Les Misérables

Oerbrits is filmregisseur Tom Hooper (Londen, °1972), die onder meer in 2005 de tv-miniserie ‘Elizabeth I’ met Helen Mirren maakte. In 2011 won hij de Oscar voor beste regie met ‘The King’s Speech’, een biopic over de spraakproblemen van de Engelse koning George VI, de vader van de huidige koningin Elizabeth II. Is deze Engelse cineast erin geslaagd het door en door Franse Les Misérables meer dan behoorlijk te verfilmen? Als musical?

‘Les Misérables’ is een musical uit 1980, gebaseerd op het gelijknamige, 1445 pagina’s tellende boek (1862) van Frankrijks legendarische schrijver Victor Hugo over de beroemde barricadeopstand tijdens de februarirevolutie van 1848 in Frankrijk. In 1980 bewerkten de Franse componist Claude-Michel Schönberg en librettist Alain Boublil de roman tot een musical in een regie van veteraan Robert Hossein die datzelfde jaar in wereldpremière ging in het Parijse Palais des Sports. Een megaflop werd het … tot de Engelse producent Cameron Mackintosh dit stukje Franse geschiedenis in een Engels jasje stak en het een cultureel, financieel en sociaal fenomeen werd, zo Brits als koningin Victoria. Half-Duits dus, zou Blackadder daaraan toevoegen, met een Duitse vader en een Duitse echtgenoot!

Het was Victor Hugo zelf die in 1862 in een brief aan zijn Italiaanse uitgever M. Daelli schreef: “Les Misérables is geschreven voor alle volkeren. Ik weet niet of iedereen het zal lezen, maar ik heb het voor iedereen geschreven. Het is evenzeer gericht aan Engeland als aan Spanje, Italië als Frankrijk, aan Duitsland als aan Ierland, aan republieken die nog slavernij kennen als aan koninkrijken met lijfeigenen.  Sociale problemen onderscheiden geen grenzen. Overal waar de mens onwetend  of wanhopig is, overal waar de vrouw zich verkoopt voor een brood, overal waar het kind lijdt, klopt Les Misérables op de deur en zegt: ‘Doe open, ik kom voor jullie’.

Chateaubriand
Victor Hugo (1802 -'85) is zonder twijfel de beroemdste en invloedrijkste Franse romantische schrijver van de 19de eeuw. Net zoals bij Charles Dickens (1812 -‘70) in Engeland (en bij ons?) Hendrik Conscience (1812-'83) getuigt zijn omvangrijk oeuvre van een enorm sociaal engagement. Het is niet toevallig dat de Franse librettist Alain Boublil de idee van een musical kreeg tijdens de vertoning van Cameron Mackintosh’ productie Oliver in Londen.  Dat was voor hem een echte revelatie. Van zodra hij de Artful Dodger op de scène zag verschijnen, deed deze sluwe pickpocket uit de roman van Charles Dickens hem denken aan Gavroche, het straatkind dat de studenten helpt op de barricaden. En plotseling zag hij ze allemaal daar zingen op de scène: Jean Valjean, Javert, Cosette, Marius, Fantine en Eponine. Samen met componist Claude-Michel Schönberg kon hij aan de musicaladaptatie van Hugo’s meesterstuk beginnen.

“Er is maar één ding sterker dan alle legers van de wereld, en dat is een idee waarvoor de tijd rijp is”, zo beweerde Hugo. Voor hem, en zeker ook voor Dickens, was dat idee sociale rechtvaardigheid. En de roman waarin dat magistraal is uitgewerkt, is Les Misérables (1862). Zoon van een Franse generaal tijdens het keizerrijk van Napoleon, kende de jonge Hugo een moeilijke kindertijd. Hugo's vader was een  republikein Hugo's moeder koningsgezind die vanaf 1813 gescheiden leefde samen met haar zoon in Parijs waar hij studeerde en al op veertienjarige leeftijd in zijn dagboek schreef: "Je veux être Chateaubriand ou rien." En daarmee bedoelde hij alvast niet de runderbiefstuk filet!

Brussels Stadshuis
Aanvankelijk was de jonge Hugo koningsgezind onder invloed van zijn moeder. Later werd hij republikein en ging hij zelfs 19 jaar in vrijwillige ballingschap na zijn heftig pamflet ‘Napoleon le Petit’ tegen keizer Napoleon III in 1852 in Brussel uitgegeven. Dat nietsontziend pamflet  bracht België, waar Hugo toen verbleef, in een vervelende positie tegenover Frankrijk zodat de Brusselse burgemeester Charles de Brouckère Hugo verzocht België te verlaten. In het hartje van Brussel zijn nog heel wat sporen te vinden die verwijzen naar het verblijf van Victor Hugo hier van december 1851 tot augustus 1852. Het nummer 16 op de Grote Markt is een van de huizen waar Hugo verbleef in januari 1852, aan het begin van zijn zes maanden durende ballingschap in Brussel.

Na amper een maand op zijn kamertje op nummer 16 verhuist Hugo al naar het naburige adres, waar hij op de eerste verdieping een veel grotere kamer ter beschikking heeft. Met zicht op het Stadhuis (“Het Stadhuis van Brussel is een juweel en het plein er om heen is een wonder.") schrijft hij er aan L'Histoire d'un crime en Napoleon le Petit. Hugo’s uitgever van Les Misérables, Lacroix & Verbroeckhoven, bevond zich in de Koloniënstraat, waar na het succes van de roman een groot banket werd georganiseerd met tal van vips uit binnen- en buitenland. Die Belgische uitgeverij had al zes maanden voor de publicatie een nooit eerder geziene marketingcampagne opgezet zodat Hugo’s literair meesterwerk al na een paar uur was uitverkocht. De kortste correspondentie ooit was die waarin Hugo vroeg aan zijn uitgever hoe het ging met de verkoop van zijn roman enkel en alleen door een ‘?’. Zijn uitgever reageerde even kort terug met ‘!’. En Hugo’s maîtresse Juliette Drouet woonde in de Sint-Hubertusgalerij, niet ver van Lacroix & Verbroeckhove. Was zij de muze van Frankrijks populairste auteur?

Op 23-jarige leeftijd was Hugo al een literaire beroemdheid wiens faam en charisma kunnen vergeleken worden met die van een hedendaagse popster. Constant werd hij achterna gezeten door aanbidsters en zijn uitzonderlijke seksuele appetijt vond een uitweg in talrijke amoureuze affaires. Victor Hugo was getrouwd met Adèle Foucher en had vijf kinderen van wie alleen maar zijn jongste dochter haar vader zou overleven, zij het in labiele, mentale gezondheid zoals mag blijken uit François Truffauts prachtfilm L'Histoire d'Adèle H. (1975) met Isabelle Adjani. Juliette Drouet, Hugo's muze én minnares, werd een soort tweede echtgenote en reisgezellin. Uit de talloze brieven die Hugo schreef aan zijn officiële vrouw Adèle Foucher kunnen we afleiden dat zijn jarenlange verhouding met Juliette Drouet zeker geen geheim was, evenmin als Adèles verhouding  met de (aartslelijke) Franse criticus Sainte-Beuve.

Dat Juliette Drouet niet de enige maîtresse was mag blijken uit Hugo’s overspelige relatie met Léonie Biard. Haar jaloerse echtgenoot liet haar door de politie betrappen. Terwijl Victor Hugo een beroep op zijn parlementaire onschendbaarheid deed, kreeg Léonie Biard kreeg twee maanden gevangenisstraf en verbleef daarna zes maanden in een klooster. Toen ze het nieuws vernam was de officiële mevrouw Hugo, Adèle Foucher, blij dat ook Hugo’s maîtresse, Juliette Drouet, een rivale had. Hugo’s biografie zit boordevol met dergelijke seksuele exploten. Volgens sommige biografen waren Hugo’s turbulente liefdesperikelen de voedingsbodem voor zijn schrijverstalent. Anderen zagen Hugo’s seksdrang dan weer als een vorm van contemplatie. Voor Hugo waren ‘gevallen’ vrouwen, actrices en  courtisanes  een aangename tegenpool voor de hypocrisie van de high society.

Pas na de nederlaag van keizer Napoleon III, Napoleon le Petit, in de Frans-Duitse oorlog (1870-'71) kon Hugo naar Parijs terugkeren waar hij triomfantelijk werd ontvangen. Door zijn geschriften en zijn ballingschap was hij de mythische incarnatie van de strijd tegen de onderdrukking geworden. Zijn strijd tegen de doodstraf, sociale ongelijkheid en zijn inzet voor de persvrijheid, gratis openbaar onderwijs en de rechten van de vrouw hadden van hem een levende legende gemaakt, een nationale held.

Toen hij op 83-jarige leeftijd stierf, kreeg hij de grootste begrafenis die Parijs ooit had gezien. Het was zijn wens om in een armenkist begraven te worden; 24 uur lang stond die onder de Arc de Triomphe, vanwaar hij onder massale belangstelling werd vervoerd naar het Panthéon midden in het Quartier Latin, begraafplaats van beroemde Franse filosofen zoals Voltaire en Rousseau. Zo’n drie miljoen mensen, meer nog dan bij Charles De Gaulle, kwamen een laatste eer bewijzen aan de man die, met een erg liberale levensstijl, gevochten had tegen de dictatoriale ‘petits’ Napoleons van deze wereld en de schrijnende sociale ongelijkheid. Victor Hugo’s boodschap van hoop voor de ‘ellendigen’ in de maatschappij klinkt als muziek in de oren: “Do you hear the people sing; Singing the song of angry men; This is the music of a people who will not be slaves again; When the beating of your heart; Echoes the beating of the drums; There is a life about to start when tomorrow comes.”

LES MISÉRABLES is een erg emotioneel pleidooi voor het recht op een menswaardig bestaan voor de minst bedeelden, hoewel de meeste personages in het boek niet zelf behoren tot de ‘ellendigen’ in de 19de eeuwse maatschappij. Javert is politie-inspecteur, Enjolras studentenleider, de Thénardiers zijn herbergiers, ex-gevangene Jean Valjean  is burgemeester en wordt zelfs als een heilige bestempeld door Marius Pontmercy. Marius zelf behoorde, net zoals Victor Hugo trouwens, tot de hogere klasse. Na zijn idealistische inzet voor de goede zaak vindt hij uiteindelijk een veilig onderkomen op het vermogende thuisfront. Slechts de straatjongen Gavroche en Fantine, die in de prostitutie terecht komt, behoren tot de ellendigen. Fantines dochter Cosette wordt uit de armoede gered door working-class hero Jean Valjean, Hugo’s prototype bij uitstek om zijn eigen verbondenheid met het gewone Franse volk te symboliseren. Victor Hugo: “Dante schreef over de hel na het leven, ik over de hel in dit leven.” Vóór Les Misérables was literatuur een voorrecht van de hogere klasse, niet van ongeletterden. Victor Hugo bracht daar verandering in en talrijke filmadaptaties en één super-musical zouden die populariteit nog verhogen!

Gevangene 24601
Meer nog dan Hugo’s eerste grote roman Notre-Dame de Paris (1831) zorgde het universele karakter van Les Misérables voor een ononderbroken stroom van verfilmingen: in 1934 was Harry Baur Jean Valjean; in 1935 Fredric March; in 1952 Michael Rennie; in 1957 Jean Gabin; in 1978 Richard Jordan; in 1982 Lino Ventura; in 1995 Jean-Paul Belmondo. De twee meest recente adaptaties zijn Bille Augusts film van 1998 met Liam Neeson en Geoffrey Rush als Javert en de tv-adaptatie van 2000 met Depardieu en Malkovich als Javert.

Victor Hugo had uitdrukkelijk verboden om zijn gedichten op muziek te zetten; gelukkig had hij niets gezegd over zijn romans. Onder meer Puccini had met de idee gespeeld om Hugo’s roman als opera te verwerken maar het waren uiteindelijk twee Fransen die het gigantische werk realiseerden: een musical met opera-allures. Claude-Michel Schönberg en Alain Boublil hadden voordien reeds een musical geschreven: La Révolution Française (1973). Daarna volgden nog Miss Saigon (1989), Martin Guerre (1996), The Pirate Queen (2006) en Marguerite (2008). Na de zwakke 'valse' start in Parijs van Les Misérables werd vijf jaar later een Engelse vertaling gemaakt die op 8 oktober 1985 in de Barbican Centre in Londen in première ging.

Drie maanden later ging de hele productie naar het imposante, rode bakstenen Palace Theatre op Shaftesbury Avenue, recht over de brandweerkazerne. Vermits de talrijke acteurs onvoldoende ruimte hadden achter de coulissen, zaten ze hun beurt af te wachten in volle Victoriaanse klederdracht op straat of in de pubs. In het theater zelf konden de emotionele sterfscènes alleen maar verstoord worden door uitrijdende brandweerwagens met volle sirenen. Les Misérables werd de langst lopende musical ooit. Evident was dat niet. Iemand zoals Andrew Lloyd Webber, de vader van alle musicals (van Jesus Christ Superstar tot Evita), vond het een onding. Critici schreven ‘Victor Hugo op de vuilnisbelt’ en ‘Les Mis wordt The Glums’ maar konden niet beletten dat het publiek de musical wèl mocht. Les Mis is intussen aan een 22ste seizoen bezig. Victor Hugo-adepten namen de complexe verhaalstructuur met de vele subplots erbij. Een beetje intellectueel afzien was het minste vergeleken met de immense miserie en de groezelige armoede die van het theaterscène droop!

In de oorspronkelijke Londense productie en later ook on Broadway vertolkte Colm Wilkinson de rol van Jean Valjean: gevangene  24601. In Tom Hoopers adaptatie speelt hij de rol van de bisschop die Valjean tot inkeer brengt. De vraag nu is of Hooper de kunstmatigheid van het musicalgenre kan verzoenen met het grauwe realisme van Hugo’s monumentale roman over sociale ongelijkheid!

Een emotionele krachttoer
Look down. Look down. Don’t look them in the eye”. Met deze intro zet filmmaker Tom Hooper de kijker in de openingsscène al op een dwaalspoor. We zien een gigantisch schip, voortgetrokken door honderden slaven die het slachtoffer zijn van dat wat Victor Hugo in Les Misérables aankaart: sociale onrechtvaardigheid en het rechtssysteem dat dat in de hand werkt. We zien alles wat we kunnen verwachten van een musical: een epische mise-en-scène, grandeur en escapisme. En dat is nu net wat we niét krijgen in de rest van de film. Hooper maakt een film van gezichten en emoties. Hij kiest ervoor om de camera zeer close op zijn personages te richten met de bedoeling een bepaalde intimiteit te creëren die je tijdens een musicalopvoering onmogelijk kan ervaren.

Je houdt ervan of niet. Het resultaat is dat het publiek weinig ademruimte krijgt maar wel onverbiddelijk geconfronteerd wordt met alle emoties die LES MISÉRABLES in zijn mars heeft. Deze overvloed aan close-ups en emoties zorgt ervoor dat de musical je naar de keel grijpt. Maar daar blijft het niet bij. Met een zeer sterke cast maakt Hooper nog een gedurfde, onconventionele keuze: live gezongen performances. Een ding staat vast: door te kiezen voor live en niet voor playback zijn de acteurs in staat om van LES MISÉRABLES een geweldig emotionele rollercoaster te maken. Fantines hartlied I Dreamed a Dream (I had a dream my life would be – so different from this hell I’m living) wordt door Anne Hathaway naar het hoogtepunt van de film gezongen, in één take, waar niet in wordt geknipt noch van camerastandpunt veranderd. Ze maakt zich het lied zo eigen dat Susan Boyle’s versie veeleer op een parochiezaaldeuntje lijkt. Hathaway acteert in de eerste plaats met haar stem!

Er is wel een keerzijde aan de medaille. Zij die niet bekend zijn met het boek zullen al wat meer moeite hebben met het verhaal, de vele personages, de subplots en de grote tijdssprongen. De overgangen van lied naar lied kunnen daardoor ook aanvoelen als het louter aaneenbreien van de liedjes waardoor de niet-kenners te weinig georiënteerd worden in het verhaal. Het was kiezen tussen geloofwaardigheid of duidelijkheid. Hooper koos voor het eerste. Al wordt zo elk lied wel naar een hoger niveau getild.

Via zijn protagonist Jean Valjean (Hugh Jackman) raakt Victor Hugo het hoofdthema van het boek aan: het in twijfel trekken van de autoriteiten en het rechtssysteem, de kloof tussen arm en rijk. We volgen het leven van een typische outcast, die de tegenslagen in zijn leven probeert om te turnen door het goede te doen voor anderen. Die tegenslagen worden door een waardige antagonist veroorzaakt. Javert (Russell Crowe) jaagt als een dolle hond jarenlang op Jean Valjean.

Hugh Jackman heeft met een Tony Award (The Boy From Oz) en onder meer een optreden op de Oscaruitreiking al bewezen dat hij vocaal alles in huis heeft, terwijl de filmwereld hem vooral kent vanwege zijn vertolking als Wolverine. We zien/horen dat bepaalde noten voor Jackman net iets te hoog gegrepen zijn. Zo is zijn versie van What Have I done Valjeans hoogtepunt en niet het verwachte Bring Him Home. Desondanks zet hij een Valjean neer met veel emotie en kracht.

Ook Russell Crowe heeft musicalervaring dankzij zijn eerste professionele rol in Daniel Abeniri’s The Rocky Horror Show. Toch moet Crowe veel krfitieke incasseren op zowel zijn stem als zijn acteerprestatie als Javert. Maar dat laatste valt misschien meer te wijten aan de gebrekkige situering van Javerts personage. Buiten een zinsnede (“Jij weet niets van Javert. Ik ben geboren in de cel. Ik ben geboren met vuil als jou. Ook ik kom uit de goot”) uit het nummer Fantine’s death: the confrontation, weten we niet dat Victor Hugo Javert niet als een klassieke boosdoener beschouwde. Dat zijn de Thénardiers. Daarom vermeldt Hugo in zijn boek het criminele verleden van Javerts ouders, zijn alsmaar groeiende schaamte voor dat verleden en dus zijn poging om daarboven te staan. Dat resulteert in een blinde liefde voor de wet en een afkeer voor alles wat daar van afwijkt, ook al gaat het slechts om een gestolen brood.

Hoewel Crowe’s zangstem inderdaad wat afsteekt tegenover de rest van de cast, staaft het misschien beter zijn keuze om Javert neer te zetten als iemand die de zoektocht naar Valjean gebruikt om zijn eigen twijfel te counteren. Het verklaart waarom hij het stelen van een brood niet zomaar over het hoofd kan zien. Want zodra hij dat toegeeft, geeft hij aan zijn verleden toe. Daarom respecteert hij zo de standvastigheid van de sterren in het nummer Stars: “Jullie kennen je plek in de lucht. Houden je aan je pad en aan je doel. En alles in jullie seizoen komt steeds maar weer terug. En is altijd hetzelfde.” Een ideologie die letterlijk in het water valt.

De nevenpersonages zijn grotendeels een waardevolle aanvulling van de cast. Naast Anne Hathaway’s excellente vertolking als de ongelukkige Fantine - goed voor een Golden Globe en een Oscarnominatie - is ook Samantha Barks een aanwinst. Barks weet hoe ze Eponine moet vertolken vermits ze ook diezelfde rol speelde in de theatermusical en zo bewijst dat de switch van theater naar film niet altijd moeilijk dan wel onoverkomelijk hoeft te zijn. Als Eponine overtuigt zij meer dan Amanda Seyfried als Cosette. Waarom? Eponine leren we beter kennen in het bloedmooie On My Own terwijl Cosette het alleen maar met liefde op het eerste gezicht moet doen. Het zorgt er alleszins voor dat Seyfried, ondanks haar zangkwaliteiten, grotendeels aan de oppervlakte blijft. Eddie Redmayne komt vrij goed over als de gedreven Marius die moet kiezen tussen plicht en liefde. Zijn Empty Chairs at Empty Tables is dan ook een prachtig staaltje zang- en acteerwerk. Het koppel Thénardier is weggelegd voor Sacha Baron Cohen en Helena Bonham Carter. Onderhoudend, al doen ze ons net iets te veel denken aan Tim Burton’s Sweeney Todd.

Fans zullen zien dat de makers van LES MISÉRABLES zo trouw mogelijk zijn gebleven aan het boek én de musical voor zover dat mogelijk is. We leren elk personage kennen dat Victor Hugo in zijn boek beschreef maar het blijft bij het hoognodige, de achtergrondverhalen zijn noodgedwongen weggelaten. Zo wordt er bijvoorbeeld weinig ingegaan op Fantines verleden en de omstandigheden omtrent haar zwangerschap; er wordt niets verteld over de kroost van de Thénardiers, die niet alleen uit Eponine bestaat en er wordt amper iets uitgelegd over de achtergrond van Marius Pontmercy.

Kenners zien echter wel de knipoogjes naar het olifantenhuis van Gavroche, zijn verdriet om de dood van Eponine (in het boek is dat zijn zus), de taverne waar de revolutie wordt uitgebroed en de verwijzingen in het kantoor van Monsieur Madeleine (in de musical wordt Valjean steevast Monsieur Le Maire genoemd). In deze musical komen ook de nummers van Schönberg en Boublil mooi tot hun recht met zelfs een nieuw nummer dat beide heren speciaal voor deze nieuwe filmadaptatie schreven: Suddenly. Een nummer dat niet spectaculair opvalt maar wel mooi in het originele oeuvre past.

LES MISÉRABLES heeft geprobeerd om alles uit de kast te halen om het publiek mee te voeren en het zal weinigen onberoerd laten. Deze musicalversie van een van de meest invloedrijke Europese romans is een emotionele tour de force die bijblijft en zich van alle voorgangers onderscheidt.

Geschreven door JULIE MISTIAEN & KAREL DEBURCHGRAVE

Les Misérables

13/02/2013
Regisseur: 
Productiejaar: 
2011
Distributeur: 
UPI

Media: 

Trailer: 

HJvAyHepHus

onomatopee