The Mechanic

Nadat eind jaren 60 een nieuwe generatie Amerikaanse filmmakers de Hollywoodburcht had bestormd, surften in de jaren 70 ook Europese filmmakers op de New Hollywoodgolf. De Brit Michael Winner was er een van. In 1972 zette hij de zwijgzame acteur Charles Bronson op de kaart met het brutale, sombere en nihilistische THE MECHANIC.

Toen actieregisseur Simon West (Con Air, Lara Croft: Tomb Raider, The Expendables 2) in 2011 Jason Statham opvoerde in The Mechanic, werd amper verwezen naar de originele film van Michael Winner of naar de ondertussen in de vergetelheid belandde maar toen iconische hoofdacteur Charles Bronson. Jammer, want een vergelijking tussen beide versies van dit verhaal over een koele, methodische huurmoordenaar is best interessant. Al was het maar om vast te stellen dat actiecinema in het nieuwe millennium lawaai en beweging verkoopt als entertainment en de lichtjes tragische eenzame outcast van weleer omtovert in een uitbundige, zelfbewuste narcistische hedonist.

Gelukkig zijn er nog (vooral Franse) dvd-verdelers zoals Wild Side (maar ook Carlotta en Rimini) die de cinefiele New Hollywoodschatten blijven opdelven. Niet altijd klassiekers of cultfilms, maar vaak ook merkwaardige buitenbeentjes die iets zeggen over de tijdsgeest en de cinema van die periode. Films zoals THE MECHANIC, een bizarre en mistroostige misdaadfilm die een spectaculaire release krijgt met gerestaureerde blu-ray en dvd, verschillende documentaires en een boekje met kritische stukken en fraai beeldmateriaal.

Om even een misverstand uit de weg te ruimen: THE MECHANIC was een film van de Britse cineast Michael Winner, die samen met zijn landgenoten Peter Yates en John Schlesinger de in het slop geraakte Amerikaanse cinema reanimeerde toen New Hollywood de kop op stak, maar dat betekende niet dat de film in Europa enthousiast werd onthaald. De release ging zelfs vrijwel ongemerkt voorbij. Dat was anders in de VS, waar acteur Charles Bronson, tot dan toe enkel bekend van Europese films (Once Upon a Time in the West, Città violenta), de status van Hollywoodster bereikte.

Het was Bronson die Winner, na hun samenwerking voor de western Chato's Land (1972), naar voren schoof als regisseur toen hij betrokken raakte bij het project. Michael Winner herwerkte het scenario van Seconds-scenarist Lewis John Carlino. Hij camoufleerde de homoseksuele ondertoon (“Charlie zou de film nooit gedaan hebben mocht hij zich bewust zijn geweest van de homoseksuele lezing”, zei Winner) en accentueerde de paranoia en tragiek.

Winner maakte van THE MECHANIC een film die zijn ambigue en zwijgzame protagonist Arthur Bishop weerspiegelde. Dat blijkt al uit de lange, dialoogloze openingsscène waarin een huurmoordenaar zijn aanslag nauwgezet voorbereidt door de handel en wandel van zijn doelwit te observeren, zijn appartement te reconstrueren via foto's en een maquette én een vernuftig scenario te bedenken waardoor de moord enkel een (explosief) ongeval zou lijken. Na deze koele intro volgt een minimalistische film waarin actie luider spreekt dan woorden, alle personages amoreel en emotieloos zijn, de plot donker en ironisch is én de tragische afwikkeling gedrenkt is in cynisch nihilisme.

Zo'n film kon eigenlijk enkel het licht zien in een crisisperiode voor de filmindustrie, dat bewees ook de remake van Simon West. De Hollywoodstudio's trachtten begin jaren 70 de leegloop van de zalen (met dank aan televisie) te counteren en hoopten dat via 'vernieuwing' te realiseren. Daarom kregen jonge, eigenzinnige filmmakers de kans om hun ding te doen, in de hoop dat ze zouden stuiten op de magische formule die de Amerikaanse film nieuw leven zou inblazen. Het is geen toeval dat tijdens de seventies New Hollywood ontstond. Een generatie regisseurs, scenaristen, producenten en acteurs greep de kans om een nieuw soort cinema te ontwikkelen, sterk beïnvloed door zowel de tegencultuur als het trauma veroorzaakt door Vietnam en de mensenrechtenstrijd.

Winner zou nooit tot New Hollywood behoren. Hij was niet enkel Brits, maar ideologisch stond hij ook mijlenver van de progressieve beweging. In THE MECHANIC rekent hij fijntjes af met de hippiecultuur en portretteert hij jongeren als constant feestende narcisten. Wat niet belet dat de psychedelische mise-en-scène, de schizofrene personages en de paranoïde sfeer de tijdsgeest weerspiegelen, terwijl Winner breekt met conventies van mainstream cinema op het vlak van karakterschets, narratieve structuur en happy endings.

Charles Bronson speelt Arthur Bischop, een ijzige, methodische huurmoordenaar die werkt voor de maffia. Hij sluit vriendschap met Steve, de zoon van een man die hij geëxecuteerd heeft, en neemt het op zich om de jongeman op te leiden. Dat resulteert in twee verhaallijnen. Enerzijds volgen we het verhaal van de huurmoordenaar die in een conflict gewikkeld raakt met zijn opdrachtgevers en ontdekt zelf een doelwit te zijn geworden, anderzijds is er een initiatieverhaal met homoseksuele ondertoon waarbij de relatie tussen de twee outsiders steeds complexer en destructiever wordt.

THE MECHANIC werkt doordat de verstrengeling van beide verhaallijnen gedrenkt is in een sfeer van geheimzinnigheid en dubbelzinnigheid. De relatie van de twee moordenaars blijft ambivalent, het verhaal is op een poëtische manier enigmatisch en de link tussen plezier en zelfvernietiging levert een even ironisch als cynisch slot op. Winner choqueert door een hoopvol einde af te wijzen en niet te besluiten in een conflict tussen goed en kwaad én een helende samenleving. THE MECHANIC is een nihilistisch misdaaddrama, maar wel een dat voldoende mysterieus is om intrigerend te blijven.

In een bonusdocumentaire wordt acteur Charles Bronson omschreven als “American Samurai” en er is iets voor te zeggen dat THE MECHANIC geïnspireerd is door Jean-Pierre Melville's Le Samouraï, een in 1972 vooral bij Europese cinefielen en cineasten bekende misdaadfilm. De werkwijze van de protagonist, de tragiek van het uitzichtloze verhaal en de rol van castrerende vaderfiguren ogen gelijkaardig. Maar er is natuurlijk ook een essentieel verschil. Melville abstraheert en laat de geest van zijn antiheld weerspiegelen in zijn omgeving, terwijl Winner in Angelsaksische traditie inzet op behaviorisme en het gedrag van zijn antihelden laat spreken. Dat het fascinerend blijft is ook de verdienste van de zwijgzame Bronson, die veel suggereert maar nog veel meer onduidelijk houdt. De mens is bij Bronson manifest een mysterie. En via de schizofrene protagonist van THE MECHANIC is die mens ook gedoemd. De situatie is hopeloos én ernstig.

THE MECHANIC is een boeiende, fascinerende seventiesfilm die veel zegt over dit tijdsgewricht. Dankzij de puike blu-ray- en dvd-uitgave van Wild Side met een boekje met teksten en schijfjes, wordt de film ook geduid. In een interview belicht filmhistoricus en Winnerbiograaf Dwayne Epstein de film en zijn makers, terwijl filmcriticus Samuel Blumenfeld in een essay het maken van de film belicht. Best informatief is ook het audio-interview met regisseur Monte Hellman, die ingaat op hoe het project door zijn vingers glipte. Al tilt hij daar blijkbaar niet zo zwaar aan. De grote trauma's spelen hier duidelijk op het scherm.

FILM: *** / EXTRA'S: **** (documentaires, boekje)

Meer dvd-besprekingen vind je terug in de rubriek 'Huisbios' in ons maandblad, te koop in deze verkooppunten of te verkrijgen met een abonnement.

Geschreven door IVO DE KOCK

The Mechanic

Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
1972
Distributeur: 
Wild Side

Media: