Lazzaro felice

Bij de wereldpremière op het voorbije filmfestival van Cannes werd de derde film van de Italiaanse Alice Rohrwacher laaiend enthousiast ontvangen met een minutenlang applaus. LAZZARO FELICE is een poëtische fabel op de grens van realisme en mythologie die net zoals Dogman van Matteo Garrone speelt in een nostalgische context.

Er gebeuren wonderlijke dingen in LAZZARO FELICE, wat een constante is in het bescheiden oeuvre tot nog toe van de in het Toscaanse Fiesole geboren 37-jarige Alice Rohrwacher. Haar zelfbedachte verhalen zijn in de realiteit ingebed, met een documentaire insteek zelfs, al is magie nooit ver weg. Telkens is de hoofdrol voor een buitenstaander, een outsider. Met het verdampen van de boerencultuur op het Italiaanse platteland als favoriete thema. De moeder van Alice is Italiaans, haar vader een in het Duitse Hamburg geboren bijenkweker. Op een boerderij in Umbrië groeide ze op, in de buurt van Castel Giorgio, niet ver van waar haar tweede film Le meraviglie werd opgenomen. Alice Rohrwacher – Alba is haar acterende zus – studeerde literatuur en filosofie en zette haar eerste stappen in de film door mee te werken aan tal van documentaires. Deze humus is onmiskenbaar present in alle drie haar films.

In Rohrwachers langspeeldebuut Corpo celeste (2011), een coming-of-agefilm, kijken en leven we verwonderd mee met een samen met haar moeder naar het zuiden van Italië teruggekeerd 13-jarig meisje. Marta wordt verondersteld net zoals haar leeftijdsgenoten het vormsel te ontvangen, hoewel ze een en al onwennig is met de heersende katholieke riten, zeden en gebruiken. Le meraviglie was in 2014 in Cannes goed voor de Speciale Prijs van de Jury (van voorzitter Jane Campion). Op de slotdag kreeg ze deze prestigieuze prijs uit handen van niemand minder dan Sophia Loren. In deze semi-autobiografische familiefilm laat een uit Duitsland afkomstige bijenkweker zijn opgroeiende dochters – Gelsomina is de oudste, neemt het voortouw en gidst haar drie zusjes–kennismaken met de wonderlijke wereld van de honingbij.

Mezzadria

In LAZZARO FELICE, Prijs voor het Beste Scenario in Cannes, heet het hoofdpersonage Lazzaro (een zeer naturel debuterende Adriano Tardiolo), een jongen met een engelengelaat met meestal een gelukzalige glimlach om de mond dan wel een ietwat verwonderde blik in de ogen. Arm van geest, zoals dat in het Nieuwe Testament heet, maar des te groter van hart. Iemand met een bijzondere band met dieren en die alles weet van planten, waardoor hij een eigentijdse Sint-Franciscus lijkt. LAZZARO FELICE is niet specifiek in een bepaalde tijdsperiode gesitueerd, maar het is aannemelijk dat het eerste deel zich afspeelt in de jaren 80 en het tweede deel vandaag. Het idee was een historische evocatie van het einde van de mezzadria, een ronduit feodaal systeem waarbij boeren eigendom waren van hun meesters en waar in Italië pas in 1982 een einde aan kwam.

 

Alles draait in LAZZARO FELICE aanvankelijk rond een hechte boerenfamilie – met z’n 26, variabel qua leeftijd, wonen ze in één huis, een groot warm nest (Italië?) – in het piepkleine, archaïsche dorpje Inviolata (als ‘ongeschonden’ te vertalen). Luidruchtig ravottende kinderen zijn er alomtegenwoordig. Heeft iemand een klus te klaren, dan hoeft ie maar luid “Lazzaro” te roepen en de jongen steekt de handen uit de mouwen. De gemeenschap van 54 boeren waar Lazzaro deel van uitmaakt, wordt geëxploiteerd door de almachtige markiezin Alfonsina de Luna, ook wel “de koningin van de sigaretten” genoemd. Elke maand stuurt zij haar meedogenloze, geforceerd sympathieke (voor alle kinderen van het dorp heeft hij een snoepje mee) ‘afgezant’ Nicola naar de boeren. Zij zwoegen op de tabaksplantages om ter plekke uit te rekenen dat ze die maand opnieuw niets hebben verdiend. Pastoor Severino staat er zwijgzaam bij en kijkt ernaar. Er ontbreken kippen – “Gepakt door de wolf”, zo beweert een boer nog, maar dat geldt geenszins als excuus; ze zijn er niet meer en dus moeten ze in rekening worden gebracht. In haar villa realiseert de markiezin zich maar al te goed dat de uitgebuite boeren zich op hun beurt wreken op Lazzaro. Een naïeve ziel, de oneindige goedheid zelf, behulpzaam en vriendelijk, een man van weinig woorden die zegt alleen maar een nonna, een grootmoeder, te hebben en altijd en overal klaarstaat om hier en daar en overal een helpende hand toe te steken. Om die reden zien de boeren in Lazzaro een heilige.

En dan leert Lazzaro heel toevallig Tancredi kennen, een (ge)blonde(eerde) god en de zoon van de markiezin die in onmin leeft met zijn moeder. Hij wil haar een grote som aftroggelen en met de hulp van Lazzaro, die zich van geen kwaad bewust is, zijn eigen kidnapping ensceneren. Een nietsvermoedende Lazzaro, in wie Tancredi een trouwe bondgenoot ziet en die hij “een halfbroer’ noemt, stopt hij een wapen toe: een katapult. Deze wat bizarre alliantie dreigt het evenwicht te verstoren. Het snode plan mislukt, de politie valt het dorp binnen en neemt iedereen ter identificatie mee. Op deze manier forceert Tancredi ongewild hun exodus. Dan duikelt Lazzaro echter heel onverwacht, Alice-in-Wonderlandgewijs niet in een konijnenhol, maar diep in een ravijn, waar hij jaren later – maar het is aan hem niet te zien – wakker wordt gesnuffeld door een … wolf. Een oude, eenzame wolf die volgens de legende aangetrokken wordt door het goedaardige. Een wolf die de symbolische rode draad door de film wordt.

Onschuld op de dool

In het tweede deel van LAZZARO FELICE – de keerzijde van de medaille als het ware – verzeilt de uit de dood verrezen Lazzaro in de verlaten villa van de markiezin die wordt leeggehaald door twee dieven. Ze maken hem wijs dat ze verhuizers zijn. “Of hij kan helpen?”, zo vraagt Lazzaro. Hij heeft de eeuwige jeugd, is niks veranderd. Op slag is hij een nuttige idioot. De dieven wijzen Lazzaro de weg naar de stad. Daar kruist hij het pad van vluchtelingen en vindt behalve jeugdvriendin Antonia – nu een volwassen vrouw – ook iedereen uit Inviolata terug, maar wel fel verouderd, ontheemd, huizend aan de rand van de stad in een bidonville. Hun armoede is nog groter dan voordien en ze zijn veroordeeld om voor altijd clochards en schooiers te blijven, zo is te vrezen. En wat blijkt? Lazzaro is er niet langer welkom, hij wordt weggehoond, weggejaagd, want hij zou “ongeluk brengen”. Hij is onbruikbaar geworden, een sta-in-de-weg voor hun louche handeltje van bedriegen en oplichten, al is dat een kwestie van overleven. De arbeidsmarkt wordt er geregeld door vraag een aanbod, georkestreerd door … Nicola. Lazzaro verneemt dat de markiezin is ontmaskerd in een groot fraudeschandaal en dat zij en haar erfgenaam Tancredi alles kwijt zijn ‘aan de banken’. Dat knoopt Lazzaro in zijn oren. Hij gaat naar zijn ‘halfbroer’ op zoek ... Tussendoor wordt het gore gezelschap, aangetrokken door hemelse orgelmuziek, door de aanwezige nonnetjes kordaat uit de kerk gezet, waarna het orgel besluit niet langer te spelen. Zo zeept Rohrwacher haar verhaal in met religieuze relikwieën, een brok mythologie tot en met een snuifje folklore. Zie de beginscène waarin Giuseppe (Jozef) ’s avonds een serenade brengt op de doedelzak aan zijn geliefde Mariagrazia (Maria vol van genade).

Alice Rohrwacher laat in de volkse vertelling, die LAZZARO FELICE toch is, in het eerste deel het nostalgisch realisme spreken waarin familiebanden, warmte, hulpvaardigheid en avontuur even vanzelfsprekend zijn als loyale onderdanigheid en blinde gehoorzaamheid. Solidariteit moet plaats ruimen voor egoïsme in het tweede deel. Het pittoreske platteland contrasteert fel met de grijsgrauwe, kille stad in de winter. In deze genadeloze wereld is het ieder voor zich, is elke mens een wolf voor de ander, heerst de angst voor het vreemde. Het is daar dat Lazzaro vereenzaamt, alleen komt te staan en dat er nadat hij het Licht heeft gezien ineens een traan over zijn wang glijdt. Lazzaro wordt de gevangene van een schijnwereld waar onschuld taboe is en hopeloos achterhaald. Rohrwacher filmt in de geest van de Italiaanse meesters met in het achterhoofd de prille films van een Fellini, van een Pasolini, maar met in het hart de cinema van de Taviani’s, Scola en vooral Olmi. LAZZARO FELICE, dat in se gaat over de fundamentele veranderingen die Italië de jongste dertig jaar heeft doorgemaakt, is een goedmoedige fabel met het hart op de juiste plaats die diep doet nadenken.

Vertoningen: Cinenews.be. Meer reviews vind je maandelijks in print, te bestellen via info@filmmagie.be, te koop bij een van de verkooppunten of maandelijks in je bus met een abonnement.

Geschreven door FREDDY SARTOR

Lazzaro felice

07/11/2018
Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Productiejaar: 
2018
Distributeur: 
Cinemien

Media: