Mads Brügger over Cold Case Hammarskjöld

Heeft de Deense documentairemaker Mads Brügger een cruciale link naar het grootste moordcomplot uit de geschiedenis van de Verenigde Naties blootgelegd, of heeft hij jarenlang aan een documentaire gewerkt die eindigt in de meest idiote samenzweringstheorie aller tijden? Hij vraagt het zich openlijk zélf af in COLD CASE HAMMARSKJÖLD.

De documentaire begint als een onderzoek naar de nooit opgehelderde feiten over wat er precies gebeurde toen het vliegtuig van VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjölds in 1961 neerstortte op weg naar de Congolese provincie Katanga, waar hij hoopte een staakt-het-vuren te bespreken tussen de Blauwhelmen en de Katangese rebellen. Brüggers these is dat Hammarskjöld vermoord is, maar algauw komt hij via de meest bizarre sporen en getuigen (zoals in elke Afrikaanse complottheorie komen zowel de CIA als Union Minière, MI6, oud-diplomaten, militaire inlichtingendiensten en een stel Belgische huurlingen langs) op een compleet ander, veel waanzinniger tweede verhaal: hoe de geheime Zuid-Afrikaanse organisatie SAIMR via fake klinieken en een fake vaccinatieprogramma zou hebben geprobeerd Afrikanen massaal te besmetten met aids, met het doel hen helemaal uit te roeien.

We weten het: het klinkt allemaal behoorlijk wild en van de pot gerukt – en de documentaire is ook een wilde, zeer van de pot gerukte trip – maar het verhaal speelt zich af in volle Apartheidstijd, toen white supremacists gewoon de regering vormden in Zuid-Afrika. En Brügger voert een aantal getuigen op van wie je denkt: zou het dan tóch?

U hebt jarenlang aan deze documentaire gewerkt. Kunt u zich nog herinneren waar precies de kiem van het project lag?
MADS BRÜGGER In 2011 las ik een artikel over hoe Göran Björkdahl, de man die in de film mijn sidekick is, op zoek ging naar zwarte getuigen van de zaak-Hammarskjöld. Ik vond dat meteen zeer interessant en een tijdje later heb ik Göran opgezocht, om er zeker van te zijn dat hij niet een van die halfgare gekken was die met samenzweringstheorieën loopt te leuren. Tot mijn opluchting bleek hij het complete tegendeel te zijn van een samenzweringsgek: sceptisch, grondig. Van bij het begin zat er meteen iets megalomaans aan dit project. Zo van: hey, ik ga een documentaire maken die een samenzwering om de secretaris-generaal van de VN te vermoorden wil blootleggen: what could possibly go wrong? (lacht) Het is het soort documentaire dat bijna gedoemd is om te mislukken, maar ik hou van dat soort onmogelijke opdrachten. Mijn ervaring leert me namelijk dat projecten met hoge risico’s en bijna onmogelijke vooruitzichten uiteindelijk altijd wel iets interessants opleveren.

Nou, de film heeft wel iets interessants opgeleverd, maar was het datgene wat u verwachtte?
M. BRÜGGER O jawel, het was alles wat ik verwachtte én nog veel meer. Toen ik hieraan begon had ik namelijk totaal geen idee van waar of met wat we zouden eindigen.

Een Amerikaanse journalist omschreef u – volgens mij zeer accuraat – als een kruising tussen Michael Moore, Lars von Trier en Johnny Knoxville, de man van de krankzinnig onverantwoorde maar even vaak hilarische stunts van Jackass. Akkoord?
M. BRÜGGER Wel … Ik ben een enorme Lars von Trier-fan en zal dat altijd blijven. Voor mij is hij het grootste nog levende Scandinavische genie. Ik bewonder vooral de onvoorspelbaarheid van zijn werk: hij herhaalt zichzelf nooit. En hij verlegt altijd opnieuw de grenzen, op alle mogelijke manieren. Bovendien is hij bijzonder grappig, iets waar eigenlijk niemand het bij zijn films ooit over heeft. Neem nu zijn The Boss of It All (2006), dat is een van mijn favoriete komedies aller tijden. Maar ik zou mezelf nooit met hem vergelijken, dat zou ongepast zijn. Johnny Knoxville is great fun. En Michael Moore: ik weet het niet. Ik hou van ambiguïteit, de wereld is niet zwart-wit, en dat zit nu net níét in zijn films.

De vergelijking met Moore komt uiteraard door het feit dat u net zoals hem als maker vaak in beeld loopt en een actief deel van uw documentaires bent. Was dat in dit geval nodig?
M. BRÜGGER Je kan altijd argumenten aandragen om dat niet te doen, maar bij dit onderwerp besefte ik al heel vroeg in de productie dat er heel veel verklarende uitleg nodig zou zijn, anders zou de kijker helemaal verstrikt raken in het verhaal. Daarom kom ik zelf in beeld die uitleg geven. Mijn critici zullen zeggen dat het allemaal nogal narcistisch is. En daar zit misschien wel wat waarheid in, maar ik hou van de eerlijkheid die je krijgt als de verteller zichtbaar is. Het is een risico om zelf een hoofdrol in je docu’s op te eisen: als het werkt, ben jij de ster die nog wat extra glans krijgt. Maar op de momenten dat het niet werkt, ben jij het die de rekening gepresenteerd krijgt.

Mads Brügger

Vele archieven over de zaak-Hammarskjöld blijven tot vandaag merkwaardig gesloten, onder andere die van ‘onze’ Union Minière.
M. BRÜGGER Klopt niet helemaal: delen van de archieven van Union Minière zijn openbaar, alleen zitten er hele bizarre gaten in de collectie, vooral rond 1960-61. We hebben Etienne Davignon geïnterviewd, de baas van Union Minière. Zeer fascinerende figuur, die Davignon, de Europese Henry Kissinger. Interessant weetje: Davignon was in Congo de dag dat Hammarskjöld stierf. We hebben het interview met hem uiteindelijk niet gebruikt, want ik had zoveel materiaal dat ik alleen over de Belgische links met de zaak-Hammarskjöld al een docu van drie uur had kunnen maken. Tja, dit werk is vaak een kwestie van kill your darlings.

Wie de film ziet, krijgt inderdaad vaak de indruk dat u te veel materiaal had. Had u soms zelf het gevoel in al die verhalen verstrikt te raken?
M. BRÜGGER O ja, zeker. Vooraf ging ik uit van de these dat de betrokkenheid van de SAIMR bij de dood van Hammarskjöld totale fictie was. Dat is ook de zowat algemeen aanvaarde theorie bij iedereen die met de moord bezig is. Bovendien vond ik het verhaal van hun leider Keith Maxwell op zich veel te mager om serieus te nemen: hij leek me eerder een praatjesmaker en een … euh, demonische clown dan een mens die iets met de moord op Dag Hammarskjold te maken kon hebben. Die mening werd nog eens versterkt toen ook generaal Groenewald, het voormalige hoofd van de Zuid-Afrikaanse militaire inlichtingendienst, ons vertelde dat we niks van dat hele SAIMR-verhaal moesten geloven en dat Maxwells documenten fake en slecht nagemaakt waren. Ik dacht: that’s it, aan die pipo van een Maxwell en zijn SAIMR moeten we onze tijd niet langer verdoen. Alleen voegde Groenewald er nog aan toe dat Maxwell een agent van de MI6 was. Precies dat éne detail was voor mij de gamechanger om toch die SAIMR-piste te blijven volgen, want het gaf Maxwell in mijn ogen opnieuw geloofwaardigheid.
Wat ik ook bizar vond, was dat Groenewald zei Maxwell wél ontmoet te hebben: als hoofd van de Zuid-Afrikaanse militaire inlichtingendienst ga je toch niet samenzitten met een willekeurige fantast die alleen maar wilde verhalen uit zijn duim zuigt?
Maar ik geef toe dat ook ikzelf tot op de dag van vandaag niks van die hele SAIMR snap: wat wás dat in godsnaam allemaal, zeg? Je zou hen het best kunnen omschrijven als een weirde combinatie van Scientology en een stel rare types die erop kicken matroos te spelen in een roleplayinggame. En ondanks het feit dat het een geheime organisatie was, schreven ze diploma’s uit met een zegel erop en verscheen Maxwell in een tijdschrift om er open en bloot over te vertellen. Hoe bizar is dat?
Net omdat het zo’n compleet krankzinnige organisatie was, sterkt het mij – op een rare manier – in de overtuiging dat het echt moet zijn: gewoon omdat je zoiets niet kán verzinnen.

Hebt u er geen probleem mee dat je mogelijk een compleet belachelijke samenzweringstheorie helpt te verspreiden?
M. BRÜGGER Welja, dat geef ik ook openlijk toe in het begin van de film: “Als ik hiermee de meest idiote samenzweringstheorie uit de geschiedenis aandacht geef, bied ik nu al mijn excuses aan.” En dat meen ik echt. Bovendien voedt een deel van mijn verhaal nog eens de in Afrika al veel langer bestaande samenzweringstheorie dat de blanken aids gemaakt en verspreid hebben om de zwarten uit te roeien. De gevolgen van die verhalen zijn niet onschuldig: op vele plaatsen zijn zwarten bang om bij blanke dokters te gaan.

The New York Times interviewde na de première van uw film dé Zuid-Afrikaanse aids-specialist. Volgens hem was het in die tijd wetenschappelijk zo goed als onmogelijk het virus zo te verspreiden, tenzij SAIMR een organisatie was geweest die toen miljoenen ter beschikking had.
M. BRÜGGER Ik weet het. Hij zei niet dat het onmogelijk was, wel dat het bijna onmogelijk was. Maar SAIMR-lid en kroongetuige Alexander Jones vertelde ons dat een van de redenen waarom hij bij de organisatie ging was dat ze goed betaalden: geld was geen probleem voor SAIMR. Ik ben me echter volledig bewust dat zijn beweringen wetenschappelijk bekeken twijfelachtig zijn: die moeten dan ook verder onderzocht worden, en dat zal ook gebeuren. Jones gaf ons zeer specifieke gegevens over de plaatsen van waaruit ze destijds handelden en een Zuid-Afrikaanse organisatie gaat dat allemaal verder onderzoeken.
Wat wél zeker waar is: minstens twee getuigen hebben meegewerkt aan een programma om zwarten uit te roeien. De ‘klinieken’ van Maxwell (die helemaal geen dokter was, nvdr) bestonden ook echt, daar is geen twijfel over, en ze hadden een fake vaccinatieprogramma. Dat alleen al zijn in mijn ogen relevante misdaden, ook al konden ze hun aids-verspreidingsideeën misschien niet in de praktijk waarmaken.
SAIMR was echt, maar delen van de verhalen errond zitten tegen de fictie aan. Ik geef eerlijk toe dat ik het ook niet weet. Alleen: Alexander Jones heeft niks te winnen door te zeggen wat hij zegt, wel integendeel, hij heeft er alleen heel veel bij te verliezen. Hoe kan hij zich ooit nog vertonen in zijn thuisland – of waar dan ook in Afrika – na toegegeven te hebben dat hij meewerkte aan een uitroeiingsprogramma voor zwarten? En hij zal zich uiteindelijk zelfs voor het gerecht moeten verantwoorden, want in de film geeft hij toe mensen gedood te hebben. Dus vraag ik me af wat zijn motief zou zijn om te liegen. Wij hebben hem nooit op een leugen kunnen betrappen.

Göran Björkdahl & Mads Brügger in Cold Case Hammarskjöld

Tot slot: u loopt in de film constant rond in een safaripak, inclusief tropenhelm, en dicteert ondertussen uw teksten aan zwarte secretaresses. Terwijl dat soort dingen tegenwoordig bijzonder gevoelig liggen.
M. BRÜGGER Heb je onlangs Melania Trump bij haar bezoek aan Afrika gezien? Ze droeg krek dezelfde outfit en iedereen werd compleet gek.

Waarom doet u dat dan? Provoceert u graag?
M. BRÜGGER Ik hou van goede props: één welgekozen prop kan een film maken of breken. Je moet er zeer zorgvuldig mee omgaan. Er waren verschillende redenen voor de tropenoutfit-met-helm. Een daarvan was dat je daarmee de kijker meteen terugkatapulteert naar de koloniale tijd, de tijd waarin de feiten zich afspeelden. En ja, daar nu naar kijken zit dan misschien ongemakkelijk voor de kijker, maar mensen uit hun comfortzone duwen is altijd goed. Bovendien vond ik dat dat pakje voor de komische noot kon zorgen: met zo’n helm op je kop zie je er meteen uit als een cartoonfiguur. En het zorgde voor een verwijzing naar Kuifje. Bovendien loste die helm meteen ook nog eens een praktisch probleem op: ik kom uit Scandinavië, ik overleef die tropische zon niet zonder iets op mijn hoofd zetten. (lacht)
Ach, veel documentairemakers hebben angst om humor te gebruiken: als je een ernstige documentaire wil maken, is elke vorm van humor een totale no-go, vinden ze. Wel: daar ben ik het dus helemaal mee oneens!

Docville Leuven, 27 maart 2019

Geschreven door GEERT OP DE BEECK

Mads Brügger over Cold Case Hammarskjöld

03/04/2019
Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
Dalton Distribution

Media: 

onomatopee