Interview: Atelier Graphoui

Het Franstalige Cinergie biedt ons maandelijks een blik in de Waalse en Brusselse productieateliers. Ditmaal aan het woord: het Brusselse Graphoui.

Op een boogscheut van het Bockstaelplein, in het noorden van Brussel, leidt producente Ellen Meiresonne ons rond in hun nieuwe locatie voor audiovisuele creatie. Het team van Graphoui is druk in de weer te midden van feministische zangworkshops, de productiekantoren van Cobra Films en On Mouv' Prod, en het heen-en-weergeloop in de keuken.

Cinergie: Wat is Graphoui?

ELLEN MEIRESONNE: Graphoui is een productieatelier, maar ook een CEC (Centre d'Expression et de Créativité). Het verschil is dat het productieatelier zich richt op audiovisuele auteurs met heel specifieke en persoonlijke films, terwijl het CEC meer openstaat voor groepen die rond een thema werken. Die laatsten helpen we bij het vinden van een expressiemiddel (meestal animatiefilm), bijvoorbeeld blinden die willen werken rond tastzin.

In het algemeen werken we rond projecten over kwesties van de man in de straat. Sinds twee, drie jaar denken we na over clichés. We zijn vragende partij voor projecten over clichés in de brede zin van het woord, een motief dat niet strikt is afgebakend en dat gevarieerde resultaten oplevert. Zo krijgen we films die elkaar wederzijds bevruchten. We trachten vragen te stellen over de band met de werkelijkheid. We doen bijvoorbeeld niet aan zuivere fictie, met een verhaaltje. Op vormelijk vlak zijn we heel breeddenkend, maar er moet altijd sprake zijn van een band met de werkelijkheid of een documentair aspect, gewoonlijk een beetje van beide. We werken niet met afgelijnde formats. We proberen na te denken over beeldtaal. Dat is exact wat we doen: visuele auteurs helpen om hun taal te vinden. We hechten veel belang aan processen en methodologie.

Onderweg ontmoeten we in de animatieworkshop twee Congolese kunstenaars die volop bezig zijn met hun animatiefilm; ze verblijven hier twee maanden in residentie. “We werken met stenen en roestig metaal op een metalen plaat waarop we krijttekeningen maken. Het is eigenlijk een combinatie van dit alles en nog ander recyclingmateriaal.”

E. MEIRESONNE: Dit project sluit aan op onze reflectie over clichés. Hun project is aangebracht via een leescomité. Het is ook een samenwerking met Wallonie-Bruxelles International (het internationale agentschap van de Franse Gemeenschap, nvdr), waardoor we beursstudenten in residentie kunnen uitnodigen. Atelier Graphoui heeft altijd een goede band gehad met Afrika en in het verleden hebben we heel wat cineasten uit dat continent geholpen.

We zetten ons bezoek voort. Het gaat van de green key-studio naar de opslagplaats. De ruimte is groot en goed uitgerust, waardoor bij de verschillende producties kort op de bal kan worden gespeeld.

E. MEIRESONNE: We hebben beeldmateriaal dat we ter beschikking stellen van audiovisuele auteurs. Sommige projecten ondersteunen we van a tot z, bij andere helpen we alleen een handje, bijvoorbeeld als iemand belichting of een camera nodig heeft voor een paar dagen. We vinden het belangrijk om vlot te kunnen inspelen op dergelijke vragen, zonder toestemming te moeten vragen aan een commissie.

Daarna volgen de ruimten voor montage, video en klank, de productie- en distributiekantoren, en de bibliotheek. We komen even bij van die marathon en houden halt in een van de zalen, waar het gesprek voortgaat in het gezelschap van Kim Van Volsom, die verantwoordelijk is voor coördinatie en distributie.

KIM VAN VOLSOM: Graphoui ontstond als een bedrijf waar videoanimatie werd geproduceerd in een ateliercontext. Sinds een jaar of vijftien speelt ook klank een belangrijke rol. Het experimentele gehalte varieert, maar we zijn wellicht het atelier dat het meest openstaat voor experimentele films. Maar dat is een geladen begrip. Het gaat niet om avant-gardistische maar om hybridische films, die tussen verschillende genres zweven. We beschouwen onszelf als een experimenteel beeld- en klanklaboratorium. We werken met residenties waarbij we kunstenaars te gast hebben en met projecten die we selecteren tijdens leescomités.

In de Franse Gemeenschap zijn er drie ateliers die vooral actief zijn op het vlak van animatie: Zorobabel, Camera-etc en jullie. Klopt dat? Wat maakt jullie uniek? Waarom zou iemand bijvoorbeeld bij jullie aankloppen en niet bij Zorobabel?

K. VAN VOLSOM: Er zijn natuurlijk overeenkomsten, zo maken zij ook collectieve films. Maar ze zijn misschien meer begaan met het vormelijke. Wij werken niet noodzakelijk alleen met animatiebeelden. Soms gebruiken we animatie in liveactionfilms. Ons criterium is de band met de werkelijkheid. We houden ons uitsluitend met documentaire bezig.

Waarom die optie om voorrang te geven aan experiment, geluid en documentaire?

K. VAN VOLSOM: Dat is een paar jaar geleden ontstaan, met mijn voorgangster María Palacios Cruz. Zij heeft die tendens in gang gezet. Vaak werken we met een schilder of beeldhouwer die zijn eerste film draait. Die mensen hebben vaak een andere opvatting van het audiovisuele medium.

Christian Copin, die nu met pensioen is, was op dat vlak heel belangrijk. Hij ontwikkelde het laboratorium voor geluidscreatie, voor ‘geluidsbeelden’ zoals wij het noemen. Daar maakten ze zowel ‘zuiver’ auditieve scheppingen als de geluidsband voor films. Zijn stelling was: je moet de auteur autonoom maken, hem soepele, ongecompliceerde middelen aanreiken waarmee hij onafhankelijk kan worden en waardoor hij beter kan communiceren met de technici die aan zijn project werken. Vaak moedigden we beginnende cineasten aan om eerst een geluidscreatie te maken, zodat hun verbeelding werd gestimuleerd en ze gedwongen werden om aan de slag te gaan. Zo ontstond het idee om te experimenteren, te creëren, minder conventionele dingen uit te proberen, zonder per definitie gebruik te maken van een lineair verhaal. Die manier van werken werd ook opgepikt door de animatiestudio. Aangezien we een echt collectief zijn, werken we zonder enige hiërarchie. Dat vinden we belangrijk.

We hebben elkaar wederzijds beïnvloed. De oprichters van Graphoui waren animatiestudenten van La Cambre en zij wilden echt experimenteren. We hebben altijd vastgehouden aan die motivering, het verlangen om nieuwe dingen te proberen, waarbij we in de loop der tijd het palet hebben verbreed. In het begin deden we alleen animatie, daarna kwamen de documentaires erbij en ook de experimentele films. Het aandeel van geluidscreatie werd almaar groter. Graphoui is vrij organisch blijven groeien, waarbij we aldoor van elkaar hebben geleerd.

Wat is jullie doelgroep in de praktijk?

K. VAN VOLSOM: De cineasten met wie we werken komen uit heel uiteenlopende sectoren, zowel jonge, pas afgestudeerde regisseurs als beeldend kunstenaars en artiesten uit de podiumkunsten. We hebben niet echt een specifieke doelgroep. We zien ook graag dat mensen zonder voorafgaande audiovisuele bagage bij ons komen aankloppen voor steun of om gebruik te maken van het atelier. We zijn altijd open van geest en dat willen we koste wat het kost zo houden.

We staan ook open voor moeilijk te financieren projecten. Ik vind dat we als atelier die rol moeten vervullen. Het zijn projecten die een financieel risico inhouden en aangezien we toch een basisstructuur hebben, moeten we mijns inziens dergelijke werken een kans geven.

Bij ons zijn er geen zuivere technici, we zijn allemaal een beetje kunstenaar. We zijn er niet alleen om een kabel uit te lenen of duidelijk te maken hoe bepaalde knoppen werken. Alles gebeurt in een creatieve context. Zo zal een jonge audiovisuele auteur die gebruikmaakt van de montagekamer altijd uitleg krijgen, of een opleidingssessie. We beschouwen ons als artistiek begeleiders.

Voor sommige projecten zoeken we financiering, maar niet per definitie voor alles. Voor sommige doen we alleen de afhandeling. Eén cineaste komt hier al drie jaar, drie- of viermaal per week. Ze komt tekenen, maar ze heeft geen zin om zich druk te maken over financiering. Geduld bij het begeleiden is ook belangrijk. We maken geen onderscheid tussen enerzijds projecten waarvoor we financiering zoeken en die als ‘omvangrijk’ gelden (waarbij er een zekere druk is omdat je natuurlijk rekenschap moet afleggen) en anderzijds ‘kleine’ projecten, waar we vaak langer aan werken.

Het is ook belangrijk dat we over deze plek beschikken. Hier gaan audiovisuele auteurs met elkaar om. Er is veel synergie en uitwisseling, het is een vruchtbare voedingsbodem. We volgen het proces en kunnen voor bepaalde projecten een opleiding voorstellen – geen algemeen technische, maar een toegespitste opleiding. Er wordt ook vaak van gedachten gewisseld aan de keukentafel. Het is al gebeurd dat mensen die elkaar hier hadden ontmoet zijn gaan samenwerken. Leuk!

Vertaling: Gorik de Henau
Info, trailers, VOD: vimeo.com/ateliergraphoui
Meer interviews: filmmagie.be/achtergrond

Geschreven door SYLVAIN GRESSIER

Interview: Atelier Graphoui

Media: 

onomatopee