Kong: Skull Island

KONG: SKULL ISLAND is geen King Kong-prequel en evenmin een reboot van de franchise via een remake van de versies van 1933 (Cooper & Schoedsack), 1976 (Guillermin) of 2005 (Jackson). Regisseur Jordan Vogt-Roberts (The Kings of Summer) heeft ook geen boodschap aan een lange opbouw naar het tonen van 'het monster' (zoals in de drie King Kongs) en evenmin aan een aapdrama van Shakespeariaanse proporties, zoals de nieuwe Planet of the Apes-cyclus (War for the Planet of the Apes is een subliem stukje immersieve cinema, gedreven door de morele crisis van Caesar). Hij gaat resoluut voor een klassiek kitschspektakel dat monsters wil tonen, meer dan een verhaal vertellen. De reuzenaap komt daarbij meteen in beeld en het filmplezier vloeit voort uit gigantisme, reuzengroei die van vertrouwde wezens angstaanjagende monsters maakt. Het resultaat is geen grote cinema (we zitten mijlenver van Jack Arnolds klassieker The Incredible Shrinking Man) of een groots filmspektakel, maar een genietbare avonturenfilm. Eentje die door een spel met de grootte van dingen en creaturen terugkeert naar de roots van film als kermisattractie.

Scepticisme leek anders op zijn plaats. KONG: SKULL ISLAND is geen verzinsel van een filmauteur, maar eerder van een marketingafdeling die wil inspelen op de DC- en Marveltrend om geen films te maken, maar een universum, een 'MonsterVerse' te creëren. Warner startte de operatie met Gareth Edwards’ Godzilla (2014) en wil na KONG: SKULL ISLAND de gigantische monsters verder opvoeren in Godzilla: King of Monsters (2019) en laten strijden in Godzilla vs. Kong (2020). Het dient echter gezegd, de studio heeft lessen getrokken uit Roland Emmerichs afgrijselijke Godzilla (1998) dat de slogan “Size does matter” illustreerde, maar vergat dat proporties eigenlijk belangrijker zijn dan afmetingen. Grote monsters zijn enkel indrukwekkend wanneer ze bekeken worden vanuit het perspectief van kleine, menselijke getuigen. Mensen die niet zozeer helden zijn dan wel figuren die de toeschouwer toelaten om plaats te nemen in het spektakel en zich te vergapen aan het kermisachtige spektakel. Dat werd vrij goed uitgespeeld in Edwards’ Godzilla en nu zo goed als perfect in KONG: SKULL ISLAND.

Regisseur Jordan Vogt-Roberts stipt niet toevallig Princesse Mononoké van Miyazaki, Pokémon en Ishiro Honda's King Kong vs. Godzilla aan als inspiratie. Bovendien is hij meer een copy-paste-cineast dan een auteur. Zijn film is immers een visuele (Apocalypse Now, Platoon, Predator, Cannibal Holocaust, The Lost World) en auditieve (Creedence Clearwater Revival, Jefferson Airplane) jukebox en geen klassiek cinefiel bioscoopspektakel. Het verhaal en de personages zijn even eenvoudig als bijkomstig: in 1973, net na de Vietnamoorlog, belanden (militaristische) avonturiers met destructieve plannen op een nog onbekend eiland (de nieuwe biotoop van een piloot die er tijdens W.O. II is gestrand), waar de gigantische aap Kong als een soort sheriff de vrede bewaart. De indringers brengen ongewild een chaotische 'oorlog' tussen megagrote dieren – en tussen de monsters en de mensen – op gang. Een zelfvernietigende cyclus die enkel door een altruïstische 'King' Kong gestopt kan worden.

Waar Edwards’ Godzilla teruggreep naar de oude dystopische rampenfilm, voert KONG: SKULL ISLAND ons terug naar de prehistorische avonturenfilm. Vandaar dat magie en verwondering de plaats innemen van angst en paranoia. Wat de cineast puik doet, is het scheppen van een fantasierijk universum met gigantische dieren. Zoals de reuzenwaterbuffel die plots uit het water verrijst, gigantische insecten die angst aanjagen of pterosauriërs die met een man-met-koffer aan de haal gaan. Tijdens die haast surrealistische scènes overtuigt de film. Maar ook tijdens de intense, fysieke gevechten van Kong met een megaoctopus, een vloot legerhelicopters en grote reptielen met doodshoofden. Titanengevechten die werken omdat de kleine, menselijke avonturiers voor  perspectief zorgen en zijn menselijke karakter de reuzenaap sympathie oplevert. Al valt het antropomorfisme wel mee, dat menselijke karakter slaat eerder op 'dierlijke' verbetenheid dan op het maken van morele keuzes.

De rode draad door de nieuwe Godzilla-Kongfilms is dat de mens geen eigendomsrecht heeft op Moeder Aarde en dat misbruik dodelijke gevolgen kan hebben. Niet dat die ecologische boodschap er ingeramd wordt. Net zomin als de politieke boodschap – regisseur Vogt-Roberts heeft het over een parabel die aangeeft hoe “de V.S. als militaire mogendheid verslonden werd door de Vietnamese jungle” – heel prekerig wordt gebracht. KONG: SKULL ISLAND blijft vooral een onderhoudende film vol filmische en muzikale hommages, maar met beperkte diepgang. Een amusante popversie van Conrads Heart of Darkness, die vooral de verdienste heeft het 'gigantische' van zijn 'monsters' op een intelligente en creatieve wijze uit te spelen. 

FILM: *** / EXTRA'S: *** (commentaar, verwijderde scènes, documentaires)

Geschreven door IVO DE KOCK

Kong: Skull Island

01/09/2017
Regisseur: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2016
Distributeur: 
Warner Bros.

Media: 

onomatopee