Katrien Vermeire over Der Kreislauf

Tijdens de slotavond van het Visite Film Festival brengt Katrien Vermeire de zee naar Het Bos in Antwerpen. Dat doet ze niet alleen met haar kortfilm DER KREISLAUF, maar ook met twee kortfilms van Henri Storck en het televisieverslag ‘De Socioloog’ van Luc Beyer de Ryke. Haar kortfilm nam ze niet op in haar thuisstad Oostende, maar op het strand van De Haan waar ze naartoe gaat zoals haar grootmoeder en overgrootmoeder haar voordeden.

Katrien Vermeire studeerde af als fotograaf aan KASK en volgde de opleiding kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Gent. Tijdens haar studies raakte ze steeds meer aangetrokken om ook iets met film te doen. Na The Wave (2012), die ze samen met Sarah Vanagt maakte, is DER KREISLAUF (2014) haar eerste solofilm. Daarin volgt ze kinderen die zelfgemaakte bloemen van crêpepapier verkopen aan de Belgische kust. Het typische fenomeen belicht ze in alle facetten en vormt een volledige cyclus. De afwisseling van strandbeelden, taferelen met interactie en guitige ‘bekentenissen’ van de kinderen zorgen dat je aan het scherm blijft gekluisterd.

Wat was de aanleiding of inspiratie om deze kortfilm te maken?

KATRIEN VERMEIRE Eigenlijk echt het onderwerp. Ik ben zelf geboren aan de kust, dus ik ken het wel. Toen ik in 2012 nog een keer in België naar het strand ging, lag ik toevallig naast een van die winkeltjes en zo kon ik meeluisteren naar wat er allemaal werd verteld. Ik kende het concept wel, maar was vergeten wat er precies allemaal gezegd werd en dat vond ik zo verrassend. Ik wilde het verder onderzoeken en langer in beeld brengen. Het leek me meer dan gewoon strandvertier.

Aan het begin van je kortfilm zien we golven die schelpjes meevoeren, daarna de kinderen die ze oprapen en uiteindelijk gebruiken om er zelfgemaakte bloemen mee te kopen. Je brengt de weg die zowel de schelpjes als de bloemen afleggen in beeld.

K. VERMEIRE Een van de kinderen zei zelf dat het voor hem een eeuwige kringloop is van bloemen en schelpen. Je kan dit nog verder doortrekken. Uiteindelijk is het zand ook opgebouwd uit kleine verbrokkelde schelpen. De titel DER KREISLAUF betekent eigenlijk kringloop. Tijdens de montage hebben we ons daarop gebaseerd om een soort structuur te krijgen in de film. Daarin zie je inderdaad in het begin de zee, daarna het bouwen van de winkel, het zoeken naar schelpen en dan het maken en verkopen van bloemen om dan terug te keren naar de zee. Ik vind het ook gewoon een mooi gegeven: iets dat gewoon een cirkel maakt en dat je op zich niets anders nodig hebt. Die cirkel begint ook elke dag op een andere plek, het is de cyclus van één dag.

De film is op verschillende dagen opgenomen, zelfs tijdens twee verschillende zomers. Ik vond het ook wel boeiend om te zien hoe de kinderen evolueerden, maar uiteindelijk hebben we gekozen om het gevoel van één dag te bewaren. Er zijn verschillende zomers over het filmen gegaan, maar het gevoel klopt wel: het gevoel van een zomer, of een week waar er wel een verschil is qua licht.

Je volgt de kinderen en laat hen ook echt aan het woord. Ik lees vaak dat de film schommelt tussen fictie en documentaire. Zijn er echt dingen in scène gezet of hoe pakte je dat aan?

K. VERMEIRE Er is niets in scène gezet, maar in deze tijden is het wel moeilijk om zomaar je camera op kinderen te richten. Ik probeerde dus wel – in de mate van het mogelijke – toestemming te krijgen van de ouders voordat ik filmde. Het was geen verborgen camera. De kinderen wisten ervan. Natuurlijk komen er van overal andere kinderen toegelopen naar zo’n bloemenwinkel, maar dan stop je niet met filmen, dan vroeg ik het nadien. Vooral de kinderen die gewoon konden doorspelen zoals ze voordien bezig waren, vond ik het boeiendste om in de film te gebruiken.

Er zijn mensen die speciaal voor deze bloemenwinkels naar de Belgische kust komen, naar De Haan waar het is opgenomen. Dat strand ken ik ook het beste. Ze weten dat hun kinderen dat daar kunnen doen. Ze houden zich daar ook gewoon heel de dag mee bezig en hebben dus een doel om naar het strand te gaan. Doordat ik naar hetzelfde strand terugkeerde, kwam ik dezelfde kinderen tegen en dat vond ik net boeiend. Er ontstaat ook een vertrouwensrelatie en het enige wat ik moest doen was in de put springen en met mijn camera naast hen gaan zitten. Ze kenden mij en waren ook niet meer verbaasd over de camera.

A HANDFUL is de Engelstalige titel en bij de beelden waar kinderen ‘betalen’ met schelpjes merk je wel verschillende mentaliteiten/karakters op. Kinderen die hun handen propvol met schelpen willen en anderen die daar niet zo veel belang aan hechten.

K. VERMEIRE Die titel is ook een beetje een speelse verwijzing naar ‘een handvol’. De film is onlangs opgenomen in de collectie van de Nationale Bank en daar vertelden ze me dat de Griekse drachme ook ‘een handvol’ betekent. Maar de titel was er voordien hoor. Sommige kinderen volgen de economische logica en bij anderen is die niet van belang. Soms vroegen mensen me of het een afspiegeling is van de volwassen wereld. Dat gevoel heb ik nooit gehad. Het is gewoon een wereld op zich waarin er allerlei regels gelden. In de film zit veel meer poëzie dan pure economische transactie.

Je brengt ook een aantal keuzefilms mee naar Visite: twee kortfilms van Henri Storck onder andere. Op het einde van DER KREISLAUF gebruikte je ook enkele archief/filmbeelden van hem. Is hij een belangrijke inspiratiebron voor jou?

K. VERMEIRE Ik ken zijn films eigenlijk al heel lang. Hij is een vaste waarde, een beetje zoals Léon Spilliaert of James Ensor. Als je aan de kust bent opgegroeid, is dat een achtergrond die er al heel lang is. Hun werken hebben er misschien wel voor gezorgd dat mijn creatieve genen wakker werden. Het was duidelijk dat ik daar ook iets mee kon doen. De beelden van het water en de zee en de manier waarop Storck die heeft gefilmd, hebben zeker ook mijn film beïnvloed. En dan heb ik het over het camerawerk. Dat is niet stroef. Hij heeft een zeer organische manier van filmen. Het is niet alleen het vormelijke maar ook het inhoudelijke: de levensvreugde waarmee hij die filmpjes maakte aan de zee. Er zijn mensen die op een heel andere manier naar de Belgische kust kijken, die alleen maar de minder goede kanten zien. Bij Storck lijken sommige dingen wel reclamefilmpjes, maar omdat die zodanig oud zijn, vind ik dat niet erg meer.

Ik koos voor Pleziertreinen (1930) omdat ik het zelf altijd moeilijk heb om me voor te stellen hoe het honderd jaar geleden was. Je ziet dat er precies niets veranderd is en tegelijk ook heel veel. Iemand die in de zee springt om verkoeling te zoeken; dat was honderd jaar geleden exact hetzelfde en dat zal ook exact hetzelfde geweest zijn tweeduizend jaar geleden. Mijn familie is hier ook al heel lang en het doet me denken aan hoe het voor hen geweest moet zijn. Ik voel er een sterke verwantschap mee. Om wat variatie in het programma te brengen koos ik samen met Eva van Tongeren (curator van Visite, nvdr) Ter Haringvisserij (1930). We wilden een andere kant van de zee laten zien. Het andere filmpje –De Socioloog (1972) – heb ik zelf nog niet gezien, maar ik ben heel benieuwd.

Eigenlijk ben je fotograaf van opleiding. Hoe ben je uiteindelijk bij film terechtgekomen?

K. VERMEIRE Tijdens mijn opleiding aan KASK werd ik altijd maar meer aangetrokken door film. Sarah Vanagt kende mijn fotografisch werk en toen ik haar contacteerde in verband met een ander project vroeg ze plots of ik ook camerawerk wilde doen voor een van haar films (The Wave, nvdr). Dat heeft het eigenlijk concreet gemaakt en ik vond dat zo leuk en inspirerend dat ik er gewoon in ben verdergegaan.

Wat spreekt je aan in film? Miste je iets bij fotografie?

K. VERMEIRE Voor mij is het meestal heel duidelijk dat bepaalde onderwerpen, bijvoorbeeld de bloemenwinkels, niet werken op foto. In dit geval mis je letterlijk het geluid en de conversaties. Sommige dingen kan je gewoon niet vatten in fotografie, net zoals je sommige dingen niet kan vatten met film en wel in foto. Voor mij is het dus per onderwerp onmiddellijk duidelijk of ik het via foto of film wil brengen. Het is niet dat ik iets mis, maar soms is het gewoon onmogelijk.

Bij mijn kortfilm String Figures (2016) was het voor mij echter niet zo duidelijk. Pas toen ik de foto’s van touwfiguren aan het maken was, besefte ik dat ik de beweging in die touwfiguren nooit kon vastleggen op foto. Dus dan heb ik voorgesteld aan het M-Museum, waarvoor ik deze opdracht deed, om er een film van te maken.

In String Figures werk je met verschillende snelheden: slow motion en versnelde beelden.

K. VERMEIRE Door die slow motion kreeg ik het gevoel dat het touw een ander onderwerp werd. Het touw krijgt een andere consistentie omdat het zo plots blijft hangen in de lucht en vertraagt. Dan kijk je naar andere dingen. Het is eigenlijk een verschuiving in je focus. Bij een leerproces is herhaling ook belangrijk. Als kijker vraag je je af hoe het precies in elkaar zit. Bij de herhaling krijg je dezelfde handeling nog eens vertraagd, alsof het net dat is wat je wou. Het heeft ook iets magisch daardoor en het is heel vreemd dat je het niet beu raakt.

Ben je momenteel aan iets bezig?

K. VERMEIRE Ik ben bezig aan twee projecten in de Verenigde Staten, maar die liggen nu eventjes stil. Het ene gaat over een wiskundeleraar van Cherokee-afkomst die met string figures zijn leerlingen uit moeilijke New Yorkse scholen probeert te motiveren om toch wiskunde te volgen. Dan is er ook nog een tweede project genaamd ‘Sheriff Call’, dat film en foto combineert, ook in de VS. Dat gaat over het logboek van een sheriff waarin hulpoproepen staan. Iemand maakt daarvan zeer poëtische teksten, bijna haiku’s. Ik heb lang gedacht dat het de sheriff was met poëtische aspiratie, maar het bleek een redacteur van een krant te zijn die er steeds veel werk aan besteedt.

Oostende-Antwerpen, 20 februari 2019

Beelden: Der Kreislauf

Tickets voor de vertoning van DER KREISLAUF op de slotavond (23 februari) van Visite Film Festival zijn nog steeds beschikbaar op de site.

Geschreven door ANTJE VAN SCHELVERGEM

Katrien Vermeire over Der Kreislauf

Media: 

onomatopee