National Gallery

De vierentachtigjarige veteraan Frederick Wiseman (ooit advocaat, maar sinds zijn debuut in 1967 bezeten van film) bracht voor zijn documentaire over de National Gallery van Londen twaalf weken door in het museum aan Trafalgar Square. Hij filmde onafgebroken van januari tot midden maart 2012, draaide ongeveer twaalf uur per dag en trok naar huis met honderdzeventig uur aan geschoten materiaal. Voor iemand zoals Wiseman is dat de normale manier van werken. Nadien trekt Wiseman zeven à acht weken uit om door het gefilmde materiaal te ploeteren en gebruikt daar een quoteringssysteem voor van nul tot drie sterren. Vervolgens verdeelt hij alles in sequenties en slaat hij aan het monteren. Dat proces neemt gewoonlijk zes à acht maanden in beslag. Wanneer hij het juiste ritme en de structuur heeft gevonden, begint hij met een eerste ruwe montage.

Wiseman velt geen oordeel over de instellingen die hij filmt. Zijn subjectiviteit bestaat in de hierboven beschreven werkwijze. Want het is uiteindelijk de filmmaker die de shots bepaalt en beslist hoe het finale product eruit zal zien. Voor NATIONAL GALLERY begint de filmer van onder meer Titicut Follies, High School, Missile, Ballet, Public Housing, Domestic Violence, The Garden, La danse en At Berkeley met een exterieur shot om snel te snijden naar enkele beelden van zalen met schilderijen. Hij besluit zijn korte introductie met een verzameling close-ups van bekende meesterwerken. Wisemans stijl is rechttoe rechtaan. Zoals meestal belicht hij tal van aspecten van het instituut waar hij zijn camera plant. De toeschouwer woont bijgevolg vergaderingen van het personeel bij, verneemt hoe naar financiering moet worden gezocht en hoe de budgetplanning in elkaar steekt, zit op de eerste rij bij lezingen voor leraars, duikt in de restauratieateliers, neemt deel aan het schetsen naar levend model, komt te weten dat het educatieve aspect primordiaal is en luistert al even gefascineerd naar de uitleg van de gidsen als de bezoekers van het museum.

Wiseman hangt een portret op van het museum zoals hij dat die twaalf weken lang heeft ervaren. Dat het museum met een budget van 2,9 miljoen pond sterling rond moet komen en dat het voor elke pond die het ontvangt drieënvijftig pence spendeert, is dan ook niet meteen zijn hoofdbekommernis. Want hoe maak je een documentaire over een museum van Schone Kunsten levendig? Via de verhalen van de vele werken die de wanden sieren natuurlijk! Is er een dankbaarder onderwerp denkbaar dan al die afbeeldingen van tragedies, mythologieën, veldslagen, stormen, moorden, romances en historische en/of religieuze taferelen getekend en geschilderd door de meesters van de vroegrenaissance tot de eerste helft van de twintigste eeuw?

Gulzig filmt Wiseman de analyses van bijvoorbeeld ‘Boulevard Montmartre la nuit’ van Camille Pissarro, Hans Holbeins dubbelportret ‘The Ambassadors’, Peter Paul Rubens’ ‘Samson en Delila’ en bedenkingen over het werk van William Turner, Claude Lorrain en Leonardo da Vinci. En zie: op een bepaald moment komt ook Paul Dujardin (artistiek directeur van Bozar in Brussel) zijn zegje doen over de rol van de muziekinstrumenten in het oeuvre van Watteau. Maar minstens even boeiend zijn de analyses van de restaurateur. Zeker wanneer hij via röntgenstralen een tweede (onderliggend en horizontaal) schilderij blootlegt in Rembrandts portret van Frederick Rihel te paard. Maar waar dienen al die besprekingen toe? Laat dat nu net het meest opwindende aspect van deze ravissante documentaire zijn. Wiseman tovert niet alleen plaatjes van schilderijen voor zijn lens, maar leert de toeschouwer naar schilderijen kijken en ze te analyseren.

Hij moet zelf gehypnotiseerd geluisterd hebben naar de uitleg van de gidsen en docenten en brengt dat gevoel met waanzinnig veel passie over. Top!

Geschreven door PIET GOETHALS

National Gallery

17/12/2014
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2014
Distributeur: 
Cinéart

Media: