The Lost City of Z

James Gray, regisseur van 'We Own the Night' en 'The Immigrant', verlaat met het avonturenepos THE LOST CITY OF Z zijn vertrouwde New York om het waargebeurde verhaal van ontdekkingsreiziger Percy Fawcett te vertellen.

De Britse kolonel Fawcett liet in 1906 zijn familie achter om in een nog niet in kaart gebracht Zuid-Amerikaans gebied op de grens van Brazilië en Bolivia via verschillende expedities op zoek te gaan naar een mysterieuze 'verdwenen' beschaving, volgens de ontdekkingsreiziger het ontbrekende laatste puzzelstukje (vandaar 'Z') in de menselijke ontwikkeling. Door dit verhaal te verfilmen klinkt het alsof James Gray een heel andere weg inslaat, maar ondanks de wonderlijke locatieopnamen en de visuele grandeur is THE LOST CITY OF Z geen fundamenteel andere film dan pakweg The Yards of Two Lovers. Wat Gray interesseert in de ontdekkingstocht van Fawcett is immers zijn inwendige avontuur, de impact van ervaringen op de emoties en spirit van een obsessief man. Daarbij wordt de obsessie meer verbonden met een droom dan een mentale stoornis. Percy Fawcett is geen krankzinnige, en zelfs geen gek wordende avonturier, maar een vrijheidszoeker die de restrictieve Edwardiaanse Britse samenleving ontvlucht om zichzelf te herbronnen via een parallel leven.

We krijgen dan ook geen exotisch en kolonialistisch 'white savior'-verhaal (genre Korda's The Four Feathers), maar een kritiek op het blanke, westerse superioriteitsgevoel dat verankerd zit in de exploratie van de jungle en zijn bewoners. Dat heeft alles te maken met James Grays rechtvaardigheids- en gelijkheidsgevoel. Voor hem zijn alle mensen en personages evenwaardig en verdienen ze evenveel respect. Daarom deelt hij filmmaker Jean Renoirs overtuiging dat “iedereen zijn redenen heeft” en George Eliots opvatting dat “het doel van kunst het verruimen van onze sympathieën is”. Dat is volgens Gray “een andere manier om te zeggen dat je de muur die de acteur scheidt van het personage moet afbreken, maar ook die tussen het personage en de kijker. Daarbij wordt elke neerbuigende reflex, ironie en veroordeling gebannen. Ik bekijk mensen nooit vanuit de hoogte wanneer ik schrijf of film”.

Van arrogantie is er dan ook geen sprake bij Gray, noch van zelfverheerlijking. Wanneer filmmakers expedities in beeld brengen, komen ze vaak uit bij een metafilm die via het verhaal ook gaat over het heroïsche aspect van de onderneming, van het filmmaken. Denk maar aan Flaherty's Nanook of the North, Murnaus Tabu, Leans Lawrence of Arabia, Coppola's Apocalypse Now, Herzogs tweeluik Aguirre, the Wrath of God en Fitzcarraldo en Iñárritu's The Revenant. Niet zo bij James Gray. Op geen enkel moment laat hij van het scherm druipen hoe moeilijk (lees: avontuurlijk) het draaien van THE LOST CITY OF Z wel niet was. “Ik vind het heel ongepast om te zitten klagen over hoe moeilijk het maken van een film is,” zegt Gray, “en hoezeer je er als filmmaker voor geprezen moet worden.”

Het gaat bij Gray immers niet om de regisseur, en zijn zo goed als goddelijk statuut van auteur, maar om de personages en het verhaal. “Ik zag de jungle enkel als een metafoor”, benadrukt Gray. “THE LOST CITY OF Z gaat over iemand die al zijn verlangens ergens op projecteert. Dat had ook Antarctica kunnen zijn. De jungle was dus zowel heel belangrijk als totaal onbelangrijk. Wat telde was de psychologie van Fawcett.” Door van Fawcetts reizen mentale trips te maken, slaagt Gray erin om van de mysterieuze verdwijning van de ontdekkingsreiziger een soort spirituele belevenis van een vader en een zoon te maken. Waarbij de enige tastbare zekerheid de pijn en het verlies van een vrouw en moeder is. Niet toevallig spelen de meest dramatische momenten van Fawcetts mentale trip zich niet in de jungle af, maar in de Britse bossen tijdens een jachtpartij, op het slagveld van de Somme tijdens de Eerste Wereldoorlog en in het huis waar hij zijn gezin heeft achtergelaten.

THE LOST CITY OF Z gaat ook over de strijd tussen droom en realiteit, tussen de drang om grenzen vast te leggen (de opdracht die Fawcett krijgt van de overheid) en de obsessie om grenzen te overschrijden (Fawcetts invulling van ontdekkingsreizen). Gray fileert daarbij de Britse Victoriaanse klassenmaatschappij die een man devalueert om zijn familiebanden (Percy's vader was een gokker en een alcoholist, wat van zoonlief een halve paria maakt) en dwingt tot absurde rehabilitatiepogingen (expedities voor de Royal Geographical Society moeten de militair Percy eerherstel opleveren). De botsing van klassen wordt weerspiegeld in de botsing van werelden die eigenlijk haast verschillende planeten zijn: het Amazonegebied en Groot-Brittannië. Waarbij het concept van beschaving gaat wankelen. “Ik hield van het idee een film te maken waarin beschaving een ersatz-idee is,” stelt Gray, “waar beschaving een dun laagje is bovenop een gewelddadig, smerig en kort bestaan.”

In plaats van een avonturenfilm werd THE LOST CITY OF Z een film over het verlangen naar avontuur. Dat verlangen is een fantasme, de projectie van Fawcetts jongensdroom. Het is dan ook geen The Deer Hunter of Apocalypse Now, geen Conradiaanse Heart of Darkness-tocht waarbij het individu zich verliest. Eerder een odyssee waarbij een door een megalomane droom ontspoord individu (Fawcett werd door zijn obsessie een afwezige vader en echtgenoot) zich terugvindt via transcendentie. De stad waarvan hij droomt en die hij telkens net niet vindt is een utopische plaats waar sociale klassen zijn afgeschaft en Percy de relatie met zijn zoon weer kan opbouwen. Maar de zoektocht is ook een doel op zich. Het ontgoochelende, frustrerende 'net niet'-gevoel levert de motivatie die nodig is om de tocht te hervatten.

Dat melancholische gevoel wordt versterkt door Grays keuze voor wat snel een verouderde drager geworden is: pellicule. Gray koos deze ondertussen duurdere optie (“toen ik in 2013 The Immigrant draaide was pellicule nog goedkoper”) om de “flesh tones”. De korrel, de kleur en het licht van 'celluloid' brengen melancholie beter in een film dan de digitale opnametechniek. “Celluloid vat een verleden dat definitief verleden is”, zegt Gray. “Het drukt ook het gevoel van onomkeerbaarheid uit dat een thema is in de film.” Samen met het 'einde van een tijdperk'-gevoel dat James Gray al over zijn New Yorkse films drapeerde.

FILM: **** / geen extra's

Meer reviews, portretten, themastukken en interviews vind je in ons maandelijkse filmmagazine, te bestellen met een mailtje naar [email protected], te koop bij een van de verkooppunten, of maandelijks in uw bus via een abonnement.

Geschreven door IVO DE KOCK

The Lost City of Z

Regisseur: 
Scenario: 
Genre: 
Productiejaar: 
2016
Distributeur: 
Remain in Light

Media: