Interview: posterontwerper Gilles Vranckx

Bij opvallende films horen opvallende affiches. Dat blijkt toch uit LAISSEZ BRONZER LES CADAVRES, de derde film van het duo Hélène Cattet en Bruno Forzani die vanaf deze week in de Belgische bioscoop te zien is. Ontwerper Gilles Vranckx werkt al voor de derde keer met hen samen.

Zo’n tien jaar geleden kwam illustrator, grafisch vormgever en zelfverklaarde filmfreak Gilles Vranckx in contact met cineasten Hélène Cattet en Bruno Forzani. In Vranckx vonden zij de geknipte persoon om voor hun langspeeldebuut, de giallo-hommage Amer (2009), een affiche te tekenen in de typische stijl van de Italiaanse, erotisch getinte horrorthrillers uit de jaren 60 en 70. Zelfs nog voor de film op festivals speelde, werd de poster al opgemerkt. Zijn carrière sloeg een nieuwe richting in en na L’étrange couleur des larmes de ton corps (2013) is met LAISSEZ BRONZER LES CADAVRES hun vriendschap een derde samenwerking rijker.

Je ontwerpt zowel posters voor originele bioscoopreleases als alternatieve covers voor heruitgaven op blu-ray en dvd. Maar in de eerste plaats blijf je een illustrator?

GILLES VRANCKX: Ja, zeker, illustreren is eigenlijk mijn hoofdjob. Filmposters ontwerpen, daar ben ik een beetje ingevallen. Ik had dat niet echt gepland en wist zelfs niet dat het een job kon worden. Ik werk nog altijd in de reclamewereld. Dat betaalt ook beter. (lacht) Wel vind ik affiches leuker, omdat ik zelf een grote filmfreak ben. It’s right up my alley. Maar ik doe verschillende dingen, zoals ‘Les femmes de Gilles’, illustraties van vrouwen. Dat doe ik het liefst van allemaal.

De filmaffiches voor Bruno en Hélène verraden eenzelfde fascinatie voor het vrouwenlichaam.

G. VRANCKX: De manier van werken is wel compleet anders bij mijn eigen illustraties. De vrijheid die ik ervaar. Het komt puur uit mezelf, uit mijn eigen verbeelding. Zonder dat er iemand naast me zit te zeggen: ik wil dit of dat. Bovendien voelt het voor mij heel persoonlijk aan. Ik doe het ook al heel lang, al sinds ik geïnteresseerd ben in vrouwen, vanaf m’n dertiende of zo. (lacht) Eerst waren het allemaal superhelden, dan begon ik vrouwen te tekenen. Mijn ma spaarde zelfs lingeriereclames zodat ik die kon natekenen, want op mijn dertiende had ik natuurlijk nog geen modellen. Ik heb mezelf toen beloofd ze te blijven tekenen, omdat ik dat zo fantastisch vond. Nog altijd. Ik doe het met evenveel passie, zelfs nog meer. ‘Les femmes de Gilles’ laat nu wat op zich wachten omwille van het vele posterwerk. Maar ook Bruno en Hélène plaatsen het vrouwelijk lichaam graag op hun posters. Zolang ik ze mag tekenen, kan ik niet klagen. (lacht) Wel jammer dat het deze keer tijdens de postproductie van de film een silhouet werd, terwijl ze in de werkkopie nog herkenbaar was. De actrice is trouwens dezelfde als op de poster van L’étrange couleur des larmes de ton corps (Aline Stevens, eveneens model, nvdr). Maar ik heb het even graag gedaan natuurlijk.

Jouw achtergrond verklaart waarom je liever tekeningen dan foto’s gebruikt.

G. VRANCKX: Dat was vanaf het begin de bedoeling. Bruno en Hélène zochten iemand die zoals vroeger getekende posters kon maken. Ik kan met foto’s werken, want ik ben grafisch vormgever van opleiding, maar ik vind de beperkingen groter. Je moet het doen met het materiaal dat beschikbaar is, de foto’s in een goede resolutie. Ik zeg niet dat ik daar op neerkijk, je kunt er ook heel toffe dingen mee aanvangen. Maar je bent toch beperkter. Met illustraties kun je veel zottere dingen doen, je fantasie laten gaan. Foto’s zijn de klassieke manier geworden. Als ik het doe, probeer ik het typische gebruik van Fotoshop te vermijden. Van heel gemanipuleerde foto’s probeer ik weg te blijven. Soms teken ik voor kranten portretten van bv’s, politici, wereldfiguren en zo. Dan baseer ik mij natuurlijk op een foto, maar ik probeer daar dan een eigen draai aan te geven, er een beetje persoonlijkheid in te steken. Verder werk ik weinig met foto’s.

Is tekenen voor een krant anders dan voor een poster?

G. VRANCKX: Ja, heel verschillend. Portretten voor de krant doe ik meestal met een stiftje, pen en inkt, en Photoshop om in te kleuren. Het heeft ook met tijd te maken. Soms belt een krant me om er binnen drie à vier uur al eentje klaar te hebben. Dan moet ik heel rap werken en pas ik mij aan. In filmposters steek ik veel meer tijd. Dat vraagt om een concept, overleg en studie, een langer werkproces. Daar zitten heel wat etappes in, veel meer dan bij een gewoon portret. Ook de manier waarop ik een affiche uitwerk is anders, afhankelijk van het project en van wat ik op dat moment in mijn hoofd heb.

Hoe leerde je Bruno en Hélène kennen?

G. VRANCKX: In Brussel werk ik mee aan het Offscreen Film Festival als programmator. Elke laatste vrijdag van de maand vertonen we in CINEMATEK B-tot-Z films in een double bill (twee aan elkaar gelinkte films worden achtereenvolgens vertoond, nvdr). En Bruno helpt mee aan de programmatie. Toen hij en Hélène iemand zochten die voor hun eerste langspeelfilm Amer een poster kon ontwerpen als hommage aan de giallo-films van vroeger, stelde mijn collega Dirk Van Extergem ons aan elkaar voor. Ik kreeg een soort werkkopie van de film te zien op een klein scherm, een heel slechte versie. Eerst wisten Bruno en Hélène nog niet echt wat ze wilden. Geleidelijk aan deed ik een paar voorstellen, maar dat leverde niks op. Tot ze plots zelf een concreet idee hadden: een vrouw die lijkt te vallen in het Niets, met een spiraal en een mannenhand in een handschoen. Het voordeel was dat ik het giallo-genre kende, want het is moeilijk uit te leggen.

Natuurlijk vragen we jou dat dan toch te proberen ...

G. VRANCKX: (lacht) Oké. Giallo-films hebben typische codes: de moordenaar, de handschoen, het mes. Er zit symboliek in. De plot is heel vaag en er hangt een unheimliche sfeer. Zoals ik al zei, het is nogal moeilijk uit te leggen. Voor de rest hebben Bruno en Hélène mij vrijgelaten. Zo is een lang proces van uitproberen en uitwerken begonnen. Uiteindelijk zou de poster al opgemerkt worden nog voor de film ergens speelde! Op een ochtend zag ik op de website Twitch, nu ScreenAnarchy, een miniatuur van mijn affiche met als titel ‘Stunning poster for neo-giallo film’. Ik klikte verbaasd door naar een bespreking ervan. Sinds de opkomst van alternatieve affiches zie je dat wel meer, maar die voor Amer was nog voor de posterhype. Ik voelde me uiteraard erg vereerd. Dan begon de gekte pas ... Op festivals werd gevochten om zo’n poster van de muur te trekken! En ik kreeg meer en meer aanvragen binnen, van Mondo Macabro en later Arrow Films (een Amerikaanse en Britse verdeler van horrorklassiekers en cultfilms op blu-ray en dvd, nvdr). Vooral voor heruitgebrachte films. Bij nieuwe films zitten er veel mensen aan tafel hun mening te geven en kan ik zelden iets doen dat honderd procent van mij komt. Dan moet je bereid zijn tot heel veel opofferingen. Soms stop ik zelfs met een project omdat de samenwerking gewoon niet botert. Ze willen allemaal iets origineels en speciaals, maar gaan vele uiteindelijk toch voor iets vrij commercieels.

Wat dan met twee filmauteurs die waken over elk artistiek aspect?

G. VRANCKX: Alleen Bruno en Hélène hebben echt het beslissingsrecht op creatief vlak. Producente Eve Commence van Anonymes Film werkt heel nauw met hen samen en geeft wel eens haar mening, maar uiteindelijk geven zij de doorslag. Ik moet wel zeggen dat onze samenwerking niet altijd zo vlot verloopt. (voorzichtig) Zij houden vast aan een duidelijke visie, zoals je ziet in hun films. Maar ik heb natuurlijk ook mijn ideeën. Dat is gewoon eigen aan het creatieve proces. Zij hebben hun mening, ik heb de mijne. Het gaat er soms luid aan toe. Gelukkig kennen we elkaar nu al en blijven we even goede vrienden. Ondanks de vele strubbelingen vinden we uiteindelijk altijd een weg. Ik ben het ondertussen gewoon. Tegelijkertijd ben ik heel blij dat ze maar om de vier jaar een nieuwe film maken. (lacht) Want projecten met hen duren telkens heel lang. Maand na maand gaat voorbij. Tussenin doe ik wel ander werk, af en toe moet ik even een pauze inlassen. Bruno en Hélène zijn auteurs van begin tot eind. Ik begrijp hen wel. Niet veel filmmakers ervaren namelijk die luxe. Sommige mogen enkel regisseren en daarna is het gedaan. De poster gebeurt dan door een of ander marketingbedrijf met allerlei statistieken over kleurgebruik en titelgrootte.

Zorgen marketingbureaus soms voor problemen?

G. VRANCKX: Dat hebben we al meegemaakt. Interessant, hoor. In Frankrijk, bijvoorbeeld, hebben ze eenvoudigweg de affiche geweigerd te gebruiken, omdat ze die niet commercieel genoeg vonden. En dan begint het. Bruno en Hélène willen geen compromis sluiten. Er volgt dan een heel gedoe, met lange discussies. Maar eigenlijk kan wie de rechten koopt in Frankrijk doen wat ze willen. Bruno en Hélène hebben in zo’n geval liever dat er een volledig nieuwe poster wordt gemaakt dan dat er wordt geprutst aan die van mij. Natuurlijk komt het dan in handen van een marketingbedrijf met belachelijke regels zoals een titel die zoveel percentage van de poster moet innemen of dat een bepaalde kleur meer aantrekt bij dat type film. Zonder de referenties die in de poster zitten te kennen. Ze hebben geen besef van wat ze eigenlijk verkopen. Het zijn suits die vertrekken van statistieken. Ik begrijp wel dat distributeurs zo veel mogelijk mensen de zaal in willen krijgen, maar als je een affiche maakt die helemaal iets anders weergeeft dan waar de film om gaat, is dat eigenlijk bedrog. De poster is uiteindelijk vaak het eerste dat je te zien krijgt van de film. Hij moet publiek trekken, maar zonder hen te bedriegen. Je kan niet iets compleets anders laten zien. Maar goed, dat is nu eenmaal de commerciële kant van de zaak.

Bruno en Hélène aanbidden Italiaanse genrecinema van de jaren zestig en zeventig. Vormen de affiches uit dat filmtijdperk het vertrekpunt wanneer je voor hen ontwerpt?

G. VRANCKX: Soms. In de poster van LAISSEZ BRONZER LES CADAVRES zitten minder giallo- en meer westernelementen. Hedendaagse dingen, dus geen cowboyhoeden en zo. De voorontwerpen straalden nog te veel western uit. Die indruk hebben we nadien moeten verlichten. Er zijn alleen kleine referenties, net zoals aan het boek trouwens, uit de bekende Série Noire-pulpromans (‘neo-polars’ genoemd door schrijver Jean-Patrick Manchette, nvdr). Bij deze poster ben ik vertrokken van oude covers voor western- en gangsterverhalen. Ik bestudeer ze en laat ze dan even liggen. Zodra ik ‘gevoed’ ben en begin te werken, wil ik mij er niet meer door laten beïnvloeden. Bij L’étrange couleur des larmes de ton corps heb ik wat art nouveau in de poster verwerkt, omdat de architectuur in de film er sterk aan refereert. Die vrijheid in uitvoering krijg ik van Bruno en Hélène. Je hebt natuurlijk altijd je inspiratiebronnen. Als filmliefhebber heb ik mijn bagage. Dingen die in de achterkant van je hoofd zitten. Misschien ook door Bruno en Hélène.

Ik vind het leuk dat er onbewust een verband geslopen is in de drie affiches. Bij Amer grijpt een grote moordenaarshand naar de neerliggende vrouw. L’étrange couleur toont dan weer de vrouw in het groot, een goddelijke verschijning in blauw en wit met een kleine killer in haar handpalm. En nu staat de mannenhand onderaan terwijl de vrouw de overmacht heeft. Het gaat altijd om een machtsspel tussen vrouw en man.

Kan je het creatieve proces verder toelichten?

G. VRANCKX: Eerst bekijk ik de film samen met Bruno en Hélène. Meestal is dat een vroege versie op een klein scherm met mindere beeld- en klankkwaliteit. Dat zijn geen ideale omstandigheden. Zo zitten er in LAISSEZ BRONZER LES CADAVRES veel speciale effecten die nog niet klaar waren toen ik de film bekeek. Maar zo krijg ik natuurlijk wel een globale indruk. Dan doe ik inspiratie op en begin ik al wat ideetjes uit te werken. Hélène en Bruno hadden zelf nog geen voorstellen, maar door hen schetsen door te sturen krijg ik zicht op wat ze zeker niet willen. Dat is al veel. Dan komen zij met concrete ideeën, zoals de typische lederen handschoen om de gangsterkant te laten zien. Eerst wilden ze een goudstaaf in de hand van de man op de grond, maar dat bleek niet dynamisch genoeg. Vervolgens dachten we: waarom geen goud dat opspat als druppels bloed? Dat pakte veel interessanter uit. De blauwe hemel was heel belangrijk omdat het in LAISSEZ BRONZER LES CADAVRES altijd warm weer is. De film werd in Corsica gedraaid en Bruno en Hélène wilden de hitte van de zon daar voelen. Daarna komen de details. In de film zit bijvoorbeeld een scène met mieren, wat mij op het idee bracht mieren op de handschoen te plaatsen. Maar heel subtiel, slechts als een kleine knipoog. Zodra alle bouwstenen klaarliggen, begint de compositie. Ik verschuif onderdelen zoals de hand en de vrouw apart. Daarom verkies ik elk element apart te tekenen. De schetsen zijn vrij uitgewerkt, zodat we achteraf niet op verrassingen stoten. Ook met de kleuren begin ik al vroeg. Suggestief wel, heel vlug gedaan met Photoshop, om toch al een duidelijk beeld te krijgen.

Hoe betrokken zijn Bruno en Hélène dan?

G. VRANCKX: Om een voorbeeld te geven: de scheurtjes in de poster heb ik allemaal zelf op papier gemaakt, gescand en dan gemanipuleerd met de computer terwijl Hélène naast me zat en me zei: ja, hier een scheurtje zo en daar een scheurtje zo ... Om gek van te worden! (lacht) Het werd een hele zoektocht om een evenwicht te vinden tussen de tekeningen en die scheuren. Ze verwijzen naar het boek waarop de film gebaseerd is, alsof het verstopt zit onder de affiche. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Bruno en Hélène zijn behoorlijk specifiek, van de texturen tot zelfs het effect van de lensreflectie. We hebben er duizenden bekeken, gedraaid en gekeerd. Daarna werk ik verder uit. Meer details aanvoeren. Dan komt ook de typografie. Tijdens de schetsfase begin ik wel al met grove ideeën, maar die kunnen nog makkelijk veranderen. Zodra alle tekeningen afgewerkt zijn, begin ik lettertypes uit te testen. Ik stuur ze door naar Bruno en Hélène voor feedback. De typografie is eigenlijk de laatste stap van het proces. Bij Amer had ik het lettertype zelf ontworpen. Nu heb ik naar westernvoorbeelden gekeken, want typografie is bijna een job op zich. Daar kruipt heel veel tijd in. Amer was dan ook een korte titel in vergelijking met de andere twee. (lacht)

Wat maakt volgens jou een goede filmaffiche?

G. VRANCKX: Je kan niet in één beeld alles vertellen wat een film te bieden heeft, maar je kan de mensen wel nieuwsgierig maken zonder zaken weg te geven. Dat kan heel simpel zijn. Kijk maar naar Saul Bass (ontwerper van iconische posters voor onder meer The Man With the Golden Arm, Vertigo en Anatomy of a Murder, nvdr). Zijn affiches zijn heel gestileerd en spreken direct aan. Er moet niet te veel ‘chichi’ rond zijn. Mijn affiches zijn wel tamelijk ingewikkeld en gedetailleerd, maar ik heb ook graag vereenvoudigde ontwerpen in vlakke kleuren. Ik denk dat het erop neerkomt de essentie te vinden van de film en die te proberen weergeven in een mooi omhulsel. Iets dat prikkelt. Met een zekere echtheid.

Het valt me op dat de teaserposters voor Hollywoodfilms vaak heel interessant zijn, beeldend en het resultaat van research, maar dan komt de officiële affiche uit, met weer van die typische koppen. De fameuze koppenaffiches. De teaserposters zijn origineel en trekken de aandacht, maar die mogen dan blijkbaar niet de finale poster worden, jammer genoeg. Zelfs een visueel knappe film als Blade Runner 2049 heeft een affiche die daar eigenlijk niet zo veel mee doet.

Gelukkig zijn er alternatieve posters?

G. VRANCKX: Al is er de laatste tijd wel een overrompeling. Ik denk dat veel illustrators die eigenlijk niet zo geïnteresseerd zijn in film opdrachten krijgen. Het helpt, geloof ik, dat film mijn grote passie is. Eén geheim wel: ik ben niet zo’n grote giallo-fan. (lacht) De distributeur Arrow kwam in het begin vooral af met andere giallo’s en dat vond ik wel leuk om te doen, maar het zijn niet bepaald mijn favoriete films. Op een bepaald moment vroeg ik of ze geen lijst hadden waaruit ik mocht kiezen, want ik wilde graag iets dat echt volledig m’n eigen ding is. En toen was er Videodrome van David Cronenberg, een van mijn grote favorieten. Ik riep: “Laat me dat doen!” Het ging om een luxebox met alles erop en eraan en ik wilde alles ontwerpen, alles wat erin zat. Alleen het geld bleek een probleem; ze konden me niet zo veel betalen. “Kan me niet schelen,” zei ik, “het is mijn ding, mijn baby.” Voor zoiets doe je dat. Toch word ik nog ‘getypecast’ als de man van de giallo-posters. Ze komen steeds terug. Bepaalde giallo’s zie ik graag, maar niet zo graag als Bruno en Hélène. Er zit veel brol tussen als je het mij vraagt. Maar misschien mag ik dat niet zeggen? (lacht)

Interview, 10 december 2017

Geschreven door TIM MAERSCHAND

Interview: posterontwerper Gilles Vranckx

Media: