The Insult

Met THE INSULT (2017) keert de Libanese regisseur Ziad Doueiri terug naar de burgeroorlog die al in zijn debuut ‘West-Beirout’ (1998) centraal stond. Net als ‘The Attack’ (2012) werd het een omstreden film, maar wel een die aangeeft dat kennis en aanvaarding van het verleden cruciaal zijn voor verzoening. Een staaltje provocerende, helende cinema.

“Mijn moeder was een advocate die zei dat ze in armoede en onderdrukking kon leven, maar níét in een maatschappij waar haar rechten niet werden gerespecteerd”, benadrukt Ziad Doueiri in de making-of. “Zij is altijd opgekomen voor die rechten.” Deze drang naar rechtvaardigheid vormt de onderstroom van het rechtbankdrama THE INSULT. Maar de film zit ook stevig verankerd in een sterk gepolariseerde samenleving getekend door trauma’s en oorlog. Daardoor is Doueiri’s betrachting om te nuanceren verstrengeld met zijn drang om te protesteren. Die mix van woede en begrip levert een controversieel kunstwerk op. Verscheurde gemeenschappen moeten uitzieken en controverses kunnen daartoe bijdragen.

 

“Wat ik me vaak afvraag is of er een middel bestaat om gerechtigheid te laten geschieden bij een conflict”, zegt Doueiri. “Ik groeide in de jaren 70 en 80 op in Beiroet en zag er veel onrechtvaardigheid. We lazen dat niet in boeken, romans of artikels, maar beleefden het echt zelf. Zo werden we tegengehouden op weg naar school, waarbij ons brood werd weggegooid. Die momenten zijn me altijd bijgebleven. Ze hebben me getekend, ze schuilen in mijn onderbewustzijn. Kun je in zo’n context gerechtigheid laten geschieden? Van daaruit ontstond het idee voor THE INSULT.”

 

Identiteit is in Libanon verbonden met de burgeroorlog, met zijn catastrofes en trauma’s, met de ook in vredestijd (wanneer het wapengekletter tussen Israël en Hezbollah even verstomt en het sektarische conflict plaatsmaakt voor een wankel bestand) nog sluimerende conflicten en frustraties. THE INSULT gaat over Tony, een rol van Adel Kalram, die iets eist. Maar wat, dat zien we pas op het einde. De christelijke automonteur botst met de Palestijnse bouwopzichter Yasser (Kamel El Basha). Hij slaat een net aangelegde afvoerpijp stuk, Yasser roept hem een belediging toe en de poppen gaan aan het dansen.

 

Tony eist excuses voor de tamelijk onschuldige belediging en onder druk van Yassers baas moet die zijn verontschuldigingen persoonlijk gaan aanbieden. Daarvoor trekt Yasser naar de garage van Tony. Daar loopt op televisie een speech van de christelijk militieleider Bashir Gemayel, die betoogt dat er geen plek is voor Palestijnen in Libanon. Toen Gemayel vermoord werd (vermoedelijk in opdracht van Syrië) kregen de Palestijnen de schuld, wat leidde tot de slachtpartij in de Palestijnse kampen Sabra en Shatilla. Yasser verpinkt niet, maar Tony gooit olie op het vuur door beledigend uit te halen. “Ik wou dat Ariel Sharon jullie allemaal had uitgemoord.”

 

Slagen en mentale verwondingen, ruzies met onschuldige slachtoffers en bitsige processen zijn het gevolg van deze belediging, die ook een gemeenschap schoffeert. Escalatie en geweld liggen op de weg van loutering en schuchtere verzoening. Tony blijft, eerst zonder en dan met advocaat, genoegdoening zoeken en nestelt zich in de rol van slachtoffer. Precies de attitude die hij de Palestijnen verwijt wanneer hij cynisch stelt dat “Palestijn zijn loont”. Aan het eind van een tweede proces zal blijken dat alles complexer is dan op het eerste gezicht leek, dat het verleden de motor is van alle agressie en vooral, dat iedereen zijn redenen heeft.

 

“Er is iets dat aan Tony knaagt, wat hem maakt tot wie hij is”, zegt Doueiri. “Zijn leven verandert wanneer hij de antagonist van de film ontmoet: de Palestijn.” Tony’s advocaat ontdekt dat hij afkomstig is uit Damour, een christelijk stadje ten zuiden van Beiroet dat op 20 januari 1976 werd aangevallen door PLO-strijders. Zo’n zeshonderd burgers kwamen toen om en de overlevenden moesten op de vlucht. Tony en zijn vader behoorden tot die laatste groep. Het geeft aan dat achter Tony’s arrogante, agressieve en zelfvoldane pose ook kwetsbaarheid en traumatische herinneringen schuilgaan. Dat Tony een slachtoffer is, verklaart zijn woede en haat. Het feit dat Damour een vergeten en verzwegen drama werd, terwijl Sabra en Shatilla uitgroeiden tot begrippen, creëert een gevoel van onrechtvaardigheid dat olie op het vuur van Tony’s woede is.

 

Terwijl Doueiri eerst de kijker laat sympathiseren met de kalme en evenwichtige Yasser, creëert hij gaandeweg begrip en empathie voor Tony. Een man die zwijgzaam zijn ‘vijand’ helpt wanneer die zijn auto niet gestart krijgt. Even waardig als Yasser, die zijn antagonist de kans biedt op fysieke vergelding door hem ook te provoceren. Opmerkelijk is dat de protagonisten macho’s zijn die door hun mannelijke arrogantie in de problemen komen, maar die door diezelfde trots (waarbij ze sympathie niet willen misbruiken) tot loutering komen.

 

THE INSULT legt de complexiteit van de conflicten in het Midden-Oosten bloot, het problematische karakter ook van begrippen als slachtoffer, gerechtigheid en verantwoordelijkheid. Daarbij stuit Doueiri op gevoeligheden en die gaat hij niet uit de weg. “Ik heb het talent om mensen te beledigen”, bekent de cineast. “Ik weet hoe ik mensen kan kwetsen. Het was een onderwerp dat nog niet was aangesneden in de cinema: mogen we de schade opmeten die de Palestijnen hebben aangericht?” Maar ook: “Hebben we vandaag het recht, zeker ten opzichte van de linkse Libanese partijen, die de Palestijnse rechten willen verdedigen, om te praten over wat er in het verleden met de Palestijnen is gebeurd? Dat was het idee van de film. Daarom heb ik voor een christelijk personage gekozen tegenover wie zie ik, Ziad, van kinds af vijandige gevoelens had in de jaren 70 en 80. Tony’s uitspraak ‘Palestijn zijn loont’ werpt een belangrijke vraag op. Mag je in Libanon en andere Arabische landen de Palestijnen in vraag stellen? Dat is een taboe in de Arabische wereld. De Palestijnen genieten van immuniteit door hun leed.”

 

Dat de meningen daarover verschillen wilde Doueiri ook duidelijk maken door via de advocaten van de protagonisten, die als vader en dochter tegenover elkaar staan, een generatieconflict te introduceren. “Dit is een conflict tussen mensen die de oorlog hebben meegemaakt en hun kinderen, die geen oorlog of conflicten bewust hebben beleefd. Ze zijn er minder bij betrokken. We wilden deze verdeeldheid tonen.”

 

THE INSULT toont niet enkel de verdeeldheid, maar polariseert zelf ook door het ene drama (Damour) meer gewicht te geven dan het andere (Sabra en Shatilla), door slachtoffers via collectieve verantwoordelijk richting daderschap te duwen. “De Palestijnen genieten van immuniteit door hun leed”, stelt Doueiri. Tony’s “Jullie hebben niet het monopolie op het lijden” is een cruciale dialoogzin. Alleen lijkt door de afwikkeling van het verhaal het verwijt vooral van een kant te komen.

 

Nochtans geeft THE INSULT ook aan dat het erkennen van elkaars lijden cruciaal is om de cirkel van geweld, wraak en vergelding te doorbreken. Op individueel vlak lijkt verzoening mogelijk omdat Tony en Yasser oog krijgen voor elkaars pijn. Maar de leiders zien alleen het eigen lijden, het lijden van hun gemeenschap, waarmee ze hun gezag legitimeren. Daarom is kennis en aanvaarding van het verleden voor de filmmaker noodzakelijk om verzoening te bereiken. De houdbaarheidsdatum van verzoening die het verleden ontkent is immers te beperkt.

 

FILM: **** / EXTRA’S: *** (documentaire, audiocommentaar)

 

Meer dvd- en blu-raybesprekingen vind je terug in de rubriek 'Huisbios' in ons maandblad, te koop in deze verkooppunten of te verkrijgen met een abonnement.

 

Geschreven door IVO DE KOCK

The Insult

Regisseur: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2017
Distributeur: 
Twin Pics

Media: