Interview: Sara Vertongen, Wim Willaert en Peter Monsaert over Le ciel flamand

Zoals in zijn meer dan verdienstelijke debuutfilm Offline focust Peter Monsaert ook in LE CIEL FLAMAND op een problematische vader-dochterrelatie, een relatie die louter door menselijk falen en door onbeholpenheid onder hoogspanning komt te staan.

FILMMAGIE: Wat heeft je film met Jacques Brel te maken? De titel komt letterlijk uit een van zijn liedjes.

PETER MONSAERT: De ouders van Sylvie, die het bordeel hebben opgericht, hebben het die naam gegeven. Het achtergrondverhaal is dat het verwijst naar de tijd dat het openging en dat zij ervan uitging: Het wordt een hemel voor alle mannen die hier komen. Uiteraard krijgt dat met de gebeurtenissen in de film een dubbele ironische betekenis.

SARA VERTONGEN: Wat er voor mij ook insteekt is – wij hadden een discussie of het nu een Vlaamse, dan wel een Belgische of een … Britse film was – dat alle personages de neiging hebben om heel veel eronder te houden, zoals het personage Dirk, dat is nog het meest extreem. Maar ook ik, zijn ex-partner, mijn personage. Dat gebeurt ook onder die Vlaamse hemel, zo van: laat het zitten waar het zit, we gaan het er niet over hebben! Al die dingen die bedekt worden met Vlaamse klei met die loden lucht erboven, voor mij refereert dat aan dat nummer van Brel. We zijn er nog niet over uit of dat dat typisch Vlaams is dan wel … Brits. Waarschijnlijk is het redelijk universeel, al zijn wij toch kampioenen in het wegslikken van familievetes.

‘Marieke, Marieke’… het langspeelfilmdebuut van Sophie Schoukens boorde op de tonen van Brel een heikel thema aan, en ook het thema van LE CIEL FLAMAND is niet niks.

WIM WILLAERT: Brel was een harde, toch! Iemand die zijn mond niet hield. Een luchtige romantische komedie maken met een citaat van Brel, ik denk niet dat dat gaat!

Je beperkt je aandacht in je film wel tot drie personages onder die Vlaamse hemel …

P. MONSAERT: Het idee was om de film op te vatten als een soort trechter naar precies die drie personages, gaandeweg gaat het alsmaar meer over hen. Ook het landschap speelt daar een rol in.

Die donkere hemel voorspelt weinig goeds. De hoofdfiguren verbergen hun echte gevoelens. Hoe ga je daar als acteur mee om? Hoe bouw je zo’n personage op?

W. WILLAERT: Elke scène staat op zich … Onbewust komt dat allemaal binnen. De eerste opnamedag – uiteraard heb ik het scenario gelezen, het huis bezocht, je ademt dat, ik heb met een autobus leren rijen etc. – beslis je al bepaalde dingen, en die beslissingen vernauwen zich alsmaar meer tot de laatste opnamedag, dan heb ik hem compleet. Dat is de schone weg … In feite heb ik een onderzoek gedaan naar de keerzijde, een deel van zijn leven geleefd, heb ik hem gevoeld. Er zijn onbewust dingen gebeurd. Je laat ook veel aan het toeval over, raar eigenlijk. Ik ben dus niet iemand die zijn personage al helemaal beet heeft voor er wordt gefilmd.

Acteren is dus eigenlijk zoeken?

S. VERTONGEN: Het is fout te denken als acteur dat je in elke scène alles moet laten zien, alles moet geven. Het mooie van film is dat je je inderdaad overgeeft, je overlevert … Op dat moment is dat genoeg en op dat moment gaan we dat kiezen. Tot nu toe was ik een toerist op een filmset geweest en dan heb je veel sneller de neiging om in die ene scène die je hebt er alles te steken wat je in huis hebt. Terwijl ik nu in LE CIEL FLAMAND een personage heb dat de hele film meegaat. Dan hoeft dat ook niet, dan kan je veel laten. En doordat je die ruimte laat, krijg je als publiek ook de ruimte om zelf te interpreteren. Dat is loslaten. En de emotionele scènes? Dat is het leuke aan acteren, aan spelen: het perverse plezier om in het lelijke te gaan.

Je voelt de persoonlijke insteek … Hoe verloopt zo’n proces van scenarioschrijven tot de film?

P. MONSAERT: Wanneer ik het scenario geschreven heb, dan maak ik altijd de bedenking: heb ik nu gedaan wat ik dacht dat ik ging doen? En dan kan ik nu wel zeggen: “Ja, daar ben ik heel tevreden over.” Ik had een aantal doelstellingen. Een ervan was bijvoorbeeld dat ik wou zien hoe een negatieve ervaring bij mensen iets positiefs kon teweegbrengen. Uiteindelijk zijn ze op een rare, perverse manier samen bijna. Hij die zwijgt en zij die zegt: “Het is oké, we gaan er niet meer over babbelen, we gaan voor een soort nieuw samengesteld gezin; jij mag iets dichter bij ons komen.”

Het oorspronkelijke idee is ontstaan toen ik zelf kinderen kreeg. Ik ben vader van een tweeling. Ik kan het woord na woord navertellen. Die kindjes lagen daar in een couveuse, ik pakte die handjes vast en ik ben beginnen wenen, wenen zoals ik nog nooit in mijn leven had gedaan: zo gepakt was ik van die twee kindjes met wie je nog geen band hebt, die je nog niet kent, die daar gewoon zijn. Dat was zo heftig, zo krachtig dat ik dacht: daar móét ik iets mee doen!

Offline, mijn eerste film, was geschreven vanuit mezelf over wat ik als kind had meegemaakt. Voor mij was het logisch om nu de andere kant te belichten, wat er gebeurt als je vader wordt. Ik dacht: wat zou het ergste zijn dat mij als vader zou kunnen overkomen? En hoe kan ik daar nog andere thema’s in krijgen zoals de schuldvraag, wie pakt de schuld op zich? Er is een duidelijke dader. Hoe kunnen mensen elkaar de schuld geven? Hoe kunnen we dat verbreden? En dan leek het prostitutiemilieu een grens te zijn waar alles vaag werd … Ik ben met mensen gaan babbelen die in dat milieu werkten en dan kwam uiteindelijk dat allemaal samen. Dat zijn ideeën die als het ware komen aankloppen en vragen: mag ik meedoen? Je moet dan streng zijn en bijvoorbeeld zeggen: “Nee, jij bent niet goed genoeg.” Of er zijn er die doorgaan en dan vormt zich dat verhaal.

In de montage hebben zich ook nog veel dingen gevormd. Dat is het interessante aan film en ook het zeer kwetsbare, want je kan nog veel verpesten. Of alles redden. Eigenlijk weet je het nooit. We hebben een tijdje veel muziek gehad in de film, maar dat werkte niet. We besloten die toen weg te halen en plotseling kreeg het verhaal lucht. Er kwam veel meer ruimte vrij voor hen – de acteurs. Zoals Sara zegt: “Je kan meer invullen als je niet veel doet.” Dat werd voordien te veel door de muziek ingevuld. Je moet in feite de hele tijd alert blijven. Allerlei factoren kunnen dat verstoren. Dat is het beangstigende van film, denk ik!

Film Fest Gent, 14 oktober 2016

Foto: Wim Willaert en Peter Monsaert op de set. Bron: cinevox.be

Lees de recensie van Le ciel flamand hier.

Geschreven door FREDDY SARTOR

Interview: Sara Vertongen, Wim Willaert en Peter Monsaert over Le ciel flamand

16/11/2016
Regisseur: 

Media: 

onomatopee