Jimmy's Hall

Toen Margaret Thatcher dit voorjaar overleed, haalden Belgische politici ‘s avonds de loftrompet boven. Door haar strakke, ultraliberale beleid gericht op het privatiseren van overheidsbedrijven had de Iron Lady de Engelse economie gered. Kortom, het boegbeeld van de conservatieve Tories was de grootste (!) Britse premier aller tijden. Dat links Engeland die bewering de volgende dag behoorlijk zou bijsturen, was te verwachten. Morbider dan de sociaal geëngageerde filmer Ken Loach was niemand: "Laten we haar begrafenis ook privatiseren", stelde hij voor. "Maak een openbare aanbesteding op en laat het over aan de laagste bieder." Voor Rode Ken is het duidelijk: "The only good Tory is a dead Tory or ... a lavatory." Voor Loach is Thatchers neoliberale politiek de oorzaak van alle ellende bij de arbeidersklasse.

Getuige daarvan is zijn imposante sociaalkritische oeuvre waarin hij genadeloos wantoestanden aanklaagt, in binnen- en buitenland, met een recordaantal van twaalf Cannesselecties én een Gouden Palm voor The Wind That Shakes the Barley. Loach’ Ierse vrijheidsdrama bezorgde conservatief Engeland een indigestie. Die nestbevuiler had het aangedurfd het Thatcherisme nu en het Engelse regime vroeger als barbaars voor te stellen met diepe minachting voor de Ieren. Vooral de brutale ex-militairen moesten het ontgelden. "De wortels van het conflict gaan eeuwen terug. Hadden de Britten de opdeling niet doorgedrukt, dan zou er nooit een IRA zijn geweest. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de Britse overheid."

Loach was net geen 70 toen hij dat zei en voor sommigen flirtte zijn vlijmscherpe aanklacht met landverraad. Anderen zagen het als een doodeerlijke verontschuldiging voor het verleden. Nu, zeven jaar later, is er het thematische vervolg dat zich een decennium later afspeelt. JIMMY’S HALL heeft het over een andere beschamende episode uit de Ierse geschiedenis. In 1933 werd de politieke activist James Gralton (1886–‘45) als enige zonder proces uitgewezen naar Amerika, waarvan hij pas in 1932 (na tien jaar ballingschap) was teruggekeerd. Loach en zijn vaste scenarist Paul Laverty adapteerden het toneelstuk van Donal O’Kelly, gebaseerd op het leven van de charismatische Ierse communistische leider.

Nog altijd kiezen Loach en Laverty radicaal de kant van de kleine man tegen de grootgrondbezitters en de clerus, al heeft de bikkelharde kritiek van The Wind That Shakes the Barley plaatsgemaakt voor romantische nostalgie. James Gralton is de held, een boerenzoon die zorgt voor zijn moeder en voor het culturele welzijn van zijn medeburgers door het danslokaal Pearse/Connolly als een soort jazzdans- en cultuurcentrum te heropenen. Op hun uitdrukkelijk verzoek trouwens. De naam verwijst naar de twee martelaars Patrick Pearse en James Connolly van de Paasopstand in 1916, onderwerp van onder meer Neil Jordans biopic Michael Collins (1996). Wat uiteraard niet naar de zin van de plaatselijke pastoor is, meer bekommerd om het zielenheil en de Los Angelization van de Ierse jeugd en vooral het godslasterende communisme vreest. Het gevecht met de clerus kan beginnen; tijdens een van de voorstellingen in Cannes werd zowaar de antiklerikale slogan “A bas la calotte” geroepen.

De nobele James Gralton die zijn vroegere – maar intussen getrouwde – lief respecteert; de pastoor die uiteindelijk openlijk toegeeft respect te hebben voor Gralton; de moeder die de politie voor schut zet door de huissleutel te verbergen: oerklassieke cinema, niet bepaald subtiel, nee, maar wel emotioneel efficiënt.

Loach’ personages in JIMMY’S HALL verpersoonlijken nog altijd rauwe aanklachten tegen sociale onrecht, maar het venijn van vroeger heeft plaats gemaakt voor nostalgie, romantiek en hoop. De jongeren die Gralton per fiets uitgeleide doen, zullen zijn strijd voortzetten. Een teken van Loach’ wijsheid of vergrijzing?

Geschreven door KAREL DEBURCHGRAVE

Jimmy's Hall

27/08/2014
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2014
Distributeur: 
Cinéart

Media: 

Trailer: 

N6vY0WL2-L8

onomatopee