Interview: Ruben Östlund over The Square

Met zijn Gouden Palm op zak kwam de Zweed Ruben Östlund THE SQUARE voorstellen op Film Fest Gent. Een gesprek over kunstbubbels, rollenspelen, verkeersborden en IKEA-keukenmessen.

THE SQUARE begint met een interview tussen een kunstenaar en een journalist, een setting die u vertrouwd moet zijn.

RUBEN ÖSTLUND: Ja, ik heb heel wat inspiratie gehaald uit mijn eigen leven, niet zozeer voor het personage Christian, maar wel voor zijn positie. Hij is een publieke figuur die in het openbaar spreekt en hij heeft een geprivilegieerde positie.

Bij de uitreiking van de Gouden Palm in Cannes maakte u gebruik van dat publieke moment om de aanwezigen aan te zetten tot een soort performance, door hen te laten meeschreeuwen met uw ‘kreet van geluk’.

R. ÖSTLUND: Ik deed dat voor het eerst tijdens de ceremonie van de Guldbagge, de Zweedse filmprijzen, die door heel veel mensen via televisie worden bekeken. Dat is hét moment waarop de Zweedse filmgemeenschap een groot publiek bereikt. Ik was het beu filmmakers op het podium te zien staan alsof ze liever ergens anders zouden zijn. Ze wandelen naar voren, mompelen enkele woorden en verlaten dan het podium weer. Zo laten ze helemaal niet zien dat filmmaken leuk is en spreken ze mensen niet aan om er ook mee te beginnen. Toen ik met Force majeure (Turist) meerdere Guldbagge-prijzen won, deed ik een lawineschreeuw (een verwijzing naar de sneeuwlawine uit die film, nvdr). De Gouden Palm in Cannes was de perfecte gelegenheid om die kaart opnieuw uit te spelen.

Je zou THE SQUARE kunnen zien als een opeenvolging van performances, te beginnen bij het interview, maar ook de overval en later de scène waarin een performancekunstenaar gespeeld door Terry Notary amok maakt tijdens een galadiner.

R. ÖSTLUND: Absoluut, en ook wanneer Christian in het toilet zijn speech inoefent bijvoorbeeld. Dat heeft te maken met hoe ik naar het leven kijk: mensen spelen voortdurend een rol. Op YouTube staat een filmpje dat me heel erg geïnspireerd heeft. Het heet ‘Cab driver on the BBC’ en toont een taxichauffeur die per ongeluk in een televisiestudio belandt tijdens een live nieuwsuitzending. Het is echt fantastisch wanneer hij de rol van de internetexpert begint te spelen. Het zegt veel over hoe wij in het leven staan.

Met in gedachte die performances in THE SQUARE en het rollenspel dat we allemaal spelen, zou je je kunnen afvragen of kunst nog ‘echt’ kan zijn. Het lijkt zelfs alsof we alleen over ‘echt’ kunnen spreken als we het tussen aanhalingstekens plaatsen.

R. ÖSTLUND: Ja, precies! (lacht) Er is nog altijd goede kunst en ik geloof dat kunst ook nog zaken kan veranderen. Het probleem is echter dat alle kunst, alle films en elke vorm van massamedia ons veranderen. Als je kijkt naar de marginale ruimte en beperkte aandacht die kunst krijgt, heeft ze minder impact dan bijvoorbeeld Instagram. Toch is kunst nog altijd van belang. Het idee van THE SQUARE komt van een installatie die ik samen met een vriend heb gemaakt. We hadden het eerst niet opgevat als een kunstwerk, maar als een zebrapad of verkeersbord, een symbool dat ons herinnert aan de overeenkomst dat we voor elkaar zouden moeten zorgen. Het moest ook het omstandereffect doorbreken. Dit idee ontstond toen ik voor de film Play rechtbankverslagen las over overvallen door jongeren in winkelcentra, waarbij zelden een volwassene ingreep. Ik sprak daarover met mijn vader en wat hij me vertelde, zit nu in de scène in THE SQUARE waarin Christian aan zijn kinderen vertelt over hoe kinderen vroeger vrij op straat konden rondlopen. Destijds keek je naar andere volwassenen als mensen die je kinderen zouden helpen, nu zijn ze een mogelijke bedreiging. Daaruit kwam het idee voort om een symbolische ruimte te creëren die ons eraan herinnert dat we vertrouwen kunnen geven en verantwoordelijkheid kunnen opnemen. Met dat idee voor de installatie ‘The Square’ werden we uitgenodigd door een kunstmuseum. Met kunst kun je out of the box denken. Ik zou niet weten welk ander domein zulke progressieve ideeën kan omarmen en er aandacht aan kan schenken. ‘The Square’ – dat nu op twee plaatsen in Zweden en twee plaatsen in Noorwegen staat – komt dicht bij een zebrapad of verkeersbord, maar dat is het niet. En dat vind ik net interessant aan kunst.

Je kan je ook afvragen of de familiale omgeving een "vrijplaats voor vertrouwen" is, zoals ‘The Square’ wordt genoemd.

R. ÖSTLUND: Ja, maar de familie is waarschijnlijk de gevaarlijkste ruimte die er is. Ik heb daar heel wat research naar gedaan toen ik aan Force majeure werkte. Het meest voorkomende moordwapen in Zweden is het broodmes van IKEA, weet je wel ...

Van de kunstwereld en de musea zou je toch kunnen zeggen dat die vaak een veilige afstand bewaren ten opzichte van de problemen die er worden aangekaart.

R. ÖSTLUND: Toen ik aan het scenario voor THE SQUARE aan het schrijven was, heb ik veel rondgereisd naar musea in Europa en Noord-Amerika. Bijna overal zie je hetzelfde: neonverlichting tegen de muur, een Warhol, een Giacometti en dan nog enkele objecten op de vloer ... Musea zijn zo geïnstitutionaliseerd, zo conventioneel dat ze er bijna nooit in slagen je te verrassen. Ze provoceren niet tot nieuwe gedachten. Het probleem ligt niet bij de kunstwerken, denk ik, maar bij de manier waarop ze tentoongesteld worden. Je zou echt moeten worden aangezet na te denken over waar je naar kijkt. Ik kan me best inbeelden dat het moeilijk is een instituut te leiden waarin nieuwe tentoonstellingen elkaar blijven opvolgen, maar het voelt vaak aan als een routine. Musea hebben het moeilijk om kunstwerken te verbinden met wat er buiten allemaal aan de hand is. Ze lijken helemaal losgekoppeld van elkaar. Collecties zijn vaak meer verbonden met geld dan met het oproepen van nieuwe ideeën.

In THE SQUARE is het de heel directe, fysieke performance van Terry Notary’s personage die de band tussen de financiële macht en de kunst doet barsten. Is performance daartoe de meest geschikte kunstvorm?

R. ÖSTLUND: Wie er bij was, zal het waarschijnlijk nooit vergeten. (lacht) Er zijn heel wat performances die ik goed vind en die mensen kunnen doen nadenken. Toen ik onlangs een vertoning van THE SQUARE had in Centre Pompidou in Parijs, voerden enkele acteurs de performance van  Marina Abramović en Ulay opnieuw op waarin ze al leunend een pijl en boog vasthouden (Rest Energy uit 1980, nvdr). De man heeft de pees en de pijl in de hand, de vrouw de boog, en de pijl is gericht op haar hart. Het is een zeer sterke, angstaanjagende performance die veel vertelt over de relatie tussen man en vrouw. Ook al gebeurde de re-enactment nu zonder een scherpe pijl en was er dus geen gevaar. Aangezien ik met THE SQUARE op de hoofdcompetitie van Cannes mikte, hield ik wel van het idee om daar in de grote Lumièrebioscoop een zaal vol mensen in maatpak te laten kijken naar een ander publiek van mensen in maatpak.

Hoe kijkt u naar film, of kunst in het algemeen, die dergelijke metalagen opeenstapelt? Lopen we niet het risico in een doodlopend straatje terecht te komen?

R. ÖSTLUND: Eigenlijk ben ik niet zo heel erg geïnteresseerd in die metalaag. En als het dan toch in een film sluipt, gebeurt dat zonder dat ik het echt wil. Op die scène met het opgedirkte publiek na dan. Dus, ik weet het eigenlijk niet ... De Zweedse film The Reunion (van Anna Oddell, nvdr) speelt heel erg met een metaniveau, en dat vind ik zeer goed werken.

Los van een meta- of ironisch niveau is Christian, het hoofdpersonage van THE SQUARE, niet door en door cynisch en probeert hij toch alles recht te zetten, hoe ongelukkig hij daarin ook handelt.

R. ÖSTLUND: Wanneer Christian zijn positie verliest, is hij plots vrij. Voor het einde van de film haalde ik inspiratie uit een Zweeds gedicht over een volwassen man die terugdenkt aan een knikkerspel uit zijn jeugd: hij had vijftig knikkers en een ander jongetje vijf. Hij won, want het is statistisch gezien bijna onmogelijk om met vijf knikkers tegen vijftig te winnen. De winnaar loopt trots weg, maar krijgt spijt van zijn oneerlijke winst. Hij wandelt terug en zoekt overal naar het andere jongetje om de vijf knikkers terug te geven, maar hij vindt hem nergens. Telkens wanneer de volwassen man nu kinderen met knikkers ziet spelen, herinnert hij zich dat hij oneerlijk handelde. Het gedicht drukt erg sterk de pijn uit van iets verkeerds gedaan te hebben en dat te willen rechtzetten, maar dat je met het schuldgevoel blijft leven.

 

Film Fest Gent, 12 oktober

 

Beeld: Ruben Östlund (© Magnolia Pictures)

 

De recensie over THE SQUARE vind je, samen met een portret van Ruben Östlund, in ons novembernummer, te bestellen met een mailtje naar info@filmmagie.be, te koop bij een van de verkooppunten, of binnenkort in uw bus via een abonnement.

Geschreven door BJORN GABRIELS

Interview: Ruben Östlund over The Square

Media: 

onomatopee