Montgomery Clift (I): De wonderjaren (1946-'56)

Dit jaar is het precies vijftig jaar geleden dat de Amerikaanse acteur Montgomery Clift (1920-1966) overleed. Clift geldt als de voorloper van een hele generatie method-acteurs zoals Marlon Brando en James Dean, die later het witte doek zouden veroveren. In tegenstelling tot Brando en Dean koos Montgomery Clift voor een meer intellectuele benadering van method acting. Geleidelijk aan verloor hij zijn status als innovator, waardoor hij vandaag enkel bekend is bij filmhistorici en cinefielen. Een poging tot rehabilitatie dringt zich op. Dit eerste deel beschrijft de jonge jaren van de acteur.

Montgomery Clift werd geboren op 17 oktober 1920 in Omaha, Nebraska als de zoon van William Brooks Clift en Ethel Anderson. Zijn moeder heeft van bij zijn geboorte grootse plannen voor haar ‘Monty’. Zolang de zaken goed gaan bij de Omaha National Trust Company waar vader Clift werkt, krijgen de kinderen Montgomery, Ethel en William Brooks Clift Jr. een bevoorrechte opvoeding. Ze volgen les bij privéleraren, gaan naar Europa om er de kunst en de cultuur op te snuiven en leren vreemde talen zoals Duits en Frans. De beurscrash van 1929 fnuikt echter de ambitie van de familie Clift. Berooid en zonder werk verhuizen ze naar Florida. Hoewel zijn broer en zus een hogere studie volgen, is dat niet weggelegd voor de jonge Montgomery. Op zijn dertiende maakt hij kennis met het jeugdtheater en al snel heeft de jongeman de acteermicrobe te pakken. Hij is zo goed dat hij een jaar later al auditie mag doen voor het Broadway-toneelstuk Fly Away Home. Om hun jonge ster ter wille te zijn verkast de hele familie naar New York. Op zijn achttiende is Montgomery Clift er ‘the talk of the town’ bij het Broadway-publiek met zijn hoofdrol in het toneelstuk Dame Nature.

Clift in Red River (1946)Het talent van Clift is ondertussen ook opgemerkt door Hollywoodagent Leland Hayward. Filmvoorstel na filmvoorstel wijst Monty echter af. Zijn hart ligt bij het toneel, niet bij de cinema. Dat wil echter niet zeggen dat Clift geen interesse heeft in het verkennen van nieuwe horizonten. In 1939 neemt hij samen met de cast van Noël Cowards Hay Fever deel aan een van de allereerste televisie-uitzendingen in de Verenigde Staten. Uiteindelijk bezwijkt de jonge acteur voor de lokroep van Hollywood en staat hij in 1946 samen met John Wayne op de set van Red River (Howard Hawks). Deze western van epische proporties vertelt het verhaal van Tom Dunson (Wayne) die samen met weesjongen Matt Garth (Clift) beslist om in 1851 een ranch te beginnen in Texas. Met slechts een stier en een koe als startkapitaal lijkt het vrij onwaarschijnlijk dat ze zullen slagen, maar beide mannen zijn er ondanks hun grote leeftijdsverschil van overtuigd dat het een succesverhaal zal worden. Veertien jaar later is Dunson uitgegroeid tot herenboer, met Matt als zijn trouwe rechterhand. Omdat de vleesprijzen in het Zuiden zijn ingestort na de Amerikaanse Burgeroorlog, is Dunson verplicht om zijn kudde naar Sedalia, Missouri te brengen om ze daar te verkopen. Matt protesteert en stelt als transportroute de Chisholm Trail richting Abilene, Kansas voor. Wat volgt is een generatieconflict dat perfect de maatschappelijke veranderingen weerspiegelt waar Amerika kort na de Tweede Wereldoorlog mee worstelde. Clift staat als het ware symbool voor de jonge generatie die het anders wil aanpakken dan haar ouders. Het bittere vuistgevecht tussen Dunson en Garth op het einde van de film onderstreept dat. Hoe hard Dunsons vuisten ook inbeuken op het frêle gezicht van Matt, de toekomst van zijn ranch ligt nu eenmaal bij de jongeling. Door omstandigheden krijgt de film pas een release in 1948, het jaar waarin ook Clifts tweede film The Search (Fred Zinnemann) uitkomt. Clift is in eerste instantie nogal ontevreden over het scenario van The Search, dat verhaalt over jonge kinderen die door de oorlog ontheemd zijn. Hij vraagt en krijgt de toestemming van Zinnemann om zelf te sleutelen aan het scenario. De naturel die Clift in zijn personage steekt, is meteen goed voor een eerste Oscarnominatie. Zijn prestatie ontlokt bij sommige journalisten zelfs de vraag waar Zinnemann een soldaat heeft gevonden die zo goed kan acteren.

Het is een vroeg bewijs van de toewijding en de ernst waarmee Montgomery Clift zijn vak beoefent. In zijn ogen moet een personage te allen tijde waarachtig zijn, zonder artificiële trucjes om een karakter aimabel of slecht te doen overkomen. Gedurende de rest van zijn carrière zou die aanpak het misprijzen of de bewondering van regisseurs oogsten. Het maakt Clift ook bijzonder kieskeurig in zijn rollen. Als er naar zijn mening niet genoeg vlees aan de rol zit of hij er niet zijn ding mee kan doen, laat hij het zaakje links liggen. Vrijblijvendheid is niet aan hem besteed. Hij projecteert zijn visie op acteren soms ook op zijn medespelers, met de nodige spanningen tot gevolg. Tijdens de opnames van The Heiress (1949), een kostuumdrama van William Wyler, bekritiseert hij Olivia de Havilland omdat hij vindt dat ze de invulling van haar rol te veel laat bepalen door de regisseur. Het maakt de acteur weinig geliefd bij cast en crew. Clift krijgt echter veel speelruimte, zowel in de letterlijke als in de figuurlijke zin van het woord, want Hollywood is dol op zijn jonge prins met het bijzonder knappe uiterlijk. Zijn status als sekssymbool zorgt er zelfs voor dat De Havilland haatbrieven krijgt van vrouwen die maar niet kunnen begrijpen waarom ze deze halfgod in de steek laat in de allerlaatste scène van The Heiress.

Met Donna Reed in From Here to Eternity (1953)Het is echter niet allemaal rozengeur en maneschijn voor de acteur in deze periode. Fysiek lijdt Monty al zeer lang aan chronische darmklachten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt hij om die reden afgekeurd voor militaire dienst. Emotioneel is zijn sluimerende homoseksualiteit een blok aan zijn been. De schuldgevoelens die hij daarover heeft, zijn een aanleiding om steeds meer en steeds vaker naar de drank en de pillen te grijpen. In het begin van de jaren 50 is er echter nog geen wolkje aan de lucht en maakt Montgomery Clift op korte tijd een aantal films die tot de beste van zijn carrière behoren. A Place In The Sun (1951) van George Stevens levert hem een tweede Oscarnominatie en de levenslange vriendschap van Elizabeth Taylor op, in I Confess (1953) van Alfred Hitchcock schittert hij als de schuldbewuste Father Logan en From Here to Eternity (opnieuw Fred Zinnemann, 1953) is zijn eerste succes bij het grote publiek. Voor deze laatste film leert Clift marcheren, de bugel spelen en boksen. Hij is zo overtuigend in deze voor hem volslagen onbekende disciplines dat het hem een derde Oscarnominatie oplevert. De toekomst lacht Monty toe en medio jaren 50 staat niets hem in de weg om toe te treden tot het pantheon van de grote mannelijke Hollywoodsterren van zijn tijd zoals Humphrey Bogart, Spencer Tracy en John Wayne.

Het tweede deel van dit drieluik volgt de neergang van Montgomery Clift. Het slotdeel maakt de balans op van zijn carrière.

Beeld 1: Montgomery Clift in The Heiress; beeld 2: Clift in Red River; beeld 3: Met Donna Reed in From Here to Eternity

Geschreven door BRECHT CAPIAU

Montgomery Clift (I): De wonderjaren (1946-'56)

Media: 

onomatopee