The Jungle Book

Het verhaal van het wolfskind Mowgli, zijn vrienden Baloo en Bagheera, en Mowgli’s nemesis, de tijger Shere Khan, is je vast wel bekend. Vermoedelijk niet via The Jungle Book (1894) van Rudyard Kipling – hij verzon tal van korte verhalen rond Mowgli in de Indiase jungle – , maar dankzij de animatieklassieker uit 1967, de laatste tekenfilm die Walt Disney superviseerde. De nogal sombere, soms sinistere toon van Kipling maakte plaats voor familievertier, humor en een levendige sfeer. Er volgden nog adaptaties, zowel in film als in stripvorm. Maar wie zat er te wachten op een live action-remake? En toch blijkt deze versie verbluffend. Kiplings verhalen zijn (moraliserende) fabels, allegorieën op de samenleving en de tijd van toen. Wat hem niet door iedereen in dank werd afgenomen. In India werden de verhalen over Mowgli sceptisch onthaald. De schrijver werd koloniale vooroordelen en racisme verweten. Kiplings critici vonden dat hij de Indiase samenleving portretteerde als een jungle, bevolkt door wilde dieren, tovenaars en ‘primitieven’. “Niet meteen een gecultiveerde en fatsoenlijke beschrijving van deze maatschappij”, zo klonk het. Dat weerhield de Zweedse Nobelstichting er anno 1907 niet van om Kipling met de Nobelprijs voor de Literatuur te eren.

Het zal de kijker vandaag een zorg zijn hoe The Jungle Book in het begin van de vorige eeuw werd onthaald. Tijd om bij stereotypen of vooroordelen stil te staan krijg je niet. THE JUNGLE BOOK begint met een achterwaartse panbeweging, die vertrekt van het Disneylogo en de toeschouwer meetroont naar de jungle, waar Mowgli tussen een groep wolven sprint, van boom naar tak vliegt en de les krijgt gespeld door Bagheera. Jon Favreau (Iron Man 1 & 2, Cowboys & Aliens), de regisseur van dienst, laat er van meet af aan geen gras over groeien: spectaculaire 3D, gebalde actie en een onwaarschijnlijke realiteitsweergave. Vergis je niet: de enige ‘levensechte’ figuur in de film is wel degelijk Mowgli, vertolkt door de tien jaar oude Indiase Amerikaan Neel Sethi. De scènes met Sethi zijn integraal gefilmd in een studio in Downtown Los Angeles. Voor de opnames in het water stelde de ploeg zich op in en rond een zwembad. De rest is computeranimatie: de adembenemende natuurbeelden, het kleinste blad, de fijnste waterdruppel, het vuur en het koninkrijk van de orang-oetan Louie. En dus ook de dieren. Die zijn beslist hét huzarenstuk van de film. De soepele, natuurlijke bewegingen geven geen seconde de indruk geanimeerd te zijn. Bovendien lijken alle sprekende dieren les gevolgd te hebben bij een taalcoach. Je moet uit hard staal zijn gesmeed zijn om er ongevoelig voor te blijven.

In tegenstelling tot de originele Disneyfilm gaat THE JUNGLE BOOK minder voor puur vertier. Bij momenten is de sfeer zelfs dubbelzinnig en duister. De plot zit ook logischer in elkaar. Zo negeerde de originele tekenfilm onder meer de ‘Water Truce’. In dat vredesbestand, gesloten tussen Shere Khan en alle dieren die in tijden van waterschaarste samenkomen bij een waterplas om te drinken, belooft Khan Mowgli niet te zullen aanvallen zolang er droogte heerst. Komt het water terug, dan opent hij de jacht meteen. Khan maakt duidelijk waarom hij de mens als een potentieel gevaar voor de jungle ziet. Hij is bang van het vuur, ‘red flower’ genoemd. Vuur is ook belangrijk voor King Louie (Christopher Walken wekt de oerang-oetan weergaloos tot leven), die Mowgli laat ontvoeren door zijn apen. In Louies gigantische tempel troont de orang-oetan in de schaduw. Een geweldig knappe scène en een fantastisch decor. Je moet onverwijld denken aan de introductie van Marlon Brando in Apocalypse Now. De entree van Louie straalt eenzelfde dreiging uit. Het thema van een ‘enfant sauvage’ is niet nieuw. Of de mythe van een kind dat door wolven wordt grootgebracht. Romulus en Remus werden eveneens door een wolvin gezoogd. Favreau komt ervoor uit een grote fan te zijn van de mythologietheorieën van Joseph Campbell.

Er vindt wel degelijk een ultieme confrontatie plaats. Neen, deze keer komt geen kwartet gieren de boel opvrolijken en is er geen deus ex machina waarin de bliksem een boom treft. En Khan krijgt evenmin een brandende tak aan zijn staart gebonden. Favreau opteerde voor een meer sombere subtekst. Niet dat het kommer en kwel is. Baloo zorgt net zoals in de getekende animatieversie voor de humoristische en speelse kant. De song ‘The Bare Necessities’ geeft dan ook present. En ook de reusachtige King Louie zingt ‘I Wanna Be Like You’ – zij het deze keer in een minder grappige context dan de jazzy pret uit de 1967-versie. Is deze remake relevant? Absoluut!

Geschreven door PIET GOETHALS

The Jungle Book

13/04/2016
Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Productiejaar: 
2016
Distributeur: 
Buena Vista

Media: 

onomatopee