Interview: Thierry Laermans over de Federatie van Cinema’s

De Federatie van Cinema’s van België (FCB) is vooral bekend vanwege haar jaarverslagen, maar de enige nationale instelling betreffende bioscoopexploitanten vervult nog heel wat andere taken voor haar leden, en ook op het vlak van filmpromotie. We maken een stand van zaken op met secretaris-generaal Thierry Laermans, op post sinds 2006, na vijf jaar als assistent. Deze perfect tweetalige Tongerenaar vertelt het verhaal van de instelling die in 1991 het licht zag.

De federatie ontstond als verlengstuk van een andere, begin vorige eeuw opgericht om financiële steun te verlenen aan de talrijke weduwen van Belgische bioscoopexploitanten. In die tijd veroorzaakten lampen namelijk heel wat dodelijke branden.

Cinergie: Tegenwoordig bent u dus de enige werknemer van de Federatie van Cinema’s van België?

Thierry Laermans: Klopt! (glimlacht) Alle keuringsproblemen aangaande de vijfhonderd bioscoopschermen in ons land komen dus bij mij terecht. Zoals de film Black, die verboden werd onder de zestien jaar, een opmerkelijk geval uit het recente verleden. Gezien de wijze waarop de zaken evolueren, namelijk dat veel kaartjes online worden verkocht en keuringscontrole haast onmogelijk wordt, bevelen we voor toekomstige wetgeving veeleer een richtinggevend systeem aan, waarbij ouders en kinderen advies krijgen. Alles zal dan bij de klant berusten.

Maken alle Belgische bioscopen deel uit van jullie instelling?

T. Laermans: Een groot deel is lid, want het is geen wettelijke verplichting. Idealiter zouden we natuurlijk iedereen groeperen om nog sterker te zijn, en daarom moet ik ook aan prospectie doen. Want behalve bescherming bieden we onze leden heel wat gegevens over hoe de markt evolueert in ons land en op wereldschaal. Daarnaast vertegenwoordigen we België in de International Union of Cinemas (UNIC). De Federatie omvat zowel Franstaligen als Nederlandstaligen, grote groepen als zelfstandigen en arthousebioscopen. Daardoor hebben we een mooi totaaloverzicht van de exploitatie in België.

Bij de jaarlijkse persconferentie, onlangs in Flagey, zei u dat er een hulpmiddel komt om recettes te berekenen. Voor wanneer is dat?

T. Laermans: Juist. Het gaat om Cinédata en dat is al operationeel, maar het ontbreekt voorlopig aan voldoende abonnees bij exploitanten en distributeurs. Het is de bedoeling voor de hele sector een systeem te ontwikkelen om over exacter en regelmatiger cijfers te beschikken aangaande het bioscoopbezoek. Zo willen we de markt ook beter kunnen analyseren en begrijpen. Daar zullen we in slagen, want er is een reële behoefte: vreemd genoeg is ons land een van de enige waar iets dergelijks nog niet bestaat. Het zou dus ten goede komen aan alle spelers die verbonden zijn met de zevende kunst.

Uit de publicatie van jullie recentste jaarlijkse ranglijst blijkt dat de tien meest bekeken Belgische films stuk voor stuk Vlaams zijn. Kan dat in de toekomst veranderen?

T. Laermans: Het is bekend dat Vlaanderen naast auteursfilms ook inzet op populaire en toegankelijke films voor het grote publiek. Dat is een fenomeen van pakweg de laatste vijftien jaar, dankzij de televisieseries waarmee heel wat acteurs bekendheid verwierven. Het publiek is die acteurs daarna naar de bioscoop gevolgd, met het huidige succes tot gevolg. Eén voorbeeld is de film De zaak Alzheimer, met een acteur uit de serie Thuis (800.000 kijkers) en een andere uit de serie Familie (één miljoen kijkers). In zo’n geval is bioscoopsucces bijna gegarandeerd. Veerle Baetens, die het met de film The Broken Circle Breakdown tot op de Oscars schopte, was ook in verschillende series te zien. En zo zijn er nog veel meer!

Kan dit fenomeen zich volgens u herhalen aan Franstalige kant?

T. Laermans: Ja, ik denk het wel. Uit een culturele reflex was de Franse invloed lange tijd dominant, ook nu nog. Aan Vlaamse kant is er dus een filmbeleid met twee sporen, terwijl we aan Franstalige kant nog sterk gericht zijn op een uitgesproken arthousecinema. Het is logisch dat een en ander ook zijn weerslag heeft op de bezoekersaantallen. Maar als de Franstalige cinema daarnaast voor het publiek populairder films kon maken – en daartoe heeft hij mijns inziens alle troeven in handen – dan zou dat de hele branche vooruithelpen, inclusief de auteursfilm! Want populaire producties zijn noodzakelijk om de hele sector zuurstof te geven. Het opent altijd voor iedereen perspectieven als je allerlei soorten publiek bereikt en het aanbod verbreedt. Dat gaat op voor alle landen, zelfs de Verenigde Staten. Het is dus van groot belang de horizon te verruimen en de toekomst met open vizier tegemoet te treden. Je voelt dat er wel degelijk iets in beweging is, wat trouwens broodnodig is in deze tijden van economische optimalisering. Al vraagt het natuurlijk tijd.

De kwestie van de prijs van het bioscoopkaartje komt vaak terug. Wat is uw mening daarover?

T. Laermans: Inderdaad. Maar in tegenstelling tot de gangbare opvatting behoort het Belgische bioscoopkaartje niet tot de duurste, want het kost gemiddeld iets meer dan zeven euro. Het wordt alleen duurder door indexering. Je mag de prijs van een toegangskaartje evenwel niet beoordelen op basis van het bedrag dat je in een grote Brusselse bioscoop neertelt voor een lange 3D-film. Zoiets is lang niet overal het geval en je moet ook rekening houden met abonnementsformules, promoties, tarieven voor jongeren en bejaarden, schoolvoorstellingen enzovoort. Je moet de zaken evenwichtig beschouwen, je mag niet te lang stilstaan bij een paar grote koppen van sensatiebeluste media die hun aantal klikken willen opdrijven en ten onrechte berichten dat het bioscoopkaartje ‘te duur’ is. Dan zul je merken dat we het in België lang niet slecht doen. Bovendien zit ons land in de Europese top op het vlak van apparatuur, techniek en trends. Want de bioscopen moeten natuurlijk iets extra’s bieden in vergelijking met de homecinema’s, hoe waardevol die ook mogen zijn.

Wat brengt de toekomst voor u en de Federatie?

T. Laermans: Het is niet altijd eenvoudig om de krachten te bundelen, maar wij dienen ook als katalysator tussen de verschillende spelers in de sector. We werken met professionals die, hoewel ze vaak sterk uiteenlopende doelstellingen en belangen nastreven, doorgaans eendrachtig samenwerken voor het heil van de hele sector. En dat komt ook weer iedereen ten goede!

Meer info op: www.fcbel.org

Deze publicatie kadert in de samenwerking tussen Filmmagie en het Brusselse, Franstalige Cinérgie. Maandelijks wisselen deze twee filmkritische media een artikel uit om te vertalen voor eigen publicatie. Andere uitgewisselde interviews zijn die met productiehuis Dérives, Claude François, productiehuis Cobra Films, atelier Camera Etc en CINEMATEK-directeur Nicola Mazzanti.

Beeld: Ciné Aalst, een van de FCB-leden

Geschreven door DAVID HAINAUT

Interview: Thierry Laermans over de Federatie van Cinema’s

Media: