Interview met Hong-jin Na

Het Brussels International Fantastic Film Festival (BIFFF) was zo onder de indruk van Hong-jin Na’s langspeeldebuut ‘The Chaser’ (2008) dat het speciaal daarvoor een thrillercompetitie oprichtte. Het festival lokte Na naar hun 37ste editie met een retrospectieve van zijn drie langspelers en een zetel in de internationale jury.

Met The Yellow Sea (2010) en The Wailing (2016) maakte Hong-jin Na de belofte van zijn debuut waar. De bedachtzame regisseur en scenarist brengt het vakmanschap van de Zuid-Koreaanse cinema samen met een robuuste auteursbenadering van films binnen het actie-, thriller- en horrorgenre.

De hoofdpersonages in jouw films zijn antihelden, velen van hen zijn misdadigers. The Chaser is losjes gebaseerd op een echt bestaande seriemoordenaar en je volgende film zou ook gebaseerd zijn op een echte moordenaar. Vanwaar jouw fascinatie voor deze mensen en hun verhalen?

HONG-JIN NA: Wanneer ik nadenk over wat ik wil uitdrukken met het hoofdpersonage, denk ik uiteraard na over zijn handelingen, zijn woorden, zijn kijk op de dingen, wat voor hem ligt. Alles wat de acteur doet, geeft daar uiting aan. Ik wil een sterk verhaal vertellen, via het personage en de acteur. Wanneer ik dus een antiheld en achtergrond kies, wil ik dat hij heel wat gewicht met zich meedraagt en een sterke indruk achterlaat. Met iemand zoals een seriemoordenaar heb je dat soort uiterste, wat bijdraagt tot het verhaal dat je probeert te vertellen.

Enkel de protagonist in The Wailing, Jong-gu, is geen crimineel. Hij is een politieagent, maar zoals de meeste politieagenten in jouw films een erg incompetente.

H. NA: Dat is niet om een wantrouwen te tonen dat ik of de samenleving zou koesteren tegenover de politie. Het is eigen aan zijn personage. Bij elk personage wil ik me toeleggen op de verandering die hij doormaakt, de persoonlijke ontwikkelingsboog. Als je kijkt naar Jong-gu als politieagent, zie je dat hij in het begin inderdaad nogal onbekwaam overkomt. Op zijn gemak, het type dat het glas halfvol ziet. Tot hij wordt geconfronteerd met een buitengewone situatie die zijn petje te boven gaat, die ieders petje te boven gaat. In de loop van het verhaal groeit Jong-gu daardoor in zijn rol als vader. Ik wilde hem tegen het einde van de film meer zien als een vaderfiguur dan als een politieagent en echt tonen wat voor een extreme verandering hij doormaakt net door afstand te nemen van zijn politierol.

Vanuit een Amerikaans standpunt is het volgens mij moeilijk te vatten dat een agent zo incompetent kan zijn. Maar in het echte Gokseong (het dorp waar het verhaal zich afspeelt, nvdr), gebaseerd op de research die ik er heb gedaan, waren velen van hen daadwerkelijk onbekwaam. Toen daar bijvoorbeeld een ongeluk was gebeurd, trachtte de politie rustig te bemiddelen tussen de twee partijen in plaats van een onderzoek te openen. Dus ik vond het wel een getrouwe weergave van de werkelijkheid.

In The Wailing verkende je voor het eerst een bovennatuurlijke wereld. Hoe verhoudt die zich tot de werkelijkheid?

H. NA: Ik wilde me toespitsen op het gevoel eerder dan op het denken of een kritische analyse. Of dat gevoel nu gaat over een sociaal of een religieus fenomeen is een andere zaak. Vanuit het scenario probeerde ik een evenwicht te vinden tussen de verschillende percepties van mensen. Bijvoorbeeld, hoe mensen reageren tegenover voorstellingen van een bepaalde religie waarin zij niet geloven. Ik ging echt te werk vanuit de perceptie van het publiek. Terwijl ik dat evenwicht aan het zoeken was, kwam het bovennatuurlijke naar voren op een verrassend uitgesproken manier. Naar mijn mening is het eigenlijk geen gemakkelijk genre om mee om te gaan. Er blijft bij wijze van spreken veel verborgen. Ik probeerde steeds manieren te vinden om vanonder verschillende lagen een betekenis te halen. Een moeizaam proces dat tijd vroeg, maar ook vruchtbaar bleek.

Jouw films bevatten heel wat intense actiescènes. Hoe houd je die film na film interessant voor jezelf?

H. NA: Tal van regisseurs hebben al veel meer films gedraaid dan ik. Voor hen is het vast moeilijker dat leuk te houden. Ik worstel nog het meest met de verwachtingen van het publiek. Mijn routines, die zij ondertussen kennen, kan ik aanpassen om zo hun verwachtingen tegen te gaan. Dat houd ik in gedachten bij het in elkaar steken van een actiescène.

Verwachtingen kunnen leiden tot frustraties. Hoe ga je om met spanning?

H. NA: Enerzijds maakt het mij niet echt uit of het publiek gefrustreerd raakt of zich verveelt tijdens de film. Nogmaals, ik richt me vooral op wat ik wil zeggen. Anderzijds vind ik het toch belangrijk dat ze zich amuseren. Wanneer ik aan een film werk, vraag ik me van begin tot eind af hoe ik zou reageren als deel van het publiek. Dat is wat mij bezighoudt. Net zoals de vraag wat ze denken en waarop ze zitten te wachten op een gegeven punt in het verhaal. Wat mag ik hen dan tonen? Wat verwachten zij uit de film te halen? Tijdens het maken ben ik voortdurend bezig dat in te schatten.

De Zuid-Koreaanse cinema is jaarlijks goed vertegenwoordigd op het BIFFF. Waar ligt volgens jou de verklaring voor het internationale succes?

H. NA: (lacht) Om eerlijk te zijn heb ik niet echt de capaciteit om te praten over de films van anderen.

Jouw eigen films dan? In Zuid-Koreaanse bioscopen waren het alledrie kassuccessen.

H. NA: Wanneer ik een film aan het maken ben, voelt die echt aan als een levend wezen. De film gaat een eigen leven leiden en groeit tot iets uit. Als filmmaker heb ik verwachtingen over ‘wie’ de film zal worden, maar ik en iedereen rond mij hoopt gewoon op de groei en ondersteunt het proces. Dat is zo’n beetje het lot van de film. Persoonlijk kan ik daar enkel op blijven vertrouwen. Geluk is erg belangrijk wat succes betreft. Als een film niet succesvol blijkt, maakt het dat nog geen slechte film. Laten we dat niet vergeten.

Interview – Brussels International Fantastic Film Festival, 18 april 2019

Beeld: The Wailing

Geschreven door TIM MAERSCHAND

Interview met Hong-jin Na

Regisseur: 
Scenario: 
Genre: 

Media: