Joe

Nadat hij met enkele dwaze komedies op de dool leek, keert de Amerikaanse onafhankelijke cineast David Gordon Green terug naar zijn Zuiderse roots en zijn spiritueel realisme met twee vlak na elkaar gedraaide drama's: de buddy movie Prince Avalanche en de boekverfilming JOE. Twee aangrijpende ballades die beschadigde mensen en hun genadeloze omgeving in beeld brengen. Poëtisch én explosief.

“Ik probeer me met elk filmpersonage te identificeren,” stelt David Gordon Green (°1975), “wanneer een personage te ver van me af staat voel ik me niet de geschikte auteur”. De in Little Rock, Arkansas geboren onafhankelijke filmmaker had dus kunnen weten dat onschuldige en onbenullige hoofdpersonages weinig overtuigende komedies zoals Your Highness (2011) en The Sitter (2011) zouden opleveren. Temeer daar de dolle misdaadkomedie Pineapple Express (2008) wèl werkte. Juist doordat de prettig gestoorde outsiders die er achtervolgd worden door huurmoordenaars en corrupte agenten passen in het rijtje personages waarop de filmregisseur sinds zijn debuut George Washington (2000) focust: streekgebonden slackers, antimaterialistische nietsnutten of getraumatiseerde individuen.

Met de comeback van deze personages in Prince Avalanche (2013) en JOE keert Green terug naar het niveau van All the Real Girls (2003), Undertow (2004) en Snow Angels (2007). Maar JOE is geen verloren zoonverhaal. Green leidt immers aan filmische boulimie; hij wil vooral constant blijven werken. Na de twee films die hij in 2013 afleverde werkt hij momenteel aan het Texaanse drama Manglehorn (met Al Pacino, Holy Hunter en Harmony Korine) en de komedie Red Oaks. Een nieuwe misstap is daarbij mogelijk. Op dat vlak is hij minder principevast dan Terrence Malick (Tree of Life, To the Wonder), Richard Linklater (Before Midnight, Boyhood) en Jeff Nichols (Take Shelter, Mud). Bevriende maar minder productieve cineasten die ook vanuit Austin, Texas - het nieuwe eldorado van de Amerikaanse onafhankelijke cinema – opereren.

Wat Green wèl met hen deelt is verbondenheid met de cultuur en natuur van het Zuiden van de Verenigde Staten, liefde voor het mysterie 'mens' en een obsessie voor de kritisch maar begripvol gefileerde rednecks. Het is dan ook geen toeval dat hij met JOE een roman verfilmt van Larry Brown (1951-2004), een Zuiderse schrijver die intiem vertrouwd is met het redneck universum. Het oeuvre van brandweerman en schrijver Brown is beperkt – een autobiografie ('On Fire'), kortverhalen en zes romans (o.m. 'Dirty Work' en 'The Rabbit Factory') – maar origineel en krachtig. Zijn meesterwerk is het door de iconische Zuiderse auteurs William Faulkner en Flannery O'Connor geïnspireerde 'Joe'. Een deels autobiografisch werk (Brown leidde net zoals het hoofdpersonage een team dat bomen vergiftigde) doordrongen van redneck ethiek.

De personages hebben een sterke arbeidsethos: wangedrag kan, maar niet werken is not done. “Waar ik vandaan kom kan men smeerlapperij uitsteken, drinken en zijn vrouw aftuigen maar men heeft altijd een job” aldus Larry Brown. Dat Joe een tijd in de gevangenis heeft doorgebracht is geen schande, dat Gary's alcoholistische en gewelddadige vader Wade lui is en het loon van zijn zoon afneemt is sociaal onaanvaardbaar. Rednecks mogen dan geen engeltjes zijn, ze werken en zijn familiegericht. Al belet hen dat niet even genadeloos als hun omgeving te zijn.

Green kende de vroegtijdig gestorven auteur persoonlijk en is vertrouwd met de in 'Joe' geschetste wereld. Een wereld waar Camel sigaretten driftig volledig worden opgerookt, honden even belangrijk blijken als vriendinnen en vergelding alledaags is. De cineast situeert het gebeuren in Texas en niet in Browns Mississippi maar bewaart de donkere karakterstudie die draait rond kwetsbare mensen verankerd in een genadeloos mooi landschap en meegesleurd in een pijnlijk authentieke maalstroom van emoties.

Hoewel JOE tragisch én hoopvol eindigt – met de dood en de start van een nieuw bestaan – is het geen film die alles netjes afrondt en afsluit. De personages blijven enigmatisch, hun acties mysterieus en hun woorden (“are you my friend?” herhaalt Wade) intrigerend. Ze zwalpen tussen melancholie en psychose. Green heeft een voorliefde voor “films die deuren open laten. Er bestaat een Hollywoodtraditie om dingen netjes af te sluiten maar dat spreekt me niet aan”. Dat bleek al in George Washington, All the Real Girls en vooral Undertow, voor de cineast een studie “over wat een familie voor ons betekent”. De wanhopige vlucht van twee jongens op zoek naar een veilig leven is een voorbode van Gary's queeste naar een eervol leven als een werker die zijn gezin (mishandelde moeder en misbruikte zus) helpt overleven.

“In Undertow gaat mijn interesse naar de textuur en de details van het leven en de menselijke fragiliteit”, zegt Green. “Ik wil een glimp tonen van menselijke psychologie zonder mijn personages volledig te verklaren.” Dat geldt ook voor Snow Angels, Prince Avalanche en JOE. Films die authentieke mensen in een realistisch maar poëtisch kader plaatsen. Green kiest voor een eigen versie van Malicks visuele poëzie en Nichols picturale psychodrama's, met horizontaal opgebouwde beelden die personages een voedingsbodem en ademruimte geven maar tegelijk ook een landschap tot leven brengen.

Zoals zijn mentor Malick en zijn zielsverwant Nichols is Green getekend door het 'Walden' epos van Henry David Thoreau, wat zich vertaalt in een fascinatie voor de schoonheid van de natuur en de dreiging die ervan uitgaat. Green trekt parallellen tussen de mens en zijn omgeving. Er gaat een primaire dreiging uit van zowel de bomen als van de regen en de honden. Alles is boosaardig en donker.

Green en DOP Tim Orr zetten visueel een sombere toon en creëren een gevoel van isolement. De personages zitten gevangen in een universum dat gescheiden is van de rest van de wereld. The South waar ze thuis zijn is een regio die achterop hinkt én een state of mind. Gary is een ruwe tiener die in armoede leeft en door zijn dronken vader Wade wordt mishandeld. Joe is een primaire maar rechtvaardige loner die zijn kalmte tracht te bewaren maar eveneens een levende tijdbom is die ook sheriff Earl niet kan ontmijnen.

JOE vertelt een coming-of-age verhaal via problematische vader-zoon relaties maar meer nog dan in het verwante Mud draait alles niet alleen om externe conflicten (met politie en white trash zoals Willie) maar ook om een intern conflict. Volwassen worden impliceert een tragisch verlies van onschuld dat verbonden wordt met de omgeving. Zowel de samenleving (bars en bordelen) als de natuur (bomen, regen) en de honden ademen sluimerende gewelddadigheid en een gevoel van malaise uit. De strijd van tiener Gary weerspiegelt tevens het overlevingsgevecht en de wanhoop van de werkende klasse in het Amerikaanse Zuiden.

De ondraaglijke zwaarte van het bestaan wordt verlicht door humor (grappige dialogen en absurde situaties) en thema's zoals vriendschap en loutering. Die zijn niet louter verbonden met de hoofdpersonages. Getuige de aanstekelijke kameraadschap in Joe's team en de empathie van een sheriff die de tragische spiraal van geweld wil bezweren. Maar de hoop wordt getemperd. Joe kan geen factor van stabiliteit zijn (“don't fool yourself about me”, waarschuwt hij) en het rurale Zuiden wordt overheerst door armoede, aftakeling en geweld. Met wapens en alcohol in een hoofdrol.

JOE balanceert tussen het schone en het lelijke, het pijnlijke en het vreugdevolle maar ook tussen het theatrale en het authentieke. Als geen ander slaagt David Gordon Green erin een evenwicht te vinden tussen professionele acteurs - Nicolas Cage acteert eindelijk opnieuw op het niveau van Bad Lieutenant en Tye Sheridan bevestigt wat hij in The Tree of Life en Mud liet zien – en amateur-acteurs. Acteurs die zoals zijn buurman in Austin, Aj Wilson McPhaul, verteerd worden door een inwendig vuur zonder over the top te gaan. Subtiel, authentiek en intens zoals de cinema van Green.

Geschreven door IVO DE KOCK

Joe

30/04/2014
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2013
Distributeur: 
Cinéart

Media: 

Trailer: 

Gb9q4pqBikw

onomatopee