacht te luisteren. Jenkins dwingt daartoe onze aandacht af en er rest ons alleen te begrijpen voor wie deze film eigenlijk gemaakt werd: een publiek voor wie ‘zwarte liefde’ niet gewoon een interessant concept is, maar een essentiële overlevingsstrategie."

Vertoningen: Cinenews.be. Meer reviews vind je maandelijks in print, te bestellen via info@filmmagie.be, te koop bij een van de verkooppunten of maandelijks in je bus met een abonnement.

Geschreven door INGE COOLSAET

If Beale Street Could Talk

13/02/2019
Regisseur: 
Scenario: 
Productiejaar: 
2018
Distributeur: 
Entertainment One

Media: