J’ai perdu mon corps

De Franse debutant Jérémy Clapin haalt het beste uit de kracht van animatie om het onmogelijke geloofwaardig neer te zetten. J'AI PERDU MON CORPS toont een eenzame hand op de dool in Parijs. Wat in liveaction al snel sciencefiction wordt, is hier een bron van empathie.

Met zijn visueel virtuoze invulling van het begrip fantoompijn mikt Jérémy Clapin hoog. Voorbij de beperkingen van een liveactionfilm behandelt zijn langspeeldebuut meerdere trauma’s zonder … zwaar op de hand te worden. Daarbij combineert J'AI PERDU MON CORPS vlot verschillende tijdslijnen. Terwijl een hand-zonder-lichaam ontsnapt uit een ziekenhuis en een tocht door Parijs onderneemt, wordt pizzabezorger Naoufel halsoverkop verliefd op zijn klant Gabrielle, van wie hij enkel de stem via de intercom heeft gehoord. Voor de weesjongen betekent het een lichtpunt in een bestaan dat snakt naar een portie poëzie. Zijn jongensdroom om én astronaut én pianist te worden is lang vervlogen sinds hij van Marokko naar Parijs kwam overvliegen nadat zijn ouders overleden in een auto-ongeval. Clapin snijdt gezwind heen en weer tussen de avances van Naoufel richting Gabrielle en de zoektocht van een afgesneden hand. Als een volwaardige protagonist baant die zich een weg over daken, door rioleringen en langs elektriciteitskabels. Eerder dan een lichaamsdeel is de hand – zoals de titel al verklapt – een persoonlijkheid op zich, een lichaam dat handelt vanuit een eigen drive en dat medeleven afdwingt. J'AI PERDU MON CORPS bouwt suspense op langs de vragen waar de hand heengaat en wanneer en hoe die afscheid heeft moeten nemen van haar eigenaar. In spektakelrijke scènes leidt actie tot emotie, terwijl in de andere verhaallijn amoureuze gevoelens Naoufel aanzetten om over te gaan tot actie in een leven dat stagneert sinds hij als weesjongen introk bij zijn hardvochtige oom.

Het verhaal op twee sporen haalde Clapin bij de roman Happy Hand van Guillaume Laurant. Kort na het verschijnen van het boek, dat hij samen met Clapin adapteerde tot J'AI PERDU MON CORPS, beschreef Laurant het als “een oosters sprookje à la française over twee met elkaar verbonden levens die door het lot worden gescheiden en na parallel parcoursen weer samenkomen”. De amoureuze kern van Happy Hand verbaast niet van de schrijver die met bric-à-brac-romanticus Jean-Pierre Jeunet heeft samengewerkt aan onder andere Le fabuleux destin d'Amélie Poulain en Un long dimanche de fiançailles. Die films, en ook zijn scenario voor Jean-Pierre Améris’ L’Homme qui rit, verraden een voorkeur voor personages die aan de zijlijn van het drukke, volle leven staan, maar door het lot een handje geholpen worden om hun eenzaamheid te overwinnen en de liefde te vinden. Al kan dat lot ook tegenwerken.

Flashbacks in zacht zwart-wit laten zien hoe tegenslag het aanvankelijk gelukkige leven van de jonge Naoufel een hak zet. Ook in deze jeugdscènes laat Clapin geen kans onbenut om handen in close-up te nemen. Ze roeren de pianotoetsen of planten een vlag op de maan; herinneringen aan de muzikale en wetenschappelijke ambities van Naoufels moeder en vader voor hun kind. Van zijn vader leert hij met de hand vliegen vangen en hij legt het geluid van de wind vast op cassettes door een microfoon in de lucht te houden. Zowel de vlieg als de geluidsopnames komen mee over van zijn kindertijd naar het duffe bestaan in Parijs. De dromerige schoonheid en het speelse karakter van zijn jonge jeugd zijn echter vervlogen nadat zijn ouders hem bruusk werden ontnomen en elke stimulans tot creativiteit lijkt te ontbreken. Het doorregende Parijs waarin Naoufel nu ’s avonds op een scooter over drukke straten dokkert om pizza’s alsnog laattijdig te leveren, staat mijlenver af van de zonovergoten stad van de liefde in Amélie Poulain. Ook Happy Hands is niet zo donker. De duisternis van J'AI PERDU MON CORPS, eveneens een ingrediënt in de nachtelijke avonturen van de hand, is een toevoeging van Clapin die hem toelaat om het gemoed van zijn hoofdpersonage te vatten in duidelijke visuele contrasten. De grauwe kleuren van de flat waar Naoufel nu bijwoont – hij heeft na jaren amper een plaats voor zichzelf – verschillen dag en nacht van het lichte, luchtige leven in Marokko. Met bijtgrage ratten in een riool die de hand wegjaagt dankzij de vlam van een aansteker, zit ook die vast in duistere wereld. Op haar queeste tuimelt de hand van de ene smoezelige plek in de andere, tot vuilnis en een levensbedreigende dakgoot kunnen worden ingeruild voor een woning waar zowaar een piano staat. Vindt de hand zo opnieuw aansluiting bij muzikale vreugde? De symbolische tocht gaat nog verder door. Met vingers als poten dwaalt de afgesneden hand door de stad op zoek naar haar lichaam.

Tegelijk zien we Naoufels toenadering tot Gabrielle, een niet op haar mond gevallen bibliotheekmedewerker die de deur weer openzet naar verbeelding. Zij roept het beeld op van de Noordpool, als open en fel wit landschap oneindig ver verwijderd van zijn afgesloten en donkere gedachtewereld. Gabrielle vult een gemis in hem: het ontbreken van een geliefde én van het vooruitzicht op een leven dat zich niet beperkt tot op z’n eentje pizza’s eten uit een klammige doos en het afstaan van het schaarse loon aan zijn onverschillige oom. Samen willen ze “het lot dribbelen”, zoals Gabrielle zegt. Je lot kan je enkel veranderen, vindt Naoufel, als je iets onverwachts doet, iets dat zelfs het lot niet kan voorspellen. Zoals een iglo bouwen op een plat dak in Parijs. Of nog beter: een sprong in het ongewisse wagen, waarbij het risico om diep te vallen niet opweegt tegen de kans om op een plek te komen waar je je werkelijk thuis voelt.

Hoewel technisch niet tot in de puntjes perfect, slaagt J'AI PERDU MON CORPS erin om zowel dynamisch als bedachtzaam te zijn. De fysieke bedreiging en de droefenis zijn allebei uitingen van dezelfde fantoompijn, leed veroorzaakt door een nog als aanwezig ervaren gemis: een lichaam, een partner, ouders en een thuis, een plek om je samen veilig te voelen. Zonder expliciet de link te leggen naar de bredere maatschappij, of naar Naoufels Noord-Afrikaanse afkomst, raakt j’ai perdu mon corps de gevoelige snaar van armoede en vereenzaming in grote steden. Zo is het opvallend dat Naoufels spiraal van ongeluk een traject volgt van een middenklassenbestaan in Marokko naar een armlastig leven in Parijs. Clapin en Laurant gaan echter nauwelijks in op deze sociaaleconomische verschuiving en benadrukken het belang om als individu het leven actiever in de hand te nemen. Teruggetrokken, geïsoleerde personages zitten ingebakken in het werk van Clapin. Ook in zijn melancholische kortfilms Une histoire vertébrale (2004) en Skhizein (2008) krijgt de gemoedstoestand van eenzame figuren een lichamelijke vorm, respectievelijk een man met gekromde rug die voortdurend naar de grond staart en een flatbewoner die na een meteorietinslag letterlijk ‘naast zichzelf’ leeft. Clapin vindt het immers belangrijk dat animatie voor een volwassen publiek naast onderwerpen als oorlog (zoals in Persepolis en Waltz with Bashir) ook het dagelijkse leven aansnijdt. Met de Grand Prix van de Semaine de la Critique in Cannes en prijzen op het belangrijke festival voor animatiefilm in Annecy schaart J'AI PERDU MON CORPS zich bij die hedendaagse klassiekers van de animatiefilm voor volwassenen. Ondertussen kocht Netflix de film aan om wereldwijd te streamen, al zal die in Frankrijk en de Verenigde Staten wel een beperkte bioscooprelease krijgen en haalde distributeur Lumière de vertoningsrechten voor de Benelux binnen. Zo kunnen we hier op groot scherm zien hoe de overlevingstocht van een eenzame hand zich vastgrijpt aan een liefdesverhaal, en dat beide bol staan van de verbeelding.

Lees ook het interview met Jérémy Clapin in het novembernummer, nu te bestellen met een mailtje naar info@filmmagie.be.

Vertoningen: cinenews.be

Geschreven door BJORN GABRIELS & HANNE SCHELSTRAETE

J’ai perdu mon corps

06/11/2019
Regisseur: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
Lumière

Media: 

onomatopee