Interview: hoe duurzaam films produceren?

Als één sector het streven naar een duurzame samenleving kan uitdragen, dan wel de mediasector. Bij het Vlaams Audiovisueel Fonds zijn ze daar al langer dan gisteren van overtuigd. Wie productiesteun ontvangt voor een fictiefilm of -reeks, krijgt de vraag om de productie zo duurzaam mogelijk aan te pakken. Dat onder de deskundige begeleiding van VAF-duurzaamheidscoördinator Tim Wagendorp.

De begeleiding van het Vlaams Audiovisueel Fonds start zo vroeg mogelijk. Tijdens een intakegesprek worden informatie en praktijkvoorbeelden uitgewisseld. Het is aan de producent om deze kennis in concrete keuzes te vertalen, rekening houdend met het budget en het artistieke kader. Tijdens de opnamen komt er een setbezoek. Na afloop wordt er een CO₂-calculator ingevuld en wordt de impact van de concrete duurzame keuzes geëvalueerd.

In hun duurzaamheidsbeleid werkt het VAF ook samen met de filmscholen. Onder andere op het RITCS zorgde Tims voorganger destijds voor nogal theoretische uiteenzettingen die de studenten uitgebreid informeerden over de klimaatproblematiek en over hoe en waarom ze de door het VAF ontwikkelde CO₂-calculator konden invullen. Toen ik eind oktober Tim bij het VAF opzocht voor dit interview, verduidelijkte hij z’n aanpak.

Tim Wagendorp

Het CO2-verhaal is vaak abstract. Hoe pak je dat aan?

TIM WAGENDORP Ik focus vooral op haalbare oplossingen, en niet op de vele problemen. De media staan al vol met de grote milieuproblemen; ik probeer daarvan een vertaling op maat van onze sector te maken. Vooral vanuit de blik wat wij eraan kunnen veranderen. Zo praat ik over de impact van onze consumptie op de toekomstige generaties. Dan denk je aan olie uiteraard, maar ook aan allerlei metalen zoals zink. We dreigen zelfs zonder zand te vallen. Het gaat ook over hoe we omgaan met energie: het dagelijkse stroomverbruik van een koelkast bij ons ligt negen keer hoger dan wat een Ethiopiër op een jaar gemiddeld aan stroom verbruikt.

In plaats van enkel op CO₂ te focussen gebruik ik liever de duurzame doelen van de Verenigde Naties als ‘moreel kompas’. Deze doelen maken het makkelijker om in dialoog te gaan over duurzaamheid. Zo organiseerde het VAF op 6 juni een Green Screen-studiedag over circulaire economie, afval en materialen (een Engelstalig verslag daarvan lees je hier, nvdr). De zeventien duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN zijn heel wat menselijker dan de CO₂-verhalen. Wat telt is of we bijdragen aan die doelen.

Daarbij valt wel op te merken dat, zoals professor Jan Servaes onlangs schreef, de Sustainable Development Goals (SDG’s) vaak vaag zijn, want tot stand gekomen via een hoop compromissen binnen de Verenigde Naties …

T. WAGENDORP Oké, maar ze geven wel de richting aan waar we naartoe werken. En over die zeventien is nu toch zowat iedereen het eens. Dat maakt dat het argument wegvalt dat ik soms hoor bij andere filmfondsen die stellen dat ze niet duurzaam kunnen werken omdat ze nog geen CO₂-calculator hebben. Zo’n calculator helpt om de impact te meten ná de draaiperiode; de SDG’s kunnen inspireren vóór je begint te filmen. Dat is maar een van de middelen.

Ik probeer duurzame keuzes laagdrempelig en concreet te maken. Daarbij gebruik ik voorbeelden met zowel een meetbare impact op vlak van CO₂ als een invloed op het budget. De ervaring leert ons dat duurzaam filmen vaak ook budgettair interessant is.

Jullie gebruiken toch nog een CO₂-calculator?

T. WAGENDORP We gebruiken die om de impact van een productie in te schatten. Alle info rapporteren kost wel veel moeite. We zijn ons daarvan bewust. Uit de cijfers leren we dat de productie van een gemiddelde Vlaamse langspeelfilm zorgt voor 73 ton CO₂. Dat is evenveel als wat tien huishoudens op een heel jaar uitstoten. En dan is een gemiddelde Vlaamse langspeelfilm maar een kleine productie in vergelijking met Amerikaanse films. Daar liggen de budgetten en dus ook de impact een heel pak hoger.

Een van onze streefdoelen is een uniforme aanpak op Europees niveau, ook op vlak van de calculator. Nu ligt de nadruk sterk op meten en rapporteren. Maar we willen met zo’n instrument ook mensen helpen om de impact van keuzes op voorhand te kunnen inschatten en om de effecten van die keuzes beter zichtbaar te maken. Dat kan op domeinen zoals transport, energie, afval en materialen, catering en pre- en postproductie.

Transport staat doorsnee genomen voor 40 procent van de impact. Je kan diverse keuzes bekijken: kan je locaties verstandig kiezen? Zijn sets bereikbaar met het openbaar vervoer? Kunnen mensen carpoolen? Kan je mensen laten overnachten en vrachtwagens laten parkeren nabij de set? Kan je verre reizen vermijden? Je bespaart op die manier niet enkel CO₂, maar vaak ook aanzienlijk wat centen.

Energie vertegenwoordigt 5 procent van de impact. Zoek lokale oplossingen. Kan je lokaal stroom afnemen? Een werfkast in combinatie met groene stroom kan een optie zijn wanneer je enkele dagen op dezelfde plek filmt. Kunnen we alternatieve en correct gedimensioneerde generatoren inzetten? Projecten zoals de jeugdfilm Binti en de Ketnetreeks Buck tonen dat werfkasten een hoogwaardig alternatief kunnen zijn voor een traditionele generator.

Buck

Veel hangt af van het scenario …

T. WAGENDORP De media, en met uitbreiding ook de cultuur, houden de samenleving een spiegel voor. Via onze beelden en verhalen hebben we een belangrijke invloed op de maatschappij. De zeventien duurzame doelen kunnen ook hier inspireren. Zo kan je in een soap zoals Thuis zinnige dingen over partnergeweld aan bod laten komen. Of via Flotsam gamers informeren over het belang van het hergebruik van materialen. Die game bereikt een totaal andere doelgroep dan bijvoorbeeld de publicaties van OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, nvdr) of Fost Plus. Als schrijver moet je je bewust zijn van de impact die je hebt, zowel op het publiek als tijdens de productie zelf. Voor mij draait alles om bewustzijn.

Een concreet voorbeeld van het belang van inhoudelijke keuzes en van dat bewustzijn is Patser. Die werd duurzaam gemaakt omdat er enorm bespaard werd op vrachtwagentransport door overnachtingen in de buurt van de set. Maar de drie draaidagen in het buitenland verhoogden de CO₂-impact met ongeveer 50 procent. Kleine keuzes hebben vaak een grote impact, zowel positief als negatief.

De aanpak van het VAF is wel uniek in Europa: we gebruiken onze productiesteun als hefboom naar duurzaamheid. Duurzaam produceren is niet vrijblijvend, we zien het als een formeel engagement. Elk project en elk productieteam is anders. Sommige projecten gaan al heel ver in hun duurzaam denken, andere staan nog in de kinderschoenen.

Afval en materialen vertegenwoordigen 28 procent van de milieu-impact van een film. Op de VAF-studiedag in juni ging het ook over circulaire economie. Kunnen we afval voorkomen? Spullen huren, lenen en delen? Kunnen we gebruikmaken van innovatieve diensten in plaats van het traditionele kopen, gebruiken en wegwerpen?

T. WAGENDORP De bibliotheek van Kortrijk huurt licht bij Philips. Daarbij betalen ze voor de dienst licht. De lampen, de armaturen en de stroomfactuur zijn de verantwoordelijkheid van Philips. Op die manier verlaagt de milieu-impact. We hadden het in juni ook over de kringloopwinkels, die nu ook materiaal verhuren. Als je een productie of evenement organiseert, kan je met hen gaan praten en een deal sluiten om je decor circulair in te richten.

Een filmschool als het RITCS kan een weggeefplatform organiseren. Aan de universiteiten van Antwerpen en Gent bestaat dat al. Studenten houden er onderling een soort gratis rommelmarkt. Zo hoeft er ook weer minder weggegooid te worden.

Belangrijk is om na te gaan hoe je afval kan voorkomen. Enkele concrete voorbeelden zijn afvalarm kopen, producten in bulk, herbruikbare bekers in plaats van single use plastic … Als je dan toch afval hebt, dan is ook het correct sorteren en afvoeren belangrijk. Weinig mensen beseffen dat je als bedrijf in theorie 21 soorten bedrijfsafval apart moet afvoeren. De overheid gaat ervan uit dat iedereen dat allemaal kent, maar in de praktijk is er nood aan concrete informatie op maat van de sector. Het gaat daarbij niet alleen maar over welke soorten afval je sorteert, maar ook over hoe je die afvoert: via intercommunales en containerparken? Via commerciële afvalinzamelaars en -verwerkers?

Ook iets leukers als de keuken, het eten, heeft een impact.

T. WAGENDORP Inderdaad, de catering vertegenwoordigt ongeveer 8 procent. De vraag is hoe je zowel de kwaliteit, de milieu-impact als het budget bewaakt? Sommige producties kiezen bewust voor lokaal seizoensvoedsel. Bij Buck was vegetarisch de norm. Vlees kon, maar moest je zelf aanvragen bij de traiteur. Na enkele dagen zwichtten de meeste diehard vleeseters voor het smaakvolle vegetarische alternatief. In dialoog met haar team koos regisseur Eva Cools bij haar film Cleo dan weer voor een alternatief chocomerk, omwille van zowel de milieu-impact als de eventuele invloed op de gezondheid van haar teamleden. Het is opnieuw een mooi voorbeeld van het belang van kleine keuzes.

Een laatste domein is dat van de pre- en postproductie, goed voor 19 procent. Daarbij gaat het vooral over energieverbruik van computers en servers. Die werken vaak op gelijkstroom. Daartoe moet eerst wisselstroom omgezet worden. Dat gebeurt erg onrendabel met veel warmteverlies. Wetenschappers zijn daar nu op aan het werken. Maar je kan ook nadenken over groene stroom, duurzaam woon-werkverkeer enzovoort.

setfoto Eva Cools

Veel hangt toch ook af van het soort films dat je maakt? Toen ik op het RITCS ooit de mensen van de afdeling documentaire aansprak op hun milieu-impact, antwoordde Luckas Vander Taelen dat zij heel duurzaam werken, alleen maar met wat ze ter plekke aantreffen.

T. WAGENDORP Inderdaad. Ik probeer altijd een producent te bewegen om zo veel mogelijk van de zeventien duurzame doelen te realiseren. En we zien dan wat er per productie het meest kan opleveren. Sommige oplossingen zijn heel complex. Veel oplossingen echter heel simpel. Denk aan carpoolen.

Trekken jullie het streven naar duurzaamheid ook door naar de bioscoop?

T. WAGENDORP We proberen ook de vertoners – cinema’s, culturele centra en festivals – te betrekken bij ons werk. Je kan als cinema enorm besparen op verwarming en elektriciteitsverbruik, maar bijvoorbeeld ook op vlak van afval of vervoer. Welke producten verkoop je in jouw shop of bar? Gebruik je herbruikbare of wegwerpverpakkingen? Cinema Nova is een mooi voorbeeld van meer sociale vormen van duurzaamheid. Welke rol speel je als ontmoetingsplek? Welk type films vertoon je? Ze hebben bij Nova hun eigen systeem van ondertitelen en werken bewust met lokale handelaars. Op die manier vervullen ze een belangrijke maatschappelijke rol.

We willen in 2020 starten met een lerend netwerk voor vertoners. Ons doel is om vertoners te betrekken bij het thema duurzaamheid. Er zijn erg veel aspecten waarbij je als vertoner een impact hebt én er valt veel te leren. Zowel van elkaar als van andere sectoren, zoals evenementen en festivals. Kijk maar naar het Duitse boek over duurzaamheid in de bioscoop Das grüne Kinohandbuch. Kan je de luchtzuivering en verwarming koppelen aan de ticketverkoop? Zijn er alternatieve verwarmingssystemen? Energiezuinige projectoren? Afvalarme cafés? Duurzaam vervoer? Allemaal duurzame keuzes die een meetbare besparing kunnen teweegbrengen. Er zijn tal van mooie praktijkvoorbeelden, ook uit andere sectoren. Zo inspireert de Ancienne Belgique met projecten rond herbruikbare bekers en openbaar vervoer. In het concertticket zit een gratis metroticket vervat en je kan ermee aan een voordeeltarief de trein naar Brussel nemen, waarbij het slot van de concerten is aangepast aan het openbaar vervoer. Het gaat niet enkel om duurzame keuzes, maar ook om de psychologie achter duurzaam gedrag. Op dat vlak werken we samen met een groep psychologiestudenten.

Er is jammer genoeg veel onwetendheid, veel onverschilligheid ook. Heb je soms niet het gevoel dat het allemaal too little too late is? En hoe kom je dat te boven?

T. WAGENDORP We mogen niet bij de pakken blijven zitten. Er zijn tal van concrete duurzame oplossingen. Soms moet je gewoon de juiste mensen en initiatieven met elkaar in verbinding brengen. Iedereen kan een bijdrage leveren. Denk aan de duurzaamheid op school. Je zou het RITCS of zelfs de hele Erasmushogeschool kunnen laten scannen: waar zitten de grote lekken ? Qua energie, maar bijvoorbeeld ook qua waterverbruik in toiletten en wasbakken. Zo maak je een concreet verschil. Kraantje per kraantje. Jaar in jaar uit. Reken uit wat een verschil er zo gemaakt kan worden. Wat een besparing aan water en geld.

Als filmproducent kan je op 1001 punten werken. Elke productie is anders; telkens bekijk je wat er wel of niet rendeert. Mijn job is om mensen te inspireren. Ik voel me vaak een bruggenbouwer tussen mensen, een ouderwetse telefonist die de kabels versteekt om mensen met elkaar in contact te brengen. Aangenaam en inspirerend daarbij is wel dat je zo te maken krijgt met mensen uit heel verschillende disciplines en je op zoek kan gaan naar concrete duurzame oplossingen. De variatie inspireert mij als duurzaamheidscoördinator het meest. Vergelijk het met een ajuin: duurzaamheid heeft vele lagen en elk van ons speelt een belangrijke rol. Of je nu producent, docent, decorbouwer, vertoner of schrijver bent… Het is niet één persoon die alleen het verschil kan maken.

Samuel in the Clouds (Pieter Van Eecke, 2016)

Zullen de films ook ‘groener’ worden qua thematiek door jullie inspanningen?

T. WAGENDORP Tijdens de Story Conference van het VAF vergeleek de filosoof Johan Braeckman film met een vluchtsimulator. Als piloot leer je allerhande scenario’s in die simulator. Onze sector speelt een vergelijkbare rol: verhalen ontroeren mensen, zetten aan tot reflectie, confronteren ons met prettige en minder prettige situaties. Die uitspraak deed me inzien dat we een belangrijke maatschappelijke én duurzame rol vervullen. Je kan projecten maken over duurzame thema’s, zoals The Miracle of Almería (nog af te werken docureeks over de impact van de groenteteelt in Zuid-Spanje, nvdr) of Samuel in the Clouds (over klimaatverandering, nvdr). Maar je kan ook op heel subtiele wijze thema’s zoals gendergelijkheid of duurzame consumptie in beeld brengen. Ik bepaal niet wat er wel of niet in beeld komt, maar probeer wel schrijvers te inspireren met concrete voorbeelden.

Maar behalve bij die thematische films zou de kijker eigenlijk geen verschil mogen merken op het scherm. Het valt niet op of je in een keukenscène een plastic of papieren zakje ziet. Het kan vaak heel subtiel gebeuren. Het zou fout zijn moest het streven naar duurzaamheid de mensen het gevoel geven naar een ander soort films te kijken.

Misschien moeten we in de sector toch ook veel meer communiceren over hoe we efficiënt duurzaam kunnen werken?

T. WAGENDORP Inderdaad. Ik denk wel eens aan een soort Groene Oscar voor Beste Scenario, Beste Regie en Beste Productie. Er zijn wel festivals voor films over natuur of over het klimaat, maar bekroningen voor duurzaam gemaakte films ontbreken.

Slotvraag: naar welke films kijkt de VAF-duurzaamheidsman zelf het liefst?

T. WAGENDORP Films die tegen de schenen stampen, spreken me het meeste aan. Festen van Thomas Vinterberg bijvoorbeeld. En dan heel die Dogma-filosofie van zijn Deense collega en rare cineast Lars von Trier. Dogma 95 streefde onrechtstreeks duurzaamheid na. Je zou het bijna de tien geboden van de duurzame producent kunnen noemen.

 

Geschreven door JAN-PIETER EVERAERTS

Interview: hoe duurzaam films produceren?

Media: 

onomatopee