La cordillera de los sueños

In zijn poëtische documentaire LA CORDILLERA DE LOS SUEÑOS, het derde luik van een trilogie, mediteert Patricio Guzmán over het heden en het verleden, de natuur en de mensen, van zijn zwaar door de dictatuur van Pinochet (1973-1990) getekende geboorteland Chili. Het werd andermaal een visueel wondermooi essay, tegelijk persoonlijk en universeel.

“Stijl is iets wat je achtervolgt,” zegt de Chileense documentairemaker Patricio Guzmán (°1941) in een interview op de dvd van LA CORDILLERA DE LOS SUEÑOS, ”je bent wie je bent en je stijl en werk maken daar ook deel van uit. Je verandert niet echt. Wat wel verandert, is het doel van elke film. Waarom wil je een film maken? Dat varieert. Maar de formule, de manier van werken, de structuur, de manier waarop je scènes samenbrengt, dat alles blijft gelijkaardig. Daarom zijn het ook mijn films.”

Getuige zijn drieluik Nostalgia de la luz (2010), El botón de nácar (2015) en LA CORDILLERA DE LOS SUEÑOS (2019). Drie poëtische, gestileerde zoektochten naar de identiteit, het geheugen en vooral de trauma's van Guzmáns geboorteland Chili. Telkens zijn ze gelinkt aan het Chileense patrimonium, respectievelijk de Atacamawoestijn in Nostalgia de la luz, Patagonië en de oceaan in El botón de nácar en het Andesgebergte in LA CORDILLERA DE LOS SUEÑOS.

"Wanneer de zon in Chili opkomt, moet ze om de laatste steen van de Andes te bereiken over heuvels, tegen bergwanden en over toppen klimmen”, aldus Guzmán. “La Cordillera is overal in mijn land, maar onbekend terrein voor de Chilenen. Na mijn reis naar het noorden voor Nostalgia de la luz en naar het zuiden voor El botón de nácar, heb ik deze immense ruggengraat willen filmen en zijn mysteries willen onthullen. Mysteries die de eerdere en recente geschiedenis van Chili blootleggen." De trilogie heeft een eigen toon en verkent in de woorden van filmhistoricus en Guzmánkenner Julien Joly “de enorme huiden van onze planeet: de woestijnen, de kosmos, de wateren en de rotswanden. Huiden die de sporen vertonen van de spanningen uit het verleden”. Het landschap oogt idyllisch, maar er liggen doden begraven en kopermijnen zorgen voor littekens.

Guzmáns (drone)camera zweeft in de openingsbeelden boven de tegen het Andesgebergte aanleunende hoofdstad Santiago. Visueel wordt meteen een afstand gecreëerd tussen de bergketen en de toeschouwer terwijl de regisseur in zijn zelf ingesproken bezwerende commentaar benadrukt dat de stad geen distinctieve kenmerken heeft en voor hem onbekend terrein is geworden. Net zoals de passanten in de metro die even later voorbijglijden. De tijdens Pinochets staatsgreep gevangengenomen en uit zijn geboorteland gevluchte cineast stelt met lede ogen vast dat de maatschappij nog niet fundamenteel veranderd is. “De macht ligt nog in dezelfde handen,” vertelt een getuige, “niemand heeft spijt betoond van de gepleegde misdaden.” Sterker nog, “velen zien zich nog altijd als redder van het vaderland”.

“In deze film vertel ik over de staatsgreep, over wat ik en mijn familie hebben meegemaakt,” vertelt Guzmán in een bonusinterview, “over het drama dat ons is overkomen. Ik roep herinneringen op die ik daarvoor nog nooit opnieuw had beleefd.” De documentairemaker is, meer dan zijn lot- en generatiegenoten Raúl Ruiz en Miguel Littín, de chroniqueur van de Chileense geschiedenis. Na El primer año (1972) wou hij de verwezenlijkingen van Salvador Allende's Unidad Popular-regering volgen, maar na de staatsgreep leidde dat tot het in Cuba afgewerkte drieluik La batalla de Chile (1975-1979). Jaren later aangevuld met Chile, la memoria obstinada (1997), een verslag van de eerste voorstelling van deze trilogie aan een nieuwe generatie Chilenen. Na deze door woede gedreven, militante documentaires volgden meer onderkoelde analyses als El caso Pinochet (2001) en Salvador Allende (2004). Guzmán bleef daarin focussen op Chili, maar legde nadrukkelijk universele accenten.

Tegelijk werd het politieke steeds persoonlijker. Dat resulteerde in een meer intieme, introspectieve cinema. De met LA CORDILLERA DE LOS SUEÑOS (voorlopig?) afgesloten trilogie wil de kijker niet langer een boodschap serveren of een geweten schoppen, maar een zintuiglijke ervaring bieden. En aanzetten tot nadenken. De beelden en de commentaar zijn dan ook gedrenkt in emoties. We voelen de nostalgie, de malaise, de desoriëntatie en de pijn van de filmmaker. We volgen zijn speurtocht naar herinneringen, verwoeste dromen en zowel plaatsen als objecten die refereren aan een vervlogen jeugd. “Ik geloof dat onze jeugd ons een leven lang blijft achtervolgen,” stelt Guzmán, “die verdwijnt nooit. Je valt er altijd op terug, je herinnert je dingen uit je jeugd. Dat versterkt ons in het heden, helpt ons bij het leven. Het is een inscriptie die we allemaal hebben.”

Guzmán zweert bij de opvatting dat een documentairemaker eerst de omgeving moet bepalen waar hij gaat filmen, dan getuigen dient te zoeken die kunnen uitgroeien tot personages die een verhaal vertellen om ten slotte via sfeerschepping en montage interesse voor dat verhaal te creëren bij de kijker. De personages die in dit geval overbleven na de research (bij het bonusmateriaal zijn er nog getuigenissen te vinden) zijn lokale schrijvers en beeldhouwers die praten over Chileense cultuur, de erfenis van de dictatuur, de missie van kunstenaars en de toekomst van het land.

Hoofdpersonage is Pablo Salas, een cameraman en activist die zowat het alter ego van Guzmán is. Salas loopt al sinds de staatsgreep van Pinochet met zijn camera rond op straat om diverse protesten te filmen. Dat leverde bergen beeldmateriaal op, stapels cassettes en filmrollen. Daardoor werd de rommelige werkruimte van Salas het geheugen van Chili. Al haast hij zich om te onderstrepen dat de ergste gruwel uiteraard buiten beeld gebeurde, niet kon worden vastgelegd. “Die moet je zelf verzinnen.” Guzmán toont enkele van Salas' opnamen (onder meer clandestien via een piepklein raam gefilmde beelden van mensen die naar het nationale voetbalstadion geleid werden), interviewt hem uitgebreid en staat even stil bij de vraag wat er gebeurd zou zijn wanneer hij zelf in het land was blijven filmen. Al beseft Guzmán dat het eigenlijk gewoon al een wonder is dat Salas deze turbulente periode overleefde.

Er klinkt bitterheid door in de observaties van Salas over de politiek-sociale ontwikkelingen in zijn land, maar zijn enthousiasme omwille van nieuwe technologie en de transmissie die op gang komt dankzij jonge filmmakers werkt aanstekelijk voor Guzmán. “Ik film graag het licht, de positieve kant van ons bestaan”, klinkt het. De bergketen waarover Guzmán zijn camera laat zweven weerspiegelt zijn obsessies. Met name zijn belangstelling voor de muur tussen Chili en de rest van de wereld, tussen het heden en de jeugd van de cineast. Het gesteente bevat restanten van vroeger, de bergen doen dromen van de toekomst. “We kijken de hele tijd tegen de bergen aan,” aldus Guzmán, “na een tijd veranderen de bergen, veranderen hun kleuren. Dat geeft je inspiratie. Ze roepen lang vervlogen herinneringen op.” Die kristalliseren in LA CORDILLERA DE LOS SUEÑOS.

FILM: **** / EXTRA'S *** (making-of, documentaire Julien Joly Les memoires dans la peau, documentaires beeldhouwer Rolando Abarca en schilder Andrea Leible, interview Patricio Guzmán)

Geschreven door IVO DE KOCK

La cordillera de los sueños

Regisseur: 
Scenario: 
Genre: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
Cinéart

Media: