Interview: festival Ciné Public

11 maart gaat voor de vijfde keer Ciné Public door, een kortfilmfestival dat vanaf nu niet tweejaarlijks maar jaarlijks wordt georganiseerd door het Centrum voor Beeldexpressie. Een jury van professionals kiest uit de vertoonde selectie van 28 films van beginnende cineasten vijf winnaars in de categorieën Fictie, Animatie, Documentaire, Scenario en Cinematografie. We vroegen Margot Thysens van het Centrum voor Beeldexpressie naar wat meer achtergrond bij het festival.

FILMMAGIE: Het is de tweede keer dat Ciné Public plaatsvindt in Antwerpen, in plaats van in Gent zoals vroeger. Vanwaar die keuze?

MARGOT THYSENS: Omdat het aanbod van kortfilmfestivals nogal beperkt is in Antwerpen in vergelijking met andere grote steden. Tijdens Film Fest Gent wordt al een kortfilmcompetitie georganiseerd, net zoals tijdens het Filmfestival van Oostende. In Brussel heb je al het Brussels Short Film Festival, en in Leuven natuurlijk het Kortfilmfestival Leuven. Bovendien zijn we met het Centrum voor Beeldexpressie ook gevestigd in Antwerpen.

Als we met deze festivals vergelijken, stellen we wel vast dat Ciné Public uniek is in haar focus op beginnende filmmakers.

M. THYSENS: Tegenover de grote kortfilmfestivals wel, maar er bestaan nog verschillende andere initiatieven waar beginnende en amateurcineasten een platform krijgen. Je hebt bijvoorbeeld het Kortfilmfestival van Kalmthout of SYSTEM D in Brussel, dat meer afgebakend is: de deelnemers moeten uit Brussel komen en mogen geen filmopleiding gevolgd hebben. Bij ons is de meerderheid van de deelnemers filmstudent.

Is dat de reden waarom er niet langer een prijs voor Beste Cineast zonder Filmopleiding wordt uitgereikt?

M. THYSENS: Van de inzendingen die we hebben binnengekregen, is er maar een klein aantal van makers die geen filmopleiding volgen of gevolgd hebben. Dat aandeel was te klein om de categorie zoveel aandacht te geven.

Maar waar trekken jullie de lijn tussen beginnende en professionele filmmakers? Mag iemand die is afgestudeerd aan een filmschool bijvoorbeeld nog deelnemen?

M. THYSENS: Ja, dat is geen criterium. Het is eerder een kwestie van hoeveel de maker zelf doet en zelf investeert, en waar hij of zij zich bevindt in zijn parcours in de professionele filmwereld. Iemand die in opdracht werkt of subsidies ontvangt van het VAF of een serieus budget van Screen Flanders komt niet in aanmerking. We maken wel uitzonderingen voor kleine bijdragen van bijvoorbeeld Sabam. In het verleden werden er nog films ingezonden die met grotere budgetten waren geproduceerd, maar dat bracht veel discussie teweeg over welke rol wij voor zo’n filmmaker nog kunnen spelen. We geloven dat als iemand een budget van zestigduizend euro kan vastkrijgen, het professionele werkveld al plannen met zo’n maker heeft. Bij ons zijn het vooral filmmakers die een opleiding volgen of pas zijn afgestudeerd en volop hun eigen weg aan het zoeken zijn en met eigen middelen aan de slag gaan.

Wat betekent het voor een filmmaker om in jullie competitie een prijs te winnen?

M. THYSENS: In de eerste plaats geven we geldprijzen die de makers kunnen helpen om hun volgende project te financieren. Daarnaast mogen we ook een aantal prijzen van partners uitdelen. De winnaar in de categorie Fictie bijvoorbeeld krijgt van het postproductiebedrijf Option Media een postproductiepakket voor een volgend project, de Scenaristengilde voorziet coaching en deAuteurs stelt naast een geldprijs onder meer gratis depot ter beschikking. We werken dus ook wel toekomstgericht. De winnende films worden ook nog eens vertoond tijdens TAKE, onze jaarlijkse studiedag over film.

Waarom heeft Ciné Public beslist om een onderscheid te maken tussen Beste Fictie, Documentaire, Animatie, Scenario en Cinematografie? Vroeger selecteerden jullie één Beste Film.

M. THYSENS: Na gesprekken met de jury bleek dat animatiefilm en documentaire minder vaak in de prijzen vielen, gewoon omdat de expertise er niet was of omdat de jury het heel moeilijk vond om die soorten film met elkaar te vergelijken. Maar we vinden het net belangrijk om ze aan bod te laten komen. Daarom hebben we nu in de jury ook leden die gespecialiseerd zijn in de verschillende onderdelen, zoals Wouter Bongaerts en Annemie Degryse voor animatiefilm en Pieter-Jan De Pue voor documentaire. Wel zullen alle vijf juryleden samenzitten voor de verschillende categorieën en wordt er in samenspraak besloten. Een boeiende uitdaging!

Zijn de vertoningen ook in genres verdeeld?

M. THYSENS: Nee, elk van de vier filmblokken is een combinatie van animatiefilm, documentaire en fictiefilm. Wanneer je komt kijken krijg je dus meteen een totaalpakket.

Het gaat goed met Ciné Public: vanaf nu is er jaarlijks in plaats van tweejaarlijks een editie.

M. THYSENS: Met per editie honderd inzendingen – vorige editie waren het er 168 – hebben we zeker genoeg materiaal voor een jaarlijkse editie. Het is ook belangrijk dat we het festival regelmatiger organiseren om meer naambekendheid te krijgen bij filmmakers.

Interview – Antwerpen, 8 februari

Geschreven door CHARLOTTE TIMMERMANS

Interview: festival Ciné Public

Media: