Murder on the Orient Express

De Britse Shakespeare-acteur en filmmaker Kenneth Branagh brengt de 'Belgische' detective Hercule Poirot en het oer-Britse universum van Agatha Christie tot leven in een nostalgisch, theatraal drama mét sterrencast. MURDER ON THE ORIENT EXPRESS is geen whodunit, maar morele cinema over de raadsels van het geweten. En de strijd tussen brein en hart.

Miss Marple heeft nooit bestaan. Hercule Poirot evenmin. Beide onorthodoxe speurneuzen waren heel nadrukkelijk verzinsels van misdaadauteur Agatha Christie (1890-1976). Theatrale personages die gemaskerd door het leven stappen als onopvallende pientere dame en zelfingenomen burger met krulsnor en die met klinische rationaliteit moorden ontleden.

Kortom, Miss Marple en Hercule Poirot zijn stand-ins voor Agatha Christie (en voor haar lezers), verbeten puzzelaars voor wie leven en misdaad een te ontrafelen plot zijn. Empathie voor dode en levende personages is er amper bij de protagonisten en van de schrijfster krijgt niemand psychologische diepgang. Noch het slachtoffer, noch de dader, noch de speurders, noch de figuranten. Het blijven archetypes en puzzelstukken die gemanipuleerd worden in wat veel weg heeft van een intellectuele oefening. Misdaad als voedsel voor de “little grey cells” waar Poirot zo graag mee koketteert.

Moord is frivool in de boeken van Agatha Christie, het steekspel tussen dader en speurder verloopt als het ware in een heuse gentleman spirit, ze duelleren met als wapen hun vermogen om mysteries te creëren of op te lossen. Een lijk doorbreekt even de schijn van keurigheid, de façade van een nette samenleving, om snel plaats te maken voor de geest (het intellect) van 'the great detective' (zoals Poirot zichzelf omschrijft) die tijdens zijn speurtocht de keurige wereld weer herstelt.

De speurder gaat analytisch te werk, gebruikt inductieve redeneringen, volgt fysieke sporen, maakt van feiten bewijzen en schermt met verbale wapens tijdens ondervragingen en uiteenzettingen. Emotie, instinct en intuïtie worden aan de kant geschoven en psychopaten, bovennatuurlijke verschijnselen en overheidscomplotten komen niet in het stuk voor. Moord en het oplossen ervan zijn een spel, een breinbreker voor Christie, haar detectives én haar lezers. Door puzzelstukjes achter te houden zorgt ze voor verrassende finale pirouettes.

Deze charmante, maar lichtjes neerbuigende manipulatie van het verhaal en de lezer weerspiegelt het burgerlijke Britse wereldbeeld van kind-van-haar-tijd Agatha Christie. Superioriteit is een concept dat floreert in een klassenmaatschappij waar gelijkheid niet eens een utopie is en gerechtigheid naar het achterplan wordt verwezen door wet en orde. Niet toevallig gaat dedain vaak samen met nostalgie naar een geïdealiseerde wereld die eigenlijk nooit bestaan heeft.

Het in 1934 geschreven Murder on the Orient Express is vintage Agatha Christie, een detective-onderzoek herleid tot zijn essentie. Op één plaats (een ingesneeuwde trein van een mythische spoorlijn) en in een beperkte tijd lost speurder-op-vakantie Hercule Poirot een moord op. Waarbij hij enkel goed moet kijken, luisteren en reconstrueren. Want het antwoord “bevond zich altijd net onder mijn neus”, oreert hij wanneer hij alle betrokkenen (en alle mogelijke schuldigen) in groep netjes de les spelt.

Kenneth Branaghs adaptatie draait net als Sidney Lumets versie uit 1974 rond steracteurs, vertolkingen en het ontrafelen van het verleden, maar tracht veel meer een filmisch spektakel zijn. “Ik wil dat je als kijker de sneeuw voelt en de stoom ruikt”, aldus Branagh. “Ik wou alle voordelen van klassiek materiaal, zonder de nadelen van de overbekendheid.” MURDER ON THE ORIENT EXPRESS is visueel én theatraal, realistisch én gekunsteld, speels én ernstig.

De regisseur laat de plot en de ontknoping de hele tijd voor onze neus bengelen, maar in tegenstelling tot Christie is hij niet geïnteresseerd in de puzzel en de oplossing. Hij wil niets verklaren, maar enkel belichten hoezeer misdaad, moord en de opheldering ervan een impact hebben op iedereen. Op daders, slachtoffers, betrokkenen en detectives.

Zo ontstaat er ruimte voor de uitdieping van personages, maar vooral voor het blootleggen van emoties. Ook bij de speurder die in al zijn fragiliteit – met zijn twijfel en gevoelens – menselijk wordt. Weg is de zelfzekerheid van de literaire Poirot en weg is ook de zelfgenoegzaamheid en het narcisme van de Poirot zoals zowel Albert Finney (in Lumets Murder on the Orient Express) als Peter Ustinov (in Death on the Nile van John Guillermin) hem vertolkten.

De Poirot 2.0 van Kenneth Branagh is geen intellectuele blaaskaak, maar een detective met empathie, een speurder met een geweten. Een geweten waarmee hij worstelt – zoals alle passagiers worstelen met het verleden – en dat hem voor keuzes stelt. Keuzes die hem kwetsbaar, ambigu, onzeker en schuldig maken. De onfeilbaarheid van de rationele en zwart-wit denkende grote detective is verdwenen, het masker is afgerukt, maar de verstrengeling van intellect en emotie maken Poirot krachtiger en meer gewetensvol.

Je voelt wat Branagh “the sense of someone who has already felt the bruises of the world” noemt én de verwijzingen naar een brutaler en gewelddadiger geworden wereld. Maar tegelijk blijft er een zekere fataliteit hangen aan het personage dat Branagh aan het slot richting Nijl stuurt (en naar een remake van Death on the Nile die gepland is voor 2019). Die kwetsbaarheid maakt van MURDER ON THE ORIENT EXPRESS een subliem shakespeariaans noodlotsdrama, een tragedie waarin mensen fysiek, emotioneel en moreel beschadigd worden door misdaad en moord.

FILM: *** / EXTRA'S (documentaires, commentaar, verwijderde scènes): ****

Meer dvd-besprekingen vind je terug in de rubriek 'Huisbios' in ons maandblad, te koop in deze verkooppunten of te verkrijgen met een abonnement.

 

Geschreven door IVO DE KOCK

Murder on the Orient Express

08/11/2017
Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2017
Distributeur: 
Fox

Media: 

onomatopee