The Imposter

Een Frans-Algerijnse twintiger met donker haar en bruine ogen die in de huid kruipt van een verdwenen Texaanse tiener met blond jommekeskapsel en blauwe ogen? Het lijkt onwaarschijnlijk maar is reëel. Of toch zo ongeveer.

Frédéric Bourdin, alias de kameleon, is een mythomaan die bij gebrek aan een eigen gelukkige kindertijd dan maar de jeugd van anderen overneemt of er gewoonweg een verzint. Door zich voor te doen als een verwaarloosde tienerknaap krijgt hij toegang tot zorginstellingen over heel West-Europa. In de jaren negentig slaagde hij er zelfs in de identiteit aan te nemen van Nicholas Barclay, die vier jaar eerder op 13-jarige leeftijd in de VS was verdwenen. “Ik wilde geen definitief beeld van de waarheid schetsen. Elke betrokkene had zijn eigen waarheid.

Ik besloot om het publiek mee te nemen op het zigzaggende avontuur dat we beleefden bij het maken van de film”, stelt de Britse film- en televisiemaker Bart Layton. Volgens hem is de documentaire thriller The imposter (BAFTA-debuutprijs) dan ook “meer een verhaal over bedrog en blindheid, en van het menselijke vermogen om hun eigen waarheden te construeren.” Met het oog op die verschillende versies vervlecht Layton interviews en door acteurs nagespeelde scènes. De locatie van deze gesprekken is niet opzienbarend, maar zegt veel.

De familie van de spoorloze Nicholas spreekt in een huiselijke omgeving, officiële onderzoekers werden in een kantoor gefilmd en een privédetective legt zijn hypothese bloot op plaatsen die – volgens de wetten van de fictie – bij zijn beroep horen (in de auto, in een wegrestaurant). Kameleon Bourdin doet zijn verhaal dan weer in een onbestemde omgeving, gefilmd in beeldkaders die vaak focussen op zijn gelaat en zijn gestes. Deze beelden vloeien over in de reconstructies. Soms lijkt Bourdin de woorden te lippen voor de acteur die zijn jongere ik (althans een van zijn ikken) speelt.

Documentaires en reconstructies (re-enactments) hebben een stormachtige relatie. Is dat geflirt met fictie niet je reinste bedrog ten aanzien van kijkers én het onderwerp? Toch horen ze al van bij het prille begin tot de geëigende middelen, zoals in de klassieker Nanook of the North, onder meer om gebeurtenissen te tonen waar geen camera bij aanwezig was. Ook in het genre van de misdaaddocumentaire, waar The imposter sterk bij aanleunt, zijn enkele befaamde voorbeelden te vinden. Over zijn invloedrijke The Thin Blue Line (1988), waarmee hij erin slaagde een valselijk veroordeelde vrij te krijgen, zei Errol Morris: “Mijn reconstructies richten de aandacht op een specifiek detail of object dat ons helpt te kijken naar iets dat dieper verborgen zit, iets dat beter toont wat er echt is gebeurd. Ze vormen ook een manier om het misdrijf zo weer te geven dat het kan worden begrepen, en om het te reduceren tot de essentie”.

Layton zet niet in op zo’n queeste naar gerechtelijke rectificatie. Voor hem gaat The imposter “over de ongrijpbaarheid van de waarheid”. Zijn suggestieve reconstructies illustreren hoe iedereen een eigen denkbeeld schept. Het is tegelijk fascinerend en onrustwekkend om nog eens met eigen ogen te zien hoe film erin slaagt om elk van die varianten als plausibel te presenteren. Film – docu of fictie – creëert mythes. In welke willen we geloven?

Layton doseert zijn informatie als puzzelstukjes van een meeslepende thriller. Al is The imposter veeleer een why- of howdunit dan een whodunit. Echte homevideobeelden – een medium bekend van reality-tv, opsporingsprogramma’s en films die een vorm van authenticiteit claimen – openen en sluiten af. Is de guitige Nicholas van die beelden de echte? En wie is die als Michael Jackson dansende Bourdin? Op een cruciaal moment tussendoor last Layton opnieuw bestaande amateurbeelden in. Het effect is bevreemdend. Geveinsde waarheid en getrouwe fictie bijten elkaar in de staart.

Geschreven door BJORN GABRIELS

The Imposter

17/04/2013
Regisseur: 
Productiejaar: 
2012
Distributeur: 
Imagine

Media: 

Trailer: 

67cMet52mL4

onomatopee