Interview: directeur Nicola Mazzanti over CINEMATEK

Belgische filmliefhebbers zijn verwend. Met het Koninklijk Belgisch Filmarchief, in 2009 om taalkundige redenen omgedoopt tot CINEMATEK, beschikt ons land over een van ’s werelds belangrijkste filmmusea, het resultaat van een geschiedenis die bijna tachtig jaar teruggaat, namelijk tot 1938.

Daarvan getuigen de eclectische en rijkgeschakeerde cycli die deze zomer en herfst worden geprogrammeerd: van vijftig jaar Franstalige film over hommages aan de cineasten David Lynch, Jean-Pierre Melville, Cédric Klapisch en Blake Edwards tot het hernemen van de Quinzaine des Réalisateurs van het recentste festival van Cannes. En nog veel meer ... We hadden een gesprek met Nicola Mazzanti, sinds 2010 conservator van CINEMATEK, en wel op Il Cinema Ritrovato in Bologna, de tegenhanger van het festival van Cannes voor klassieke films.

Cinérgie: Je bent dus op zending in het buitenland. Kwestie van de goede reputatie van CINEMATEK hoog te houden?

Nicola Mazzanti: Ja! In alle onpartijdigheid zijn we een van de belangrijkste filmarchieven in Europa en zelfs de hele wereld. Zeker als je rekening houdt met onze omvangrijke collectie, dubbel zo groot als die van Amsterdam en Parijs, en even groot als die van onze collega’s in New York! We bevinden ons dus in de eerste klasse, in de mondiale top vijf, en we hebben zelfs lange tijd een voortrekkersrol gespeeld. Dat houdt verband met onze lange geschiedenis en vooral met het concept ‘moderne cinematheek’. Dat werd in 1962 in Brussel uitgevonden door Jacques Ledoux, zelfs nog voor zijn Franse collega Henri Langlois – over wie gezien zijn afkomst veel meer wordt gesproken. Gabrielle Claes zette de inspanningen van Ledoux voort en tegenwoordig trachten wij niet onder te doen. Onder meer door CINEMATEK in het buitenland te vertegenwoordigen, zoals nu in Italië.

http://www.thewordmagazine.com/media/2017/01/cinetek_nmazzanti_byostt_web05-675x1000.jpgNicola Mazzanti © Thomas Ost

Rekening houdend met de grootte van ons land mogen we dat een prestatie noemen.

N. Mazzanti: Ongetwijfeld, en het heeft ook te maken met de gunstige geografische ligging van België. Het voordeel van een geringe omvang – het feit dat we niet Duitsland, Engeland of Frankrijk zijn – is dat we beschikken over een wendbare structuur. We zijn een ‘stichting van openbaar nut’ en geen logge, moeilijk te beheren instelling zoals bij onze buren, met politieke kwesties die soms veel weg hebben van een nachtmerrie. Daardoor zijn we beweeglijk, eclectisch, onafhankelijk en soepel. Maar het nadeel daarvan is dat er in de wetgeving niet veel staat over onze taak, functie en dus ook financiering, in tegenstelling tot culturele organen als BOZAR en de Koninklijke Bibliotheek. Aangezien België een veelvormig land is, kent CINEMATEK een positioneringsprobleem, al staan we daarin niet alleen. Ook de Cinémathèque française heeft daar lang mee geworsteld, tot de voormalige president Jacques Chirac een oplossing bedacht. In de jaren 90, vrij recent dus, vaardigde hij een wet uit waarin de taak van het orgaan duidelijk werd omschreven. Zo werden veel problemen opgelost. Gezien de Europese en wereldwijde dimensie van onze collectie beschikken we over het equivalent van het Louvre ...

... al zijn we lang geen Frankrijk!

N. Mazzanti: Juist. (glimlacht) Maar godzijdank beschikt België over een uitzonderlijke Vlaamse en Franstalige cinema, zowel wat kwaliteit als productie betreft. Ik ken geen enkel ander land dat op filmvlak zo actief, boeiend en levenskrachtig is. Elk jaar komen er tientallen films uit, en dan hebben we het nog niet over de honderden korte films. Daar moet je ook mee bezig zijn, naast onze historische collectie: je moet die films bewaren voor het nageslacht en ze ook naar het buitenland sturen. Dat deden we onlangs nog met Déjà s'envole la fleur maigre van Paul Meyer, een film uit de jaren 1960, voor een vertoning in New York. Van de bewaard gebleven Belgische films hebben wij 95 procent, en we zijn ons bewust van die grote verantwoordelijkheid. Als wij hier Toto le héros of een film van Chantal Akerman restaureren, dan is dat hetzelfde als een groot museum dat de Mona Lisa restaureert!

Aangezien de zevende kunst nog relatief jong is, groeit jullie collectie elk jaar aan. Daarmee kun je dus almaar gevarieerder programma’s samenstellen, niet?

N. Mazzanti: Absoluut. En er komt steeds meer publiek af op dat erfgoed, dat zelfs een economische waarde krijgt. Dat bewijzen de cijfers van de voorbije maanden. Klassieke films als Metropolis, Le jour se lève of zelfs een onbekende film uit de jaren zeventig zijn vaak uitverkocht! Hier in Bologna werd La promesse van de broers Dardenne verleden jaar door vijfduizend mensen op applaus onthaald. Dat zijn momenten om nooit te vergeten. Weet je, ondanks deze individualistische tijden beginnen de mensen te beseffen dat ze meer dan ooit behoefte hebben om samen te komen, te lachen en te huilen, zelfs met een film van Marlon Brando of Robert Mitchum. Dat fenomeen zie je ook op de grote festivals. Eind jaren tachtig had het festival van Cannes de klassieke stomme film Nosferatu gerestaureerd. Dat was toen een uitzondering, terwijl je nu elk jaar de Cannes Classics hebt. En sinds 2009 leidt Thierry Frémaux, de afgevaardigd bestuurder van Cannes, ook het Festival Lumière in Lyon, dat in het teken staat van erfgoed. Een paar jaar geleden had niemand dat zelfs maar kunnen vermoeden. En ik zou maar wat graag zien dat Belgische festivals zich ook op dat segment richten, want er is altijd een publiek voor.

Afbeeldingsresultaat voor cinematekDe Brusselse CINEMATEK © Griet Olivier

Wat bezoekersaantallen betreft, werd onlangs een cijfer van 80 000 voor 2016 genoemd. Klopt dat?

N. Mazzanti: Ja, dat is het cijfer van een gemiddeld jaar. In 2013, bij onze 75ste verjaardag, haalden we 140 000 bezoekers, evenveel als De Munt. Aangaande Brussel is dat positief, maar daarnaast werken we ook samen met verschillende Vlaamse en Waalse bioscopen die onze films vertonen, bijvoorbeeld UGC, en ook met het buitenland. Onze huidige drie zalen in Flagey en CINEMATEK kennen een mooi verloop, dat niet moet onderdoen voor dat van traditionele bioscopen.

Met toeschouwers die zeggen dat ze waardering kunnen opbrengen voor de ontvangst, de rust en het kijkcomfort. En dat is goed voor de mond-tot-mondreclame.

N. Mazzanti: Zeker, en ik zeg het vaak: volgens mij heeft CINEMATEK nog een grote groeimarge. Met drie zalen van 29, 117 en 120 zitjes ben je natuurlijk beperkt. Met een ruimere infrastructuur zouden we meer kunnen bieden, ook aan de stad, bijvoorbeeld op toeristisch vlak. Het ontbreekt ons aan een grote ruimte en dat paradoxaal, want we sturen geregeld zaken naar buitenlandse tentoonstellingen, bijvoorbeeld rond de gebroeders Lumière of Chris Marker. Maar de komende tien jaar houden we de droom van een echte museumruimte in het achterhoofd, en van zalen waarmee we beter op de vraag kunnen inspelen. Want als we klassieke films zoals The Godfather vertonen, moeten we mensen weigeren. En dat gebeurt jammer genoeg regelmatig.

Tot slot: binnenkort wordt CINEMATEK tachtig. Zijn jullie van plan dat te vieren?

N. Mazzanti: Ja natuurlijk, zoals we ook deden voor ons 75-jarige bestaan. Maar we beginnen er nu pas over na te denken. Want CINEMATEK bestaat maar dankzij de passie van de zestig personen die hier werken (45 in voltijds dienstverband, n.v.d.r.). Terwijl we hier in Brussel dertig procent meer films programmeren dan Parijs. Ik ben iemand die de zaken voortdurend wil verbeteren, maar het is elke dag opnieuw een wonder. België en Brussel hebben ongelofelijk veel geluk dat ze beschikken over een instelling als CINEMATEK!

Zie ook: www.cinematek.be

Deze publicatie kadert in de samenwerking tussen Filmmagie en het Brusselse, Franstalige Cinérgie. Maandelijks wisselen deze twee filmkritische media een interview uit om te vertalen voor eigen publicatie. Andere interviews die kaderen binnen dit opzet zijn die met productiehuis Dérives, Claude François, productiehuis Cobra Films en atelier Camera Etc, dat zich specialiseert in kinderanimatieproducties.

Beeld boven: Nicola Mazzanti © Thierry du Bois

Geschreven door DAVID HAINAUT

Interview: directeur Nicola Mazzanti over CINEMATEK

Media: 

onomatopee