Mommy

“Na vijf films heb ik al een soort oeuvre,” zegt de altijd nog maar 25-jarige Canadese wonder boy Xavier Dolan, “maar dat was nooit de bedoeling. Alles loopt veel instinctiever, ik maak films wanneer ik voel dat ik ze moet maken. Ik wil me telkens vernieuwen en hoop op mijn 30ste nog dingen te zeggen te hebben.” Hoe zijn films er dan gaan uitzien valt moeilijk te zeggen, want hij blijft evolueren, interessant zal het hoe dan ook zeker zijn. Als filmmaker wordt Dolan immers alsmaar sterker. MOMMY is zijn beste film tot nog toe.

Dat hij in Cannes bekroond werd met de prijs van de jury samen met die andere iconoclast, Jean-Luc Godard, maakte op Xavier Dolan weinig indruk. De held van de nouvelle vague is niet zijn idool en in zijn dankspeech focuste de Canadese filmer vooral op een jonge generatie “die droomt in kleuren”. Achteraf zou hij toegeven dat Godard “niet zijn ding was”. Want “in de cinema wil ik ontroerd worden, door de intelligentie en de eerlijkheid van mensen of door het spel van acteurs. Daarvan vind je bij Godard niets. Hij staat voor absolute vrijheid, maakt vrije kunstwerken vol woordspelletjes. Dat respecteer ik, maar het spreekt me niet aan. Ik heb er geen moeite mee om toe te geven dat ik meer onder de indruk ben van Peter Jacksons Lord of the Rings dan van Godard.”

Een uitdagende uitspraak die past bij Dolans imago van explosieve provocateur, van angry young man die aan een sneltreinvaart films uitspuwt onder het motto “ik maak films om me te wreken”. Toch is Dolan complexer, paradoxaler dan het beeld dat van hem is gegroeid. Hij flirt met onvolwassenheid, al blijkt uit Tom à la ferme en MOMMY rijpheid. Hij combineert zware thema's met een lichte toon, toont zich arrogant én fragiel, zelfbewust en onzeker, narcistisch en empathisch. In Cannes kondigde hij nog een rust-omwille-van-burnout aan, maar ondertussen werkt Dolan weer fullspeed aan de Oscarcampagne van MOMMY en aan zijn eerste Engelstalige film The Death and Life of John F. Donovan. In zijn gedrevenheid en onverschrokkenheid herinnert Dolan aan Fassbinder, de hyperactieve cineast die zei: “Slapen doe ik wel wanneer ik dood ben.”

Met J'ai tué ma mère, Les amours imaginaires, Laurence Anyways, Tom à la ferme en MOMMY legde Dolan op zijn 25ste ook al een stevig parcours af. Als zoon van een zanger en acteur van Egyptische afkomst en een Canadese moeder die jaren als ambtenaar in de onderwijssector werkte figureert Dolan sinds zijn vierde in clips en maakte hij als twintigjarige al zijn opwachting in Cannes op het filmfestival met het psychodrama J'ai tué ma mère (2009), dat samen met de in daarop volgende festivaledities vertoonde Les amours imaginaires (2010) en Laurence Anyways (2012) uitgroeide tot zijn 'trilogie van de onmogelijke liefde'.

Dolans verdienste was dat hij bij die eerste drie films bleef verrassen door steevast van genre te wisselen, door te switchen tussen hyperstilering en naturalisme en door melodramatische verhalen op telkens andere visuele en muzikale wijzen te vertellen. Met 17 draaidagen, een ultra-low budget, opnames in het geheim, een beperkte locatie, een minimaal kleurenpalet, sobere maar beklemmende actie en een verontrustende sfeer bleef hij met Tom à la ferme (2013) dicht bij zijn experimentele roots. Deze psychologische thriller die draait om de sadomasochistische confrontatie van twee mannen – waarbij de grens tussen gedomineerd worden en domineren vervaagt – snijdt vertrouwde thema's aan zoals verlangen, verlies en verbondenheid en verstrengelt daarbij (onderdrukte) seksualiteit en (onderhuids) geweld, sensualiteit en dreiging. Een moderne film noir als ode aan de Britse grootmeester Alfred Hitchcock; heerlijk ambigu, intrigerend en meeslepend.

Met MOMMY maakt Dolan de cirkel opnieuw rond. Het melodramatische verhaal gaat over een moeilijke moeder-zoon relatie, oogt als een op de rand van hysterie balancerende existentiële crisis en wordt opnieuw gedragen door de actrices Anne Dorval en Suzanne Clément. De film speelt in een nabije toekomst waar een Canadese wet ouders toelaat hun onhandelbare kinderen in een gesloten psychiatrische instelling te plaatsen. In het begin neemt weduwe Diane haar zoon Steve opnieuw onder haar hoede nadat hij vuur stichtte in een jeugdinstelling. Als ADHD-patiënt is Steve een ongeleid projectiel, een jongere met de looks van een perverse engel die zich niet laat afremmen en controleren. Diane krijgt haar eigen leven moeilijk weer op de rails (financieel is ze erg fragiel, emotioneel labiel) en ze tracht haar zoon te helpen dankzij een onvoorwaardelijke liefde. Het resultaat is dat ze de speelbal van zijn agressieve uitbarstingen wordt.

De scheldpartijen, de bedreigingen en het geweld laat ze over zich heen gaan. Het gaat van kwaad naar erger, tot een empathische en zelf getraumatiseerde overbuur (de om de dood van haar kind rouwende Kyla) zich over moeder en zoon ontfermt. Ook uit eigenbelang, want bij haar luidruchtige buren blaast ze opnieuw leven in haar versteende bestaan. Het trio beleeft samen plezier en proeft geluk. Daardoor ontstaat hoop op een goede afloop, tot de harde realiteit de droom komt verstoren.

Net zoals zijn autobiografische debuut J'ai tué ma mère is MOMMY een film over een moeder-zoon-relatie, al verschilt de invalshoek. Toonde Dolan in zijn debuut ons de blik van een adolescent, ditmaal observeert hij een moeder. Daarbij verandert de woede-granaat van een puber in een emotionele splinterbom die moeder én zoon tot ontploffing brengen. Beiden weigeren compromissen en verdoofde emoties; Steve neemt de pillen niet die hem moeten stabiliseren en Diane is tot alles bereid (ze offert zichzelf en een normaal bestaan op) voor haar zoon. “De moeder is waar we vandaan komen en het kind is wie we geworden zijn”, aldus Xavier Dolan die niet terugschrikt voor een freudiaanse onderstroom.

MOMMY snijdt thema's zoals opvoeding, overlevering en verantwoordelijkheid aan en peilt naar het problematische karakter van omgaan met geestesziektes. Iedereen heeft zijn karakter, problemen en redenen bij Dolan die zijn personages niet veroordeelt (het zijn niet de losers die een hypocriete advocaat ziet), maar hen in alle eerlijkheid toont terwijl ze worstelen met dilemma's. Uit liefde en onmacht doen Diane en Steve uitdeindelijk wat ze doen. Met pijn, verdriet en melancholie, maar vooral oprecht. Het resultaat is een verbijsterende, verontrustende film.

Xavier Dolan bewijst andermaal dat hij een authentiek auteur is. Dat wil zeggen iemand die niet zozeer opvalt door een herkenbare stijl (een 'tic'), maar door een eigen schriftuur. Iemand die film na film zijn vorm aanpast aan de inhoud. In MOMMY gebruikt hij een vierkant beeldformaat (het 1:1 dat herinnert aan de stille film) om ons met de neus op de personages en hun emoties te drukken. Het geeft ook aan hoe verstikkend een leven op de rand van de zenuwinzinking is (met personages die aan Almodóvar en Cassavetes appelleren), hoe ingrijpend en intens een existentiële crisis is. Wanneer Dolan in een droomsequentie het beeldscherm vergroot tot cinemascoop verdwijnt het verstikkende gevoel en herademen we samen met de personages. De verbrijzelde hoop en de terugkeer van het vierkante formaat komt dan ook aan als een mokerslag.

Ook op muzikaal vlak gebruikt Dolan de songs niet als staalkaart van zijn persoonlijke favorieten. De nummers zijn belangrijk voor de personages omdat ze verbonden zijn met gebeurtenissen en emotionele ervaringen. Oasis en Celine Dion worden niet op de film geplakt, maar zijn de soundtrack van de personages, het zijn songs waar ze naar luisteren of die ze in hun hoofd horen. Zo sleurt Dolan de kijker niet alleen visueel maar ook auditief mee in de werkelijkheid, in het universum van de personages. De visuele en muzikale rollercoaster brengt ons in vervoering, creëert een emotionele draaikolk die iedereen destabiliseert. Het is dan ook moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, om onverschillig te blijven bij deze filmische mokerslag, het donkere maar hoopvolle melodrama over heel gewone abnormale mensen.

“Ik heb een grondige afkeer van artistieke films die het leven van mensen vertelt via hun nederlagen”, stelt Dolan. “Mensen verdienen het om via meer complexe concepten te worden geschetst dan de clichés verbonden met hun sociale klasse of de etiketten die op hen worden gekleefd. Ze verdienen dromen en emoties. Daarom wou ik een film maken over winnaars, wat er ook met hen gebeurt aan het slot.”

Geschreven door IVO DE KOCK

Mommy

08/10/2014
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2014
Distributeur: 
ABC

Media: