Monos

Gierende hormonen, grillige klanken en biologerende beelden. Via de adolescente experimenten van een peloton tienerguerrilla’s tast MONOS naar de impact van een aanhoudende geweldscultuur.

Een geblinddoekt spel waarvan het vleugje onschuld weggeduwd wordt door onbestemde dreiging en onderlinge strijd. Met als inzet geest en lijf van een groep jonge strijders is MONOS een surreëel soldatendrama dat eigengereid een plekje zoekt tussen klassiekers als Apocalypse Now en Beau travail. De derde film van de Colombiaans-Ecuadoriaanse cineast Alejandro Landes opent met acht tieners die op een prachtig blauwige valavond voetballen met blinddoeken voor de ogen. Hun donkere silhouetten tekenen zich af tegen het hemeldak boven een bergtop. Alsof ze verheven zijn boven wat er ergens ver beneden hen allemaal aan de hand is.

Hoog in een onbenoemd Latijns-Amerikaans gebergte bewaakt het achttal echter een Engelstalige ingenieur bijgenaamd Doctora, al is het precieze doel van hun gijzeling onduidelijk. De idyllische schijn van de speelse openingsscène is precies dat: schijn. De chaos staat de acht soldaten, jongens en meisjes, immers al lang aan de lippen. Er kleeft geweld aan de experimenten waarmee deze tieners een plek in hun leven trachten te vinden. In hun verontrustende verkenning worstelen ze met zichzelf en met elkaar: ze willen domineren en als winnaar zegevieren te midden van een onbarmhartige survival of the fittest. Bij zijn verjaardag krijgt een van de strijders er bij wijze van cadeau snoeihard van langs met een riem, later volgt doodslag op vrolijk dronken feestgedruis en gaat een paddotrip over in een bombardement. Landes kiest in zijn elliptische groepsportret van acht tienersoldaten niet het voorspelbare coming-of-agetraject. MONOS kent geen staat van pure onschuld die vervolgens door oorlogsgeweld brutaal de vernieling in wordt gejaagd. Agressie, dominantie en rücksichtsloze overlevingsdrang zitten vergrendeld in de kern van elk personage, waarbij de film zich nauwelijks uitspreekt over waar die instincten vandaan komen: uit hun levensomstandigheden of uit hun karakters.

MONOS schuift ook geen specifieke geografische of historische kenmerken naar voren. De door de Nederlandse DoP Jasper Wolf expressief gefilmde landschappen zijn eerst gehuld in mist hoog in de bergen. Vervolgens duiken de jonge soldaten en hun gijzelaar het zompige, dichtbegroeide Amazonewoud in. Een heel ander decor, maar even benauwend. De onbestemde terreinen met personages die zich afgesloten weten van de buitenwereld passen bij het eerder abstracte, mythische allooi van Landes meest ambitieuze film tot nu toe. Toch wijst hij op de burgeroorlog die Colombia vanaf 1964 teistert, met de FARC als grootste van de vele rebellenbewegingen die de strijd aangaan met de regeringstroepen. Zijn landgenoten die MONOS al zagen, ervaarden die volgens de cineast als een horrorfilm waarin de personages rondwaren als spoken uit een onverwerkt verleden. Hij laat daarbij in het midden of de tienersoldaten historische of hedendaagse pionnen zijn in de decennialang aanslepende Colombiaanse burgeroorlog. Hoewel de FARC zich in 2017 officieel heeft ontbonden, zet een splintergroep de strijd voort. Generatie na generatie bijt brute agressie zich vast in ieders handel en wandel. Nooit wordt er een punt gezet achter het oorlogsgeweld en de criminele activiteiten.

De jongeren hebben enkel contact met het strijdgewoel via een radioverbinding met de geheimzinnige Organisatie en via hun commandant Boodschapper, die hen onregelmatig discipline komt bijbrengen. Ironisch genoeg torent zelfs de kleinste van de soldaten, bijnaam Pitufo (Smurf), nog een kop uit boven de bevelen schreeuwende leider. Landes grossiert in gortdroge ironie, bijvoorbeeld in de namen van zijn personages. De soldaten heten Rambo, Lobo (Wolf), Perro (Hond) of Boom Boom, en lijken aldus weggelopen uit oorlogsfilms à la Platoon en zovele andere waarin een surrogaatfamilie strijdmakkers naast moed en vriendschap ook altijd na-ijver en verraad herbergt. De melkkoe die het tienerpeloton moet verzorgen, heet dan weer Shakira. De namen wijzen erop dat je bij Landes best op je qui-vi­ve blijft, oplettend voor de manier waarop hij de realiteit omzet in cinema. Dat bleek ook al uit zijn vorige film Porfirio, waarin hij een fait divers omtovert tot een statisch vormgegeven karakterportret en waarin hij goochelt met feit, fictie en kijkersverwachtingen.

Tussen droom en nachtmerrie, tussen spel en gewelddaad, zoekt MONOS de totale vervreemding in alledaagse handelingen en uitzonderlijke handelingen die alledaags zijn geworden. Wat nog wordt versterkt door de desoriënterende soundtrack van de Britse componist Mica Levi, die hier met pauken, gefluit en vreemdsoortige techno-accenten haar werk voor Under the Skin oproept. Opvallend zijn ook de nagebootste dierengeluiden waarmee de jonge soldaten soms communiceren. Deze klanken zorgen voor een groepsgevoel, wat voor zowel tieners als soldaten een kostbaar goed is. Tegelijk geeft MONOS gewone handelingen een dreigend cachet. Zo is een tongkus oefenen of experimenteren met alcohol en drugs typisch tienergedrag, maar met een ratelend machinegeweer in de hand of een geknevelde gijzelaar in de buurt krijgen zulke daden een buitenwerkelijke lading. MONOS toont eveneens hoezeer het liefdesleven helemaal vervlochten is met de hiërarchische structuren bij de strijders. Terwijl ze in het gelid staan om te worden gecontroleerd door de Boodschapper, vraagt een van de meisjessoldaten of ze een relatie mag aangaan met een van haar collega’s. Het zal het begin blijken van wisselende amoureuze allianties, niet abnormaal voor tieners, maar die hier vooral werken als overlevingsmechanisme. Het normale en buitengewone zijn verweven, waarbij het nog maar de vraag is of het ‘doorsnee’ alledaagse nog in het bereik ligt van de jeugdige soldaten.

Naast hun tienermanieren zien we de jongeren oefenen om ten strijde te trekken. Deze exercities lijken wel choreografieën die, zoals in Claire Denis’ Beau travail, het midden houden tussen hedendaagse dans en militaire training. Ze geven een bijkomend performatief karakter aan MONOS en doen afvragen of het achttal misschien soldaatje aan het spelen is. Bestaat de oorlog eigenlijk wel? Of leven de tieners op een soort Olympus, verheven boven een menselijke, al te menselijke strijd? Naast het alomtegenwoordige spelelement voegt MONOS immers ook een mythische lading toe. De soldaten leven in bunkers tussen mysterieuze monolieten en misschien is melkkoe Shakira dan wel een offer dat hen wordt aangereikt.

Boven op de berg lijken ze weg van de wereld, maar vervolgens lijkt de bewoonde wereld (voor sommigen) binnen handbereik. Geleidelijk aan sluipen immers ontsnappingspogingen de groepsdynamiek in en verkast de bende – want zo profileren ze zich van de weeromstuit steeds meer – naar het regenwoud. Terwijl de gegijzelde Doctora tracht te ontkomen, valt het peloton verder uit elkaar. Niet toevallig benadrukt Landes dat de naam van de soldatengroep MONOS niet alleen verwijst naar het Spaans voor ‘apen’ of het adjectief ‘schattig’, maar naar het Griekse woord voor 'alleen'. Fundamenteel staat elk personage er alleen voor. MONOS is een groepsportret waarin geen enkel individu er bovenuit springt. Dat is echter een symptoom van terreur, niet van samenhorigheid. Wanneer enkelingen zich dan toch van de groep gaan onttrekken, dreigt immers een gewelddadig einde. In de scènes waarin hun vlucht ontspoort, bevestigt een gespietste varkenskop dat Landes en zijn Argentijnse coscenarist Alexis Dos Santos zich lieten inspireren door William Goldings Lord of the Flies. Al gaat het hier niet om Britse schooljongens die stranden op een onbewoond eiland en ten prooi vallen aan paranoia en machtswellust, maar om Colombiaanse tieners die het oorlogsgeweld van hun land meedragen in elke vezel van hun lichaam.

Door het mythische en performatieve te omarmen en zich tegelijk te gronden in de realiteit, toont MONOS hoe typisch adolescentengedrag bij zijn personages samenklit met brutaal geweld. Het is een helse klus om te ontsnappen aan vele generaties lang overgeleverde terreur en weer ‘gewoon’ tiener te zijn. Ontkomen aan monolithisch vijanddenken gaat niet zonder kleerscheuren. Dat net de androgyne Rambo voor hoop zorgt, kan geen toeval zijn. MONOS is een meesterlijk hybride pleidooi voor onzuiverheid en een afwijzing van een gedurige geweldsinjectie die eenvormige gedachten tracht af te dwingen.

Exclusief voor MOOOV Filmfestival 2020 2.0 is MONOS van Alejandro Landes tijdelijk online te zien van 1 tot 4 mei, op lumierefilms.be, UniversCine en dalton.be.

Lees ook het dossier over kindsoldaten in film in Filmmagie 603. 

Geschreven door BJORN GABRIELS

Monos

Regisseur: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
MOOOV

Media: 

onomatopee