The Master

“De periode vlak na WOII was er een waarin mensen met groot optimisme naar de toekomst keken,” vertelt Paul Thomas Anderson, “maar het was tegelijk ook een periode waarin men terugblikkend moest omgaan met pijn en dood”. THE MASTER peilt via de relatie tussen een leider en zijn volgeling naar de rusteloosheid, de dromen en de driften van getourmenteerde, beschadigde zielen.

“Het verleden is een vreemd land; men doet er de dingen heel anders". De fameuze openingszin van L. P. Hartleys 'The Go-Between' omschrijft het gevoel dat je overvalt bij het kijken naar THE MASTER. Paul Thomas Anderson is in tegenstelling tot andere Amerikaanse cineasten niet geobsedeerd door een post-9/11 'hier en nu'. Zonder een retrosfeer te cultiveren duikt hij in een bevreemdend verleden om te speuren naar de spirituele verlangens en de mentale malaise van een verweesde generatie. De generatie van zijn vader, voormalige militairen die na de Tweede Wereldoorlog bij hun terugkeer in de burgermaatschappij hun richtsnoer en houvast kwijt waren.

De structuur, het gezag, het leiderschap van een leger dat regels voorzag die hielpen om te overleven maar die geen bagage leverde om (opnieuw) te leven. “Mijn vader kwam uit WOII en bleef zijn leven lang rusteloos,” stelt Anderson, “men zegt dat gelijk welk ogenblik geschikt is om een spirituele beweging of een religie te starten, maar een bijzonder vruchtbare periode is die vlak na een oorlog. Na zoveel dood en vernieling zijn 'waarom?' en 'waar gaan de doden naartoe?' twee zeer belangrijke vragen”. Vragen die Andersons vader verdrong: “Mannen zoals mijn vader spendeerden geen twee minuten aan dergelijke zaken. Het waren sterke kerels, tough guys. Over je verleden praten of jezelf evalueren zou sissy talk, praat voor mietjes, geweest zijn”.

Het is die geslotenheid en wankele stoerheid die scenarist-regisseur P.T. Anderson net interesseert, die hem inspireert om verhalen te vertellen over beschadigde, rusteloze en energieke individuen. Net zoals in Boogie Nights, Magnolia, Punch-Drunk Love en There Will Be Blood verweeft hij in THE MASTER het mannelijkheidsbeginsel, het streven naar succes, het verlangen naar familiale geborgenheid en het bouwen van een gemeenschap tot een patchwork dat weegt op de gevallen helden die zich krampachtig aan de Amerikaanse droom vastkampen. Ook na de oorlog blijven de wereld en het leven een slagveld in dit dubbelportret van een kwetsbare man en een charismatische (sekte)leider. De relatie tussen beiden lijkt die van een vader en zijn zoon maar is veel complexer. Er is immers sprake van wederzijdse afhankelijkheid, van walging en liefde, woede en vreugde, antagonisme en symbiose. Twee vragen doorkruisen elkaar. Waarom geraakt een meester verslaafd aan de ontembare energie van zijn slaaf? Waarom onderwerpen eenzaten zich gewillig aan de hypnotiserende macht van leiders?

THE MASTER is dan ook net zoals de eveneens historische fictie There Will Be Blood een duel, een dans, tussen twee protagonisten. De ondernemer Daniel Plainview (Daniel Day Lewis) en de predikant Eli Sunday (Paul Dano) maken plaats voor twee andere Amerikaanse archetypes, het ontspoorde buitenbeentje Freddie Quell (Joaquin Phoenix) en de leraar-gids Lancaster Dodd (Philip Seymour Hoffman). Tegenspelers, tegenstrevers die elkaar nodig hebben. De eerste met wie we kennismaken is Freddie. Een soldaat die niet echt bij de troepen hoort en zich lazarus drinkt terwijl er gefeest en rugby wordt gespeeld op het strand van een eiland in de Stille Oceaan na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Freddie hakt wild met een machete in op een kokosnoot, lijkt te overwegen zijn vingers, zijn arm eraf te hakken, werpt zich op de zandsculptuur van een naakte vrouw met grote borsten en masturbeert met de rug naar de camera en de blik op de zee. Maar vooral: hij drinkt een waanzinnige mix van whisky, lijmolie en medicijnen.

Vuurwater dat zijn gevoelens van onrust, woede en frustratie weerspiegelt. Emoties die leiden tot onaangepast gedrag dat zijn reïntegratie in de samenleving doet mislukken. Als portretfotograaf verstoort hij de rust van een supermarkt en als landarbeider serveert hij een migrant een fatale cocktail. Uitgespuwd en opgejaagd belandt hij na een dronken vlucht, balancerend op de grens van waanzin, als verstekeling op een schip dat via het Panamakanaal naar New York vaart. Het schip blijkt 'geleend' door een eveneens belaagde Lancaster Dodd, een goeroe op zoek naar de rust die hij nodig heeft om zijn tweede boek te schrijven. Dodd neemt Freddie meteen onder zijn vleugels: “Laat je zorgen voor een tijdje achter, ze zullen er nog zijn wanneer je terugkeert, en je herinneringen zijn niet geïnviteerd.” Hij is gefascineerd door de rauwe, ongecontroleerde energie van de charmante maar getraumatiseerde jongeman en geraakt verslaafd aan zijn mysterieuze brouwsels, (“Wat zit erin?”, “Geheimen!”). “Je bent mijn protegee, mijn proefkonijn,” zegt Lancaster tegen Freddie, “ik ben een schrijver, een dokter, een nucleair wetenschapper en een filosoof. Maar, ik ben vooral een man, een hopeloos nieuwsgierig iemand, net zoals jij.”

De leerling geniet van de woorden, de theorieën en de aandacht van de meester. Ook al beseft hij, zoals Lancasters (lethargische) zoon Val stelt, dat die “alles ter plekke verzint”. Freddie is afhankelijk van Lancaster en die is dan weer verslaafd aan Freddie. Daarom zoeken ze elkaar altijd opnieuw op. Na een verblijf in de gevangenis, na ruzies, na scheidingen. De rollen van meester en slaaf worden daarbij constant omgedraaid. Nu eens neemt de onberekenbare Freddie de bovenhand, dan weer de charismatische Lancaster. Soms overheerst de rede, maar meestal domineren de emoties. Hun verhaal heeft wat van een zelfvernietigende liefdesgeschiedenis met partners die nu eens grappend samen over het gras rollen en dan weer elkaar afdreigen. Terwijl de andere familie- en sekteleden met onbegrip kijken naar het spektakel dat zich voor hun ogen afspeelt. Zoals ze gebiologeerd staren naar Freddie wanneer hij eindeloos tijdens een therapiesessie van raam naar muur loopt en terug.

“THE MASTER is mijn meest enigmatische film” zegt Anderson. En dat is heel on-Amerikaans. Zoals Steven Soderbergh onlangs aanstipte, houdt men in de VS niet van ambiguïteit, “Amerikanen willen alles zien en alles weten. Wanneer er een toeschouwer in de zaal zit die verward is, dan wordt dat als zeer slecht ervaren”. Vandaar de ontgoocheling bij wie een biopic over Scientology-bedenker L. Ron Hubbard verwachtte, inclusief een veroordeling van deze sciencefictionschrijver en zelfhulppionier. Dodd is meer een reïncarnatie van olieman Plainview uit There Will Be Blood dan een kopie van de goeroe Hubbard en blijft als personage moeilijk te doorgronden. De charlatan en leugenaar is ook een idealist en dromer. Tegelijk een personage van Orson Welles én van Frank Capra. Zowel een afspiegeling van de donkere als van de hoopvolle zijde van de Amerikaanse droom.

Lancaster Dodd ontwikkelt een bizar geloofsysteem dat psychoanalyse, tijdreizen en reïncarnatie in een louterende therapie vermengt. 'De weg' is gesneden brood voor al wie de weg kwijt is. Zoals de door oorlogsgeweld en machismo stuurloos geraakte Freddie (die ook al door zijn ouders in de steek werd gelaten en zelf zijn geliefde Doris had achtergelaten). Dodd wankelt maar één keer en dat is wanneer geldschieter Helen wijst op een ideologische verschuiving in zijn tweede boek. Met name de herinneringen die eerst onder een soort hypnose opgeroepen dienden te worden (volgens 'The Cause'), moeten plots verzonnen worden. Wat begon als een therapie om trauma's te verwerken en zo opnieuw te kunnen leven, wordt nu een manier om je eigen verleden te verzinnen en zo je eigen leven te bepalen. Het wijst op een omslag in de Amerikaanse samenleving. De nuchtere zakelijkheid en het realistische materialisme van de vroege naoorlogse jaren maakt langzaam voor megalomanie en verbeelding plaats. Voor iets om in te geloven. Een leer, een geloof, een droom. Kortom, voor nieuwe zingeving na die verschrikkelijke oorlog.

Anderson had ons met There Will Be Blood achtergelaten in de jaren 40 op een moment dat het Wilde Westen getemd was, kapitalen vergaard waren met goud- en oliemijnen, steden geëxplodeerd waren en vrijheid plaats had gemaakt voor vervreemding, standaardisering, uitbuiting en wanhoop. THE MASTER slaat de brug naar de jaren 50 en 60 waar de laatste 'frontier', de laatste grens, in de mens zelf bleek te liggen. En de zoektocht naar bevrijding liep langs een afrekening met gewoontes, opvattingen, codes en bezittingen. Maar ook via seksuele bevrijding. Het is geen toeval dat Lancaster tijdens een feestje ronddartelt als een geile faun en Freddie dronken, en met zijn gezicht naar de hemel gericht, op de loop van een kanon ligt. Anderson verankert de spirituele avonturen van zijn gevallen helden in een cultuur in transitie, in een tijd van hoop en mogelijkheden maar ook van frustraties en trauma's. “Wanneer je terugkeert naar de oorsprong van de dingen merk je hoe goed de intenties waren,” stelt de cineast, “en wat de vonk was die mensen aanzette om zichzelf en de wereld rond hen te willen veranderen.”

THE MASTER legt dit streven naar verandering en de rusteloosheid van gevallen (Amerikaanse) helden bloot maar ook de grenzen waarop ze botsen. Mensen kunnen niet alles vatten en controleren, toeschouwers hoeven niet alles te kunnen verklaren en begrijpen. Het leven en film blijven immers mysterieus. En magisch. Maar soms ook verontrustend en traumatiserend.

Geschreven door IVO DE KOCK

The Master

06/03/2013
Genre: 
Productiejaar: 
2012
Distributeur: 
A-film

Media: 

Trailer: 

2kEZu9nsHsQ

onomatopee