Interview: Gentse band Nordmann speelt cultfilm Dementia

“Jij … jij daar. Weet jij wat horror is?” vraagt een dwingende vertelstem aan het begin van 'Dementia', een Amerikaanse cultklassieker uit de jaren 50 geregisseerd door de verder onbekende John Parker. “Zelfgenoegzaam en zelfverzekerd, omdat je gezond van geest bent. Weet jij wat waanzin is en hoe het toeslaat?” Vanaf 9 maart trekt de Gentse band Nordmann door Vlaanderen met hun muzikale antwoord, een live soundtrack bij de film.

Oorspronkelijk verguisd door de censors, werd Dementia in 1955 dan toch uitgebracht in een aangepaste versie getiteld Daughter of Horror. Parker en distributeur-producent Jack H. Harris knipten het meest aanstootgevende materiaal er uit en voegden een verteller toe. Die moet voor eenduidigheid zorgen en de kijker leiden door de gangen van een gestoorde geest, een gekwelde vrouw, terwijl ze vechtend met haar demonen een hotelkamertje uitvlucht op zoek naar de choquerende waarheid “in de bezeten, half verlichte nacht der krankzinnigen”. Toch blijft Dementia / Daughter of Horror een verwar(ren)d – en vandaar ook fascinerend – amalgaam van avant-gardekunst en B-filmproductie, exploitatiecinema en surrealisme, film noir en psychologische horror.

Die ongewone kruisbestuiving van genres is een kolfje naar de hand van de vierkoppige muziekband Nordmann, gekweekt aan het KASK Conservatorium en gevormd in Gentse jazzcafés. Met ‘Nordmann Plays Dementia’ zijn ze erop uit de verbeeldingswereld van de film onder te dompelen in hun zelfverklaarde progressief minimalisme, een bezwerende en donkere cocktail van jazz en rock. Dreamscapes vergezeld door soundscapes. “Eigenlijk is het ons op het lijf geschreven”, zeggen leden Dries Geusens (basgitaar) en Mattias De Craene (rieten en percussie).

FILMMAGIE: Waar kwam het idee vandaan voor een live soundtrack?

DRIES GEUSENS: In het kader van het Angst Festival in muziekcentrum De Bijloke, in maart 2016, vroeg programmator Kristof Roseeuw of we wat konden doen met een film.

MATTIAS DE CRAENE: Hij volgde Nordmann al een tijdje en vond het fijn ons de kans te kunnen geven om iets nieuws te proberen. We hebben lang moeten zoeken naar de juiste film, want er waren wel enkele richtlijnen, zoals het thema angst en de lengte, een uur, wat het moeilijker maakte. Daar zijn we toch even mee bezig geweest... Tot Peter Vermeersch van Flat Earth Society [de Belgische bigband waarvan ook Roseeuw deel uitmaakt, nvdr] over onze zoektocht hoorde. Hij heeft veel ervaring met filmmuziek schrijven en zei ons: “Kijk, ik heb hier nog iets in mijn schuif liggen voor een toekomstig project.” Dat bleek Dementia / Daughter of Horror.

Wat was jullie indruk toen je de film voor het eerst zag?

D. GEUSENS: De eerste richting waarin ik dacht, was het expressionisme. Het ligt best voor de hand om daarin te gaan zoeken; de thema’s liggen dicht bij elkaar en het is al vaker gedaan. Ik heb een verleden als filmstudent aan het RITCS in Brussel en heb dat vroeger allemaal gezien. Dr. Caligari, Murnau, dat zijn zaken die mij erg aanspreken. Dementia is ontegensprekelijk een film gemaakt met weinig budget en een bizar scenario. Het hangt met haken en ogen aan elkaar. Maar dat geeft het natuurlijk ook iets interessants om mee te werken. We waren er door geïntrigeerd en zagen er wel mogelijkheden in.

M. DE CRAENE: Zeker, al is het niet iets wat ik normaal kijk. Eén ding wat mij is bijgebleven, wat ik de max vind aan die film en volgens mij kenmerkend is voor hoe we ermee aan de slag zijn gegaan: in één scène zou een servet over de straat moeten dwarrelen, dat door de wind wordt gedragen, maar je ziet dat die servet gewoon aan een vislijn hangt en zo verder wordt getrokken. Eigenlijk is zoiets heel grappig, een bepaalde sérieux of sfeer proberen te creëren maar onbewust een humoristische toets aanbrengen.

D. GEUSENS: Het is soms ook heel overdreven. Sommige dingen in de film gaan erover en dat past misschien wel bij wat wij met onze muziek doen. We dachten allemaal: dit kan werken.

De verteller presenteert het onderwerp en de thema’s van de film op niet mis te verstane wijze. Zijn angst en waanzin zaken waar jullie zelf mee bezig zijn?

M. DE CRAENE: Zeker weten. Voor mij is het dagelijkse shit. Voor Dries minder. Ik heb de indruk dat hij het altijd wel onder controle heeft. (lacht)

D. GEUSENS: Ik heb een ander soort angst, maar natuurlijk.

M. DE CRAENE: De vrouw in de film, haar psychose, de dubbelheid van de werkelijkheid, zijn natuurlijk heel fascinerend om te zien. Stel eens dat je gek wordt verklaard door een bepaald idee, iets dat je gelooft of ziet, terwijl jij er zelf zo hard van overtuigd bent het niet te zijn.

D. GEUSENS: Ik moest onmiddellijk denken aan APOCALYSPE NOW (Francis Ford Coppola, 1979), een van mijn lievelingsfilms en een klassieker als het over waanzin gaat. Die slotscène, Kurz in de hut. “The horror! The horror!

Haalden jullie eerder al inspiratie uit film?

M. DE CRAENE: Niet direct. Voor Nordmann als groep was het een nieuwe ervaring.

D. GEUSENS: Ikzelf voor een ander project wel. Ik heb ooit muziek gemaakt voor een animatiekortfilm, maar lang voor ik bij de band speelde. Dat was een totaal andere werkwijze. Aan het conservatorium krijg je ook een soort cultuur aangeleerd waarbij je op zoek gaat naar beelden. Ik denk dat het belangrijk is dat te hebben als muzikant. Je kunt uit alles inspiratie halen.

Wat was de volgende stap eens de filmkeuze vastlag?

D. GEUSENS: Dat is ook zoeken als je het nog nooit hebt gedaan. De muziek van Nordmann proberen we met alle vier te schrijven, maar het meeste gebeurt wel door Edmund [gitaar] en Mattias. Voor de soundtrack wilden we echt meer samen delen aanbrengen. We hebben de film in scènes verdeeld en zijn dan scène per scène beginnen te zoeken. We wilden ook heel graag met een rode draad werken, een soort thema of motief dat terug zou komen, omdat het volgens ons in filmmuziek en bepaalde klassieke muziek de geijkte manier is om zoiets aan te pakken. Dat geeft je een houvast.

M. DE CRAENE: Het is op zich old school, maar dat werkte wel. Om op gang te komen projecteerden we de film in de repetitieruimte. En dan gewoon kijken en spelen. Jammen. We hebben de opnames van die repetities online gezet, zodat iedereen die kon herbeluisteren met de film, om te kijken of er bruikbare ideeën tussen zaten. Dan kun je daarmee aan de slag om te schrijven. Ik herinner me eigenlijk niet meer of daar iets concreets is uitgekomen, uit die jamsessies.

D. GEUSENS: Ik geloof van wel. Een paar basisideeën.

M. DE CRAENE: Ja, of sferen. De opdeling met de scènes is vrij organisch verlopen. Dries had dan voor een bepaalde scène een stuk muziek, Edmund bracht iets mee, eventueel stukken muziek die we niet hadden gebruikt voor Nordmann en waarvan we dachten dat er misschien wel iets inzat. Het idee was: laten we dat al eens proberen en zien wat er gebeurt. En uiteindelijk ging dat wel. Daarna kwam het erop aan te kijken waar we de dingen aan elkaar konden binden, waar we nog iets nodig hadden, waar we nog iets konden herhalen, een thema bij een bepaald personage ... We hebben veel moeten ‘opknippen’ om alles aan elkaar te linken.

In feite het omgekeerde van werken aan een film?

D. GEUSENS: Inderdaad, we zijn niet vertrokken van een scenario en de voice-over is eruit. We hebben de film als geheel bekeken en pas na meer en meer kijkbeurten, na meer en meer scènes, werd het verhaal, dat op zich niet zo duidelijk is in de film, stilletjes aan toch duidelijker. En dan wordt de opbouw van de filmscore ook duidelijk. In die zin denken we zelf een scenario uit en gaan we op zoek naar de lijnen in de film. Bij Dementia zijn die lijnen nogal ... vaag.

M. DE CRAENE: Onze insteek is de beelden te begeleiden. Dat staat voorop. Zonder de voice-over is het dan ook een stomme film. Dialogen kunnen simpelweg niet op de voorgrond komen. Als wij niet spelen, is het gewoon stil. Dus dan moeten wij bijna de hele tijd Hitchcock-gewijs spanning opzoeken. Daar zijn we ook enorm mee bezig geweest, hoe die op te bouwen en vast te houden, en waarom. Daarbij hebben we redelijk wat klanken heel precies op beelden geplaatst. ‘Mickey Mousing’ noemen ze dat [zoals in de cartoons van Walt Disney]. Wanneer iemand bijvoorbeeld z’n pint neerzet, hoor je dat muzikaal. We vinden dat het wel mag. Er zit namelijk een humoristische toets in. Niet overdreven, maar toch.

D. GEUSENS: In bepaalde scènes gaat het beeldtempo omhoog en is er meer actie. Dan geeft onze muziek ook wat meer energie. Een hoger tempo, wat meer grooves of ritmes. Andere delen zijn dan weer opener of lyrischer.

M. DE CRAENE: De politieachtervolging, bijvoorbeeld. Een scène van een paar minuten lang waar we weten: hier mogen we even improviseren. Dan wordt het leuk om iets meer uit te proberen. Het is fijn om te zoeken naar wat werkt en wat niet, om die balans te zoeken.

D. GEUSENS: De laatste twee à drie weken hebben we er voltijds aan gewerkt. Dat gaat meestal zo en is normaal. Audiovisuele producties vragen veel voorbereiding. Zodra alles samenkomt, wordt alles intenser. Daar doe je het ook voor. En dan is het geen probleem om eens een dag, twee dagen, drie dagen echt uren en uren door te doen, als je weet dat je er resultaat uithaalt. Na een tijd heeft Kristof Roseeuw ons aangeboden om een kleine week te werken in het Kraakhuis [een polyvalente ruimte op De Bijloke]. Daar hebben we al die elementen samengebracht en serieus doorgewerkt aan de ontbrekende stukken om tot een geheel te komen.

M. DE CRAENE: Daarvoor waren we heel fragmentarisch bezig. Tot we ons bij de doorloop een week voor we moesten optreden realiseerden dat er nog veel ontbrak. De grote stap die we toen gemaakt hebben, is de film op een click track zetten. Dan loop je de hele tijd met een tempo mee, of met verschillende tempi, op basis van auditieve cues.

D. GEUSENS: In onze koptelefoon horen we dan een metronoom en die geeft het tempo aan van onze muziek. Zo hebben we het tempo kunnen aanpassen aan de lengte van bepaalde scènes. Zo kunnen we muziek spelen die bij specifieke beeldovergangen hoort.

M. DE CRAENE: Dat was eigenlijk het belangrijkste; dat het superstrak zat met de beelden.

D. GEUSENS: Tijdens een vechtscène bijvoorbeeld worden wat klappen uitgedeeld. Op dat moment spelen wij ook een kick in de muziek. Dat kun je alleen als je echt op een click track werkt. Bij grotere films gebruiken ze die ook, maar dan is dat visueel, met witte puntjes op het beeld. Dat geeft een visuele cue aan de dirigent, degene die de muziek opneemt of de orkestleider.

Hebben jullie er een idee van hoe vaak je de film hebt gezien?

M. DE CRAENE: In zijn geheel? Ik weet het niet, moeilijk te zeggen.

D. GEUSENS: Toch veel, hoor. Een schatting ... dertig keer.

M. DE CRAENE: Dertig keer? Da’s veel.

D. GEUSENS: In totaal, zeker. Als je zo’n click track maakt, gaat dat scène per scène, soms shot per shot, om echt synchroon te zitten. Ik ken de film ondertussen dus wel en vind hem nu eigenlijk beter dan in het begin. (lacht)

Wat is volgens jullie het grote verschil tussen het maken van deze live soundtrack en een puur muzikaal album?

D. GEUSENS: Muziek schrijven in functie van beelden is toch totaal anders. Je kunt dat op verschillende wijzen opvatten, maar de muziek moet de beelden ondersteunen. Als ze echt gaat opvallen terwijl je naar de film kijkt, dan is de muziek misschien net te goed. Dat is eigenlijk niet de bedoeling. Tenzij je voor het effect wilt gaan, dan ligt het anders. Wij hebben de beslissing genomen concreet te werken en er ook thematisch materiaal in te verwerken. Dat betekent dat je de muziek volgens een bepaalde methode schrijft en in een bepaald soort vorm giet. Wanneer we nummers maken voor een album, zit er ook een lijn in, maar die zit dan eerder in de manier van samenspelen of de sound die we zoeken. Je weet vooraf bijvoorbeeld niet hoeveel nummers er op de plaat komen of hoe die heten. Het is gewoon anders.

M. DE CRAENE: Het grote verschil voor mij is ook het publiek en hun perceptie wanneer je aan het spelen bent. Na een optreden komen mensen vaak vertellen dat onze muziek erg beeldend en filmisch is. Wat voor beelden zien zij juist? Waarover hebben ze het precies? Ik vraag me dat dan altijd af. Met Dementia weten we op voorhand wat het publiek gaat horen én zien. Dat voelt comfortabel aan, al is het misschien een raar woord daarvoor. Maar het doet deugd. Eigenlijk is het ons op het lijf geschreven om als Nordmann eens muziek te kunnen spelen op een film.

D. GEUSENS: Het is een heel groot verschil met een band die normaal op het podium staat. De mensen kijken niet naar ons, ze kijken naar het beeld.

M. DE CRAENE: Dat is ook comfortabel, voor mij althans. Je zit in het donker. Het publiek staat niet naar je gezicht te kijken om te zien wat er door je heen gaat. Ik ben daar gevoelig voor. Bovendien heb je bij een live set telkens wat improvisatie en is er altijd de spanning van het nieuwe. De soundtrack is op dat vlak aangenamer. We kennen de muziek, we kennen de film, we zijn overtuigd van het verhaal dat we brengen en weten van a tot z waar we naartoe willen ... Here we go, geniet ervan.

Denken jullie eraan om ook bij andere live shows eens visuals te gebruiken?

M. DE CRAENE: We hebben het er al een paar keer over gehad, maar moeten er wel met alle vier leden honderd procent van overtuigd zijn. Het zou moeten kloppen binnen het verhaal, geen spielerei waarbij de visuals er gewoon als extraatje bij komen. Voor Nordmann kan het vele richtingen uit. We zijn ons bewust van de beelden die onze muziek oproept en zoeken dat voor een stuk zelf op. Maar dan kan het ook gevaarlijk worden om daar visuals bij te plaatsen. Willen we dat niet eerder open laten voor het publiek en de sfeer van de muziek behouden?

D. GEUSENS: Je mag deze live soundtrack gerust een productie noemen. Niet dat het alles bepaalt, maar er komt technisch wel meer bij kijken. Er zit monitoring tussen, de click track, Mattias speelt bijvoorbeeld meer instrumenten ... Het is allemaal uitgebreider. Met de band bekijken we wat er in de toekomst mogelijk is voor onze eigen concerten.

Gewoonlijk sturen jullie je publiek naar huis met een reeks beelden, nu heb je ze al. Wat zou je hen met NORDMANN PLAYS DEMENTIA ditmaal graag meegeven?

M. DE CRAENE: Een totaalervaring, toch? Dat de mensen van de film én de muziek genieten. Een ervaring waarbij alles klopt.

D. GEUSENS: Zeg maar een filmconcert. De reacties op het Angst Festival, in een bijna uitverkochte Bijloke, waren super. Nu is het aan ons om dat nog een aantal keren te herhalen.

Alle tourdata vind je hier.

Interview - Gent, 16 februari

BEELD: 'Nordmann Plays Dementia' in De Bijloke (maart 2016), © Geert Vandepoele - Nordmann © Leon De Backer & Victor Van Rossem

Geschreven door TIM MAERSCHAND

Interview: Gentse band Nordmann speelt cultfilm Dementia

Media: