Inside Llewyn Davis

Met elke nieuwe film verzekeren Joel & Ethan Coen zich een beetje meer van een topplaats in de annalen van de Amerikaanse cinema, als de meest standvastige kwaliteitsfilmers ooit. Het zijn onvervalste auteurs; zelf regisseren, produceren, schrijven en monteren ze (onder het pseudoniem Roderick Jaines) al hun films. Voor la petite histoire; begin de jaren 80 deed Joel Coen al de montage van The Evil Dead van hun vriend Sam Raimi. Vanaf hun debuut Blood Simple (1984) via Gouden Palm 1991 Barton Fink en Fargo (1996) tot en met recent werk en hun meest succesvolle film No Country for Old Men (2007) wordt hun genie erkend. Wat dan weer niet kan worden gezegd van de hoofdfiguur in hun nieuwste retroverhaal.

Llewyn Davis is een jonge folkzanger, een singer-songwriter op zoek naar erkenning in het New York van 1961. Hij heeft evenwel een rotkarakter, is zwaar gefrustreerd en is ervan overtuigd zijn tijd op muzikaal vlak ver vooruit te zijn. Daar kan hij wel eens gelijk in hebben, want elke muziekliefhebber heeft begrepen dat dit verhaal zich afspeelt aan de vooravond van de doorbraak van die andere folky, Bob Dylan. De Welsh klinkende naam Llewyn zou zelfs kunnen suggereren dat hier een Bob Dylan aan de wereld verloren is gegaan, louter en alleen omdat hij de foute dingen deed op de foute momenten op de foute plaatsen.

Nadat hij zijn collega-muzikanten met voldoende minachting heeft geïrriteerd, gaat hij zijn geluk dan maar in Chicago beproeven. Llewyn krijgt een lift van een jazzmuzikant (Coen-oudgediende John Goodman) en zijn beat-poet confrater, wat leidt tot een road-movie hoofdstuk met een cultuuroutlaw-gehalte dat Walter Salles’ On the Road van schaamte doet verbleken. Het overheersende gevoel in INSIDE LLEWYN DAVIS is er echter een van droefheid en machteloosheid, van een niet te winnen menselijke strijd tegen een gemeen lot, dat weerklinkt in elke noot van Davis’ muziek. Dat de broers Coen muziek in hun films ernstig nemen wisten we al sinds O Brother, Where Art Thou, maar ook dit keer voorzien ze alle ruimte die de liedjes nodig hebben om de sfeer van de film, maar ook hun intrinsieke waarde te etaleren. Niet dat dit bitterzoete portret van een verloren ziel een reprise is van de hilarische muzikale ode aan de zuidelijke staten.

Men wordt veeleer verleid te poneren dat alle kwaliteiten en karakteristieken die hun talloze films kenmerken hier verenigd zijn. De passie voor New York in een recent verleden, de voorliefde voor antihelden wat aanleiding geeft tot vaak zwart getinte humor, de mild cynische exploratie van de aard van het mensenras, ... En zo kunnen we uiteraard nog wel even doorgaan. Het resultaat is niets minder dan een van de hoogtepunten uit hun oeuvre. Dat hadden ze ook in Cannes begrepen, waar de Croisette-lievelingen eens te meer met een van de belangrijkste prijzen mee naar huis mochten nemen. Maar hoeveel lof we het duo, regisseur én scenarist, ook toezwaaien, we mogen in geen geval de acteurs over het hoofd zien. Als het een gave is om beloftevolle acteurs te ontdekken, dan scoren de Coen broers ook op dat vlak een fenomenale goal.

De vrij onbekende Oscar Isaac speelt zijn rol met een verstilde, meditatieve innerlijke woede die sympathie en begrip opwekt in zelfs de meest onuitstaanbare momenten die Davis van zijn omgeving doen vervreemden. Als het scenario van de film een tiental niveaus tracht te leggen in het karakter van zijn protagonist, dan weet deze Cubaans-Amerikaanse acteur ze alle tien moeiteloos aan de kijker over te brengen. Het zorgt voor een subtiele filmervaring die alle excessen van vroegere Coen-films op even indringende, maar minder opdringerige wijze aan de man brengt.

Geschreven door MIK TORFS

Inside Llewyn Davis

06/11/2013
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2013
Distributeur: 
Belga

Media: 

Trailer: 

FVoXHMDZfnA

onomatopee