Mijn Rembrandt

De een procent, de happy few, de welgestelde garde. Synoniemen voor de rijkste ter aarde die onherroepelijk een aantal clichés met zich meedragen. De onevenwichtige kunstwereldklucht MIJN REMBRANDT bevestigt die stereotypen gretig, terwijl privilege en parodie om het penseel strijden.

Míjn Rembrandt? Nee, míjn Rembrandt! In dit relaas over de handel in Rembrandtschilderijen krijgt de wereld van de kunsthandel een wel heel groot deel. Zo’n vijf minuten worden gereserveerd voor een anonieme massa smartphoneadepten, de rest is al kunstwereld en hoge piefen. Zij vertellen hoe het voelt een Rembrandt te bezitten. De bijna karikaturale personages van deze witte, steenrijke kring willen duiden dat het niet allemaal om geld draait. Maar waarom dan dat gegoochel met getallen, tot 160 miljoen (voor het dubbelportret van Marten en Oopjen), waarom moeten we weten dat een van hen 80.000 hectaren aan landgoed bezit? Waarom de omschrijving van baron Eric de Rothschild als “iemand die enkel het beste van het beste bezit”? Als Oeke Hoogendijk een kritische documentaire wilde maken, is ze de kritiek vergeten.

Hoogendijk maakte eerder al een vierdelige reeks en een film over de verbouwingen en herinrichting van het Rijksmuseum. Tien jaar lang kostte het haar om Het Nieuwe Rijksmuseum (2014) te filmen en toen ze op het punt stond te vertrekken met haar beeldmateriaal kwamen er plots twee Rembrandts op de markt die de kunstwereld op zijn kop zetten. Daaruit ontstond de opvolger Marten & Oopjen, portret van een Huwelijk (2019), waarin ze de strijd tussen Nederland en Frankrijk over de twee panelen blootlegt. Betoverd door het universum van de schilder besloot ze een documentaire te maken die de obsessie van Rembrandtbezitters in beeld brengt.

Onevenwichtige verhaallijnen

De eerste scènes van MIJN REMBRANDT maken al meteen de insteek van de documentaire duidelijk. De kijker kan rekenen op een aantal ingezoomde shots van Rembrandtschilderijen gevolgd door de stralende gelaten van fiere, gefortuneerde eigenaars. Hoogendijk volgt de Schotse hertog van Buccleuch, die zijn Rembrandt een andere plaats wil geven in zijn kasteel, de (dubieuze) Nederlandse kunsthandelaar en jonkheer Jan Six, die een Rembrandt heeft ontdekt, en de grootste Rembrandtbezitter Thomas Kaplan. Deze drie verhalen, die nauwelijks een informatieve meerwaarde hebben, combineert Hoogendijk met gerecycleerd materiaal van Marten & Oopjen, portret van een Huwelijk. De strijd tussen het Louvre en het Rijksmuseum over Marten en Oopjens panelen legt de basis voor een tweekamp over nationale trots en een politiek spel tussen ministers van Cultuur en Buitenlandse Zaken. Dat conflict spitte Hoogendijk uit in haar vorige documentaire, maar de ingekorte versie ervan in MIJN REMBRANDT mist diepgang en benadrukt de zwakte van de andere verhaallijnen.

Te beginnen bij het opgeblazen verhaal van de Nederlandse ‘Rembrandtdetective’ Jan Six Junior. Hij is een onontdekte Rembrandt op het spoor en besluit hem te kopen. Hoogendijk brengt de kunsthandelaar heroïsch in beeld. Terwijl hij in discussie treedt met zijn vader, vervagen beeld en geluid om hem heen, waardoor hij in gedachten verzonken lijkt. Omgeven door erfstukken en kunstgeschiedenisboeken krijgt Six Junior de status van een echte kenner. Sensatiezoekende shots laten uitschijnen dat geen tegenslag de koene ridder klein kan krijgen. Er stroomt dan ook adellijk bloed door zijn aderen en dat benadrukt Hoogendijk maar al te graag. Ook in de andere verhaallijnen zoekt de regisseur onnodig sensatie op. Zo dramatiseert Hoogendijk een hele documentaire lang het elders hangen van een Rembrandt alsof het schilderij is verbonden met de levensdraad van de eigenaar. Tientallen keren glijdt de camera langs het doek van Rembrandts Lezende oude vrouw met op de voice-over een “ah”, “oh” en “onvoorstelbaar prachtig” kreunende hertog. Ten slotte interviewt Hoogendijk de hyperkinetische miljardair en verzamelaar/investeerder Thomas Kaplan. Algauw uit de filantroop zijn passie voor de Nederlandse schilder, maar vooral zijn kwijlende verlangen naar materialisme en dus eender welke ‘waardevolle’ kunst treedt op de voorgrond.

In de mist

Zocht Hoogendijk dan naar een parodie? “Ik wilde MIJN REMBRANDT opzetten als een karakter- en plotgedreven Shakespeareaans drama”, schrijft ze in een begeleidende tekst. Dat “Shakespeareaanse” lijkt echter van de pot gerukt voor een documentaire die zwalpt tussen onbedoelde komedie en meelijwekkende tragedie. Uit hebzucht, een ongewoon hoge graad van fascinatie en grootheidswaanzin ontstaan vetes, vijandschappen en bedriegerij, die Hoogendijk gretig volgt (en aanstuurt?) met haar camera. Zoals ze zelf aangeeft, leunt ze daarvoor sterk aan bij een fictionele opzet. Maar waarom dan niet bij dit verhaal blijven, als ze dan toch een ‘drama’ wilde maken? De beoogde narratieve structuur komt niet tot zijn recht in een onhandige montage die op zoek naar beroering heen en weer springt van de ene naar de andere partij. Bovendien zorgt de juxtapositie van de megalomane Kaplan en de haast verliefde hertog van Buccleuch ervoor dat de hertog erg aanstellerig overkomt, hoewel diens passie evengoed ontroerend zou kunnen zijn.

Bij de buitenproportionele aandacht voor de hertog van Buccleuch (onder andere de begin- én eindscène) krijgen we ook vele landschapsbeelden. In plaats van een enkel sfeer scheppend beeld van de Schotse laaglanden krijgen we establishing shots vanuit verschillende perspectieven, inclusief mistwolken en dronebeelden, alsof we ondergedompeld moeten worden in een mystieke atmosfeer. Openingsbeelden van het kasteel van Buccleuch in het duister, met geluiden van krakende deuren en tikkende klokken geven de film enkel een air van slechte historische fictie. In Nederland krijgen we dan weer te zien hoe Jan Six gezwind met de fiets aankomt bij zijn familiehuis in Amsterdam met een schilderij onder de arm. De (onbedoelde) waas van spot botst met de ‘poëtische’ beelden van een idyllisch landschap. In deze film, die in essentie gaat over corruptie, obsessie en geld in de kunstwereld, zit een andere stijlbreuk in het glijdend, ‘kunstig’ capteren van de texturen van Rembrandts schilderijen. Hoewel de aandacht voor het restauratieproces van dat werk intrigeert en de kunsthandelcommotie best vermakelijk is, blijft MIJN REMBRANDT steken in een halfslachtige parodie op de kunstwereld. De bubbel blijft heel.

Een andere kijk op MIJN REMBRANDT lees je hier.

MIJN REMBRANDT is beschikbaar voor thuiskijken op dvd en via lumierefilms.be, Proximus Pickx, UniversCine, The Roxy Home Theatre en dalton.be. 

Geschreven door KATRIJN BEKERS & PIETER DESAEVER & CHARLOTTE TIMMERMANS

Mijn Rembrandt

Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
Cinéart

Media: 

onomatopee